Procedure : 2019/2896(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0190/2019

Ingediende teksten :

B9-0190/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0190/2019</NoDocSe>
PDF 143kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Bolivia</Titre>

<DocRef>(2019/2896(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Manu Pineda, Sira Rego, Marisa Matias, Leila Chaibi, Stelios Kouloglou, Manuel Bompard, João Ferreira, Sandra Pereira, Pernando Barrena Arza, Konstantinos Arvanitis, Özlem Demirel, Marc Botenga, Giorgos Georgiou, José Gusmão, Niyazi Kizilyürek, Dimitrios Papadimoulis, Miguel Urbán Crespo, Idoia Villanueva Ruiz</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0190/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Bolivia

(2019/2896(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de grondwet van Bolivia van 2009,

 gezien het Amerikaanse Verdrag inzake de rechten van de mens en het eerste protocol daarbij,

 gezien het rapport van het Center for Economic and Policy Research over de rol van de verkiezingswaarnemingsmissie van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS),

 gezien de diverse verklaringen die de Inter-American Commission on Human Rights sinds 12 november 2019 heeft afgelegd, waarin zij het buitensporige geweld en de mensenrechtenschendingen door de politie, het leger en de zelfbenoemde regering van Bolivia aan de kaak stelt en veroordeelt,

 gezien de oproep van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN van 16 november 2019,

 gezien de verklaringen van het Bureau van de Ombudsman van Bolivia,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de algemene verkiezingen van 20 oktober 2019 door een waaier aan internationale waarnemers zijn bijgewoond; overwegende dat velen van hen hebben verklaard dat de verkiezingen transparant waren; overwegende dat een minderheid van hen, aangevoerd door de OAS, vraagtekens heeft geplaatst bij de precieze uitslag, maar niet bij de duidelijke overwinning van de Movimiento al Socialismo;

B. overwegende dat de Boliviaanse wetgeving bepaalt dat een kandidaat de eerste ronde van verkiezingen wint indien hij meer dan 50 % van de stemmen behaalt, of 40 % van de stemmen indien hij een voorsprong heeft van meer dan tien procent op de nummer twee;

C. overwegende dat Evo Morales, de kandidaat van de Movimiento al Socialismo, volgens de officiële telling 47,08 % van de stemmen heeft behaald, en Carlos Mesa, de kandidaat van de Comunidad Ciudadana, 36,51 %;

D. overwegende dat leden van de rechtse oppositiepartij geweigerd hebben deze uitslag te accepteren, en dat zelfs nog voor de bekendmaking van de resultaten; overwegende dat er gewelddadige aanvallen op activisten en vertegenwoordigers van de Movimiento al Socialismo hebben plaatsgevonden;

E. overwegende dat president Evo Morales op advies van de OAS besloten had om - gezien de krapte van de uitslag - nieuwe verkiezingen uit te schrijven, hoewel dit volgens de Boliviaanse wet niet hoefde;

F. overwegende dat de politie en het leger bevelen niet hebben opgevolgd en in verzet zijn gekomen tegen de legitieme regering, resulterend in een militaire staatsgreep, waardoor Evo Morales gedwongen was af te treden en het land te verlaten;

G. overwegende dat de Boliviaanse grondwet bepaalt dat het presidentschap op de vicepresident, Álvaro Garcia Linera, had moeten overgaan en, indien dat niet mogelijk was, op de voorzitter van de senaat, Adriana Salvatierra; overwegende dat ook zij door het geweld na de staatsgreep gedwongen waren hun functies neer te leggen en te vluchten;

H. overwegende dat Jeanine Áñez, een senator van een minderheidspartij, geen grondwettelijke legitimiteit heeft om tot president van Bolivia te worden uitgeroepen; overwegende dat haar zelfbenoeming door het leger in scène is gezet en plaats heeft gevonden zonder het door de grondwet vereiste quorum;

I. overwegende dat de mensenrechtenschendingen tegen diegenen die de legitieme regering van president Evo Morales verdedigen, inclusief het geweld van het leger en de politie, niet zijn gestopt op het moment dat Jeanine Áñez zichzelf tot president uitriep; overwegende dat bij dit geweld tientallen doden zijn gevallen en honderden mensen gewond zijn geraakt;

J. overwegende dat de zelfbenoemde regering aan heeft gegeven het uitschrijven van nieuwe verkiezingen als haar enige taak te zien; overwegende dat de zelfbenoemde regering reeds een aantal politieke maatregelen heeft genomen; overwegende dat ze heeft aangegeven dat prominente leden van de Movimiento al Socialismo, waaronder Evo Morales, niet aan de nieuwe verkiezingen zullen mogen deelnemen;

K. overwegende dat Bolivia over de op één na grootste voorraad lithium in de wereld beschikt (meer dan negen miljoen ton); overwegende dat Bolivia grote aardgasreserves heeft; overwegende dat de controle over deze hulpbronnen uitermate winstgevend kan zijn; overwegende dat de regering van Evo Morales dergelijke hulpbronnen heeft genationaliseerd;

L. overwegende dat het sinds 2006 door de regering van Evo Morales gevoerde herverdelingsbeleid erin heeft geresulteerd dat 1,8 miljoen mensen zich aan armoede hebben kunnen ontworstelen; overwegende dat het aantal extreem armen de afgelopen 13 jaar gedaald is van 38,2 % van de bevolking naar 15,2 %;

M. overwegende dat de regering van Evo Morales de toegang tot openbare diensten, waaronder onderwijs, heeft verruimd, een uniform gezondheidsstelsel heeft ontwikkeld in het kader waarvan meer dan de helft van de bevolking van het land gratis gezondheidszorg krijgt, en gedurende zijn ambtstermijn 1 061 nieuwe gezondheidscentra heeft gebouwd;

N. overwegende dat de regering van Evo Morales de inheemse bevolking meer rechten heeft toegekend, resulterend in een veel grotere betrokkenheid bij het bestuur van het land;

O. overwegende dat Bolivia wat het aantal vrouwelijke volksvertegenwoordigers betreft derde staat op de mondiale ranglijst van landen (53 % van de parlementariërs is vrouw);

1. veroordeelt met klem de staatsgreep van de politie en het leger tegen de legitieme Boliviaanse regering van president Evo Morales;

2. veroordeelt het geweld van de politie en het leger, dat geresulteerd heeft in 32 doden en 770 gewonden onder de vreedzame demonstranten;

3. dringt met klem aan op de intrekking van decreet nr. 4078, dat immuniteit toekent aan militairen; dringt erop aan dat onverwijld een onderzoek wordt ingesteld naar de strafbare feiten die tijdens het neerslaan van de vreedzame demonstraties zijn gepleegd; dringt aan op de onmiddellijke beëindiging van deze mensenrechtenschendingen en op een volledig onderzoek voor het doen van recht aan en genoegdoening van de slachtoffers;

4. verklaart zich solidair met al diegenen die in de straten van Bolivia demonstreren voor democratie;

5. veroordeelt de gewelddadige aanvallen van het leger en de politie, alsook van aan hen gelieerde groepen, tegen vertegenwoordigers van de Movimiento al Socialismo en verkozen functionarissen, zoals de burgemeester van Vinto; veroordeelt het geweld, de intimidaties en de bedreigingen van de politie en het leger tegen de regionale en plaatselijke autoriteiten van de Movimiento al Socialismo;

6. veroordeelt de aanvallen op de huizen van de leiders van de Movimiento al Socialismo en hun familieleden, alsook van de leiders van inheemse en maatschappelijke bewegingen, alsmede op de hoofdkantoren van partijen en vakbonden;

7. verwerpt met klem de aanvallen op de Boliviaanse grondwet en de mensenrechtenschendingen door de zelfbenoemde regering, waaronder de schendingen van de rechten van vrouwen en inheemse bevolkingsgroepen; verwerpt de racistische standpunten van de zelfbenoemde regering en haar gewelddadige onderdrukking van de inheemse bevolking;

8. verwerpt de criminalisering van de leiders van maatschappelijke en inheemse bewegingen, alsook van de politieke leiders van de Movimiento al Socialismo;

9. veroordeelt de aanvallen op en de willekeurige arrestaties van de Cubaanse artsen die in Bolivia solidariteitsbezoeken brengen, die erin hebben geresulteerd dat meer dan 200 artsen het land hebben verlaten;

10. veroordeelt de bedreigingen van de zelfbenoemde regering, het leger en de politie aan het adres van de diplomatieke vertegenwoordigingen van Cuba, Venezuela en Mexico;

11. dringt erop aan dat de aanstaande verkiezingen plaatsvinden met volledige garanties en met de mogelijkheid van participatie voor eenieder; vraagt de EDEO te verzoeken een verkiezingswaarnemingsmissie te mogen houden, teneinde erop toe te zien dat de verkiezingen transparant verlopen;

12. verzoekt de vertegenwoordiging van de Europese Unie in La Paz, alsmede de ambassades van de lidstaten, toevlucht te bieden aan diegenen die door het leger en de zelfbenoemde regering worden vervolgd;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Verenigde Naties, en alle Boliviaanse instituties en president Evo Morales.

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid