Procedure : 2019/2938(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0186/2019

Ingediende teksten :

B9-0186/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0081

<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0186/2019</NoDocSe>
PDF 143kWORD 45k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over recente acties van de Russische Federatie gericht tegen Litouwse rechters, aanklagers en onderzoekers die betrokken zijn bij het onderzoek naar de tragische gebeurtenissen op 13 januari 1991 in Vilnius</Titre>

<DocRef>(2019/2938(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Petras Auštrevičius, Abir Al‑Sahlani, Malik Azmani, Phil Bennion, Gilles Boyer, Jane Brophy, Sylvie Brunet, Jordi Cañas, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Anna Júlia Donáth, Fredrick Federley, Barbara Ann Gibson, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Antony Hook, Ivars Ijabs, Ondřej Kovařík, Nathalie Loiseau, Jan‑Christoph Oetjen, Urmas Paet, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Marie‑Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0182/2019

B9‑0186/2019

Resolutie van het Europees Parlement over recente acties van de Russische Federatie gericht tegen Litouwse rechters, officieren van justitie en onderzoekers die betrokken zijn bij het onderzoek naar de tragische gebeurtenissen op 13 januari 1991 in Vilnius

(2019/2938(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en de betrekkingen tussen de EU en Rusland,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het regionaal hof van Vilnius op 27 maart 2019 uitspraak heeft gedaan in de zogenaamde “13 januari-zaak”, waarbij Dmitry Jazov, voormalig minister van Defensie van de Sovjet Unie, Vladimir Uskhoptsjik, de voormalige garnizoenscommandant van het Sovjet leger in Vilnius, Mikhail Golovatov, voormalig bevelhebber van de speciale troepen van de KGB, en 64 Russische, Wit-Russische en Oekraïense burgers, schuldig werden bevonden aan oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vanwege hun betrokkenheid bij het agressieve optreden van de Sovjet-Unie op 13 januari 1991 in Vilnius; overwegende dat tegen deze uitspraken een beroep loopt;

B. overwegende dat alle verdachten bij verstek zijn veroordeeld, met uitzondering van twee voormalige officieren van het Sovjetleger; overwegende dat de verdachten zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van maximaal 14 jaar; overwegende dat de in het voorjaar van 2019 gewezen arresten betrekking hebben op de tragische gebeurtenissen na de Litouwse onafhankelijkheidsverklaring van 11 maart 1990 en de pogingen van de Sovjet-Unie om Litouwen ertoe aan te zetten zijn verklaring van onafhankelijkheid in te trekken, waarmee in het najaar van 1990 een begin is gemaakt met een economische blokkade en welke uiteindelijk zijn uitgemond in een gewelddadige poging om de Litouwse regering in januari 1991 omver te werpen;

C. overwegende dat tijdens deze gebeurtenissen 14 burgers zijn gedood en meer dan 800 burgers gewond zijn geraakt, voornamelijk toen zij op vreedzame wijze probeerden de televisietoren van Vilnius te verdedigen; overwegende dat het repressieve optreden van de veiligheidstroepen van de Sovjet-Unie werd voortgezet tot de Augustusstaatsgreep van 23 augustus 1991 in Moskou;

D. overwegende dat de Litouwse inspanningen om een onderzoek in te stellen naar de verdachte en deze voor de rechter te brengen veel tijd hebben gekost en werden bemoeilijkt omdat de Russische en Belarussische autoriteiten weigerden mee te werken en de verzoeken van Litouwen om rechtsbijstand hebben genegeerd of afgewezen; het laatste gedeeltelijk beantwoorde verzoek dateert uit 2008;

E. overwegende dat de eerste Russische reactie op de uitspraak van de rechtbank negatief was, waarbij de Russische Doema beweerde dat het proces “politiek gemotiveerd” was en “een poging was om de geschiedenis te herschrijven”, en het Russisch Ministerie van Buitenlandse Zaken aankondigde “het er niet bij te laten”;

F. overwegende dat de onderzoekscommissie van de Russische Federatie tussen juli 2018 en april 2019 verschillende strafrechtelijke procedures heeft ingeleid tegen Litouwse rechters, openbare aanklagers en onderzoekers die betrokken zijn bij het onderzoek naar of de uitspraak over de 13 januari-zaak, op basis van de artikelen 299 en 305 van het Wetboek van Strafrecht van de Russische Federatie, die voorzien in strafrechtelijke aansprakelijkheid voor “het opzettelijk voor de strafrechter dagen van een onschuldig persoon” en “bewust onrechtvaardige vonnissen, besluiten of enige juridische handeling van een rechter of rechters”;

1. merkt op dat de acties van de autoriteiten van de Russische Federatie ten aanzien van Litouwse rechters en aanklagers fundamentele rechtswaarden schenden, namelijk de onafhankelijkheid van functionarissen van de gerechten en het openbaar ministerie, alsook het beginsel dat mensenrechten en vrijheden alleen rechtmatig mogen worden beperkt voor doeleinden die binnen de door het internationaal recht gestelde grenzen vallen;

2. spreekt zijn solidariteit uit met de Litouwse functionarissen en rechters die in deze zaak door Rusland in staat van beschuldiging zijn gesteld en met de inspanningen van de Litouwse regering om de aandacht te vestigen op de zaak en om de schade en het gevaar te beperken voor de ten onrechte door de Russische autoriteiten beschuldigde personen;

3. verzoekt de Russische autoriteiten deze aanklachten te laten vallen en in dit geval niet te streven naar internationale arrestatiebevelen, hetzij via Interpol, hetzij bilateraal; veroordeelt de acties van de Russische autoriteiten als onrechtmatig en in strijd met de beginselen van de rechtsstaat;

4. verzoekt de vicevoorzitter/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Dienst voor extern optreden ervoor te zorgen dat deze zaken volledig bekend zijn bij alle lidstaten en aan de orde worden gesteld in de Raad Buitenlandse Zaken, en dat de Russische autoriteiten duidelijk gewezen worden op de eenheid en solidariteit van de Europese Unie in dit geval, zoals die bestaat in andere verwante gevallen;

5. verwacht van alle EU-instellingen en alle lidstaten dat zij deze zaak in hun contacten met de Russische autoriteiten aan de orde stellen;

6. verzoekt de Commission for the Control of Interpol’s Files (CCF) (Commissie voor de controle van de Interpol-bestanden), die belast is met het voorkomen van politiek misbruik van aanhoudingsbevelen, alert te zijn bij alle verzoeken om een internationaal aanhoudingsbevel tegen de beschuldigde Litouwse functionarissen;

7. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, de president, de regering en de Doema van de Russische Federatie, Europol en Interpol.

 

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid