Procedure : 2019/2883(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0156/2019

Ingediende teksten :

B9-0156/2019

Debatten :

PV 23/10/2019 - 21
CRE 23/10/2019 - 21

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.10
CRE 24/10/2019 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0050

<Date>{22/10/2019}22.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0156/2019</NoDocSe>
PDF 139kWORD 43k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië</Titre>

<DocRef>(2019/2883(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Anna Fotyga, Witold Jan Waszczykowski, Adam Bielan, Ryszard Czarnecki, Karol Karski, Zdzisław Krasnodębski, Angel Dzhambazki</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0156/2019

B9‑0156/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië

(2019/2883(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het besluit van de Europese Raad van 16 december 2005 om Noord-Macedonië (toen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) de status van kandidaat-lidstaat te verlenen, en het besluit van 26-27 juni 2014 om Albanië deze status te verlenen,

 gezien de verklaring van Sofia van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 en de hieraan gehechte prioriteitenagenda van Sofia,

 gezien zijn eerdere resoluties over Albanië en Noord-Macedonië,

 gezien het protocol over de toetreding van Noord-Macedonië tot de NAVO, dat op 6 februari 2019 werd ondertekend,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de uitbreiding van de EU een strategische investering is in vrede, democratie, welvaart, veiligheid en stabiliteit in Europa;

B. overwegende dat de Commissie heeft aanbevolen de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië te openen, gezien de goede vorderingen die zijn gemaakt bij de uitvoering van de kernprioriteiten;

C. overwegende dat Albanië en Noord-Macedonië gestaag vooruitgang hebben geboekt bij het vervullen van de politieke criteria en de vijf kernprioriteiten voor het openen van toetredingsonderhandelingen, alsook bij de consolidatie van democratische instellingen en praktijken;

D. overwegende dat de Balkanregio van strategisch belang is voor de EU;

E. overwegende dat in het geval van Noord-Macedonië de Overeenkomst van Prespa van 17 juni 2018 over de regeling van de geschillen en de instelling van een strategisch partnerschap tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Griekenland een hoognodig positief signaal deed uitgaan voor stabiliteit en verzoening en de weg heeft vrijgemaakt voor toetreding;

F. overwegende dat Frankrijk, gesteund door Nederland en Denemarken, tijdens de bijeenkomst van de Europese Raad van 17 en 18 oktober 2019 de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië op doeltreffende wijze heeft geblokkeerd, met als argument dat de twee landen verdere hervormingen moeten doorvoeren;

G. overwegende dat Albanië sinds 2009 lid is van de NAVO en dat Noord-Macedonië binnenkort het 30e lid van de alliantie zal worden;

1. toont zich diep teleurgesteld over het feit dat de opening van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië is geblokkeerd, ondanks het feit dat beide landen duidelijk hebben voldaan aan de door de Raad vastgestelde criteria;

2. is van mening dat het uitstellen van dit proces ondanks de door beide landen geboekte vooruitgang een strategische vergissing is die een nadelig effect zal hebben op de reputatie van de EU en tot een verzwakking kan leiden van het meest krachtige “soft power”-instrument waarover de EU beschikt – het vooruitzicht op lidmaatschap;

3. onderstreept dat het blokkeren van de toetreding van de landen van de Westelijke Balkan tot een destabilisering van de hele regio kan leiden en de uitvoering van pro‑Europese hervormingen in andere toetredingslanden kan vertragen of zelfs volledig kan stopzetten;

4. is bovendien bezorgd over het feit dat een gebrek aan vooruitgang op het gebied van uitbreiding ook rechtstreekse gevolgen kan hebben voor de veiligheid en het welzijn van de EU, aangezien alle landen van de Westelijke Balkan hierdoor geleidelijk in de richting kunnen worden geduwd van derde landen die hun invloed in de regio proberen te vergroten, met inbegrip van – maar niet beperkt tot – Rusland en China;

5. is sterk gehecht aan het uitbreidingsbeleid als een van de belangrijkste prioriteiten van de EU;

6. wijst er nogmaals op dat artikel 49 VEU bepaalt dat elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Europese Unie, op voorwaarde dat deze staat de criteria van Kopenhagen en de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, mensenrechten en rechten van minderheden eerbiedigt, en het functioneren van de rechtsstaat garandeert;

7. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van Albanië, Noord-Macedonië, Montenegro, Bosnië en Herzegovina, Kosovo en Servië.

 

Laatst bijgewerkt op: 23 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid