Procedure : 2019/2978(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0251/2019

Ingediende teksten :

B9-0251/2019

Debatten :

PV 18/12/2019 - 21
CRE 18/12/2019 - 21

Stemmingen :

PV 19/12/2019 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0111

<Date>{16/12/2019}16.12.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0251/2019</NoDocSe>
PDF 139kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua </Titre>

<DocRef>(2019/2978(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Kati Piri, Maria Manuel Leitão Marques</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0251/2019

B9‑0251/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua

(2019/2978(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008[1], 26 november 2009[2], 16 februari 2017[3], 31 mei 2018[4] en 14 maart 2019[5],

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

 gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma 2014-2020 van de EU voor Nicaragua,

 gezien de conclusies van de Raad over Nicaragua, en met name die van 14 oktober 2019, waarin een kader voor gerichte sancties is vastgesteld,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de situatie in Nicaragua, en met name die van 20 november 2019,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Rupert Colville, van 19 november 2019,

 gezien het verslag van de commissie op hoog niveau van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) inzake Nicaragua van 19 november 2019,

 gezien de nieuwsbrieven van het speciaal toezichtsmechanisme voor Nicaragua (MESENI), dat is opgericht door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van juni 2004,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat mensenrechtenverdedigers en andere critici van de staat van dienst van de Nicaraguaanse overheid op het gebied van de mensenrechten steeds vaker het doelwit zijn van doodsbedreigingen, intimidatie, lastercampagnes op het internet, pesterijen, observatie, geweld en gerechtelijke vervolging; overwegende dat volgens meldingen van internationale mensenrechtenorganisaties meer dan 80 000 mensen Nicaragua gedwongen hebben verlaten als gevolg van de huidige crisis, terwijl de repressie is toegenomen;

B. overwegende dat volgens de recentste cijfers van MESENI 328 mensen zijn omgekomen, honderden gewond zijn geraakt, meer dan 150 politieke gevangenen louter wegens de uitoefening van hun rechten willekeurig gevangen worden gehouden, en 144 studenten van universiteiten zijn weggestuurd omdat ze hebben deelgenomen aan demonstraties voor democratie, meer vrijheid en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) heeft gemeld dat meer dan 100 journalisten en mediawerkers het land hebben moeten verlaten;

C. overwegende dat eerbiediging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, politiek pluralisme en de vrijheid van vergadering en meningsuiting grondrechten en essentiële pijlers van de democratie en de rechtsstaat zijn;

D. overwegende dat op 14 november 2019 in de San Miguelkerk in Masaya onder meer acht familieleden van gedetineerde politieke tegenstanders in hongerstaking zijn gegaan om de vrijlating te eisen van 130 mensen die in het kader van de protesten zouden zijn opgepakt; overwegende dat de politie de kerk omsingelde en de water- en elektriciteitstoevoer afsneed; overwegende dat de politie niemand de kerk binnenliet en niemand toestond humanitaire en medische bijstand te verlenen;

E. overwegende dat diezelfde nacht, nadat ze de door de politie omsingelde mensen wat water hadden gebracht, ten minste 13 oppositieleden zijn opgepakt, waaronder Amaya Eva Coppens, een Belgisch-Nicaraguaanse mensenrechtenverdediger die in het kader van de protesten acht maanden lang werd vastgehouden en op 11 juni 2019 op grond van de amnestiewet werd vrijgelaten;

F. overwegende dat het Openbaar Ministerie van Nicaragua hen ten onrechte heeft beschuldigd van verscheidene strafbare feiten, waaronder ontvoering, illegaal wapenbezit en terrorisme, wat een duidelijke schending vormt van de garantie van een eerlijke rechtsgang en hun recht op een onpartijdig gerecht; overwegende dat de gevangenisomstandigheden in Nicaragua bovendien niet aan de internationale normen voldoen; overwegende dat Nicaraguaanse oppositieleden uitdrukkelijk hebben gemeld dat in het gevangeniswezen gebruik wordt gemaakt van foltering en seksueel geweld;

G. overwegende dat de Nicaraguaanse regering de familie van de slachtoffers van de democratische, institutionele en politieke crisis steeds intensiever vervolgt door intimidatie en observatie ter voorkoming van acties in privékring en in het openbaar ter herdenking van hun geliefden en van acties in het kader van hun streven naar gerechtigheid;

H. overwegende dat de Nicaraguaanse regering vergeldingsmaatregelen neemt tegen zij die vrijuit spreken over de mensenrechtensituatie in Nicaragua en die een beroep doen op internationale functionarissen en mechanismen, waaronder die van de VN;

I. overwegende dat internationale organisaties die naar een vreedzame oplossing voor het conflict en naar nationale verzoening streefden, door de Nicaraguaanse regering uit het land werden gezet; overwegende dat de onderdrukking van maatschappelijke organisaties is toegenomen doordat hen hun rechtspositie is ontnomen in een land met een onbeduidend institutioneel kader, waardoor de slachtoffers van onderdrukking dubbel worden gestraft;

J. overwegende dat hooggeplaatste functionarissen van sommige EU-lidstaten meermaals de toegang tot Nicaragua is ontzegd; overwegende dat de regering van Nicaragua de commissie op hoog niveau van de OAS inzake Nicaragua, die streefde naar een hervorming van het kiesstelsel, de toegang tot het land heeft ontzegd; overwegende dat een hervorming van het kiesstelsel sleutelelement is op weg naar de regelmatige oprichting van democratische instellingen;

K. overwegende dat de Nicaraguaanse regering geen belangstelling heeft getoond om een geloofwaardige en inclusieve dialoog met de Alianza Cívica te hervatten of om de akkoorden van maart 2019 volledig ten uitvoer te leggen;

L. overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012; overwegende dat deze overeenkomst een democratieclausule bevat, die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt; overwegende dat de democratieclausule in de huidige omstandigheden in werking moet worden gesteld door Nicaragua van de overeenkomst te schorsen;

1. betuigt zijn solidariteit met het Nicaraguaanse volk en veroordeelt alle repressieve acties van de Nicaraguaanse regering, in het bijzonder de moorden, de algemene beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, het buiten de wet stellen van niet-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld, de uitwijzing van internationale organisaties uit het land, de sluiting van en de aanvallen op de media, de beperkingen van het recht op informatie en de schorsing van studenten van universiteiten;

2. roept de Nicaraguaanse regering ertoe op om een einde te maken aan de voortdurende onderdrukking van afwijkende meningen en het permanent patroon van willekeurige arrestaties, foltering en seksueel geweld, om mensenrechtenverdedigers, politieke tegenstanders, familieleden van slachtoffers en anderen met een afwijkende mening niet te criminaliseren, vervolgen of aan te vallen en om de paramilitaire eenheden die in het land actief zijn onmiddellijk te ontmantelen;

3. dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van iedereen die willekeurig gevangen is gezet, waaronder Amaya Eva Coppens, de intrekking van alle aanklachten tegen hen en de eerbiediging van hun fundamentele juridische waarborgen; roept ertoe op dat zij die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat ter verantwoording worden geroepen;

4. is ingenomen met het besluit van de Raad om een kader voor gerichte beperkende maatregelen vast te stellen voor degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, misbruik en de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua; roept de lidstaten ertoe op snel overeenstemming te bereiken over de specifieke lijst van individuen en entiteiten die een sanctie moeten krijgen;

5. veroordeelt het gebrek aan bereidheid bij de Nicaraguaanse regering om opnieuw een zinvolle interne dialoog op te starten; roept de autoriteiten ertoe op de dialoog met de Alianza Cívica te hervatten, teneinde een democratische, duurzame en vreedzame oplossing te vinden die de volledige tenuitvoerlegging van de akkoorden van maart 2019 mogelijk maakt; benadrukt dat de politieke en burgerlijke vrijheden van alle Nicaraguanen moeten worden gegarandeerd, dat wie in ballingschap is moet kunnen terugkeren, dat internationale organisaties moeten kunnen terugkeren en dat met hen moet worden samengewerkt, dat mensenrechtenorganisaties hun rechtspersoonlijkheid moeten terugkrijgen en dat er een geloofwaardig verkiezingsproces tot stand moet worden gebracht dat onmiddellijke, eerlijke en transparante verkiezingen in aanwezigheid van internationale waarnemers zou waarborgen;

6. verzoekt de VV/HV en de EU-delegatie voor Nicaragua om de ontwikkelingen in het land op de voet te volgen en de mensenrechtenproblemen te blijven aanpakken die voortvloeien uit de situatie die in het land is ontstaan en waarmee onder andere gevangenen, studenten, demonstranten, familieleden van slachtoffers en journalisten worden geconfronteerd;

7. dringt erop aan dat er zo snel mogelijk een delegatie van het Parlement naar Nicaragua wordt gestuurd om de situatie in het land opnieuw te monitoren en spoort de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe aan deze delegatie vrij toe te laten tot het land en toegang te verlenen tot alle gesprekspartners en faciliteiten;

8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, het Midden-Amerikaans Parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

[1] PB C 45 E van 23.2.2010, blz. 89.

[2] PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 74.

[3] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 189.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0238.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0219.

Laatst bijgewerkt op: 18 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid