Procedure : 2019/2819(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0098/2019

Ingediende teksten :

B9-0098/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 17
CRE 18/09/2019 - 17

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.5
CRE 19/09/2019 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0021

<Date>{17/09/2019}17.9.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0098/2019</NoDocSe>
PDF 151kWORD 57k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de tachtigste verjaardag van het begin van de Tweede Wereldoorlog en het belang van Europese herdenking voor de toekomst van Europa </Titre>

<DocRef>(2019/2819(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Ryszard Antoni Legutko, Anna Fotyga, Tomasz Piotr Poręba, Dace Melbārde, Witold Jan Waszczykowski, Ryszard Czarnecki, Jadwiga Wiśniewska, Bogdan Rzońca, Anna Zalewska, Jacek Saryusz‑Wolski, Grzegorz Tobiszowski, Joanna Kopcińska, Elżbieta Rafalska, Joachim Stanisław Brudziński, Beata Szydło, Beata Mazurek, Andżelika Anna Możdżanowska, Beata Kempa, Patryk Jaki</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0097/2019

B9‑0098/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de tachtigste verjaardag van het begin van de Tweede Wereldoorlog en het belang van Europese herdenking voor de toekomst van Europa

(2019/2819(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien Resolutie 260 (III) A van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 9 december 1948 over genocide,

 gezien zijn resolutie van 12 mei 2005 over de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa op 8 mei 1945[1],

 gezien Resolutie 1481 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 25 januari 2006 over de noodzaak van internationale veroordeling van de misdaden van totalitaire communistische regimes,

 gezien de resoluties en verklaringen over de misdaden van totalitaire communistische regimes die door een aantal nationale parlementen zijn aangenomen,

 gezien zijn verklaring van 23 september 2008 over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme[2],

 gezien de Verklaring van Praag over het Europese geweten en het communisme, die op 3 juni 2008 werd aangenomen,

 gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[3],

 gezien de gezamenlijke verklaring van de vertegenwoordigers van de regeringen van de EU-lidstaten van 23 augustus 2018 ter herdenking van de slachtoffers van het communisme,

 gezien het verslag van de Commissie van 22 december 2010 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa (COM(2010)0783),

 gezien de conclusies van de Raad van 9 en 10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa,

 gezien de Verklaring van Warschau van 23 augustus 2011 ter gelegenheid van de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes,

 gezien de gezamenlijke verklaring van Estland, Letland, Litouwen, Polen en Roemenië naar aanleiding van de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact 80 jaar eerder,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland 80 jaar geleden, op 23 augustus 1939, een niet-aanvalsverdrag ondertekenden, bekend als het Molotov-Ribbentroppact, vergezeld van geheime protocollen, waarin Europa en het grondgebied van onafhankelijke landen door deze twee totalitaire regimes werden opgedeeld in belangensferen, en dat zo het pad werd geëffend voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

B. overwegende dat het dit jaar 80 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waarna een periode van menselijk lijden aanbrak op een schaal die ongezien was en de helft van Europa tientallen jaren tot ellende en bezetting werd veroordeeld;

C. overwegende dat het Molotov-Ribbentroppact en het daaropvolgende grens- en vriendschapsverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 28 september 1939 de rechtstreekse aanleiding zijn geweest voor de invasie van de Poolse Republiek – eerst door Hitler en twee weken later door Stalin, waardoor de Poolse onafhankelijkheid werd opgeheven en het Poolse volk in een ongeziene tragedie werd gestort – voor het begin op 30 november 1939 van een agressieve oorlog van de communistische Sovjet-Unie tegen Finland, voor de bezetting en annexatie door de Sovjet-Unie in juni 1940 van verschillende delen van Roemenië – gebieden die nooit werden teruggegeven – en voor de gedwongen annexatie door de Sovjet-Unie van de onafhankelijke republieken Litouwen, Letland en Estland;

D. overwegende dat het Molotov-Ribbentroppact een rechtstreekse schending vormde van een aantal internationale normen, verdragen en overeenkomsten, waaronder het Pact van Parijs van 1928, het niet-aanvalsverdrag tussen Polen en de USSR van 1932 en de niet-aanvalsverklaring tussen Polen en Duitsland van 1934, en dat de internationale vrede die door het Verdrag van Versailles tot stand was gebracht hierdoor gedoemd was te mislukken; overwegende dat de gevolgen van dit pact tussen twee van de meest wrede dictators in de moderne geschiedenis aantonen hoe belangrijk historische gebeurtenissen zijn voor de hedendaagse politiek;

E. overwegende dat het verlangen van het Westen om een berustende houding aan te nemen ten aanzien van totalitaire regimes erop neerkwam dat er besluiten werden genomen zonder de landen van Midden- en Oost-Europa te raadplegen – zoals het geval was in Locarno en München – hetgeen blijk geeft van de zwakheid van het Westen ten aanzien van deze regimes; overwegende dat hierdoor het pad werd geëffend voor het Molotov-Ribbentroppact, hetgeen op zijn beurt heeft geleid tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

F. overwegende dat nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie op politiek, economisch en militair vlak samenwerkten met het gemeenschappelijke doel Europa te veroveren en op te delen volgens invloedssferen, zoals bedoeld in het Molotov-Ribbentroppact;

G. overwegende dat de nederlaag van het naziregime en het einde van de Tweede Wereldoorlog voor een deel van de Europese landen een periode van naoorlogse heropbouw en een verzoeningsproces inluidde, maar dat andere Europese landen als rechtstreeks gevolg van het Verdrag van Jalta een halve eeuw lang bezet bleven door de Sovjet-Unie en in een communistische dictatuur terechtkwamen, en dat hen hierdoor de kans op vrijheid, soevereiniteit, waardigheid, mensenrechten en sociaal-economische ontwikkeling voor lange tijd werd ontnomen;

H. overwegende dat de misdaden van het naziregime werden beoordeeld en bestraft tijdens de Processen van Neurenberg, maar dat het nog steeds dringend noodzakelijk is een volledig inzicht te krijgen in de misdaden van communistische dictaturen en deze te onderwerpen aan een morele en juridische beoordeling; overwegende dat de op een in de geschiedenis ongeziene schaal door nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie gepleegde misdaden ten aanzien van miljoenen mensen, waardoor velen werden onderworpen en beroofd van hun onvervreemdbare grondrechten, kunnen worden beschouwd als oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid;

I. overwegende dat Europa zijn eigen geschiedenis niet mag vergeten; overwegende dat er voor moet worden gezorgd dat we een volledig inzicht krijgen in de geschiedenis van Europa, en dat dit van cruciaal belang is om de opkomst van regimes die naar totalitarisme neigen te voorkomen;

J. overwegende dat de ideologieën van de communisten en de nazi’s in sommige lidstaten bij wet verboden zijn;

K. overwegende dat de internationale gemeenschap een gezamenlijke vuist moet maken tegen totalitarisme;

L. overwegende dat de uitbreiding van de NAVO na 1999 en van de EU sinds 2004 voor de Europese landen die onder het juk van de Sovjetbezetting en van communistische dictaturen gebukt zijn gegaan een terugkeer betekent naar de familie van Westerse democratische landen waar ze thuishoren;

M. overwegende dat de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw hoofdzakelijk wordt geschreven en voorgesteld vanuit een Westers perspectief, en dat bepaalde historische gebeurtenissen en de daarmee samenhangende ervaringen van inwoners van Oost-Europa hierdoor onderbelicht blijven;

N. overwegende dat onwetendheid en onbewuste vooroordelen in het historisch bewustzijn van Europeanen ruimte kunnen creëren voor extremisme, zowel aan uiterst rechtse als uiterst linkse zijde; overwegende dat er doeltreffend moet worden opgetreden tegen geschiedenisvervalsing;

O. overwegende dat de herdenking van slachtoffers van totalitaire regimes en de erkenning en het bewustzijn van de gedeelde Europese erfenis van misdaden die zijn gepleegd door communistische, nazistische en andere dictaturen, van wezenlijk belang zijn voor de eenheid van Europa en zijn volkeren, alsook om Europa weerbaar te maken tegen hedendaagse externe dreigingen;

P. overwegende dat het tevens van het allergrootste belang is de levende getuigenissen en standvastige houding te huldigen van de vele mensen die zich tegen deze onderdrukking hebben verzet, zoals ritmeester Witold Pilecki, die actief de strijd aanbond met beide totalitaire regimes, zich vrijwillig liet gevangennemen in het nazi-Duitse vernietigingskamp van Auschwitz en later in 1948 door de Sovjets werd geëxecuteerd;

Q. overwegende dat het Europees Parlement in zijn op 13 januari 1983 in reactie op het “Baltisch Appel” van 45 onderdanen van deze landen aangenomen historische resolutie over de situatie in Estland, Letland en Litouwen[4], zijn veroordeling uitspreekt over het feit dat deze voorheen onafhankelijke en neutrale staten na de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact in 1940 onder de bezetting van de Sovjet-Unie terechtkwamen en pas vele jaren later werden bevrijd;

R. overwegende dat er 30 jaar geleden, op 23 augustus 1989, naar aanleiding van de 50e verjaardag van het Molotov-Ribbentroppact en de herdenking van de slachtoffers van totalitaire regimes, een ongeziene demonstratie plaatsvond onder de naam “de Baltische Weg”, waarbij 2 miljoen Litouwers, Letten en Esten hand in hand gingen staan om een menselijke ketting te vormen van Vilnius, door Riga, tot Tallinn;

S. overwegende dat het Congres van Volksafgevaardigden van de USSR de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact en andere overeenkomsten met nazi-Duitsland op 24 december 1989 heeft veroordeeld, terwijl de Russische autoriteiten in augustus 2019 hebben ontkend verantwoordelijk te zijn voor dit pact en momenteel de visie naar voren schuiven dat Polen, de Baltische staten en het Westen de eigenlijke aanstokers van de Tweede Wereldoorlog waren;

T. overwegende dat de Russische regering momenteel niet alleen is gestopt haar veroordeling uit te spreken over de ondertekening van het Molotov-Ribbentroppact, maar het pact nu rehabiliteert als een manier om de natie te verdedigen tegen agressoren en zo bij uitbreiding de geschiedenis herschrijft en de daders van de hiermee verband houdende misdrijven vrijpleit;

U. overwegende dat het in Rusland gemeengoed is geworden in de officiële retoriek verantwoordelijkheid van zich af te schuiven en de schuld voor vijandelijkheden bij het Westen te leggen, waardoor het land een betrouwbare basis van propaganda aanlegt dat het kan aanspreken om te rechtvaardigen waarom Rusland het internationaal recht naast zich neerlegt en zich agressief blijft opstellen ten aanzien van oostelijke partnerlanden;

1. benadrukt dat de Tweede Wereldoorlog, de meest verwoestende oorlog in de Europese geschiedenis, is veroorzaakt door het beruchte niet-aanvalsverdrag tussen de nazi’s en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939, ook bekend als het Molotov-Ribbentroppact en zijn geheime protocollen, waarbij twee totalitaire regimes met het oog op de verovering van de wereld afspraken Europa in twee invloedssferen op te delen;

2. herinnert eraan dat de regimes van de nazi’s en de communisten massamoorden, genocide en deportaties hebben uitgevoerd en een ongezien verlies van levens en vrijheid hebben veroorzaakt, en wijst op de weerzinwekkende misdaad van de Holocaust die het naziregime heeft gepleegd;

3. betreurt dat genocides als de Holocaust, zware misdrijven tegen de menselijkheid en grootschalige mensenrechtenschendingen als de massale deportaties uit de Baltische staten, Polen en andere landen, massa-executies als het bloedbad van Katyń onder Poolse officieren en de massamoord op Letse legerofficieren in Litene, de oprichting en exploitatie van concentratiekampen en de goelag, de door de mens veroorzaakte hongersnood in Oekraïne, de beroving van de grondrechten van het recht op vrijheid van meningsuiting en bewegingsvrijheid, en de vele andere misdrijven die onder het totalitaire communisme zijn gepleegd, nooit naar behoren zijn onderzocht of internationaal zijn beoordeeld;

4. spreekt zijn grote eerbied uit voor elk slachtoffer van deze totalitaire regimes en roept alle EU-instellingen en -actoren op alles in het werk te stellen om te waarborgen dat de weerzinwekkende totalitaire misdrijven tegen de menselijkheid en systemische grove mensenrechtenschendingen niet worden vergeten en voor het gerecht worden gebracht, alsook ervoor te zorgen dat dergelijke misdrijven zich nooit meer zullen herhalen en dat het leed en onrecht dat door de slachtoffers wordt ervaren nooit wordt vergeten;

5. is van mening dat de herdenking van gruweldaden uit het verleden ons de kennis en kracht geeft om weerstand te bieden tegen diegenen die deze ideologieën nieuw leven trachten in te blazen en diegenen die deze ideologische groeperingen trachten vrij te pleiten van hun misdrijven en schuld; is ervan overtuigd dat de herdenking van slachtoffers ons ertoe dwingt te streven naar historische gerechtigheid door de totalitaire erfenis van het Europese continent te blijven onderzoeken en het bewustzijn hierover aan te wakkeren;

6. roept de regeringen van alle Europese landen ertoe op te voorzien in zowel morele als materiële steun voor het lopende historisch onderzoek naar totalitaire regimes, aangezien we alleen door eensgezind te handelen een doeltreffender antwoord kunnen bieden op desinformatiecampagnes en pogingen tot manipulatie van historische feiten;

7. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de daden van agressie, misdaden tegen de menselijkheid en grootschalige mensenrechtenschendingen door de totalitaire nazistische en communistische regimes;

8. spreekt zijn bezorgdheid uit over de opkomst van extreemrechtse en extreemlinkse bewegingen in de EU-lidstaten;

9. herinnert alle lidstaten eraan 23 augustus te vieren als de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme op zowel EU- als nationaal niveau, en verzoekt het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten bij de jongere generatie door de geschiedenis en bestudering van de gevolgen van totalitaire regimes op te nemen in de curricula en handboeken van alle scholen in de EU;

10. roept er tevens toe op 25 mei (de dag waarop de Auschwitz-held ritmeester Witold Pilecki werd geëxecuteerd) uit te roepen tot Internationale Dag van helden in de strijd tegen totalitarisme, als blijk van respect voor en om hulde te brengen aan al diegenen die heldhaftigheid en een ware liefde voor de mensheid hebben getoond door zich te verzetten tegen tirannie, alsook om toekomstige generaties een duidelijk voorbeeld te geven van de juiste houding in het geval ze in aanraking komen met de dreiging van totalitaire onderwerping;

11. verzoekt de Commissie doeltreffende steun te verlenen aan projecten in verband met herinnering en herdenking van de geschiedenis in de lidstaten en aan de activiteiten van het Platform Europese nagedachtenis en Europees geweten, alsook adequate financiële middelen in het kader van het programma “Europa voor de burger” toe te wijzen aan ondersteuning van de nagedachtenis en herdenking van de slachtoffers van totalitarisme; benadrukt dat toekomstige generaties toegang moeten hebben tot feitelijk onderwijsmateriaal waarin bijzondere aandacht wordt besteed aan de vreselijke gevolgen van een passieve houding in het geval van ernstige schendingen van internationale wetten en normen;

12. wijst erop dat de Oost- en Midden-Europese landen door hun toetreding tot de EU en de NAVO weliswaar zijn teruggekeerd in de Europese familie van vrije democratische landen, maar dat het Europees project van vrede en integratie niet volledig zal zijn totdat alle Europese landen die de weg van Europese hervormingen hebben gekozen, zoals Oekraïne, Moldavië en Georgië, volwaardige leden van de EU worden; wijst erop dat Europa dan pas compleet, vrij, verenigd en in vrede zal zijn;

13. is ernstig bezorgd over de pogingen van de huidige leiders in Rusland om historische feiten te verdraaien en misdaden van het totalitaire regime van de Sovjet-Unie goed te praten, en beschouwt deze als een gevaarlijk onderdeel van de informatieoorlog die tegen democratisch Europa wordt gevoerd en erop gericht is Europa te verdelen; verzoekt de Commissie daarom deze pogingen resoluut tegen te gaan;

14. wijst erop dat symbolen van het Sovjetregime nog steeds worden gebruikt in de publieke ruimte en voor commerciële doeleinden en herinnert eraan dat een aantal Europese landen het gebruik van zowel nazistische als communistische symbolen hebben verboden;

15. wijst erop dat de misdrijven die door het totalitaire communistische regime van de USSR zijn gepleegd niet mogen worden vergeven of vrijgepleit vanwege de bijdrage aan de nederlaag van het naziregime; benadrukt tegelijkertijd dat het onaanvaardbaar is dat de Russische Federatie wetgeving vaststelt waarmee iedereen die vanuit een nieuw perspectief onderzoek probeert te voeren naar de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog een straf kan worden opgelegd;

16. merkt op dat de voortdurende aanwezigheid in sommige lidstaten van monumenten en gedenktekens in de publieke ruimte (parken, pleinen, straten enz.) ter verheerlijking van het Sovjetleger – de voormalige bezettingsmacht in die landen – de voorwaarden creëert om historische feiten over de oorzaken, het verloop en de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog te verdraaien;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Russische Doema en de parlementen van de landen van het Oostelijk Partnerschap.

 

[1] PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 392.

[2] PB C 8 E van 14.1.2010, blz. 57.

[3] PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.

[4] PB C 42 van 14.2.1983, blz. 77.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid