Procedure : 2019/2612(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0176/2019

Ingediende teksten :

B8-0176/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.14

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0216

<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0176/2019</NoDocSe>
PDF 143kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de dringende noodzaak om een zwarte lijst van derde landen op te stellen in het kader van de antiwitwasrichtlijn </Titre>

<DocRef>(2019/2612(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Markus Ferber, Dariusz Rosati, Roberta Metsola, Emil Radev</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Pervenche Berès, Peter Simon, Birgit Sippel, Ana Gomes</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Petr Ježek, Nils Torvalds</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

<Depute>Judith Sargentini, Sven Giegold</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Matt Carthy, Martina Anderson, Lynn Boylan, Luke Ming Flanagan, Stelios Kouloglou, Kostadinka Kuneva, Patrick Le Hyaric, Liadh Ní Riada, Martin Schirdewan, Marie‑Christine Vergiat</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Laura Agea, Fabio Massimo Castaldo, Ignazio Corrao</Depute>

<Commission>{EFDD}namens de EFDD-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0176/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de dringende noodzaak om een zwarte lijst van derde landen op te stellen in het kader van de antiwitwasrichtlijn

(2019/2612(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de Gedelegeerde Verordening (EU) .../... van de Commissie van 13 februari 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad door de identificatie van derde landen met een hoog risico die strategische tekortkomingen vertonen,

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering (AML/CFT), tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (4e antiwitwasrichtlijn), en met name artikel 9, lid 2, en artikel 64, lid 5[1], en als gewijzigd bij Richtlijn 2018/843/EU van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van Richtlijn 2009/138/EG en Richtlijn 2013/36/EU (5e antiwitwasrichtlijn), met name artikel 1, lid 5[2].

 gezien de routekaart van de Commissie 'Naar een nieuwe methode voor de EU-beoordeling van derde landen met een hoog risico op grond van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering'[3],

 gezien het werkdocument van de Commissie van 22 juni 2018, over de 'Methode voor de identificatie van derde landen met een hoog risico op grond van Richtlijn (EU) 2015/849' (SWD(2018)0362), waarin o.a. derde landen van Prioriteit 1 en Prioriteit 2 worden gedefinieerd,

 gezien de brief d.d. 25 februari 2019 van de voorzitter van de Bijzondere Commissie financiële misdrijven, belastingontduiking en belastingontwijking (TAX3) aan Commissaris Jourova over de gedelegeerde handeling betreffende derde landen die in hun AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertonen,

 gezien de brief d.d. 5 maart 2019 van de voorzitter van TAX3 over het standpunt van de Raad over de lijst van de Commissie van derde landen die in hun AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertonen,

 gezien de gedachtewisseling die op 6 maart 2019 heeft plaatsgevonden tussen Commissaris Jourova en de Commissie economische en monetaire zaken (ECON) en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE),

 gezien Verklaring van de Raad 6964/1/19 over de Gedelegeerde Verordening (EU) van de Commissie van 13 februari 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad door de identificatie van derde landen met een hoog risico die strategische tekortkomingen vertonen (C(2019)1326),

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de gedelegeerde verordening, de bijlage daarbij en de gedelegeerde wijzigingsverordeningen ten doel hebben landen met een hoog risico te identificeren waarvan de regelgeving op het gebied van de bestrijding van witwassen van geld en terrorismefinanciering (AML/CTF) strategische tekortkomingen vertoont die een bedreiging vormen voor het financiële stelsel van de EU, en ter zake waarvan meldingsplichtige entiteiten in de EU overeenkomstig de 4e antiwitwasrichtlijn verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen moeten treffen;

B. overwegende dat een overeenkomstig artikel 9 van de 4e antiwitwasrichtlijn vastgestelde gedelegeerde handeling alleen in werking treedt indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken;

C. overwegende dat het Parlement twee van de vijf voorgestelde gedelegeerde wijzigingsverordeningen (C(2016)07495 en C(2017)01951) heeft verworpen omdat de procedure om derde landen met een hoog risico te identificeren niet voldoende onafhankelijk was;

D. overwegende dat het Parlement er een voorstander van is dat de Commissie een nieuwe methode vaststelt die niet afhankelijk is van externe informatiebronnen om jurisdicties te identificeren die strategische tekortkomingen vertonen om witwassen van geld of terrorismefinanciering tegen te gaan;

E. overwegende dat het doel van de lijst is de integriteit van het financiële stelsel en de interne markt van de Unie te beschermen; overwegende dat plaatsing op de lijst van derde landen met een hoog risico geen economische of diplomatieke sancties met zich meebrengt, maar meldingsplichtige entiteiten als banken, casino's en makelaars ertoe verplicht versterkte cliëntenonderzoeksmaatregelen te treffen inzake transacties met deze landen, en ervoor te zorgen dat het EU-financiële stelsel is toegerust om de risico's van witwassen en terrorismefinanciering van derde landen te voorkomen;

F. overwegende dat landen van de lijst kunnen worden geschrapt als zij de AML/CTF-tekortkomingen aanpakken;

G. overwegende dat de Commissie op 13 februari 2019 haar goedkeuring heeft gehecht aan haar gedelegeerde handeling, met inbegrip van een lijst van 23 landen en gebiedsdelen: Afghanistan, Amerikaans Samoa, Bahamas, Botswana, Democratische Volksrepubliek Korea, Ethiopië, Ghana, Guam, Iran, Irak, Libië, Nigeria, Panama, Pakistan, Puerto Rico, Samoa, Saudi Arabië, Sri Lanka, Syrië, Trinidad en Tobago, Tunesië, Amerikaanse Maagdeneilanden en Jemen;

H. overwegende dat de Raad in zijn verklaring heeft verklaard dat hij heeft besloten om niet in te stemmen met de gedelegeerde handeling omdat zij "niet tot stand is gekomen via een transparant en veerkrachtig proces dat de betrokken landen actief stimuleert om doortastende maatregelen te nemen, zonder afbreuk te doen aan hun recht om te worden gehoord";

I. overwegende dat de nieuwe methode uiteen is gezet in een werkdocument van de Commissie van 22 juni 2018, dat de herziene criteria voor de identificatie van derde landen met een hoog risico hanteert;

J. overwegende dat de Commissie op 23 januari 2019 is begonnen de derde landen die zijn vermeld in de gedelegeerde handeling te raadplegen en dat zij ontmoetingen heeft gehad met alle landen die verzocht hebben om aanvullende informatie over de reden waarom zij op de lijst zijn geplaatst;

K. overwegende dat de Raad de gedelegeerde handeling op 7 maart 2019 heeft verworpen in de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken;

1. is verheugd dat de Commissie op 13 februari 2019 een lijst heeft vastgesteld van derde landen "met strategische tekortkomingen in hun regelgevingskader ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering";

2. betreurt dat de Raad bezwaar heeft gemaakt tegen de door de Commissie voorgestelde gedelegeerde handeling;

3. moedigt de Commissie aan rekening te houden met alle geuite zorgen en zo spoedig mogelijk met een nieuwe gedelegeerde handeling te komen;

4. prijst het werk van de Commissie om een afzonderlijke lijst op te stellen aan de hand van strikte criteria waar de medewetgevers het over eens zijn geworden; benadrukt dat het van belang is dat de Unie een onafhankelijke lijst heeft van derde landen die in hun AML/CFT-regelgeving strategische tekortkomingen vertonen, en is verheugd over de nieuwe methode van de Commissie voor de identificatie van derde landen met een hoog risico op grond van de 4e en de 5e antiwitwasrichtlijn;

5. herinnert eraan dat artikel 9, lid 2, van Richtlijn (EU) 2015/849 als gewijzigd bij de 5e antiwitwasrichtlijn de Commissie ertoe verplicht strategische tekortkomingen op verschillende terreinen onafhankelijk te beoordelen;

6. is van mening dat om de integriteit van de lijst van derde landen met een hoog risico te waarborgen, de screening en het besluitvormingsproces alleen op basis van de methode moeten worden uitgevoerd, en dat overwegingen die de AML/CTF-tekortkomingen te buiten gaan geen rol mogen spelen;

7. merkt op dat lobbying en diplomatieke druk van de op de lijst geplaatste landen in aanmerking genomen zijn en zullen worden om landen als landen met een hoog risico te identificeren; benadrukt dat dergelijke druk het vermogen van de EU-instellingen om witwassen aan te pakken en terrorismefinanciering in samenhang met de EU op een effectieve en onafhankelijke wijze tegen te gaan, niet mag ondermijnen;

8. dringt er bij de Commissie op aan haar beoordelingen van de op de lijst geplaatste landen te publiceren zodat zij op zodanige wijze kunnen worden gecontroleerd dat er geen misbruik van kan worden gemaakt;

9. dringt er bij de Commissie op aan te zorgen voor een transparante procedure met duidelijke en concrete criteria voor landen die toezeggen hervormingen door te voeren om te voorkomen dat zij op de lijst worden geplaatst;

10. merkt op dat de beoordeling van de Russische Federatie nog steeds niet is afgerond; verwacht dat de Commissie de laatste 'Trojka Laundromat'-onthullingen in haar beoordeling zal opnemen; herinnert eraan dat de werkzaamheden van de ECON- LIBE- en TAX3-commissie in deze zittingsperiode bezorgdheid hebben gewekt over het kader voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering van de Russische Federatie;

11. dringt er bij de Commissie op aan om er samen met de lidstaten voor te zorgen dat de Raad zich de door de Commissie voorgestelde methode in sterkere mate eigen maakt;

12. dringt er bij de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan op aan de 4e en de 5e antiwitwasrichtlijn om te zetten in hun nationale wetgeving;

13. dringt er op aan meer personeel en financiële middelen te bestemmen voor de relevante eenheid van het bevoegde DG van de Commissie, d.w.z. het DG voor Justitie, Consumentenzaken en Gendergelijkheid (DG JUST);

14. dringt er bij de Commissie op aan om de beoordelingsfase van de derde landen van Prioriteit 2 aanzienlijk te versnellen;

15. herinnert eraan dat de EU-gedelegeerde handeling een afzonderlijk proces is dat losstaat van de FATF-lijst en een exclusieve EU-aangelegenheid moet blijven;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

[1] PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.

[2] PB L 156 van 19.6.2018, blz. 43.

[3] Zie: https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-11189-2017-INIT/en/pdf

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling - Privacybeleid