Procedure : 2019/2895(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0201/2019

Ingediende teksten :

B9-0201/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0082

<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0201/2019</NoDocSe>
PDF 145kWORD 46k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over maatregelen om de effecten op de Europese landbouw van de uitspraak van de WTO over het Airbusgeschil aan te pakken</Titre>

<DocRef>(2019/2895(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Juan Ignacio Zoido Álvarez, Herbert Dorfmann, Sven Simon, Christophe Hansen, Jörgen Warborn, Danuta Maria Hübner, Anne Sander, Álvaro Amaro, Mairead McGuinness, Christine Schneider, Manolis Kefalogiannis, Annie Schreijer‑Pierik, Giuseppe Milazzo, Franc Bogovič, Norbert Lins, Peter Jahr, Benoît Lutgen</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0197/2019

B9‑0201/2019

Resolutie van het Europees Parlement over maatregelen om de effecten op de Europese landbouw van de uitspraak van de WTO over het Airbusgeschil aan te pakken

(2019/2895(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het besluit van de WTO-scheidsrechter in het kader van het Airbus-subsidiegeschil (DS316) van 2 oktober 2019, waarbij de VS tegenmaatregelen op de uitvoer van de EU mogen treffen ter waarde van 7,5 miljard USD,

 gezien het formele besluit van het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO van 14 oktober 2019, waarbij groen licht wordt gegeven voor deze sancties,

 gezien het besluit van de VS om met ingang van 18 oktober 2019 een nieuw ad-valoremrecht van 25 % in te voeren voor bepaalde landbouwproducten,

 gezien de desbetreffende artikelen van Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen[1] (bevorderingsverordening) en het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 18 november 2019 betreffende de goedkeuring van het werkprogramma voor 2020 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen,

 gezien de desbetreffende artikelen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten[2] (“verordening integrale gemeenschappelijke marktordening” of “Integrale-GMO-verordening”),

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de VS de belangrijkste bestemming voor de uitvoer van landbouwproducten van de EU-28 is, die in 2018 goed was voor 22,3 miljard EUR, en dus een onvervangbare markt vormt naar zowel waarde als volume;

B. overwegende dat de belangrijkste landbouwproducten waarop de WTO-sancties gericht zijn, strategisch gekozen emblematische producten uit de EU zijn met een zeer hoge toegevoegde waarde, met name sterkedrank, wijn, olijfolie en zuivelproducten zoals boter en kaas;

C. overwegende dat ook andere agrovoedingsmiddelen, zoals varkensvlees, koffie, koekjes, citrusvruchten en vruchtensap worden geviseerd, zij het in mindere mate;

D. overwegende dat de heffingen de economische en juridische onzekerheid voor Europese producenten zullen doen toenemen in een sector die van nature uit al volatiel is, na de aanhoudende verstoring van de agrovoedingsketen van de EU als gevolg van het Russische verbod op de invoer van Europese levensmiddelen en de terugtrekking van het VK uit de EU;

E. overwegende dat het besluit van de VS voor sommige sectoren, zoals de olijfoliesector, de toch al kwetsbare situatie op de interne markt verder in gevaar zal brengen, terwijl het voor andere sectoren, zoals de wijnsector, tot ernstige verstoringen op de hele markt dreigt te leiden;

F. overwegende dat de invoerrechten zullen leiden tot aanzienlijke prijsstijgingen voor consumenten en tot economische verliezen en banenverlies voor ondernemingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan, hetgeen uiteindelijk ten goede zal komen aan producenten van buiten de EU en de VS;

1. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de nevenschade waarmee de agrovoedingssector van de EU geconfronteerd wordt als gevolg van het besluit van de Verenigde Staten om tegenmaatregelen tegen de Europese Unie te nemen naar aanleiding van het Airbusgeschil; acht het onaanvaardbaar dat de landbouwsector een groot deel van de kosten moet dragen van een juridisch geschil in een sector die er volledig los van staat; betreurt het besluit om heffingen op zo veel landbouwproducten op te leggen;

2. benadrukt dat deze tarieven niet alleen een aanzienlijk negatief effect zullen hebben op de geviseerde lidstaten en producten, maar ook op de hele landbouwsector en agrovoedingsketen in de EU en mogelijkerwijze op bedrijven en consumenten in de VS;

3. benadrukt de noodzaak van een gecoördineerde en gezamenlijke reactie van de EU, met name omdat de heffingen zijn ontworpen om de lidstaten in verschillende mate te treffen in een poging om het standpunt van de Unie te verdelen;

4. dringt er bij de Commissie op aan prioriteit te geven aan de snelle afschaffing van de tarieven voor landbouwproducten vóór de uitspraak van de WTO over de Boeing-zaak, die tegen maart 2020 wordt verwacht, en dringt aan op een de-escalatie van de toenemende spanningen op handelsgebied tussen beide partijen; doet een beroep op de VS om in dezen met de EU samen te werken;

5. dringt er bij de Commissie op aan om overeenkomstig de WTO-regels snelle steun beschikbaar te stellen voor de sectoren die het zwaarst door deze tarieven worden getroffen, en nieuwe of bestaande instrumenten en relevante maatregelen te gebruiken om het hoofd te bieden aan verstoringen op de interne markt;

6. verzoekt de Commissie gebruik te maken van de in artikel 15 van de afzetbevorderingsverordening geboden mogelijkheid om de medefinancieringspercentages van 80 % naar 85 % van de afzetbevorderingscampagnes te verhogen, teneinde de marktdeelnemers te ondersteunen die hun inspanningen om de Amerikaanse markt te betreden moeten opvoeren, en om de belemmeringen voor de toegang tot de markt te helpen beperken;

7. verzoekt de Commissie op eigen initiatief uit hoofde van artikel 9 van de afzetbevorderingsverordening horizontale afzetbevorderingsacties te financieren die snel in 2020 kunnen worden uitgevoerd, zoals missies op hoog niveau, de deelname aan handelsbeurzen en tentoonstellingen van internationaal belang, of activiteiten om het imago van producten uit de Unie te bevorderen, specifiek toegespitst op de door de sancties getroffen producten;

8. verzoekt de Commissie gebruik te maken van artikel 219 van de Integrale-GMO-verordening om de regels voor promotiecampagnes in het kader van de nationale wijnplannen flexibeler te maken, met name om overdrachten van middelen tussen specifieke middelentoewijzingen mogelijk te maken met het oog op diversificatie naar de markten van derde landen, of afzetbevorderingacties op de Amerikaanse markt te versterken;

9. beklemtoont dat de sancties van de VS uitzonderlijke omstandigheden zijn die door de marktdeelnemers niet konden worden voorspeld en beheerd, en verzoekt de Commissie daarom de controle- en auditvoorschriften zodanig aan te passen dat marktdeelnemers niet worden benadeeld als gevolg van onvermijdelijke aanpassingen die zij moeten doorvoeren voor afzetbevorderingsacties of de niet-uitvoering van reeds geplande promotieacties;

10. verzoekt de Commissie te overwegen gebruik te maken van particuliere opslagregelingen voor boter en kaas en die voor olijfolie uit te breiden indien de marktsituatie verder verslechtert;

11. verzoekt de Commissie de mogelijkheid te overwegen om, overeenkomstig artikel 221 van de Integrale-GMO-verordening, compensatiefondsen aan de getroffen sectoren toe te wijzen in geval van een ernstige crisis, binnen de beschikbare marges van de begroting;

12. benadrukt dat het onder deze omstandigheden van essentieel belang is verdere bezuinigingen op de begroting van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) te vermijden en de hervorming van de crisisreserve voor het GLB voort te zetten, aangezien de landbouwsector in toenemende mate wordt getroffen door volatiliteit en politiek gemotiveerde internationale crises die een krachtige en efficiënte begrotingsrespons vereisen;

13. benadrukt dat de markttoegang voor de door de Amerikaanse heffingen getroffen producten moet worden verzekerd door de hardnekkige technische belemmeringen weg te nemen die marktdeelnemers ervan hebben weerhouden ten volle gebruik te maken van de uitvoermogelijkheden in het kader van andere vrijhandelsovereenkomsten;

14. benadrukt dat de Europese Unie zich ten volle inzet voor de uitvoering van de positieve agenda die in juli 2018 is overeengekomen tussen president Trump en voorzitter Juncker en dat de recente overeenkomst met de VS over de toewijzing van een aandeel in het tariefcontingent voor rundvlees van hoge kwaliteit als oplossing voor een reeds lang bestaand handelsgeschil een duidelijk signaal is van die bereidheid; verwacht soortgelijke signalen van de zijde van de VS;

15. herhaalt zijn gehechtheid aan vrije handel en open markten, aangezien deze de economische en werkgelegenheidsmogelijkheden voor talrijke kleine en middelgrote ondernemingen in de VS en de EU hebben vergroot, en benadrukt het belang van constructieve handelsbetrekkingen, die voor de EU en de VS gunstig zijn;

16. benadrukt zijn steun voor het behoud van een op regels gebaseerd handelssysteem en voor de WTO als instelling, maar erkent de noodzaak van een alomvattende hervorming, met name ten aanzien van de Beroepsinstantie van de WTO;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

[1] PB L 317 van 4.11.2014, blz. 56.

[2] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid