Procedure : 2019/2854(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0122/2019

Ingediende teksten :

B9-0122/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.6
CRE 24/10/2019 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0047

<Date>{21/10/2019}21.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0122/2019</NoDocSe>
PDF 145kWORD 49k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de negatieve gevolgen van het faillissement van reisorganisatie Thomas Cook voor het EU-toerisme</Titre>

<DocRef>(2019/2854(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Carlo Fidanza, Jorge Buxadé Villalba, Angel Dzhambazki</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0118/2019

B9‑0122/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de negatieve gevolgen van het faillissement van reisorganisatie Thomas Cook voor het EU-toerisme

(2019/2854(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 6, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien artikel 195 van het VWEU,

 gezien Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91[1],

 gezien de mededeling van de Commissie "Een agenda voor een duurzaam en concurrerend Europees toerisme" (COM(2007)0621),

 gezien de mededeling van de Commissie "Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" (COM(2010) 0352),

 gezien Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad[2],

 gezien Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad[3],

 gezien zijn resolutie van 29 maart 2012 over de werking en toepassing van verworven rechten van luchtreizigers[4],

 gezien de mededeling van de Commissie van 18 maart 2013 inzake passagiersbescherming in geval van insolventie van luchtvaartmaatschappijen (COM(2013)0129),

 gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020), en tot intrekking van Verordening (EG) 1927/2006 (‘EFG-verordening’)[5],

 gezien de mededeling van de Commissie van 20 februari 2014 getiteld "Een Europese strategie voor meer groei en werkgelegenheid in kust- en maritiem toerisme" (COM(2014) 0086),

 gezien zijn standpunt, ingenomen op 5 februari 2014 in eerste lezing, over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en van Verordening (EG) nr. 2027/97 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders voor het luchtvervoer van passagiers en hun bagage[6],

 gezien zijn resolutie van 29 oktober 2015 over nieuwe uitdagingen en concepten voor de bevordering van toerisme in Europa[7],

 gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord[8],

 gezien de Conclusies van de Raad van 27 mei 2019 over het concurrentievermogen van de toeristische sector als motor voor duurzame groei, banen en sociale cohesie in de EU voor het volgende decennium,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het faillissement van Thomas Cook, een van ‘s werelds oudste touroperators, een negatief effect heeft op de economie, de interne markt en de werkgelegenheid in de gehele EU;

B. overwegende dat het toerisme zo’n 4 % van het bbp van de Unie voor zijn rekening neemt en meer dan 10 % van het bbp indien alle aanverwante sectoren in aanmerking worden genomen; overwegende dat de toeristische sector tevens een essentiële motor voor werkgelegenheid is met bijna 12 miljoen werknemers en ten minste 5 % van de totale werkgelegenheid (meer dan 27 miljoen werknemers en bijna 12 % van de totale werkgelegenheid wanneer de aanverwante sectoren wordt meegerekend), alsmede 20 % van de banen van jongeren onder de 25 jaar;

C. overwegende dat de toeristische sector een grote diversiteit aan diensten en beroepen omvat en door de persoonlijke aard van de werkzaamheden in de sector grote aantallen werknemers vergt; overwegende dat vanuit het toerisme een belangrijke stimulans uitgaat naar andere sectoren van de economie; overwegende dat de sector gedomineerd wordt door kleine en middelgrote bedrijven en veel werkgelegenheid en welvaart genereert in regio’s die erg afhankelijk zijn van het toerisme;

D. overwegende dat de EU sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon bevoegd is het optreden van de lidstaten op het gebied van toerisme te ondersteunen of aan te vullen;

E. overwegende dat toerisme een belangrijke factor is voor de economie en de werkgelegenheid en dat de prioriteiten van de nieuwe Commissie, met name ‘een economie die werkt voor de mensen’, het belang en de behoeften van de sector moeten weerspiegelen;

F. overwegende dat de beëindiging van de activiteiten van Thomas Cook een enorme repatriëringsoperatie van meer dan 600 000 mensen uit verschillende locaties op de wereld nodig heeft gemaakt, naar hun plaats van herkomst;

G. overwegende dat de beëindiging van de activiteiten van Thomas Cook ernstige economische schade voor de toeristische sector en de werkgelegenheid heeft veroorzaakt; overwegende dat er passende maatregelen zullen moeten worden getroffen om het concurrentievermogen van de sector te verbeteren en om Europese touroperators te helpen Europa als belangrijkste toeristische bestemming te handhaven, een motor voor groei en duurzame ontwikkeling van steden en regio’s;

H. overwegende dat veel consumenten pakketreizen hebben gekocht bij Thomas Cook; overwegende dat de herziene Richtlijn pakketreizen (Richtlijn (EU) 2015/2302) de consumentenbescherming in heel Europa heeft aangevuld en geharmoniseerd voor consumenten van pakketreizen; overwegende dat insolventie van touroperators negatieve gevolgen heeft voor consumenten, met name wanneer zij zich in het buitenland bevinden en dus kwetsbaarder zijn, en overwegende dat het derhalve van essentieel belang is dat er een hoog beschermingsniveau wordt geboden onder dergelijke uitzonderlijke omstandigheden;

I. overwegende dat consumenten van reisproducten en passagiers in het algemeen moeten kunnen rekenen op actuele informatie en adequate begeleiding met betrekking tot hun rechten en de verantwoordelijkheden van touroperators of reisbureaus; overwegende dat consumenten erop vertrouwen dat diensten worden geleverd als gepland en dat zij rechten hebben in het geval touroperators niet de diensten leveren waarvoor zij al hebben betaald;

1. geeft uiting aan zijn bezorgdheid over de manier waarop de Thomas Cook Group is bestuurd, en uiteindelijk gedwongen is haar activiteiten te beëindigen, en over het feit dat vele duizenden werknemers in heel Europa, als gevolg van wanbeheer, hun baan hebben verloren; is verheugd over het nieuws dat delen van Thomas Cook’s zakelijke activiteiten zijn overgenomen door andere bedrijven, onder meer de overname van de reisbureaus in het VK door Hays Travel, waardoor 2000 banen gered zijn, en dat de Belgische dochter Neckermann is overgenomen door de Spaanse firma Wamos, waardoor een aanzienlijk aantal banen is gered;

2. betreurt dat 600 000 vakantiegangers en reizigers gestrand zijn doordat Thomas Cook zijn activiteiten heeft beëindigd en vindt het bemoedigend dat het de relevante autoriteiten met een omvangrijke operatie gelukt is de getroffenen snel te repatriëren; begrijpt dat de grote meerderheid van de passagiers op de oorspronkelijke datum van vertrek heeft kunnen terugvliegen en betuigt zijn medeleven met de passagiers die last hebben gehad van vertragingen, langer gestrand waren of extra kosten hebben moeten maken voor reeds betaalde vakanties of andere problemen ten gevolge van het faillissement van de onderneming;

3. betreurt ook de gevolgen voor plaatselijke touroperators, zoals hotels en vervoersondernemingen, en aanverwante ondernemingen die ongetwijfeld getroffen zullen worden het faillissement van Thomas Cook;

4. benadrukt dat de Europese toerisme-industrie sterk is en dat de zaak-Thomas Cook op zichzelf staat en veroorzaakt is door verschillende factoren; dringt er bij de lidstaten op aan, in het licht van dit faillissement, hun eigen wettelijke vereisten en fiscale regelgeving voor de toeristische sector te onderzoeken, ervoor te zorgen dat ze in orde zijn en een gezonde en concurrerende toerisme-industrie bevorderen; dringt er bij de Commissie op aan te overwegen een werkgroep op te richten om de gevolgen van het faillissement van Thomas Cook voor andere Europese ondernemingen in de toeristische sector te bestuderen;

5. benadrukt verder dat de consumentenbeschermingsregeling in de EU, met name de Richtlijn pakketreizen, dit soort gebeurtenissen heeft voorzien en dat er getracht is een adequate bescherming te bieden voor een dergelijke eventualiteit, inclusief het repatriëren van gestrande reizigers die een pakketreis hebben gekocht; begrijpt dat het in 2018 ingevoerde systeem goed heeft gefunctioneerd en dat de consumenten hebben geprofiteerd van de doorgevoerde hervormingen;

6. verzoekt de Commissie om vast te stellen met welke financiële instrumenten van de EU de aan de sector toegebrachte schade kan worden gecompenseerd en zijn concurrentiepositie kan worden verbeterd en ervoor te zorgen dat de sector op snelle en doelmatige wijze gebruik kan maken van deze instrumenten;

7. moedigt de lidstaten bovendien aan gebruik te maken van de instrumenten die geboden worden door het Europees Sociaal Fonds, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en andere EU-instrumenten; verzoekt de Commissie regelmatig speciale openbare aanbestedingen uit te schrijven in verband met de toeristische sector op basis van de in de respectieve fondsen vastgelegde prioriteiten;

8. dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan steunmaatregelen te overwegen waarmee de negatieve economische gevolgen voor bedrijven, en de ernstige gevolgen voor de werkgelegenheid, kunnen worden verlicht;

9. verzoekt de Commissie het Parlement op de hoogte te stellen van elke nieuwe relevante informatie over het faillissement van Thomas Cook; benadrukt in dit verband dat het van belang is te weten of de vergunningverlenende autoriteiten de financiële situatie van Thomas Cook hadden beoordeeld;

10. dringt er bij de Commissie op aan verdere maatregelen te overwegen om een hoog niveau van consumentenbescherming te handhaven, eraan herinnerend dat de Richtlijn pakketreizen heeft bewezen adequaat te functioneren; dringt er bij de Raad op aan zo snel mogelijk zijn standpunt te bepalen over de wijziging van Verordening (EG) nr. 261/2004 inzake de handhaving van de rechten van luchtvaartpassagiers en de beperking van de aansprakelijkheid van luchtvervoerders, en om het door het Parlement in februari 2014 ingenomen standpunt te steunen; betreurt het feit dat de Raad in de afgelopen vijf jaar niet in staat is geweest overeenstemming te bereiken;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

[1] PB L 46 van 17.2.2004, blz.1.

[2] PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.

[3] PB L 326 van 11.12.2015, blz. 1.

[4] PB C 257E van 6.9.2013, blz. 1.

[5] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.

[6] PB C 93 van 24.3.2017, blz. 336.

[7] PB C 355 van 20.10.2017, blz. 71.

[8] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0449.

Laatst bijgewerkt op: 23 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid