Procedure : 2019/2945(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0249/2019

Ingediende teksten :

B9-0249/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 19/12/2019 - 6.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0110

<Date>{16/12/2019}16.12.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0249/2019</NoDocSe>
PDF 147kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie van de Oeigoeren in China (China Cables)</Titre>

<DocRef>(2019/2945(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Phil Bennion, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, José Ramón Bauzá Díaz, Izaskun Bilbao Barandica, Gilles Boyer, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Jérémy Decerle, Anna Júlia Donáth, Engin Eroglu, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Antony Hook, Ivars Ijabs, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Ulrike Müller, Javier Nart, Jan‑Christoph Oetjen, Dragoş Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Monica Semedo, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Yana Toom, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0246/2019

B9‑0249/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de Oeigoeren in China (China Cables)

(2019/2945(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in China, met name die van 26 november 2009 over China: de rechten van minderheden en de toepassing van de doodstraf[1], van 10 maart 2011 over de situatie en het cultureel erfgoed in Kashgar (Autonome Regio Xinjiang Oeigoer, China)[2], van 15 december 2016 over de zaak van de Tibetaanse boeddhistische academie Larung Gar en Ilham Tohti[3], van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China[4], van 4 oktober 2018 over massale willekeurige detentie van Oeigoeren en Kazakken in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang[5] en van 18 april 2019 over China, met name de situatie van religieuze en etnische minderheden[6],

 gezien de op 24 juni 2013 door de Raad aangenomen richtsnoeren van de EU tot bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst en overtuiging,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de 21e EU-China-top van 9 april 2019,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966, dat China in 1998 heeft ondertekend maar niet heeft geratificeerd,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de slotopmerkingen van het verslag over China van de VN-Commissie voor de uitbanning van rassendiscriminatie,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in november 2019 in gelekte documenten van de Chinese regering voor het eerst in detail werd omschreven hoe China stelselmatig honderdduizenden moslims hersenspoelt in een netwerk van zwaar beveiligde gevangenenkampen; overwegende dat de Chinese regering altijd heeft beweerd dat in de kampen onderwijs en opleiding werd geboden waar men vrijwillig aan kon deelnemen; overwegende dat de gelekte documenten aanwijzingen bevatten voor het beheren van de kampen als zwaar beveiligde gevangenissen, met behulp van strenge discipline en straffen en zonder mogelijkheid tot ontsnapping;

B. overwegende dat de mensenrechtensituatie in China sinds het aantreden van president Xi Jinping in maart 2013 steeds verder achteruitgaat; overwegende dat de regering steeds harder optreedt tegen vreedzaam protest en minder ruimte laat voor de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, en de rechtsstaat; overwegende dat honderden mensenrechtenactivisten, advocaten en journalisten door de Chinese autoriteiten zijn opgepakt en worden vervolgd;

C. overwegende dat de Chinese autoriteiten een steeds intensievere campagne voeren van massale internering, indringend toezicht, politieke indoctrinatie en gedwongen culturele assimilatie;

D. overwegende dat de onderdrukking is toegenomen sinds de nieuwe, op regionaal regeringsniveau aangenomen regelgeving inzake religieuze vraagstukken op 1 februari 2018 in werking is getreden; overwegende dat openbare of zelfs besloten demonstraties van religieuze of culturele aard op grond van deze regelgeving als extremistisch kunnen worden beschouwd; overwegende dat China een van de grootste populaties religieuze gevangenen ter wereld huisvest;

E. overwegende dat de situatie in Xinjiang, waar 10 miljoen islamitische Oeigoeren wonen, snel achteruit is gegaan sinds de Chinese autoriteiten stabiliteit en controle over Xinjiang tot een topprioriteit hebben gemaakt; overwegende dat er berichten zijn dat het kampsysteem van Xinjiang inmiddels ook in andere delen van China zou worden toegepast;

F. overwegende dat een geavanceerd netwerk van indringende digitale bewaking is ontwikkeld, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van gezichtsherkenningstechnieken en de verzameling van gegevens;

G. overwegende dat de Chinese regering herhaaldelijke verzoeken om onafhankelijke onderzoekers naar Xinjiang te sturen, stelselmatig heeft afgewezen;

H. overwegende dat de gouverneur van Xinjiang, Shohrat Zakir, in december 2019 heeft verklaard dat alle 1,5 miljoen mensen uit heropvoedings- en interneringskampen zijn "teruggekeerd naar de samenleving", zonder hier enig bewijs van te leveren;

1. is ernstig bezorgd over de toenemende onderdrukking van verschillende minderheden, met name de Oeigoeren en andere islamitische etnische minderheden, die steeds verder beperkt worden in hun grondwettelijk gegarandeerde recht op vrijheid van culturele uiting en geloofsovertuiging, vrijheid van meningsuiting en van vreedzame vergadering en vereniging; eist dat de autoriteiten deze fundamentele vrijheden eerbiedigen;

2. dringt er bij de Chinese regering op aan onmiddellijk een einde te maken aan de willekeurige detentie, zonder enige vorm van tenlastelegging, proces of veroordeling voor strafbare feiten, alle kampen en detentiecentra te sluiten, en de gevangenen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten; dringt erop aan dat eventuele aanvullende verklaringen over de vrijlating van gevangenen met onweerlegbaar bewijs moeten worden gestaafd;

3. dringt er bij de Chinese regering op aan onmiddellijk een lijst te publiceren van alle gevangenen en van alle mensen die inmiddels zijn vrijgelaten; roept de Chinese regering op om alle gegevens van verdwenen personen in Xinjiang aan hun familieleden te openbaren;

4. dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van willekeurig gevangengezette personen en gewetensgevangenen, inclusief beoefenaren van Falun Gong, en op de beëindiging van gedwongen verdwijningen; eist dat alle gevangenen de mogelijkheid krijgen een wettelijke vertegenwoordiger te kiezen en hun familie te zien en toegang tot medische zorg krijgen, en dat hun zaak wordt onderzocht;

5. verzoekt de Chinese autoriteiten de taalkundige, culturele, religieuze en andere fundamentele vrijheden van de Oeigoeren te eerbiedigen;

6. roept de Chinese autoriteiten op om vertegenwoordigers van onafhankelijke media en internationale waarnemers, waaronder de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN en de mandaathouders van de speciale procedures van de VN-mensenrechtenraad, vrije, betekenisvolle en ongehinderde toegang tot de provincie Xinjiang te geven; is van oordeel dat de EU en de lidstaten tijdens de volgende zitting van de VN-Mensenrechtenraad het voortouw moeten nemen bij een resolutie om een onderzoeksmissie naar Xinjiang te sturen;

7. spoort China aan het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te ratificeren;

8. spreekt zijn teleurstelling uit over het feit dat de 37e ronde van de dialoog tussen de EU en China over de mensenrechten geen wezenlijke resultaten heeft opgeleverd; betreurt voorts dat de Chinese delegatie op 2 april 2019 niet heeft deelgenomen aan de voortzetting van de dialoog waarbij van gedachten zou worden gewisseld met maatschappelijke organisaties;

9. dringt er bij de VV/HV, de EDEO en de lidstaten op aan de zorgwekkende ontwikkelingen op het gebied van de mensenrechten in Xinjiang, zoals toenemende onderdrukking en controle van de overheid, intensiever te volgen, en zich zowel tijdens privégesprekken als publiekelijk uit te spreken tegen mensenrechtenschendingen in China; verzoekt de VV/HV aan te dringen op een onafhankelijk onderzoek naar de omvang en aard van het interneringskampsysteem en naar de talloze beschuldigingen van ernstige en stelselmatige mensenrechtenschendingen;

10. dringt er bij de Raad op aan te overwegen  tegoeden te bevriezen en gerichte sancties vast te stellen jegens functionarissen en instanties die verantwoordelijk zijn voor het harde optreden in de Oeigoerse autonome regio Xinjiang;

11. roept de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap ertoe op een einde te maken aan de uitvoer en technologieoverdracht van goederen en diensten die door China worden gebruikt om zijn systeem van cyberbewaking en voorspellende methode voor het opstellen van profielen te verbeteren; meent dat de EU en haar lidstaten Europese bedrijven ertoe moeten aansporen hun toeleveringsketens te onderzoeken om zich ervan te verzekeren dat zij niet indirect betrokken zijn bij de onderdrukking van de Oeigoerse bevolking;

12. spoort de EU-lidstaten ertoe aan specifieke maatregelen te nemen om Oeigoerse inwoners en burgers die in andere landen wonen te beschermen tegen intimidatie door de Chinese regering en om erop toe te zien dat de rechten en vrijheden van inwoners en burgers van EU-lidstaten niet worden geschonden door een buitenlandse mogendheid;

13. stelt vast dat er tussen de EU en China een scheve verhouding bestaat in perstoegang en -vrijheid; verzoekt China om EU-media dezelfde rechten en toegang te verlenen die Chinese media in de EU-lidstaten genieten;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de Volksrepubliek China.

 

[1] PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 80.

[2] PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 185.

[3] PB C 238 van 6.7.2018, blz. 108.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0343.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0377.

[6] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0422.

Laatst bijgewerkt op: 18 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid