Procedure : 2019/2930(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0211/2019

Ingediende teksten :

B9-0211/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/11/2019 - 8.7
CRE 28/11/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{25/11/2019}25.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0211/2019</NoDocSe>
PDF 136kWORD 43k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu</Titre>

<DocRef>(2019/2930(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Bas Eickhout, Michael Bloss, Marie Toussaint, Karima Delli, Damien Carême, Yannick Jadot, Michèle Rivasi, Caroline Roose, Pär Holmgren, Mounir Satouri, Gwendoline Delbos‑Corfield</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0211/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu

(2019/2930(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het bijbehorend Protocol van Kyoto,

 gezien de Overeenkomst van Parijs, goedgekeurd op de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) te Parijs op 12 december 2015,

 gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake biologische diversiteit,

 gezien het meest recente en meest volledige wetenschappelijke bewijs van de schadelijke effecten van klimaatverandering, dat wordt uiteengezet in het speciaal verslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) getiteld “Global Warming of 1.5 °C” (de opwarming van de aarde met 1,5 °C), het vijfde evaluatierapport (AR5) van de werkgroep en het bijbehorende samenvattend verslag, het speciaal verslag van de IPCC over de klimaatverandering en de bodem en het speciaal verslag van de IPCC over de oceanen en de cryosfeer in een veranderend klimaat,

 gezien de enorme bedreiging van het verlies aan biodiversiteit dat wordt beschreven in het mondiaal evaluatieverslag over biodiversiteit en ecosysteemdiensten van het intergouvernementeel platform voor wetenschap en beleid inzake biodiversiteit en ecosysteemdiensten van 6 mei 2019,

 gezien de 25e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, die van 2 t/m 13 december 2019 in Madrid, Spanje, plaatsvindt,

 gezien de 26e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC die in december 2020 zal plaatsvinden, gedurende welke alle partijen bij het UNFCCC hun nationaal bepaalde bijdragen zullen moeten opvoeren, in overeenstemming met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs,

 gezien de 15e Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP15) die in oktober 2020 zal plaatsvinden in Kunming, China, gedurende welke de partijen het eens moeten worden over een mondiaal kader voor de periode na 2020 om het verlies aan biodiversiteit een halt toe te roepen,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

1. kondigt een noodsituatie af op het gebied van klimaat en milieu, roept de Commissie en de lidstaten op om dienovereenkomstig onmiddellijke actie te ondernemen en verbindt zichzelf hier ook toe;

2. is van mening dat onmiddellijke en ambitieuze actie de komende vijf jaar cruciaal is om de opwarming van de aarde onder 1,5 °C te houden en massa-extinctie te vermijden;

3. dringt er bij de nieuwe Commissie op aan de impact van alle wetgevings- en begrotingsvoorstellen op het klimaat en het milieu uitvoerig te beoordelen en te waarborgen dat ze allemaal volledig in overeenstemming zijn met de doelstelling om de opwarming van de aarde onder 1,5 °C te houden en zo snel mogelijk en uiterlijk in 2040 klimaatneutraliteit te verwezenlijken in de Unie, en dat ze niet bijdragen aan het verlies aan biodiversiteit;

4. roept de nieuwe Commissie ertoe op een ambitieus voorstel te doen voor een Europese klimaatwet, die de bindende doelstelling omvat om de interne broeikasgasemissies in de Unie tegen 2030 met minstens 65 % te verminderen in vergelijking met het niveau van 1990;

5. spoort de nieuwe Commissie ertoe aan de tegenstrijdigheden in het huidige EU-beleid met betrekking tot de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu weg te werken, met name door het beleid op het gebied van landbouw, handel, vervoer, energie en investeringen in infrastructuur ingrijpend te hervormen;

6. verbindt zich ertoe ervoor te zorgen dat geen enkele euro van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) zal worden gebruikt om activiteiten en projecten te financieren die indruisen tegen de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs of die bijdragen aan het verlies aan biodiversiteit;

7. verbindt zich ertoe zijn goedkeuring enkel te hechten aan handelsovereenkomsten met derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van Parijs en die bindende en handhaafbare maatregelen hebben getroffen om de doelstellingen ervan te verwezenlijken;

8. dringt erop aan dat klimaatmaatregelen gepaard gaan met sterke sociale maatregelen om een eerlijke en rechtvaardige transitie te waarborgen, met name door middel van fiscale rechtvaardigheid en een groene taxshift;

9. erkent dat producenten van fossiele brandstoffen historisch gezien verantwoordelijk zijn voor een aanzienlijk deel van de broeikasgasemissies in de wereld en spoort de Commissie daarom aan een verplicht kader vast te stellen voor deze bedrijven – en de privésector in het algemeen – om zich te houden aan de Overeenkomst van Parijs en de mondiale biodiversiteitsdoelstellingen;

10. acht het van cruciaal belang dat burgers en met name de jongere generaties worden betrokken bij de vaststelling van beleid op dit gebied, zodat ze inspraak hebben in hun toekomst; roept de toekomstige commissaris voor de Europese Green Deal ertoe op begin 2020 een burgervergadering bijeen te roepen teneinde de hele bevolking, en met name jongeren, bij dit proces te betrekken;

11. roept de nationale, regionale en lokale overheden van de lidstaten op om concrete maatregelen te treffen om klimaatneutraliteit te verwezenlijken, subsidies die schadelijk zijn voor het milieu een halt toe te roepen en de tenuitvoerlegging van deze plannen nauwlettend te volgen;

12. erkent de institutionele verantwoordelijkheid van het Parlement om zijn ecologische voetafdruk te verkleinen en stelt voor om vanaf 2020 maatregelen in te voeren om de emissies te verlagen, waaronder het invoeren van een enkele zetel voor het Parlement en het vervangen van zijn wagenpark door emissievrije voertuigen;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en aan de Raad, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

Laatst bijgewerkt op: 27 november 2019Juridische mededeling - Privacybeleid