Procedure : 2019/2978(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0254/2019

Ingediende teksten :

B9-0254/2019

Debatten :

PV 18/12/2019 - 21
CRE 18/12/2019 - 21

Stemmingen :

PV 19/12/2019 - 6.6
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0111

<Date>{16/12/2019}16.12.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0254/2019</NoDocSe>
PDF 149kWORD 48k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua</Titre>

<DocRef>(2019/2978(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Javier Nart, Abir Al‑Sahlani, Petras Auštrevičius, Malik Azmani, José Ramón Bauzá Díaz, Phil Bennion, Izaskun Bilbao Barandica, Gilles Boyer, Sylvie Brunet, Olivier Chastel, Katalin Cseh, Jérémy Decerle, Anna Júlia Donáth, Engin Eroglu, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Antony Hook, Ivars Ijabs, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Jan‑Christoph Oetjen, Dragoş Pîslaru, Samira Rafaela, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Monica Semedo, Susana Solís Pérez, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne, Chrysoula Zacharopoulou</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0251/2019

B9‑0254/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van mensenrechten en democratie in Nicaragua

(2019/2978(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008[1], 26 november 2009[2], 16 februari 2017[3], 31 mei 2018[4] en 14 maart 2019[5],

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

 gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma 2014-2020 van de EU voor Nicaragua,

 gezien de conclusies van de Raad over Nicaragua, en met name die van 14 oktober 2019, waarin een kader voor gerichte sancties is vastgesteld,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de situatie in Nicaragua, en met name die van 20 november 2019,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR), Rupert Colville, van 19 november 2019,

 gezien het rapport van de commissie op hoog niveau van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) inzake Nicaragua van 19 november 2019,

 gezien de nieuwsbrieven die worden gepubliceerd door het speciaal toezichtsmechanisme voor Nicaragua (MESENI) dat is opgericht door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 16 december 1966,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenactivisten van 14 juni 2004,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat mensenrechtenverdedigers en critici van de staat van dienst van de Nicaraguaanse overheid op het gebied van de mensenrechten steeds vaker het doelwit zijn van doodsbedreigingen, intimidatie, lastercampagnes op het internet, pesterijen, observatie, geweld en gerechtelijke vervolging; overwegende dat volgens meldingen van internationale mensenrechtenorganisaties meer dan 80 000 mensen Nicaragua gedwongen hebben verlaten vanwege de huidige crisis en dat de repressie in het land toeneemt;

B. overwegende dat in Nicaragua volgens de recentste cijfers van MESENI 328 mensen zijn omgekomen en honderden gewond zijn geraakt, meer dan 150 politieke gevangenen louter wegens de uitoefening van hun rechten willekeurig gevangen worden gehouden, en 144 studenten van universiteiten zijn weggestuurd omdat ze hebben deelgenomen aan demonstraties voor democratie, meer vrijheid en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) heeft gemeld dat meer dan 100 journalisten en mediawerkers het land hebben moeten verlaten; overwegende dat de Nicaraguaanse regering de invoer van krantenpapier heeft geblokkeerd, waardoor verschillende kranten gedwongen moesten sluiten, met inbegrip van het iconische Nuevo Diario;

C. overwegende dat eerbiediging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, politiek pluralisme en de vrijheid van vergadering en meningsuiting grondrechten en essentiële pijlers van de democratie en de rechtsstaat zijn;

D. overwegende dat op 14 november 2019 in de San Miguelkerk in Masaya een aantal mensen, waaronder acht familieleden van gedetineerde politieke tegenstanders, in hongerstaking is gegaan om de vrijlating te eisen van 130 mensen die in het kader van de protesten zouden zijn opgepakt; overwegende dat de politie deze mensen in de kerk omsingelde en de water- en elektriciteitstoevoer naar het gebouw afsneed; overwegende dat de politie niemand de kerk binnenliet en niemand toestond humanitaire en medische bijstand te verlenen;

E. overwegende dat ten minste 13 oppositieleden diezelfde nacht werden opgepakt nadat ze de door de politie omsingelde mensen wat water hadden gebracht, met inbegrip van Amaya Eva Coppens, een Belgisch-Nicaraguaanse mensenrechtenactiviste die in het kader van de protesten acht maanden lang werd vastgehouden en op 11 juni 2019 op grond van een amnestiewet was vrijgelaten;

F. overwegende dat het Openbaar Ministerie van Nicaragua deze 13 oppositieleden ten onrechte heeft beschuldigd van verscheidene strafbare feiten, waaronder ontvoering, illegaal wapenbezit en terrorisme, en hierdoor duidelijk laat zien dat er geen sprake is van garanties voor een eerlijke procesvoering en het recht op een onpartijdig gerecht; overwegende dat de gevangenisomstandigheden in Nicaragua bovendien in onvoldoende mate aan de internationale normen voldoen; overwegende dat Nicaraguaanse oppositieleden uitdrukkelijk hebben gemeld dat in de gevangenis gebruik wordt gemaakt van foltering en seksueel geweld;

G. overwegende dat de Nicaraguaanse regering de familieleden van de slachtoffers van de democratische, institutionele en politieke crisis steeds intensiever vervolgt door observatie met de bedoeling te intimideren, om ervoor te zorgen dat zij niet kunnen deelnemen aan acties in privékring en in het openbaar ter herdenking van hun geliefden, en hen te verhinderen gerechtigheid te eisen;

H. overwegende dat de Nicaraguaanse regering hard optreedt tegen mensen die vrijuit spreken over de mensenrechtensituatie in Nicaragua en die een beroep doen op internationale functionarissen en mechanismen, waaronder die van de VN;

I. overwegende dat internationale organisaties die naar een vreedzame oplossing voor het conflict en naar nationale verzoening streefden, door de Nicaraguaanse regering uit het land werden gezet; overwegende dat de onderdrukking van maatschappelijke organisaties is toegenomen doordat hen hun rechtspositie is ontnomen in een land met een onbeduidend institutioneel kader, waardoor de slachtoffers van onderdrukking dubbel worden gestraft;

J. overwegende dat sommige hooggeplaatste functionarissen van de lidstaten meermaals de toegang tot Nicaragua is ontzegd;

K. overwegende dat de Nicaraguaanse regering geen interesse heeft laten blijken om opnieuw een geloofwaardige en inclusieve dialoog aan te knopen met de Alianza Cívica of om de akkoorden van maart 2019 volledig uit te voeren;

L. overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012; overwegende dat deze overeenkomst een democratieclausule bevat, die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt; overwegende dat de democratieclausule in de huidige omstandigheden in werking moet worden gesteld door Nicaragua tijdelijk uit te sluiten van de overeenkomst;

1. veroordeelt alle repressieve maatregelen van de Nicaraguaanse regering, met name de moorden, de algemene beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, het buiten de wet stellen van niet-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld, de uitwijzing van internationale organisaties uit het land, de sluiting van en de aanvallen op de media, de beperkingen van het recht op informatie en de uitsluiting van studenten van universiteiten;

2. roept de Nicaraguaanse regering ertoe op om een einde te maken aan de voortdurende onderdrukking van afwijkende meningen en het aanhoudende patroon van willekeurige arrestaties, foltering en seksueel geweld, en om mensenrechtenverdedigers, politieke tegenstanders, familieleden van slachtoffers en anderen met een afwijkende mening niet te criminaliseren, te vervolgen of aan te vallen; dringt aan op onverwijld, onpartijdig, transparant en grondig onderzoek naar het geweld;

3. dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van iedereen die willekeurig gevangen is gezet, waaronder Amaya Eva Coppens, de intrekking van alle aanklachten en de eerbiediging van hun fundamentele juridische waarborgen; dringt erop aan dat zij die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat ter verantwoording worden geroepen;

4. is ingenomen met het besluit van de Raad om een kader voor gerichte beperkende maatregelen vast te stellen voor degenen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, misbruik of de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de democratische oppositie in Nicaragua; verzoekt de lidstaten om snel tot een overeenkomst te komen over de specifieke lijst van personen en entiteiten die een sanctie moeten krijgen, waaronder president Ortega, vice-president Rosario Murillo, hun zonen Laureano en Rafael Ortega Murillo, en Ramón Antonio Avellán Medal, adjunct-directeur-generaal van de Nicaraguaanse nationale politie, die aan het hoofd stond van “Operation Clean Up”;

5. veroordeelt het gebrek aan bereidheid bij de Nicaraguaanse regering om opnieuw een zinvolle interne dialoog op te starten; roept de autoriteiten ertoe op de dialoog met de Nicaraguaanse Alianza Cívica te hervatten, teneinde een democratische, duurzame en vreedzame oplossing te vinden die de volledige tenuitvoerlegging van de akkoorden van maart 2019 mogelijk maakt; benadrukt dat het noodzakelijk is politieke en burgerlijke vrijheden te garanderen voor alle Nicaraguanen, dat ballingen moeten kunnen terugkeren, dat internationale organisaties moeten kunnen terugkeren en dat met hen moet worden samengewerkt, en dat er een geloofwaardig verkiezingsproces tot stand moet worden gebracht, met een hervormde Nicaraguaanse hoge kiesraad die onmiddellijke, eerlijke en transparante verkiezingen zou waarborgen, in aanwezigheid van internationale waarnemers;

6. verzoekt de VV/HV en de delegatie voor Nicaragua van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om de ontwikkelingen in het land op de voet te volgen en aandacht te blijven besteden aan de mensenrechtenproblemen die voortvloeien uit de situatie in verband met onder andere gevangenen, studenten, demonstranten, familieleden van slachtoffers en journalisten;

7. roept het Parlement ertoe op zo snel mogelijk een delegatie naar Nicaragua te sturen om de situatie in het land opnieuw te monitoren en spoort de Nicaraguaanse autoriteiten ertoe aan deze delegatie vrij toe te laten tot het land en toegang te verlenen tot alle gesprekspartners en faciliteiten;

8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering, het Midden-Amerikaans Parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

 

[1] PB C 45 E van 23.2.2010, blz. 89.

[2] PB C 285 E van 21.10.2010, blz. 74.

[3] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 189.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0238.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0219.

Laatst bijgewerkt op: 18 december 2019Juridische mededeling - Privacybeleid