Procedure : 2019/2817(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0039/2019

Ingediende teksten :

B9-0039/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 7
CRE 18/09/2019 - 7

Stemmingen :

PV 18/09/2019 - 9.6
CRE 18/09/2019 - 9.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{12/09/2019}12.9.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0039/2019</NoDocSe>
PDF 132kWORD 51k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de terugtrekking van het VK uit de EU</Titre>

<DocRef>(2019/2817(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Gunnar Beck</Depute>

<Commission>{ID}namens de ID-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0039/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de terugtrekking van het VK uit de Europese Unie

(2019/2817(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het vrije en democratische besluit van het Britse volk van 23 juni 2016,

 gezien zijn resoluties van 5 april 2017 over onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk na de kennisgeving van het voornemen van dat land om zich uit de Europese Unie terug te trekken[1], en van 3 oktober 2017 over de stand van de onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk[2],

 gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 18 september 2019 over de terugtrekking van het VK uit de Europese Unie,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 23 juni 2016 51,8 % van de Britse kiezers (17,4 miljoen mensen) ervoor gestemd heeft om de Europese Unie te verlaten – bijna exact hetzelfde stemmenpercentage waarmee Ursula von der Leyen is verkozen tot voorzitter van de Commissie;

B. overwegende dat, krachtens het internationaal recht, alle financiële verplichtingen van het VK tegenover de EU – en vice versa – eindigen aan het eind van de kennisgevingsperiode als bedoeld in artikel 50 VEU, tenzij anders wordt overeengekomen;

C. overwegende dat het VK een van de grootste nettobijdragers aan de EU is, en dat het land nettobijdrager was in elk jaar van zijn lidmaatschap (behalve in 1975);

D. overwegende dat de EU een douane-unie met een gemeenschappelijk buitentarief is, en derhalve geen vrijhandelszone;

E. overwegende dat de EU een club is die voordelen wil verlenen aan zijn lidstaten, die niettemin het recht hebben om te vertrekken als zij vinden dat het lidmaatschap meer lasten oplevert dan voordelen;

F. overwegende dat het realiseren van een ordelijke terugtrekking niet alleen afhangt van de houding van het Verenigd Koninkrijk, maar ook van de goede wil van de EU en de actoren die namens de EU onderhandelen;

G. overwegende dat het door de EU aangeboden terugtrekkingsakkoord niet gesteund is door een parlementaire meerderheid in het Verenigd Koninkrijk en dus geen oplossing biedt voor de mogelijkheid van een niet-gereglementeerde terugtrekking;

1. herinnert eraan dat eerbiediging van de beginselen van democratie en nationale diversiteit behoort tot de fundamentele waarden van de EU-Verdragen;

2. herinnert de EU-instellingen en de lidstaten eraan deze beginselen niet te negeren en in plaats daarvan het door het Britse volk genomen democratische besluit te eerbiedigen;

3. steunt krachtig de idee om intergouvernementele samenwerking tussen alle Europese landen mogelijk te maken en te institutionaliseren – deze samenwerking heeft immers geleid tot de oprichting van de EU;

4. neemt kennis van het feit dat de EU-instellingen reeds lang de bevoegdheden van de Unie willen uitbreiden buiten de oorspronkelijke idee van een “Europa van de volkeren”, volgens de opvatting van Charles de Gaulle;

5. is van mening dat het subsidiariteitsbeginsel centraal staat in de idee van een “Europa van de volkeren” en dat het een absolute rem vormt voor te vergaande trends op het gebied van centralisatie en regulering; betreurt het feit dat het subsidiariteitsbeginsel is geschonden, ondermijnd en uitgehold door de Commissie en het Hof van Justitie van de Europese Unie; benadrukt het feit dat het subsidiariteitsbeginsel nieuw leven moet worden ingeblazen; vraagt dat bepaalde bevoegdheden worden teruggegeven aan de lidstaten;

6. is ingenomen met de levendige democratische tradities in sommige lidstaten, die een antwoord bieden op de betreurenswaardige trend van centralisatie;

7. is van mening dat het resultaat van het Britse referendum een legitieme keuze is van een lidstaat om zijn rug toe te keren aan een “steeds hechtere unie”;

8. is van mening dat het vertrek van het VK niet alleen voordelig is voor het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor alle andere lidstaten, aangezien het duidelijk maakt dat het EU-lidmaatschap niet onontkoombaar is, maar het resultaat van een democratische keuze die wordt genomen op nationaal niveau;

9. is van mening dat elke nieuwe regeling tussen het vertrekkende VK en de rest van de Europese Unie een wederkerig karakter moet hebben, aangezien elke andere oplossing zal leiden tot rancune en problemen in de toekomst;

10. betwijfelt of bij de opstelling van het terugtrekkingsakkoord gezorgd is voor wederkerigheid tussen de EU en het VK; benadrukt het feit dat de niet-ratificatie van het terugtrekkingsakkoord door het Lagerhuis en het onvermogen om een parlementaire meerderheid te vinden, een duidelijke aanwijzing zijn dat het akkoord de belangen van het Verenigd Koninkrijk niet voldoende weerspiegelt;

11. eerbiedigt daarom het door Boris Johnson uitgesproken voornemen om als laatste redmiddel de EU te verlaten zonder terugtrekkingsakkoord;

12. benadrukt het feit dat zowat elk wederzijds overeengekomen terugtrekkingsakkoord gunstiger zou zijn geweest voor de burgers, consumenten en ondernemingen in de EU;

13. wijst erop dat het feit dat de onderhandelingen niet hebben geleid tot een voor beide partijen aanvaardbaar terugtrekkingsakkoord, het economisch welzijn van miljoenen mensen in de EU in gevaar heeft gebracht; is daarom van mening dat de actoren die verantwoordelijk zijn voor de onderhandelingen over het terugtrekkingsakkoord, ter verantwoording moeten worden geroepen, als de partijen er niet in slagen een wederzijds aanvaardbaar terugtrekkingsakkoord te sluiten; roept op tot het onmiddellijk aftreden van Michel Barnier, die, als onderhandelaar voor de brexit van de EU, maandenlang schadelijke economische en politieke onzekerheid heeft veroorzaakt met zijn harde lijn en antagonistische onderhandelingstactiek;

14. blijft sceptisch over de voordelen als gevolg van een bijkomende verlenging;

15. onderstreept het feit dat uit de resultaten van het referendum duidelijk blijkt dat het Britse volk de EU wil verlaten; is van mening dat zelfs een “no deal”-scenario en een overgang naar de WTO-voorschriften voor de handelsbetrekkingen tussen de EU en het VK de voorkeur verdienen boven het negeren van de wil van de bevolking;

16. dringt erop aan dat de onderhandelingen over een toekomstige overeenkomst over de nieuwe vormen van vriendschappelijke samenwerking tussen de EU en het VK niet langer worden uitgesteld, zodat deze overeenkomst zo spoedig mogelijk in werking kan treden;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de nationale parlementen en de regering van het Verenigd Koninkrijk.

 

[1] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 24.

[2] PB C 346 van 27.9.2018, blz. 2.

Laatst bijgewerkt op: 13 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid