Ontwerpresolutie - B8-0524/2018Ontwerpresolutie
B8-0524/2018

    ONTWERPRESOLUTIE over de noodzaak van een omvattend mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten

    7.11.2018 - (2018/2886(RSP))

    naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
    ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement

    Marek Jurek, Zdzisław Krasnodębski, Anders Primdahl Vistisen, Mirosław Piotrowski namens de ECR-Fractie

    Procedure : 2018/2886(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B8-0524/2018
    Ingediende teksten :
    B8-0524/2018
    Debatten :
    Aangenomen teksten :

    B8‑0524/2018

    Resolutie van het Europees Parlement over de noodzaak van een omvattend mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten

    (2018/2886(RSP))

    Het Europees Parlement,

    –  gezien artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

    –  gezien artikel 3, lid 6, en de artikelen 4 en 5 VEU en in het bijzonder de beginselen van bevoegdheidstoedeling en subsidiariteit,

    –  gezien artikel 7 VEU betreffende het gevaar voor een ernstige schending of een ernstige en voortdurende schending van het beginsel van de rechtsstaat,

    –  gezien artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) over de inbreukprocedure,

    –  gezien artikel 295 van het Verdrag VWEU over interinstitutionele akkoorden,

    –  gezien het jaarverslag van de Commissie van 2017 over de controle op de toepassing van het EU‑recht (COM(2018)0540),

    –  gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU‑mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten[1] (DRG‑mechanisme),

    –  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

    A.  overwegende dat de Unie een gemeenschap is die gebaseerd is op wetten en alleen optreedt binnen het kader van de bevoegdheden die de lidstaten haar in de Verdragen hebben toegekend, en overwegende dat de uitoefening van die bevoegdheden onderhevig is aan de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid;

    B.  overwegende dat de Unie haar doelstellingen probeert te bereiken aan de hand van gepaste middelen, die in overeenstemming zijn met de haar toegekende bevoegdheden;

    C.  overwegende dat de Raad en de Europese Raad conform artikel 7 VEU bevoegd zijn om te bepalen of er een duidelijk risico bestaat van een ernstige of permanente schending door een lidstaat van de gemeenschappelijke waarden waarop de Unie stoelt;

    D.  overwegende dat de Commissie in overeenstemming met artikel 258 VWEU wegens schending van de Verdragen een zaak aanhangig kan maken tegen een lidstaat bij het Hof van Justitie van de Europese Unie;

    E.  overwegende dat dergelijke procedures ertoe kunnen leiden dat een lidstaat die de Verdragen schendt, sancties krijgt opgelegd, zoals de schorsing van zijn stemrecht in de Raad of financiële boetes;

    F.  overwegende dat de Commissie in 2017 via de in artikel 258 VWEU voorziene procedure 716 klachten heeft ingediend tegen de lidstaten wegens schending van de Verdragen;

    G.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 2016 een oproep heeft gedaan aan de Commissie om een voorstel te doen voor de oprichting van een nieuw interinstitutioneel mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten, dat voorziet in de opstelling door een deskundigencomité van een jaarlijks verslag over de naleving door de lidstaten van de in artikel 2 VEU verankerde waarden, en van landenspecifieke aanbevelingen;

    H.  overwegende dat het instrument van interinstitutionele akkoorden conform artikel 295 VWEU tot doel heeft de samenwerking tussen de EU‑instellingen binnen het kader van de bestaande, in de Verdragen toegekende bevoegdheden te versterken;

    I.  overwegende dat hooggeplaatste ambtenaren van de Commissie, onder wie vicevoorzitter Frans Timmermans, sceptisch staan tegenover het voorgestelde DRG‑mechanisme: zij vinden dat dit mechanisme gezien de reeds bestaande procedures niet nodig is en twijfelen ernstig aan de wettelijkheid, institutionele legitimiteit en uitvoerbaarheid van het voorstel;

    1.  erkent dat de EU over voldoende Verdragsmechanismen beschikt om buitensporige schendingen van de rechten en waarden waarop de Unie stoelt, te verhinderen;

    2.  herinnert eraan dat de waarden van democratie, de rechtsstaat en eerbied voor de mensenrechten overeenkomstig artikel 2 VEU door alle lidstaten worden gedeeld; benadrukt dat de EU de legitimiteit van het optreden van een lidstaat niet in twijfel kan trekken zonder afdoende en volgens wettelijk gefundeerde regels geverifieerd bewijs, tenzij dit in twijfel trekken gerechtvaardigd wordt door een definitief en afdoende gemotiveerd oordeel van de bevoegde autoriteiten, uitgebracht in het kader van de relevante Verdragsprocedure;

    3.  erkent dat het gezien het ontbreken van een solide basis in de Verdragen in strijd zou zijn met de beginselen en waarden waarop de Unie stoelt en dus ook met de waarden van de rechtsstaat, bevoegdheidstoedeling en subsidiariteit om te blijven aandringen op de oprichting van een DRG‑mechanisme; benadrukt dat de oprichting van een DRG‑mechanisme bevoegdheden die reeds bestaan uit hoofde van de artikelen 7 VEU en 258 VWEU zou usurperen, en eveneens een schending zou inhouden van het uit hoofde van artikel 295 VWEU bestaande instrument van interinstitutionele akkoorden;

    4.  roept de Commissie, de Raad en de Europese Raad ertoe op de uit hoofde van de Verdragen beschikbare instrumenten op eerlijke en verantwoordelijke manier toe te passen om de gemeenschappelijke waarden van de EU en de rechtsstaat te beschermen;

    5.  vraagt dat de in de artikelen 7 VEU en 354 VWEU vastgelegde gedragsbeginselen worden geëerbiedigd, net als het onderliggende beginsel van wederzijds respect tussen democratische landen voor elkaars beleidskeuzes; vraagt de Commissie en de Raad om op te treden binnen het door de Verdragen vastgelegde kader en in een geest van dialoog;

    6.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de parlementen en regeringen van de lidstaten.

     

    Laatst bijgewerkt op: 12 november 2018
    Juridische mededeling - Privacybeleid