Procedure : 2019/2895(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0203/2019

Ingediende teksten :

B9-0203/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0082

<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0203/2019</NoDocSe>
PDF 145kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over maatregelen om de effecten op de Europese landbouw van de uitspraak van de WTO over het Airbusgeschil aan te pakken</Titre>

<DocRef>(2019/2895(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Irène Tolleret, Ulrike Müller, Sheila Ritchie, Jérémy Decerle, Atidzhe Alieva‑Veli, Billy Kelleher, Marie‑Pierre Vedrenne, Jordi Cañas</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew­Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0197/2019

B9‑0203/2019

Resolutie van het Europees Parlement over maatregelen om de effecten op de Europese landbouw van de uitspraak van de WTO over het Airbusgeschil aan te pakken

(2019/2895(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het besluit van de scheidsrechter van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in het kader van het Airbus-subsidiegeschil (DS316) van 2 oktober 2019, waarbij de VS tegenmaatregelen op de uitvoer van de EU mogen treffen ter waarde van 7,5 miljard USD (6,8 miljard EUR),

 gezien het formele besluit van het orgaan voor geschillenbeslechting van de WTO van 14 oktober 2019, waarbij groen licht wordt gegeven voor deze tegenmaatregelen,

 gezien het besluit van de VS om met ingang van 18 oktober 2019 een nieuw ad-valoremrecht van 25 % in te voeren voor sommige agrovoedingsproducten en sommige niet-landbouwproducten en van 10 % voor niet-landbouwproducten,

 gezien de desbetreffende artikelen van Verordening (EU) nr. 1144/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties betreffende landbouwproducten uitgevoerd op de interne markt en in derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 3/2008 van de Raad[1],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de VS de belangrijkste bestemming voor de uitvoer van landbouwproducten uit de EU-28 is, in 2018 goed voor 22,3 miljard EUR; overwegende dat deze uitvoer een positieve handelsbalans met de VS helpt te behouden;

B. overwegende dat de EU-uitvoer van landbouwproducten en levensmiddelen met een waarde van 4,3 miljard EUR (60 % van de totale waarde van de tegenmaatregelen) zal worden getroffen door de nieuwe heffingen, die zullen neerkomen op 1,1 miljard EUR;

C. overwegende dat het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië, Duitsland en Ierland in die volgorde de belangrijkste landen zijn waarop het besluit van de VS betrekking heeft, en dat zij goed zijn voor 97 % van de totale uitvoer waarop de nieuwe tarieven van toepassing zijn; overwegende dat ook de agrovoedingssector in andere lidstaten zal worden getroffen;

D. overwegende dat de belangrijkste landbouwproducten waarop de Amerikaanse sancties betrekking hebben, emblematische EU-producten met een zeer hoge toegevoegde waarde zullen zijn (Schotse single malt whisky, wijn, olijfolie, zuivelproducten zoals boter en kaas, alsook producten zoals kasjmier), die zullen blootstaan aan 92 % van de nieuwe Amerikaanse tegenmaatregelen op het gebied van handel;

E. overwegende dat ook andere agrovoedingsproducten, zoals tafelolijven, varkensvlees, koffie, koekjes en biscuits, verwerkt fruit, verse citrusvruchten, mosselen en likeuren geviseerd worden, zij het in mindere mate;

F. overwegende dat landbouwers en marktdeelnemers in de agrovoedingsketen eens te meer het slachtoffer zijn van een niet-agrarisch handelsconflict en dat het besluit van de VS om deze invoerrechten toe te passen voor onbepaalde tijd geldt totdat de lidstaten voldoen aan de uitspraak van de WTO inzake het Airbusgeschil;

G. overwegende dat de Amerikaanse tegenmaatregelen zullen leiden tot meer instabiliteit op de interne markt van de EU, die reeds te kampen heeft met de verstoring vanwege het Russische embargo en zich moet voorbereiden op de economische gevolgen van een eventuele terugtrekking van het VK uit de EU;

H. overwegende dat de VS, overeenkomstig de bepalingen van het Amerikaanse recht, een zogenaamde invoerrechtencarrousel kan invoeren die een domino-effect op andere producten zou hebben, de economische gevolgen van de tegenmaatregelen nog zou versterken en onevenredige gevolgen voor de bilaterale handel zou hebben, aangezien dit de exportstromen naar de VS aanzienlijk zou verstoren;

I. overwegende dat het besluit van de VS voor sommige sectoren, zoals de olijfoliesector, de toch al kwetsbare situatie van de interne markt verder in gevaar zal brengen, terwijl het voor andere sectoren, zoals de wijn-, whisky- en zuivelsector, tot ernstige verstoringen op de hele markt dreigt te leiden; overwegende dat een dergelijk besluit derhalve een bedreiging zou vormen voor de groei, investeringen en banencreatie en zou leiden tot een aanzienlijk verlies aan concurrentievermogen en marktaandeel, waarvan de opbouw jaren heeft geduurd en dat moeilijk te herstellen zal zijn;

J. overwegende dat de prijzen van de producten waarop de nieuwe tarieven van toepassing zijn, voor de consument aanzienlijk kunnen stijgen; overwegende dat de meeste van deze producten kunnen worden vervangen door alternatieven uit andere bronnen;

K. overwegende dat volgens de huidige EU-regels reeds goedgekeurde afzetbevorderingscampagnes die gericht zijn op de Amerikaanse markt niet kunnen worden geherprogrammeerd, en dat sommige reeds getroffen maatregelen ter bevordering van producten met een zeer hoge waarde tevergeefs kunnen blijken te zijn indien de Amerikaanse heffingen worden toegepast;

L. overwegende dat de EU-landbouw in toenemende mate in de internationale markten geïntegreerd is, wat het belang onderstreept van constructieve handelsbetrekkingen in het algemeen en van het in stand houden van een toeleveringsketen voor levensmiddelen van hoge kwaliteit die aan de vraag van de consument beantwoordt;

1. spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het feit dat het besluit van de VS om tegenmaatregelen tegen de EU te nemen als gevolg van het Airbusgeschil niet alleen aanzienlijke negatieve gevolgen zal hebben voor de geviseerde lidstaten en producten, maar ook voor de hele landbouwsector en de hele agrovoedingsketen in de EU;

2. betreurt ten zeerste het gebrek aan betrokkenheid van de VS bij de pogingen van de EU om vóór de toepassing van de heffingen tijdig een via onderhandelingen tot stand gekomen oplossing te vinden; maakt zich zorgen over het feit dat de VS tot nog toe heeft geweigerd om samen met de EU te werken aan een tijdige oplossing voor de beide luchtvaartindustrieën in verband met het langdurige geschil over Airbus en Boeing;

3. steunt de inspanningen van de Commissie en dringt er bij haar op aan te blijven proberen om via onderhandelingen tot oplossingen te komen om de huidige spanningen op handelsgebied tussen beide partijen te verminderen;

4. verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de EU-markt in de hele voedselvoorzieningsketen, teneinde alle verstoringen vast te stellen als gevolg van de toepassing van deze tarieven en het sneeuwbaleffect van producten die uit de voedselvoorzieningsketen zijn verwijderd;

5. merkt op dat de Commissie de mogelijkheid heeft een klacht bij de WTO in te dienen als de VS een invoerrechtencaroussel toepast die een sneeuwbaleffect zou hebben voor een aantal producten; vestigt de aandacht op het onevenredige effect dat een invoerrechtencaroussel zou hebben op de uitvoer van de EU naar de VS;

6. dringt er bij de Commissie op aan de gevolgen van deze tegenmaatregelen voor de getroffen sectoren en de interne markt te onderzoeken en, indien gerechtvaardigd, overeenkomstig de WTO-regels en binnen de grenzen van de begroting, snelle steun beschikbaar te stellen voor de sectoren die door deze heffingen het zwaarst worden getroffen, en te overwegen maatregelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) in te zetten om het hoofd te bieden aan verstoringen van de interne markt;

7. verzoekt de Commissie de huidige secundaire wetgeving inzake de sectorale en horizontale afzetbevorderingsverordeningen te herzien om meer flexibiliteit bij het beheer van dergelijke promotiecampagnes in derde landen mogelijk te maken, teneinde de marktdeelnemers in staat te stellen te reageren en hun acties in de VS te versterken en de gevolgen voor de consumenten te ondervangen of, indien nodig, het accent te verleggen naar alternatieve markten door reeds goedgekeurde acties voor de Amerikaanse markt te herprogrammeren; benadrukt dat EU-marktdeelnemers niet mogen worden gestraft voor de aanpassing van lopende afzetbevorderingsacties als rechtstreekse reactie op de tegenmaatregelen van de VS;

8. verzoekt de Commissie meer flexibiliteit toe te staan bij de toepassing van de sectorale afzetbevorderingsacties als omschreven in Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad[2], zodat de marktdeelnemers de duur van hun campagnes in de VS kunnen verlengen;

9. verzoekt de Commissie horizontale voorlichtings- en afzetbevorderingsacties te ondernemen die de vorm kunnen aannemen van missies op hoog niveau en de deelname aan handelsbeurzen en tentoonstellingen van internationaal belang die gericht zijn op het verbeteren van het imago en de afzetbevordering voor de betrokken producten, overeenkomstig de artikelen 2 en 9 van Verordening (EU) nr. 1144/2014;

10. merkt op dat de Commissie vanwege dit specifieke marktprobleem zou kunnen overwegen gebruik te maken van de bepalingen van de artikelen 15 en 19 van Verordening (EU) nr. 1144/2014 om de marktdeelnemers te helpen;

11. verzoekt de Commissie aanvullende oproepen goed te keuren, samen met een verhoging van de toewijzingen voor afzetbevordering voor 2019, aangezien de jaarlijkse begroting reeds is vastgelegd, om geen vertraging op te lopen bij een snelle reactie op de Amerikaanse tegenmaatregelen;

12. staat achter een aanpassing van de EU-verordeningen inzake de promotie van landbouwproducten uit de EU om marktdeelnemers te helpen hun positie op derde markten uit te breiden en te consolideren en nieuwe afzetmogelijkheden voor EU-producten te vinden met het oog op de hervorming van het GLB en de volgende herziening van de horizontale verordening inzake afzetbevordering;

13. benadrukt dat de markttoegang voor de betrokken producten moet worden verzekerd door de hardnekkige technische belemmeringen weg te nemen die marktdeelnemers ervan hebben weerhouden ten volle gebruik te maken van de uitvoermogelijkheden in het kader van andere handelsovereenkomsten;

14. herhaalt zich te willen inzetten voor vrije handel en open markten en benadrukt het belang van constructieve handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

[1] PB L 317 van 4.11.2014, blz. 56.

[2] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671.

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid