Procedure : 2019/2819(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0097/2019

Ingediende teksten :

B9-0097/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 17
CRE 18/09/2019 - 17

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.5
CRE 19/09/2019 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0021

<Date>{17/09/2019}17.9.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0097/2019</NoDocSe>
PDF 147kWORD 55k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de tachtigste verjaardag van het begin van de Tweede Wereldoorlog en het belang van een Europese herdenking voor de toekomst van Europa</Titre>

<DocRef>(2019/2819(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Andrius Kubilius, Rasa Juknevičienė, Željana Zovko, David McAllister, Antonio Tajani, Sandra Kalniete, Traian Băsescu, Radosław Sikorski, Andrzej Halicki, Andrey Kovatchev, Ewa Kopacz, Kinga Gál, Vangelis Meimarakis, Lukas Mandl, György Hölvényi, Alexander Alexandrov Yordanov, Andrea Bocskor, Inese Vaidere, Elżbieta Katarzyna Łukacijewska, Vladimír Bilčík, Ivan Štefanec</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0097/2019

B9‑0097/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de tachtigste verjaardag van het begin van de Tweede Wereldoorlog en het belang van een Europese herdenking voor de toekomst van Europa

(2019/2819(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de universele beginselen van de mensenrechten en de fundamentele beginselen van de Europese Unie als een gemeenschap gebaseerd op gedeelde waarden,

 gezien de Universele verklaring van de rechten van de mens, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948,

 gezien zijn resolutie van 12 mei 2005 over de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa[1],

 gezien Resolutie 1481 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 26 januari 2006 over de noodzaak van internationale veroordeling van de misdaden van totalitaire communistische regimes,

 gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht[2],

 gezien de Verklaring van Praag over het Europese geweten en het communisme, die op 3 juni 2008 werd aangenomen,

 gezien de op 23 september 2008 aangenomen verklaring van het Europees Parlement over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme[3],

 gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[4],

 gezien de conclusies van het verslag van de Commissie van 22 december 2010 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa (COM(2010)0783),

 gezien de conclusies van de Raad van 9 en 10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa,

 gezien de Verklaring van Warschau van 23 augustus 2011 ter gelegenheid van de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de vertegenwoordigers van de regeringen van acht EU-lidstaten van 23 augustus 2018 ter herdenking van de slachtoffers van het communisme,

 gezien de resoluties en verklaringen over de misdaden van totalitaire communistische regimes die door een aantal nationale parlementen zijn aangenomen,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het dit jaar, 2019, tachtig jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waarna een periode van niet eerder gezien menselijk lijden aanbrak en de decennialang durende bezetting van Europese landen werd ingeluid;

B. overwegende dat tachtig jaar geleden de communistische Sovjet-Unie en nazi-Duitsland op 23 augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag, bekend als het Molotov-Ribbentroppact, vergezeld van geheime protocollen, hebben ondertekend waarin Europa en het grondgebied van onafhankelijke landen door de twee totalitaire regimes werden opgedeeld in belangensferen, en zo de weg werd geëffend voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

C. overwegende dat het Molotov-Ribbentroppact en het daaropvolgende vriendschaps- en grensverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 28 september 1939 de rechtstreekse aanleiding zijn geweest voor de invasie van de Poolse Republiek, eerst door Hitler en twee weken later door Stalin, waardoor de Poolse onafhankelijkheid definitief verloren ging en de Poolse natie in een ongeziene tragedie werd gestort; overwegende dat als bijkomend gevolg de communistische Sovjet-Unie op 30 november 1939 een agressieve oorlog tegen Finland begon, in juni 1940 verschillende delen van Roemenië bezette en annexeerde (gebieden die nooit werden teruggegeven), en met geweld de onafhankelijke republieken Litouwen, Letland en Estland inlijfde;

D. overwegende dat de communistische Sovjet-Unie als bondgenoot en partner van nazi-Duitsland, economisch en politiek bijgedragen heeft aan de verovering door Hitler van West-Europa door Duitsland gedurende de eerste 22 maanden van de oorlog rugdekking te verschaffen, talrijke strategische goederen te leveren, waaronder olie en graan, en politieke steun te bieden door bijvoorbeeld van de Franse communisten te eisen zich niet te verzetten tegen een invasie van de nazi’s;

E. overwegende dat het strategische doel van de leiders in het Kremlin bestond uit het bevorderen van de communistische wereldrevolutie door een oorlog tussen nazi-Duitsland en de Westerse geallieerden uit te lokken waardoor beide zijden elkaar zodanig zouden verzwakken dat die landen rijp zouden worden voor sovjetisering – plannen die werden ontvouwd in een geheime toespraak van Stalin tot het Politburo op 19 augustus 1939;

F. overwegende dat de nederlaag van het naziregime en het einde van de Tweede Wereldoorlog voor sommige Europese landen een periode van naoorlogse heropbouw en verzoening inluidde, maar dat andere landen een halve eeuw lang bezet bleven door de Sovjet-Unie en in een communistische dictatuur terechtkwamen, en dat hen hierdoor de kans op vrijheid, soevereiniteit, waardigheid, mensenrechten en sociaal-economische ontwikkeling voor lange tijd werd ontnomen;

G. overwegende dat de misdaden van het naziregime werden berecht en bestraft tijdens de Processen van Neurenberg; overwegende dat er nog steeds een dringend noodzaak bestaat om volledig inzicht te krijgen in de misdaden van het stalinisme en communistische dictaturen en deze aan een morele en juridische beoordeling te onderwerpen;

H. overwegende dat in sommige EU-lidstaten bij wet het communistisch regime als “crimineel regime” en de communistische partij als “criminele organisatie” zijn bestempeld;

I. overwegende dat de uitbreiding van de EU in 2004, voor de Europese landen die onder het juk van de Sovjetbezetting en van communistische dictaturen gebukt zijn gegaan, een terugkeer betekende naar de Europese familie, waar ze thuishoren;

J. overwegende dat de herdenking van slachtoffers van totalitaire regimes en de erkenning en het bewustzijn van de gedeelde Europese erfenis van misdaden die zijn gepleegd door communistische, nazistische en andere dictaturen, van wezenlijk belang zijn voor de eenheid van Europa en haar volkeren, alsook om de EU weerbaar te maken tegen hedendaagse externe dreigingen;

K. overwegende dat het Europees Parlement op 13 januari 1983[5] in zijn historische resolutie over de situatie in Estland, Letland en Litouwen, als antwoord op het “Baltisch Appel” van 45 burgers van deze landen, de toen nog bestaande bezetting door de Sovjet-Unie van deze voorheen onafhankelijke en neutrale staten, die na het Molotov-Ribbentroppact in 1940 heeft plaatsgevonden, heeft veroordeeld;

L. overwegende dat er 30 jaar geleden, op 23 augustus 1989, naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van het Molotov-Ribbentroppact en de herdenking van de slachtoffers van totalitaire regimes, een demonstratie plaatsvond onder de naam “de Baltische Weg”, waarbij 2 miljoen Litouwers, Letten en Esten hand in hand gingen staan en een menselijke ketting vormden tussen hun drie naties, van Vilnius, door Riga, tot Tallinn;

1. benadrukt dat de Tweede Wereldoorlog, de meest verwoestende oorlog in de Europese geschiedenis, is begonnen als onmiddellijk gevolg van het beruchte niet-aanvalsverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939, ook bekend als het Molotov-Ribbentroppact en zijn geheime protocollen, waarbij twee totalitaire regimes met het oog op de verovering van de wereld, Europa in twee invloedssferen verdeelden;

2. herinnert eraan dat in de twintigste eeuw de nazi- en communistische regimes hebben geleid tot massamoorden, genocide, deportaties en verlies van mensenlevens, op een in de menselijke geschiedenis ongekende schaal; herinnert aan de weerzinwekkende misdaad die het naziregime heeft gepleegd, de Holocaust;

3. spreekt zijn grote eerbied uit voor ieder slachtoffer van deze totalitaire regimes en roept alle Europese instellingen en actoren op al het mogelijke te doen om de herdenking en de eerlijke berechting van weerzinwekkende totalitaire misdaden tegen de mensheid en systemisch grove mensenrechtenschendingen te waarborgen, en ervoor te zorgen dat dergelijke misdaden nooit meer plaatsvinden;

4. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de daden van agressie, misdaden tegen de mensheid en de grootschalige mensenrechtenschendingen door de totalitaire nazi- en communistische regimes;

5. verzoekt alle EU-lidstaten een duidelijke en principiële uitspraak te doen over de misdaden en daden van agressie van de totalitaire communistische regimes en het naziregime;

6. spreekt zijn zorg uit over de opkomst van extreemrechtse en extreemlinkse bewegingen in de EU-lidstaten;

7. verzoekt alle lidstaten 23 augustus uit te roepen tot de Europese Herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes, op zowel EU- als op regeringsniveau, en het besef bij de jongere generatie te vergroten, door de geschiedenis en de analyse van de gevolgen van totalitaire regimes aan de schoolprogramma’s en leerboeken van alle Europese scholen toe te voegen;

8. verzoekt de Commissie doeltreffende steun te verlenen aan projecten van herinnering en herdenking van de geschiedenis in de lidstaten en aan de activiteiten van het Platform van Europese herinnering en geweten, alsook adequate financiële middelen in het kader van het programma “Europa voor de burger” toe te wijzen aan ondersteuning van de nagedachtenis en herdenking van de slachtoffers van totalitarisme;

9. wijst erop dat de Oost- en Midden-Europese landen door hun toetreding tot de EU en de NAVO niet alleen zijn teruggekeerd naar de Europese familie van democratische landen, maar ook hebben blijk gegeven van ongekende succes, met de steun van de EU, bij de uitvoering van hervormingen en de bevordering van de sociaal-economische ontwikkeling; benadrukt evenwel dat het Europees project van vrede en integratie niet volledig zal zijn voordat alle Europese landen die de weg van Europese hervormingen hebben gekozen, zoals Oekraïne, Moldavië en Georgië, volledig lid zijn geworden van de EU;

10. is van mening dat het succes van Oekraïne, Georgië en Moldavië, dat alleen kan worden bereikt door middel van het proces van hun integratie in de EU, het krachtigste instrument zal zijn, als precedent, om positieve veranderingen in Rusland te bevorderen, die uiteindelijk Rusland in staat zouden kunnen stellen aan de tragische gevolgen van het Molotov-Ribbentroppact een einde te maken;

11. beklemtoont dat Rusland het grootste slachtoffer blijft van het communistische totalitarisme en dat zijn ontwikkeling tot een democratische staat zal worden belemmerd zolang de regering, de politieke elite en de politieke propaganda de communistische misdaden blijven goedpraten en het totalitaire regime van de Sovjet-Unie blijven verheerlijken; roept bijgevolg alle sectoren van de Russische samenleving op hun tragische verleden te verwerken;

12. is ernstig bezorgd over de inspanningen van het huidige leiderschap van Rusland die er op gericht zijn de historische feiten te verdraaien en misdaden van het totalitaire regime van de Sovjet-Unie goed te praten; beschouwt deze inspanningen als een gevaarlijk onderdeel van de informatieoorlog die tegen democratisch Europa gevoerd wordt en erop gericht is ons continent te verdelen; verzoekt daarom de Commissie deze handelingen resoluut te bestrijden;

13. wijst op het voortdurende gebruik van symbolen van het communistische totalitaire regime in de publieke ruimte en voor commerciële doeleinden en herinnert er daarbij aan dat een aantal Europese landen het gebruik van zowel nazistische als communistische symbolen hebben verboden;

14. merkt op dat de voortdurende aanwezigheid in sommige lidstaten van monumenten en gedenktekens in de publieke ruimte (parken, pleinen, straten enz.), die het leger van de Sovjet-Unie, dat in die landen de bezetter is geweest, verheerlijken, de voorwaarden creëert om de waarheid over de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog te verdraaien en het totalitaire politieke systeem te propageren;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

[1] PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 392.

[2] PB L 328 van 7.12.2013, blz. 55.

[3] PB C 8 E van 14.1.2010, blz. 57.

[4] PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.

[5] PB C 42 van 14.2.1983, blz. 77.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid