ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Venezuela
13.1.2020 - (2020/2507(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Reinhard Bütikofer
namens de Verts/ALE-Fractie
B9‑0052/2020
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela
Het Europees Parlement,
– gezien de verklaring van 9 januari 2020 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Josep Borrell, namens de EU over de meest recente ontwikkelingen in Venezuela,
– gezien de door de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) gepubliceerde verklaring van 9 januari 2020 van de internationale contactgroep over Venezuela,
– gezien artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,
– gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 8 februari 2018[1], van 3 mei 2018[2], van 5 juli 2018[3], van 25 oktober 2018[4], van 31 januari 2019[5], van 28 maart 2019[6], en van 18 juli 2019[7],
– gelet op artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de chaotische gebeurtenissen van 5 januari 2020 rond de verkiezing van een nieuw bestuur voor de Nationale Vergadering van Venezuela aanleiding geven tot ernstige zorgen over de institutionele levensvatbaarheid en verantwoordelijke bestuurbaarheid van het land door alle betrokken actoren;
B. overwegende dat Juan Guaidó, die nog steeds het voorzitterschap van de Nationale Vergadering waarneemt, op 5 januari 2020, de dag van zijn herverkiezing, de toegang tot de Venezolaanse Nationale Vergadering werd ontzegd, omdat hij het gebouw wilde betreden in het bijzijn van geschorste leden van de Nationale Vergadering;
C. overwegende dat de leden van de Nationale Vergadering het parlementaire mandaat dat zij van de Venezolaanse bevolking kregen zonder enige vorm van intimidatie of represailles moeten kunnen uitoefenen;
D. overwegende dat er een verkiezing heeft plaatsgevonden in de Nationale Vergadering, waar Luis Parra het voorzitterschap won voor de zittingsperiode in 2020, en dat in het gebouw van de krant El Nacional eveneens een verkiezing is gehouden waarbij Juan Guaidó is verkozen tot voorzitter, en er dus twee voorzitters zijn gekozen voor de Nationale Vergadering; overwegende dat er ernstige twijfels zijn met betrekking tot de legitimiteit van beide verkiezingen, aangezien er veel onregelmatigheden en pogingen tot intimidatie zijn vastgesteld, nog afgezien van het feit dat de genoemde aantallen stemmen niet kloppen, waardoor de reeds rampzalige situatie nog eens wordt verergerd;
E. overwegende dat beide voorzitters tot hetzelfde politieke blok van oppositiepartijen behoorden, totdat Luis Parra in december 2019 door de partij Primero Justicia werd geschorst voor vermeende corruptie en Juan Guaidó na de gebeurtenissen op 5 januari 2020 besloot uit de partij Voluntad Popular te stappen;
F. overwegende dat er zich tijdens de daaropvolgende dagen chaotische scènes bleven afspelen vol verklaringen, aantijgingen en politici die in diskrediet werden gebracht; overwegende dat het dringend nodig is om orde te brengen in de chaos en een onderhandelde oplossing te vinden voor de huidige situatie, aangezien het risico bestaat dat de gebeurtenissen rond de verkiezing van de voorzitter van de Venezolaanse Nationale Vergadering voor 2020 leiden tot verdere institutionele instabiliteit, naast het risico dat het vertrouwen van de rest van de wereld in de institutionele levensvatbaarheid van Venezuela verder daalt;
G. overwegende dat elke oplossing voor dit diepe, meervoudige conflict moet worden gevonden binnen het kader van de rechtsstaat, in overeenstemming moet zijn met de internationale normen, en de democratie en de mensenrechten ten volle moet eerbiedigen;
H. overwegende dat de verdere destabilisatie van de Venezolaanse instellingen door meer zelfbenoemingen en soortgelijke acties het ernstige risico met zich meebrengt dat de toch al uiterst kritieke situatie verder escaleert en zelfs een burgeroorlog kan veroorzaken, wat overloopeffecten buiten Venezuela kan hebben, mede gezien een toenemend aantal migranten dat naar de buurlanden vlucht;
I. overwegende dat de rol van de EU moet bestaan in het blijven aanbieden van bemiddeling tussen alle actoren die betrokken zijn bij het conflict in het land – een rol die zij goed kan vervullen gezien de nauwe banden tussen verschillende lidstaten en Venezuela;
1. uit zijn diepe bezorgdheid over de verslechterende situatie en de verdere institutionele destabilisatie als gevolg van het gedrag van alle actoren die betrokken zijn bij de verkiezing van de voorzitter van de Nationale Vergadering van Venezuela in 2020;
2. dringt aan op volledige opheldering van de gebeurtenissen en de democratische gepastheid van de handelingen van alle betrokken personen en instanties;
3. vraagt alle betrokken actoren de stabiele toekomst van hun land boven hun eigen persoonlijke carrière-aspiraties te stellen en het geschil over het voorzitterschap van de Nationale Vergadering, dat zowel de Vergadering als de oppositie verdeeld heeft, op te lossen;
4. benadrukt dat dringend moet worden gestreefd naar institutionele stabiliteit met duidelijke procedures, en vraagt alle betrokken actoren om af te zien van handelingen die het wantrouwen in de levensvatbaarheid van de Venezolaanse instituties of de kloof tussen de Venezolaanse bevolking en de politiek zouden kunnen vergroten, of geweld zouden kunnen uitlokken;
5. benadrukt dat de wederopbouw van de democratie in al haar dimensies in Venezuela een randvoorwaarde is voor een definitieve oplossing van de crisis; herhaalt dat geweld niet zal leiden tot vrede, maar het land verder zal destabiliseren;
6. dringt erop aan dat de Venezolaanse autoriteiten de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering eerbiedigen; roept alle actoren op af te zien van het gebruik van buitensporig, onevenredig en willekeurig geweld, dat op duidelijke en ondubbelzinnige wijze wordt verboden door het internationaal recht;
7. benadrukt het belang van het zelfbeschikkingsrecht van de Venezolaanse bevolking en het belang van een echte uitdrukking van hun democratische wil; verzoekt politieke leiders zich te onthouden van handelingen of oproepen die verdere onrust en politieke instabiliteit in de hand zouden kunnen werken;
8. deelt het standpunt van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet, waaraan zij uitdrukking gaf in haar toespraak tot de VN-Mensenrechtenraad op 5 juli 2019 – namelijk dat samenkomen in dialoog de enige uitweg uit deze crisis vormt;
9. waarschuwt voor het potentiële risico dat het geweld en de onrust in Venezuela overslaan naar buurlanden, en het risico dat dit uiteindelijk leidt tot oorlog in de regio; dringt er bij alle betrokkenen op aan, inclusief de actoren uit de internationale gemeenschap, om uitdrukkelijk elke niet-vreedzame, militaire oplossing voor de crisis, met inbegrip van lage-intensiteitsoorlogvoering, uit te sluiten;
10. dringt erop aan dat dubbele normen ten aanzien van derde landen worden vermeden en dat de EU en haar lidstaten consequent zijn in hun standpunten ten aanzien van derde landen; herinnert aan het belang van een eensgezinde reactie van de EU als basis voor een krachtig en geloofwaardiger EU-standpunt;
11. benadrukt dat de EU bereid is om als bemiddelaar op te treden en inspanningen om het land te stabiliseren te ondersteunen, en dat de EU elk gebruik van geweld en een internationale militaire interventie verwerpt;
12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de regering en autoriteiten van Venezuela, en de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering.
- [1] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 61.
- [2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.
- [3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.
- [4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.
- [5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.
- [6] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0327.
- [7] Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0007.