Procedure : 2019/2883(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0155/2019

Ingediende teksten :

B9-0155/2019

Debatten :

PV 23/10/2019 - 21
CRE 23/10/2019 - 21

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.10
CRE 24/10/2019 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{22/10/2019}22.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0155/2019</NoDocSe>
PDF 133kWORD 46k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië</Titre>

<DocRef>(2019/2883(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Jörg Meuthen, Lars Patrick Berg, Guido Reil</Depute>

<Commission>{ID}namens de ID-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0155/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië

(2019/2883(RSP))

 

 

Het Europees Parlement,

 gezien het besluit van de Europese Raad van 17 oktober 2019 om het begin van de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië uit te stellen,

 gezien de verklaringen van de Commissie en de Raad van 23 oktober 2019 over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Commissie de afgelopen twee jaar telkens tot de conclusie kwam dat beide landen klaar zijn om de toetredingsonderhandelingen te beginnen;

B. overwegende dat de Europese Raad weigert groen licht te geven voor het openen van de toetredingsonderhandelingen;

C. overwegende dat de weigering van de Europese Raad een weerspiegeling vormt van de bezorgdheid van de lidstaten over de veiligheid en het welzijn van hun burgers en het rechtmatige gebruik van hun socialebeschermingsstelsels;

1. is ingenomen met het besluit van de Europese Raad;

2. benadrukt dat de economische situatie in Albanië en Noord-Macedonië schrijnend is, niet aan de Europese normen voldoet, en gekenmerkt wordt door een hoge werkloosheid en zeer lage lonen;

3. merkt op dat de instellingen in Albanië en Noord-Macedonië erg kwetsbaar zijn, en dat er weinig vooruitgang is geboekt met de hervorming van het gerechtelijk apparaat, die tot doel had de onafhankelijkheid, de verantwoordingsplicht en het professionalisme van de gerechtelijke instellingen te vergroten;

4. stelt met bezorgdheid vast dat er weinig vooruitgang is geboekt in de strijd tegen de wijdverbreide corruptie en georganiseerde misdaad;

5. benadrukt dat de corruptie op hoog niveau, de ernstige tekortkomingen in de rechtsstaat en de omslachtige regelgevingsprocedures investeerders in Albanië en Noord-Macedonië blijven afschrikken en een rem vormen op de ontwikkeling van beide landen;

6. benadrukt dat Albanië en Noord-Macedonië bijzonder slecht presteren op het gebied van onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid;

7. merkt op dat de buitengewoon hoge mate van ontevredenheid onder de bevolking in Albanië en Noord-Macedonië over de situatie in hun landen tot uiting komt in de wens van velen van hun burgers om te emigreren; benadrukt dat volgens het laatste wereldwijde onderzoek van Gallup 60 % van de volwassen bevolking in Albanië het land wil verlaten[1];

8. onderstreept dat beide landen te kampen hebben met een braindrain, en dat het indexcijfer voor braindrain van Albanië tot de allerhoogste in het eerder genoemde onderzoek behoort; merkt in dit verband op dat 32 % van de hoogopgeleide jonge volwassenen in Albanië en 30 % van hun tegenhangers in Noord-Macedonië hun land willen verlaten; benadrukt dat een braindrain ernstige gevolgen zal hebben voor de productiviteit, doordat in Albanië en Noord-Macedonië een gebrek aan geschoolde werknemers zal ontstaan;

9. stelt vast dat de regeringen van Albanië en Noord-Macedonië nog steeds geen voorstellen hebben gedaan om deze tendens om te keren en de situatie te veranderen;

10. betreurt dat de Commissie nog steeds geen lering heeft getrokken uit het beleid dat zij in het verleden heeft gevoerd; stelt in dit verband vast dat de toetreding van Roemenië en Bulgarije niet alleen tot een braindrain heeft geleid, maar ook tot de migratie van een groot aantal arme inwoners naar welvarender landen in het westen en noorden van Europa; benadrukt dat dit heeft geleid tot vele maatschappelijke problemen in steden en landen;

11. stelt vast dat Roemenië en Bulgarije twaalf jaar na hun toetreding nog steeds gebonden zijn aan het mechanisme voor samenwerking en toetsing, een overgangsinstrument voor toezicht op en ondersteuning van beide landen wat betreft hervorming van het rechtsstelsel en de bestrijding van de corruptie en de georganiseerde misdaad;

12. stelt vast dat Roemenië en Bulgarije nog steeds ernstige problemen hebben met de absorptie van EU-middelen, voornamelijk door corruptie en een gebrek aan bestuurlijke capaciteit;

13. verzoekt de Europese Raad om, gezien deze vraagstukken en fundamentele problemen, niet langer toetredingsonderhandelingen in het vooruitzicht te stellen, maar aan de Commissie een voorstel voor een nieuw partnerschap met deze landen te vragen;

14. benadrukt dat Albanië en Noord-Macedonië financiële steun hebben gekregen uit het instrument voor pretoetredingssteun I (IPA I 2007-2013), en nog steeds financiering krijgen uit IPA II (2014-2020), en dat andere financiële instrumenten gecreëerd zullen worden in het kader van IPA III (2021-2027);

15. vraagt de Commissie toezicht te houden op het gebruik van de financiering in Noord-Macedonië, en het Parlement daarover een gedetailleerd verslag te bezorgen;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de regeringen en parlementen van de lidstaten, alsmede de regeringen en parlementen van Albanië en Noord-Macedonië.

 

Laatst bijgewerkt op: 23 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid