Procedure : 2019/2828(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0105/2019

Ingediende teksten :

B9-0105/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0029

<Date>{01/10/2019}1.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0105/2019</NoDocSe>
PDF 187kWORD 62k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 112, leden 2 en 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad</Titre>

<DocRef>(D062417/04 – 2019/2828(RSP))</DocRef>


<Commission>{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid</Commission>

Bevoegde leden: <Depute>Tilly Metz

Günther Sidl, Anja Hazekamp, Eleonora Evi, Sirpa Pietikäinen</Depute>


B9‑0105/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(D062417/04 – 2019/2828(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D062417/04),

 gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders[1], en met name artikel 11, lid 3, en artikel 23, lid 3,

 gezien de stemming op 11 juni 2019 van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, waarbij geen advies is geformuleerd, en gezien de stemming op 12 juli 2019 van het comité van beroep, dat evenmin een advies heeft opgeleverd,

 gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[2],

 gezien het advies dat op 29 november 2018 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 14 januari 2019 werd gepubliceerd[3],

 gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (gmo’s)[4],

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

 gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij Beschikking 2008/730/EG[5] van de Commissie een vergunning werd verleend voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (hierna: “sojabonen A2704-12”); overwegende dat de vergunning ook betrekking heeft op het in de handel brengen van andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit sojabonen A2704-12, voor dezelfde gebruiksdoeleinden als andere sojabonen, met uitzondering van de teelt;

B. overwegende dat de vergunninghouder, Bayer CropScience AG, op 29 augustus 2017 bij de Commissie een aanvraag heeft ingediend tot verlenging van die vergunning overeenkomstig artikel 11 en 23 van Verordening (EG) Nr. 1829/2003;

C. overwegende dat de EFSA op 29 november 2018 een positief advies heeft goedgekeurd met betrekking tot de aanvraag tot verlenging, en dat dit advies op 14 januari 2019 is gepubliceerd[6];

D. overwegende dat de sojabonen A2704-12 zijn ontwikkeld om deze tolerant te maken voor herbiciden op basis van glufosinaat-ammonium; overwegende dat de tolerantie voor deze herbiciden tot stand komt door de expressie van het PAT(fosfinotricine-acetyltransferase)-eiwit[7];

Complementaire herbiciden

E. overwegende dat uit een aantal studies blijkt dat herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen ervoor zorgen dat grotere hoeveelheden van deze herbiciden worden gebruikt[8]; overwegende dat er dan ook van moet worden uitgegaan dat de geteelde sojabonen A2704-12 aan hogere en ook herhaaldelijke doses glufosinaat zullen worden blootgesteld, waardoor er mogelijk meer residuen zullen achterblijven in de oogst;

F. overwegende dat de lidstaten overeenkomstig het meest recente gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie (voor 2020, 2021 en 2022)[9] bij de invoer van sojabonen geen verplichte metingen naar glufosinaatresiduen hoeven uit te voeren; overwegende dat niet kan worden uitgesloten dat sojabonen A2704-12 en levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met deze sojabonen, de maximumresidugehalten (MRL) overschrijden die door de Unie zijn vastgesteld om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen;

G. overwegende dat glufosinaat is ingedeeld als toxisch voor de voortplanting (Europees Agentschap voor chemische stoffen, categorie 1B) en derhalve onder de uitsluitingscriteria valt van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad[10]; overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat voor gebruik in de Unie op 31 juli 2018 is verstreken[11];

H. overwegende dat de genetische modificatie zelf bepalend kan zijn voor de manier waarop complementaire herbiciden bij genetisch gemodificeerde gewassen door de plant worden afgebroken en voor de samenstelling en dus de toxiciteit van de afbraakproducten (metabolieten)[12];

I. overwegende dat residuen van herbiciden en hun metabolieten in genetisch gemodificeerde gewassen worden beschouwd als een kwestie die niet binnen de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen valt;

Opmerkingen van de lidstaten

J. overwegende dat de lidstaten gedurende de raadplegingsperiode van drie maanden tal van kritische opmerkingen hebben ingediend bij de EFSA[13]; overwegende dat de meest kritische opmerkingen betrekking hebben op de onmogelijkheid om de risico’s in verband met het gebruik van de sojabonen A2704-12 in levensmiddelen en diervoeders op afdoende wijze te beoordelen, aangezien er onvoldoende en te weinig gevarieerde veldstudies zijn over glufosinaatresiduen en er helemaal geen studies zijn verricht naar chronische of subchronische toxiciteit; overwegende dat verschillende lidstaten van mening zijn dat het monitoringplan voor de milieueffecten noch in overeenstemming is met Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad[14] en de bijbehorende richtsnoeren, noch met de EFSA-richtsnoeren inzake milieumonitoring na het in de handel brengen (2011); overwegende dat verschillende lidstaten aangeven bezorgd te zijn over de effecten van de teelt van de sojabonen A2704-12 op de biodiversiteit en de volksgezondheid in de producerende en exporterende landen;

K. overwegende dat in een onafhankelijke studie wordt geconcludeerd dat de risicobeoordeling van de EFSA onaanvaardbaar is in haar huidige vorm[15], aangezien er geen kennislacunes en -onzekerheden worden geïdentificeerd en wordt nagelaten een beoordeling uit te voeren van de algehele veiligheid en de eventuele toxiciteit van de sojabonen A2704-12; overwegende dat in de studie wordt geconcludeerd dat de EFSA geen rekening houdt met de wijzigingen die zich hebben voorgedaan in de periode van 10 jaar sinds de oorspronkelijke goedkeuring van de sojabonen A2704-12 met betrekking tot de agronomische omstandigheden waaronder de herbicideresistente sojabonen worden geteeld, zoals de toenemende problemen met herbicideresistent onkruid, die het gebruik van een steeds grotere hoeveelheid herbiciden noodzakelijk maken;

Nakomen van de internationale verplichtingen van de Unie

L. overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en wordt vereist dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit alle desbetreffende bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking neemt; overwegende dat deze ter zake dienende factoren onder meer de verplichtingen van de Unie in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN, het Akkoord van Parijs inzake klimaatverandering en het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit (CBD) moeten omvatten;

M. overwegende dat de speciale rapporteur van de VN voor het recht op voedsel van mening is dat, met name in ontwikkelingslanden, gevaarlijke pesticiden catastrofale gevolgen hebben voor de volksgezondheid en kunnen leiden tot schendingen van de mensenrechten van boeren en werknemers in de landbouwsector, gemeenschappen die in de buurt van landbouwgrond wonen, inheemse gemeenschappen, zwangere vrouwen en kinderen[16]; overwegende dat SDG 3.9 inhoudt dat in 2030 het aantal doden en ziektegevallen ten gevolge van gevaarlijke chemische stoffen en lucht-, water- en bodemverontreinging wezenlijk verminderd moet zijn[17];

N. overwegende dat ontbossing een belangrijke oorzaak is van de achteruitgang van de biodiversiteit; overwegende dat emissies van landgebruik en verandering van landgebruik, vooral ten gevolge van ontbossing, de op één na grootste oorzaak van klimaatverandering zijn, na de verbranding van fossiele brandstoffen[18]; overwegende dat het Akkoord van Parijs en het Algemeen strategisch plan voor biodiversiteit in de periode 2011-2020, met inbegrip van de Aichi biodiversiteitsdoelen, die zijn vastgesteld in het kader van het VN-verdrag inzake biologische diversiteit, duurzame inspanningen op het gebied van bosbeheer, bescherming en herstel bevorderen[19];

O. overwegende dat SDG 15 gericht is op het stopzetten van ontbossing tegen 2020[20]; overwegende dat bossen een multifunctionele rol spelen voor het verwezenlijken van de meeste SDG’s[21];

P. overwegende dat de productie van soja een belangrijke aanjager is van ontbossing in de bossen van de Amazone, Cerrado en Gran Chaco in Zuid-Amerika; overwegende dat van de in Brazilië en Argentinië geteelde soja respectievelijk 97 % en 100 % genetisch gemodificeerde soja is[22]; overwegende dat de sojabonen A2704-12 goedgekeurd zijn voor de teelt in onder meer Brazilië en Argentinië[23];

Q. overwegende dat de Europese Unie ‘s werelds tweede importeur van soja is en dat het grootste deel van de naar de Unie geïmporteerde soja bestemd is voor diervoeders; overwegende dat uit een analyse van de Commissie is gebleken dat soja van oudsher de grootste bijdrage levert aan de door de Unie veroorzaakte wereldwijde ontbossing en de daarmee samenhangende emissies, en bijna de helft van de ontbossing, veroorzaakt door import naar de Unie, voor zijn rekening neemt[24];

R. overwegende dat negen genetisch gemodificeerde sojabonen die in Brazilië mogen worden geteeld, reeds zijn toegelaten voor invoer als levensmiddel en diervoeder in de Unie; daarnaast overwegende dat de vergunningverleningsprocedure voor de invoer in de Unie van drie genetisch gemodificeerde sojabonen die in Brazilië mogen worden geteeld, met inbegrip van soja A2704-12, voor levensmiddelen en diervoeders nog lopende is[25];

S. overwegende dat bij een recente pan-Europese enquête is gebleken dat bijna 90 % van de respondenten van mening is dat er nieuwe wetgeving moet komen om ervoor te zorgen dat producten die in de Unie worden verkocht niet bijdragen tot de wereldwijde ontbossing[26];

Ondemocratisch proces

T. overwegende dat zowel het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 (stemming van 11 juni 2019) als het comité van beroep (stemming van 12 juli 2019) geen advies hebben uitgebracht, hetgeen betekent dat geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning;

U. overwegende dat de Commissie zowel in haar toelichting bij het wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden dat zij op 22 april 2015 heeft gepresenteerd, als in haar toelichting bij het wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 dat zij op 14 februari 2017 heeft gepresenteerd, heeft aangegeven het te betreuren dat zij sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vergunningsbesluiten heeft vastgesteld zonder daarbij gesteund te worden door het advies van het comité van de lidstaten, en dat de terugzending van het dossier aan de Commissie voor een definitieve beslissing, wat zeer ongebruikelijk is voor de procedure in het algemeen, de norm is geworden voor de besluitvorming rond het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat de voorzitter van de Commissie meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van die werkwijze[27];

V. overwegende dat het Parlement gedurende zijn achtste zittingsperiode 33 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders, en drie resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de teelt van ggo’s in de EU; overwegende dat er voor geen van deze ggo’s een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning; overwegende dat de Commissie de democratische tekortkomingen weliswaar heeft erkend, maar ondanks de bezwaren van het Parlement en het gebrek aan steun van de lidstaten vergunningen blijft verlenen voor ggo’s, hoewel zij daartoe niet wettelijk verplicht is;

1. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, doordat het niet verenigbaar is met een van de doelen van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad[28] zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3. verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4. herhaalt zich te willen inzetten om vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011; vraagt de Raad dringend werk te maken van zijn behandeling van dit voorstel van de Commissie;

5. verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor ggo’s op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

6. verzoekt de Commissie voorstellen voor ggo-vergunningen in te trekken als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt, zowel voor gebruik bij de teelt als voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

7. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen zonder dat er een volledige beoordeling is verricht van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden, van metabolieten en commerciële toepassingen in de landen waar ze worden geteeld;

8. verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en de residuen daarvan volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer in de Unie voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

9. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor de invoer voor gebruik als levensmiddel of als diervoeder van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerant zijn gemaakt voor een herbicide dat niet is toegestaan voor gebruik binnen de Unie, in dit geval glufosinaat;

10. herinnert eraan dat de SDG’s alleen kunnen worden bereikt als toeleveringsketens duurzaam worden en synergieën worden gecreëerd tussen het beleid[29];

11. herhaalt ernstig bezorgd te zijn over het feit dat de grote afhankelijkheid van de Unie van de invoer van diervoeder in de vorm van sojabonen ontbossing in derde landen veroorzaakt[30];

12. verzoekt de Commissie de invoer van genetisch gemodificeerde sojabonen niet toe te staan, tenzij kan worden aangetoond dat de teelt ervan niet heeft bijgedragen tot ontbossing;

13. dringt er bij de Commissie op aan al haar huidige vergunningen voor genetisch gemodificeerde soja te herzien in het licht van de internationale verplichtingen van de Unie, onder meer in het kader van de Overeenkomst van Parijs, het Biodiversiteitsverdrag en de SDG’s;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

[2] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[3] Scientific opinion on the Assessment of genetically modified soybean A2704-12 for renewal of authorisation under Regulation (EC) No 1829/2003 (application EFSA-GMO-RX-009), EFSA Journal 2019;17(1):5523, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2019.5523

[4] Tijdens de 8e zittingsperiode nam het Parlement 36 resoluties aan waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen.

[5] Beschikking 2008/730/EG van de Commissie van 8 september 2008 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 (ACS-GMØØ5-3) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 247 van 16.9.2008, blz. 50).

[6] EFSA Journal 2019; 17(1):5523.

[7] Opinion of the Scientific Panel on genetically modified organisms (GMO) on an application (Reference EFSA-GMO-NL-2005-18) for the placing on the market of the glufosinate tolerant soybean A2704-12, for food and feed uses, import and processing under Regulation (EC) No 1829/2003 from Bayer CropScience, EFSA Journal (2007)524, p. 1. https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/epdf/10.2903/j.efsa.2007.524

[8] Zie bijvoorbeeld Bonny S, Genetically Modified Herbicide-Tolerant Crops, Weeds, and Herbicides: Overview and Impact, Environmental Management, January 2016;57(1):31-48, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26296738 en Charles M Benbrook, Impacts of genetically engineered crops on pesticide use in the U.S. – the first sixteen years, Environmental Sciences Europe; volume 24, Article number: 24 (2012), https://enveurope.springeropen.com/articles/10.1186/2190-4715-24-24.

[9] Uitvoeringsverordening (EU) 2019/533 van de Commissie van 28 maart 2019 inzake een in 2020, 2021 en 2022 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (PB L 88 van 29.3.2019, blz. 28).

[10] Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

[12] Dit is volgens de EFSA bijvoorbeeld het geval wanneer glyfosaat als complementair herbicide wordt gebruikt: Evaluatie door de EFSA van de bestaande maximumresidugehalten voor glyfosaat overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005 van 17 mei 2018, blz. 12, https://www.efsa.europa.eu/fr/efsajournal/pub/5263

[14] Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).

[15] Commentaar van Testbiotech op de beoordeling van EFSA van de genetisch gemodificeerde sojabonen A2704-12 met het oog op verlenging https://www.testbiotech.org/en/content/testbiotech-comment-soybean-a2704-12-renewal

[18] Mededeling van de Commissie van 23 juli 2019 aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s getiteld “Bescherming en herstel van bossen wereldwijd: de actie van de EU opvoeren” - (COM(2019)0352), blz. 1.

[19] Idem, blz. 2.

[21] COM(2019) 0352, blz. 2.

[22] International Service for the Acquisition of Agri-biotech Applications (2017) “Global status of commercialized biotech/GM crops in 2017” ISAAA Brief No. 53, blz. 16 en blz. 21. http://www.isaaa.org/resources/publications/briefs/53/download/isaaa-brief-53-2017.pdf

[24] Technisch verslag van de Commissie 2013 - 063 getiteld “The impact of EU consumption on deforestation: Comprehensive analysis of the impact of EU consumption on deforestation”, blz. 23-24, http://ec.europa.eu/environment/forests/pdf/1.%20Report%20analysis%20of%20impact.pdf: Tussen 1990 en 2008 hebben de door de Unie geïmporteerde plantaardige en dierlijke producten 90 000 km2 aan ontbossing veroorzaakt. Geteelde producten veroorzaakten hiervan 74 000 km2 (82 %), en dan voornamelijk oliehoudende gewassen (52 000 km2). Sojabonen en sojaschroot waren goed voor 82 % hiervan (42 600 km2), wat overeenkomt met 47 % van de totale door invoer naar de Unie veroorzaakte ontbossing.

[27] Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire vergadering van het Europees Parlement, over de politieke beleidslijnen van de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014) of in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).

[28] Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1).

[29] Resolutie van het Europees Parlement van 11 september 2018 over transparant en verantwoord beheer van natuurlijke hulpbronnen in ontwikkelingslanden: bossen (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0333), paragraaf 67.

[30] Idem.

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid