ONTWERPRESOLUTIE over de gevolgen van het faillissement van reisorganisatie Thomas Cook
21.10.2019 - (2019/2854(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Elena Kountoura, Nikolaj Villumsen, Kateřina Konečná, Marisa Matias, Stelios Kouloglou, Helmut Scholz, João Ferreira, Sandra Pereira, Dimitrios Papadimoulis, Alexis Georgoulis, Emmanuel Maurel, Mick Wallace, Clare Daly, Anne‑Sophie Pelletier, Leila Chaibi, Manuel Bompard, Konstantinos Arvanitis, Petros Kokkalis, Miguel Urbán Crespo, Idoia Villanueva Ruiz, Eugenia Rodríguez Palop, Younous Omarjee
namens de GUE/NGL-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0118/2019
B9‑0124/2019
Resolutie van het Europees Parlement over de gevolgen van het faillissement van reisorganisatie Thomas Cook
Het Europees Parlement,
– gezien de artikelen 152 en 195 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
– gezien Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 90/314/EEG van de Raad[1],
– gezien zijn resolutie van 29 oktober 2015 over nieuwe uitdagingen en concepten voor de bevordering van toerisme in Europa[2],
– gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord[3],
– gezien de mededeling van de Commissie getiteld “Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa” (COM(2010)0352),
– gezien het besluit van de Commissie van 14 oktober 2019 over reddingssteun aan Condor (SA.55394),
– gezien Verordening (EU) nr. 1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (2014-2020) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1927/2006 (“EFG-verordening”)[4],
– gezien Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91[5],
– gezien de mededeling van de Commissie van 18 maart 2013 getiteld “Passagiersbescherming in geval van insolventie van luchtvaartmaatschappijen” (COM(2013)0129 final),
– gezien Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen[6],
– gezien Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap[7],
– gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Thomas Cook Group zich op 23 september 2019 officieel failliet heeft laten verklaren, waardoor een van de grootste crises in de toerismesector ooit is ontstaan;
B. overwegende dat door het faillissement van Thomas Cook honderdduizenden reizigers overal ter wereld zijn gestrand; overwegende dat de beëindiging van de activiteiten van Thomas Cook een grootschalige operatie voor de repatriëring van deze mensen vanuit verschillende plaatsen naar hun plaatsten van oorsprong noodzakelijk heeft gemaakt;
C. overwegende dat ongeveer 22 000 rechtstreekse werknemers van Thomas Cook op het punt staan werkloos te worden; overwegende dat dit faillissement heeft geleid tot de sluiting van hotels en accommodatievoorzieningen, en er ook toe zal leiden dat in de toerismebranche en de sectoren die van toerisme afhankelijk zijn duizenden banen verloren zullen gaan; overwegende dat vele toeleveranciers, grotendeels levensvatbare kmo’s, in aanzienlijke moeilijkheden kunnen raken ten gevolge van het domino-effect dat door het faillissement van Thomas Cook is veroorzaakt;
D. overwegende dat het faillissement van Thomas Cook mogelijk een aanzienlijk negatief effect heeft op de economieën van bepaalde regio’s van de EU die rechtstreeks afhankelijk waren van de pakketreizen van Thomas Cook; overwegende dat meerdere vakbonden en hoteliersverenigingen in de EU hun ernstige bezorgdheid hebben geuit over inkomensderving en om urgente steunmaatregelen hebben gevraagd;
E. overwegende dat de toerismebranche een belangrijke sector uitmaakt in de economieën van de lidstaten, en meer dan 10 % genereert van het bbp in de EU wanneer men de sectoren rond het toerisme meerekent; overwegende dat het toerisme ook een belangrijke motor voor de werkgelegenheid is, aangezien 13 miljoen werknemers rechtstreeks in deze branche werkzaam zijn en de toerismebranche dus goed is voor ten minste 12 % van de banen in de EU;
F. overwegende dat Europa met een marktaandeel van 52 % de belangrijkste toeristische bestemming van de wereld is; overwegende dat de toerismebranche bijzonder kwetsbaar is voor zowel door de mens als door de natuur veroorzaakte gevaren, die niet zijn te voorspellen;
G. overwegende dat het toerisme een belangrijke sociaaleconomische activiteit in de EU is en een verreikende impact heeft op de economie, werkgelegenheid en sociale ontwikkeling;
H. overwegende dat meerdere lidstaten gerichte maatregelen hebben aangekondigd om hun toerismebranche te beschermen teneinde de negatieve gevolgen van het faillissement van Thomas Cook te verzachten; overwegende dat een geconsolideerde reactie van de EU op deze crisis in de toerismebranche is uitgebleven; overwegende dat tot nu toe geen EU-steunmechanisme in werking is gesteld;
I. overwegende dat de EU sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon bevoegd is het optreden van de lidstaten op het gebied van toerisme te ondersteunen of aan te vullen; overwegende dat er geen aparte begrotingslijn voor toerisme bestaat binnen de Europese begroting en dat de acties op dit terrein verdeeld zijn over verschillende fondsen, proefprojecten en voorbereidende acties;
J. overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote mondiale structurele veranderingen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren;
K. overwegende dat de regering van de Bondsrepubliek Duitsland op 25 september 2019 de Commissie op de hoogte heeft gesteld van haar voornemen via de Duitse openbare ontwikkelingsbank Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW) een reddingslening van 380 miljoen EUR te verstrekken aan Condor, de Duitse luchtvaartmaatschappij van Thomas Cook, die op 14 oktober 2019 door de Commissie werd goedgekeurd;
L. overwegende dat er aanzienlijke verschillen bestaan in de mogelijkheden die klanten hebben voor het verkrijgen van een terugbetaling voor hun geannuleerde vakantie; overwegende dat uit hoofde van artikel 17 van Richtlijn (EU) 2015/2302 alle lidstaten moeten zorgen voor consumentenbescherming in het geval van insolventie van een aanbieder;
M. overwegende dat het Parlement al op 5 februari 2014 zijn standpunt heeft vastgesteld inzake de herziening van Verordening 261/2004[8], hoewel de onderhandelingen tussen het Parlement en de Raad nog niet van start zijn gegaan omdat het dossier is geblokkeerd in de Raad;
N. overwegende dat veel consumenten zich niet bewust zijn van de financiële risico’s die zij lopen in het geval van faillissement van een reisorganisatie;
O. overwegende dat consumenten die hun vliegticket rechtstreeks boeken, niet voldoende zijn beschermd in geval van insolventie van de luchtvaartmaatschappij, aangezien in het huidige EU-rechtskader geen directe vereiste is vastgelegd voor de bescherming bij insolventie voor houders van een los ticket;
P. overwegende dat de lidstaten uit hoofde van artikel 9 van Verordening (EG) nr. 1008/2008 verplicht zijn maatregelen te treffen als ze niet tevreden zijn over de kapitaaltoereikendheid van de luchtvaartmaatschappij waaraan zij een vergunning hebben verleend, en kunnen overwegen de exploitatievergunning van de luchtvaartmaatschappij te schorsen of in te trekken;
Q. overwegende dat de bestuurders van Thomas Cook gedurende de afgelopen vijf jaar bijna 22 miljoen EUR aan bonussen hebben ontvangen;
1. spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de financiële en psychische hinder die honderdduizenden consumenten en duizenden werknemers en belanghebbenden in de toerismebranche, grotendeels lokale kmo’s, hebben ondervonden en nog steeds ondervinden ten gevolge van het faillissement van Thomas Cook;
2. verzoekt de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk ervoor te zorgen dat de reeds verdiende salarissen volledig worden uitbetaald aan de ontslagen medewerkers van Thomas Cook;
3. verzoekt de Commissie te overwegen een voorstel in te dienen voor wetgeving betreffende de bescherming van werknemers in geval van insolventie, teneinde hen dezelfde rechten op repatriëring te bieden als de rechten die reizigers uit hoofde van EU-wetgeving genieten;
4. benadrukt dat de plotselinge staking van de activiteiten van Thomas Cook en de daaruit voortvloeiende negatieve gevolgen voor de branche ernstige schade hebben toegebracht aan het imago en de reputatie van Europa als belangrijkste toeristische bestemming ter wereld;
5. betreurt ten zeerste dat de ontslagen werknemers niet naar behoren op de hoogte zijn gesteld of zijn geraadpleegd; benadrukt dat het er sterk van overtuigd is dat sociale dialoog op alle niveaus en op basis van wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid het beste instrument vormt voor het vinden van consensuele oplossingen en gezamenlijke benaderingen bij het voorzien, voorkomen en beheren van herstructureringsprocessen; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is de Europese ondernemingsraden te versterken;
6. verzoekt alle lidstaten die door deze insolventie zijn getroffen, volledig gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten, zoals het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering en het Europees Sociaal Fonds, om te helpen bij de omscholing van de ontslagen werknemers en om hun terugkeer op de arbeidsmarkt te ondersteunen; herinnert de Commissie eraan dat de financiële steun aan ontslagen werknemers flexibel moet zijn en zo snel en efficiënt mogelijk ter beschikking moet worden gesteld;
7. wijst op de noodzaak van de invoering van een begrotingslijn voor duurzaam toerisme, zoals het Parlement in zijn resolutie van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 heeft gevraagd, gezien het belang van de sector in de economieën van de lidstaten en om gemeenschappelijke uitdagingen zoals de gevolgen van klimaatverandering en andere door de mens veroorzaakte crises aan te pakken door een mechanisme in te stellen voor crisisbeheer op de plaats van bestemming en door het concurrentievermogen van de sector te versterken, onder meer door Europa als toeristische bestemming te promoten;
8. is ingenomen met de noodplannen die sommige lidstaten hebben vastgesteld om de repatriëring van de getroffen reizigers mogelijk te maken en de gevolgen voor lokale ondernemingen en economieën te verzachten; betreurt echter het gebrek aan een kader voor een gecoördineerde Europese reactie op soortgelijke situaties;
9. is ingenomen met het besluit een reddingslening van 380 miljoen EUR te verlenen aan Condor, de Duitse luchtvaartmaatschappij van Thomas Cook, waardoor deze dochteronderneming ontslagen heeft kunnen voorkomen en haar vluchten zoals gewoonlijk heeft kunnen laten doorgaan; verwacht van de Duitse regering dat zij ervoor zorgt dat de lening binnen zes maanden volledig wordt terugbetaald en dat de huidige voorwaarden voor de medewerkers van Condor niet worden verslechterd;
10. verzoekt de nationale autoriteiten een nationaal compensatiefonds op te zetten om ervoor te zorgen dat consumenten die tijdens hun vakantie slachtoffer zijn geworden van dit faillissement of wier geplande reis of verblijf is geannuleerd, compensatie ontvangen, ingeval zij geen compensatie hebben ontvangen van de verzekering tegen insolventie voor reizigers die een pakketreis hebben geboekt;
11. wijst erop dat de compensatiestelsels voor consumenten in dit geval sterk verschillen, en pleit daarom voor minimale harmonisatie naar boven toe, teneinde de hoogst mogelijke normen voor consumentenrechten in de sector vervoer en toerisme te waarborgen;
12. verzoekt de Commissie een wettelijke verplichting te creëren voor luchtvaartmaatschappijen om voor consumenten een garantiefonds in het geval van insolventie in te stellen;
13. verzoekt de Commissie een wettelijk kader te creëren voor een vereiste met betrekking tot een directe verplichting tot bescherming bij insolventie voor houders van een los ticket, met inbegrip van een verplichting voor luchtvaartmaatschappijen om een insolventieverzekering af te sluiten wanneer zij een exploitatievergunning aanvragen;
14. spoort de nationale autoriteiten, reisorganisatoren en consumentenorganisaties in de lidstaten aan de consumenten naar behoren en op actieve wijze te informeren over hun rechten in geval van faillissement, voordat de vluchten, het verblijf of pakketreizen worden geboekt;
15. vraagt de Raad zich in te zetten om een algemene aanpak te presenteren met betrekking tot het Commissievoorstel voor Verordening (EG) nr. 2027/97, aangezien een herziening van deze verordening hoogstnodig is om de consumentenrechten te verbeteren en consumenten meer rechtszekerheid te bieden;
16. verzoekt de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de getroffen lidstaten een grondige analyse te verrichten van de oorzaken van het faillissement van Thomas Cook om op toekomstige crises te anticiperen en beleidsmaatregelen vast te stellen ter beperking van het risico op soortgelijk gebeurtenissen;
17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.
- [1] PB L 326 van 11.12.2015, blz. 1.
- [2] PB C 355 van 20.10.2017, blz. 71.
- [3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0449.
- [4] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 855.
- [5] PB L 46 van 17.2.2004, blz. 1.
- [6] PB L 285 van 17.10.1997, blz. 1.
- [7] PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3.
- [8] Aangenomen teksten, P7_TA(2014)0092.