<Date>{22/01/2020}22.1.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0071/2020</NoDocSe>
PDF 144kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 111, lid 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 4 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, en tot rectificatie van die verordening</Titre>

<DocRef>(C(2019)07227 – 2019/2843(DEA))</DocRef>


<Depute>Anna Zalewska</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>


B9‑0071/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 4 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, en tot rectificatie van die verordening

(C(2019)07227 – 2019/2843(DEA))

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie van 4 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, met het oog op de aanpassing aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang, en tot rectificatie van die verordening (C(2019)07227),

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006[1], en met name artikel 37, lid 5, artikel 53, lid 1, en artikel 53 bis, lid 6,

 gezien het evenredigheidsbeginsel van artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en Protocol (Nr. 2) betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien artikel 111, lid 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat titaandioxide (TiO2) een wijdverbreid, natuurlijk oxide van titaan is dat voorkomt in een aantal kristallijne structuren, waaronder rutiel, brookiet en anataas,

B. overwegende dat TiO2 een inerte, thermisch stabiele, onbrandbare en onoplosbare verbinding is die niet als gevaarlijk is ingedeeld in het op VN-niveau vastgestelde wereldwijde geharmoniseerde systeem voor de indeling en etikettering van chemische stoffen,

C. overwegende dat TiO2, als gevolg van zijn vermogen om licht te verstrooien en ultraviolet licht te absorberen, al meer dan een eeuw op grote schaal wordt gebruikt als kleurstof, met een mondiale markt waarvan de waarde wordt geraamd op meer dan 25 miljard EUR in 2025,

D. overwegende dat TiO2 algemeen wordt toegepast in een groot aantal uiteenlopende sectoren, waaronder cosmetica, geneesmiddelen, keramische producten, verpakkingen, bouw, auto-onderdelen en elektrische en elektronische apparatuur,

E. overwegende dat de Commissie in het kader van de 14e aanpassing aan de technische vooruitgang van Verordening (EG) nr. 1272/2008, (de CLP-verordening) een geharmoniseerde indeling heeft voorgesteld van TiO2 als carcinogeen van categorie 2 voor mengsels in poedervorm, ondanks bewijs dat de Klimisch-score voor betrouwbaarheid van de gegevens ontoereikend is, felle tegenkanting van diverse lidstaten die bezwaren formuleren met betrekking tot de wetenschappelijke onderbouwing, en de potentiële negatieve gevolgen van dit precedent voor de indeling van andere poedervormige verbindingen,

F. overwegende dat in artikel 37, lid 5, van de CLP-verordening bepaald wordt dat de Commissie onverwijld gedelegeerde handelingen vaststelt tot opneming van die stof in tabel 3.1 van deel 3 van bijlage VI, samen met de bijbehorende indeling en etiketteringselementen, indien zij de harmonisatie van de indeling en etikettering van de desbetreffende stof “juist” acht; dat in de CLP-verordening bijgevolg niet voorzien is in een verplichting voor de Commissie om tot de geharmoniseerde indeling over te gaan, maar dat er integendeel in bepaald wordt dat de Commissie ook alternatieve oplossingen moet overwegen,

G. overwegende dat in artikel 5 van Protocol (Nr. 2) onder meer bepaald wordt: “In de ontwerpen van wetgevingshandelingen wordt er rekening mee gehouden dat alle, financiële of administratieve, lasten voor de Unie, de nationale regeringen, de regionale of lokale overheden, het bedrijfsleven en de burgers tot een minimum moeten worden beperkt en in verhouding moeten staan tot het te bereiken doel”,

H. overwegende dat het Comité risicobeoordeling (RAC) krachtens Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad[2] (de REACH-verordening) indeling als carcinogeen van categorie 1A en 1B geweigerd heeft op grond van het feit dat de schadelijke effecten van TiO2 op de longen van ratten bij overbelasting niet het intrinsieke kenmerk ervan zijn, maar verband houden met de poedervorm ervan, die een risico vormt na een lange periode van inademing van extreme concentraties (250 mg/m³) gedurende meer dan 18 maanden, vanwege de lage oplosbaarheid ervan in de longen,

I. overwegende dat deze conclusie grotendeels gebaseerd was op een onderzoek dat uitgevoerd was op ratten[3]; overwegende dat de auteurs van dit onderzoek en het RAC krachtens de REACH-verordening verklaard hebben dat er geen overtuigend wetenschappelijk bewijs is om te twijfelen aan de relevantie voor de mens van de waargenomen longadenocarcinomen bij ratten; overwegende dat een aantal gerenommeerde respondenten tijdens de openbare raadpleging in verband met de aanpassing aan de technische vooruitgang, zoals de Duitse vereniging voor arbeidsongevallenverzekeringen, verklaard heeft geen bewijs te hebben van gevallen van longkanker op werkplekken waar gewerkt wordt met titaandioxide[4]; overwegende dat normen inzake blootstelling op de werkplek voor TiO2 kunnen worden ingevoerd door middel van geharmoniseerde grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (occupational exposure limits, OEL) in het kader van de wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk, zoals diverse lidstaten en vele andere belanghebbenden hebben voorgesteld,

J. overwegende dat er potentiële downstreaam-effecten zijn van deze indeling als carcinogeen voor producten met TiO2 in vaste en vloeibare vorm, die, hoewel de veiligheid ervan grondig getest is, gestigmatiseerd kunnen worden als potentieel onveilig; overwegende dat dit de consumenten kan misleiden en tot onzekerheid kan leiden voor het bedrijfsleven,

K. overwegende dat de indeling als carcinogeen niet in overeenstemming is met de heersende innovatiecontext in vele wetenschappelijke disciplines en mogelijk het einde kan betekenen van het gebruik van TiO2 in milieutoepassingen voor lucht- en waterzuivering, oplossingen inzake afkoeling van de atmosfeer en vermindering van de concentratie van toxische en schadelijke stoffen[5][6][7],

L. overwegende dat recycling en hergebruik in een circulaire economie ook negatief kunnen worden beïnvloed, aangezien door de indeling nieuwe verplichtingen zouden gelden voor de verwerking en verwijdering van afval dat 1 % of meer TiO2 bevat (in kunststoffen, behangpapier, verfafval, porselein en meubilair), aangezien dit zou worden geclassificeerd als gevaarlijk, ook al is er geen potentieel risico voor de menselijke gezondheid; overwegende dat er momenteel geen commercieel haalbare alternatieven bestaan die een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid garanderen en tegelijk de efficiëntie en functionaliteit behouden van TiO2,

M. overwegende dat TiO2 beoordeeld wordt overeenkomstig de REACH-verordening en dat dit proces een meer uitgebreide en meer gedetailleerde evaluatie zal opleveren,

1. maakt bezwaar tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie;

2. is van mening dat de gedelegeerde verordening van de Commissie niet had mogen worden vastgesteld in overeenstemming met de CLP-verordening, aangezien zij van toepassing is op stoffen die gevaarlijk zijn vanwege hun individuele eigenschappen en een meer uitgebreide en gedetailleerde evaluatie van TiO2 nog aan de gang is in het kader van de REACH-verordening;

3. is van mening dat de gedelegeerde verordening van de Commissie verder gaat dan nodig en evenredig is om mogelijke gezondheidsrisico’s als gevolg van blootstelling aan TiO2-poeder op de werkplek aan te pakken, en dat de stof hierdoor dreigt te worden gestigmatiseerd als onveilig in andere vormen;

4. verzoekt de Commissie de gedelegeerde verordening in te trekken en andere opties te overwegen, zoals een geharmoniseerde grenswaarde voor beroepsmatige blootstelling (OEL) voor TiO2 in het kader van de wetgeving inzake gezondheid op het werk;

5. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en haar ervan in kennis te stellen dat de gedelegeerde verordening niet in werking kan treden;

6. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

[2] Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

[3] K.P. Lee, H.J. Trochimowicz, C.F. Reinhardt: “Pulmonary response of rats exposed to titanium dioxide (TiO2) by inhalation for two years”, in Toxicology and Applied Pharmacology 79 (1985), blz. 179-182.

[5] R. Zouzelka, J. Rathousky: “Photocatalytic abatement of NOx pollutants in the air using commercial functional coating with porous morphology”, J. Heyrovsky-instituut voor fysische scheikunde, Universiteit voor Scheikunde en Technologie in Praag, in Applied Catalysis B: Environmental 217 (2017), blz. 466–476.

[6] W.R. Siah, N.A. Roslan, H.O. Lintang, M. Shamsuddin, L. Yuliati: “Photocatalytic Removal of 2,4-D Herbicide on Lanthanum Oxide-Modified Titanium Dioxide”, in Advanced Materials Research, 1112 (2015), blz. 168-171.

[7] N.S. Alim, H.O. Lintang, L. Yuliati: “Photocatalytic removal of phenol over titanium dioxide-reduced graphene oxide photocatalyst”, in IOP Conference Series: Materials Science and Engineering 107 (2016), 012001.

Laatst bijgewerkt op: 24 januari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid