Procedure : 2019/2575(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0154/2019

Ingediende teksten :

B8-0154/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/03/2019 - 9.22

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0156

<Date>{06/03/2019}6.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0154/2019</NoDocSe>
PDF 138kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de veiligheidsdreigingen in verband met de toenemende technologische aanwezigheid van China in de EU en mogelijke maatregelen op EU-niveau om deze tegen te gaan</Titre>

<DocRef>(2019/2575(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Caroline Nagtegaal</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0154/2019

B8‑0154/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de veiligheidsdreigingen in verband met de toenemende technologische aanwezigheid van China in de EU en mogelijke maatregelen op EU-niveau om deze tegen te gaan

(2019/2575(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie[1],

 gezien Richtlijn (EU) 2016/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 houdende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van beveiliging van netwerk- en informatiesystemen in de Unie[2],

 gezien het voorstel van 13 september 2017 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake Enisa, het agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013, en de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie ("de cyberbeveiligingsverordening") (COM(2017)0477),

 gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma Digitaal Europa voor de periode 2021-2027 (COM(2018)0434),

 gezien het voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra (COM(2018)0630),

 gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 13 februari 2019 over het gevaar voor de veiligheid in verband met de toenemende technologische aanwezigheid van China in de EU en mogelijke maatregelen op EU-niveau om dit tegen te gaan,

 gezien zijn wetgevingsresolutie van 14 februari 2019 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Europese Unie[3],

 gezien zijn resoluties over de betrekkingen tussen de EU en China, in het bijzonder die van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China[4],

 gezien de mededeling van de Commissie van 14 september 2016 met als titel "5G voor Europa: een actieplan" (COM(2016)0588),

 gezien zijn resolutie van 1 juni 2017 over internetconnectiviteit voor groei, concurrentievermogen en cohesie: Europese gigabitmaatschappij en 5G[5],

 gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG ("de algemene verordening gegevensbescherming")[6],

 gezien Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010[7],

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat 5G-infrastructuur de connectiviteit in de digitale economie naar een ongekend niveau zal optrekken; overwegende dat deze infrastructuur een voorwaarde sine qua non is voor de gigabitmaatschappij, in het bijzonder op terreinen als vervoer, energie en gezondheid, en voor de defensie- en veiligheidssector, als standaard voor de toekomst van de technologieën voor mobiele communicatie;

B. overwegende dat kwetsbaarheden in 5G-netwerken uitgebuit zouden kunnen worden om IT-systemen aan te vallen, mogelijkerwijs resulterend in zeer ernstige schade aan economieën op zowel Europees als nationaal niveau; overwegende dat er behoefte is aan een benadering op basis van een risicoanalyse;

C. overwegende dat de toegenomen rol van technologieproviders uit derde landen op de Europese 5G-markt een inhoudelijke discussie in de lidstaten op gang heeft gebracht, in het bijzonder in de context van de Chinese wet op de nationale inlichtingen (National Intelligence Law), die sinds juni 2017 van kracht is;

D. overwegende dat het toepassingsgebied en de parameters van wat de Chinese autoriteiten "inlichtingenactiviteiten" noemen in de wet in kwestie niet duidelijk gedefinieerd worden; overwegende dat de bedoelde wet de autoriteiten nieuwe rechtsgronden biedt voor het in de gaten houden en onderzoeken van buitenlandse en binnenlandse individuen en instellingen, met inbegrip van EU-burgers en EU-instellingen, met het oog op het beschermen van de Chinese nationale veiligheid;

E. overwegende dat Chinese telecombedrijven staatssteun en subsidies krijgen, die hun mogelijkheden om de wet op de nationale inlichtingen ten uitvoer te leggen verder zouden kunnen vergroten, resulterend in veiligheidsproblemen én een oneerlijk economisch voordeel voor de bedrijven die het betreft;

F. overwegende dat de verordening tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen, die tegen eind 2020 in werking moet treden, de lidstaten meer mogelijkheden geeft om buitenlandse investeringen te screenen op basis van overwegingen in verband met de veiligheid en de openbare orde, en een samenwerkingsmechanisme behelst dat de Commissie en de lidstaten in staat stelt samen te werken bij het beoordelen van veiligheidsrisico's, waaronder op het gebied van cyberbeveiliging, als gevolg van buitenlandse investeringen;

G. overwegende dat de richtlijn voor beveiliging van netwerk- en informatiesystemen vóór 9 mei 2018 in de nationale wetgevingen omgezet moest zijn; overwegende dat deze richtlijn beoogt de beveiliging van Europa's essentiële infrastructuur te versterken en ervoor te zorgen dat ernstige cyberincidenten worden gemeld; overwegende dat de richtlijn tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie telecombedrijven verplicht maatregelen te nemen om de risico's voor de beveiliging van hun netwerken en diensten te beheersen, en de autoriteiten en, in bepaalde gevallen, de gebruikers, op de hoogte te brengen van ernstige veiligheidsincidenten;

H. overwegende dat het Europees wetboek voor elektronische communicatie voorziet in de beschikbaarheid van 5G-radiospectrum in de EU tegen eind 2020; overwegende dat de lidstaten onafhankelijke veilingen van spectrumfrequenties houden als onderdeel van de uitrol van 5G, hetgeen bedrijven uit derde landen potentieel in de gelegenheid stelt in meerdere lidstaten, en uiteindelijk in de hele EU, een dominante marktpositie te verwerven; overwegende dat China een ambitieuze strategie inzake kunstmatige intelligentie heeft, in het kader waarvan data een cruciale hulpbron zijn;

1. wijst eens te meer op de urgentie van het in de EU ontwikkelen van capaciteit en vermogen voor digitale infrastructuur, en van het tegelijkertijd versterken van Europa's strategische autonomie; wijst nog maar eens op het belang van 5G-netwerken, en herhaalt in dit verband zijn steun voor het 5G-actieplan;

2. herinnert eraan dat het waarborgen van de beschikbaarheid van het passende radiospectrum in de EU tegen eind 2020, zoals voorzien in het Europees wetboek voor elektronische communicatie, de uitrol van 5G-netwerken ten goede zal komen; onderstreept dat het grootste probleem voor exploitanten het gebrek aan coördinatie en voorspelbaarheid is;

3. herhaalt dat we behoefte hebben aan gemeenschappelijke Europese maatregelen naar aanleiding van de zorgen in verband met de door de Chinese regering ondersteunde aanbieders van telecomhardware, teneinde de digitale veerkracht te vergroten en toekomstbestendige beveiligingssystemen te ontwikkelen ter bescherming van de interne markt; dringt erop aan om tot het zover is de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten van de EU te verbeteren;

4. dringt aan op een onderzoek naar mogelijke risico's voor de veiligheid in verband met het gebruik van buitenlandse technologie, en vindt dat 5G als kritieke infrastructuur moet worden beschouwd, zodat alle bedrijven zich aan strengere normen op het gebied van beveiliging moeten houden;

5. verwelkomt en beklemtoont in dit verband het element van informatie-uitwisseling tussen de lidstaten in het kader van het samenwerkingsmechanisme van de verordening voor de screening van buitenlandse directe investeringen;

6. onderstreept dat de verordening voor de screening van buitenlandse directe investeringen kritieke infrastructuur beschermt; wijst er nog eens op dat bedrijven die in de EU actief zijn enerzijds de vruchten plukken van de interne markt, maar zich anderzijds moeten houden aan de normen en het wettelijk kader van de Unie;

7. stelt met belangstelling vast dat het aantal lidstaten met een screeningmechanisme is toegenomen sinds de voorlegging - door de Commissie in 2017 - van het voorstel voor een verordening voor de screening van buitenlandse directe investeringen;

8. steunt de verschillende maatregelen die de Commissie reeds heeft genomen voor het bevorderen van maatregelen gericht op het aanpakken van cyberdreigingen, alsmede voor het waarborgen van de strikte implementatie van passende risicobeheersingsmaatregelen, zoals sancties tegen providers die zich niet aan hun verplichtingen houden;

9. verwelkomt en steunt het akkoord over de cyberbeveiligingsverordening en de versterking van het mandaat van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, voor het beter ondersteunen van de lidstaten bij het aanpakken van cyberdreigingen en -aanvallen;

10. verwelkomt en ondersteunt de voorstellen voor kenniscentra voor cyberbeveiliging en een netwerk van nationale coördinatiecentra, die bedoeld zijn om de EU te helpen bij het behouden en ontwikkelen van de technologische en industriële capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging die nodig zijn om haar digitale interne markt te beschermen;

11. verwelkomt in dit verband het programma Digitaal Europa, dat in de EU gevestigde maar vanuit derde landen gecontroleerde entiteiten aan beveiligingsvereisten en toezicht door de Commissie onderwerpt, in het bijzonder ten aanzien van aan cyberbeveiliging gerelateerde acties;

12. herinnert eraan dat cyberbeveiliging alleen doeltreffend kan zijn indien hoge beveiligingsnormen in acht worden genomen; dringt aan op een netwerk dat zowel door standaardinstellingen, als door ontwerp veilig is; verzoekt de lidstaten met klem om samen met de Commissie te bekijken hoe een hoog niveau van beveiliging tot stand kan worden gebracht, waaronder - in voorkomend geval - de introductie van een Europees cyberbeveiligingscertificaat;

13. wijst er opnieuw op dat concurrentie essentieel is in zo'n innovatieve sector; geeft aan dat concurrentie ervoor zorgt dat bedrijven elkaar daadwerkelijk beconcurreren met hulpbronnen die aan de vraag van de markt kunnen voldoen;

14. verzoekt de lidstaten volledig uitvoering te geven aan de richtlijn voor beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, en de Commissie goed toezicht uit te oefenen op deze fase, teneinde ervoor te zorgen dat de bepalingen van de richtlijn naar behoren worden gehandhaafd en Europeanen beter worden beschermd tegen externe veiligheidsdreigingen;

15. verzoekt de Commissie in de volgende gesprekken over een strategie voor de betrekkingen tussen de EU en China met de bovenvermelde verzoeken rekening te houden, teneinde te waarborgen dat de EU concurrerend blijft en haar digitale infrastructuur veilig te maken;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regering van de Volksrepubliek China, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 321 van 17.12.2018, blz. 36.

[2] PB L 194 van 19.7.2016, blz. 1.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0121.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0343.

[5] PB C 307 van 30.8.2018, blz. 144.

[6] PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.

[7] PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129.

Laatst bijgewerkt op: 8 maart 2019Juridische mededeling - Privacybeleid