ONTWERPRESOLUTIE over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur
22.1.2020 - (2019/2983(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Christel Schaldemose, Alex Agius Saliba
namens de S&D-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0070/2020
B9‑0072/2020
Resolutie van het Europees Parlement over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur
Het Europees Parlement,
– gezien Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG[1] (de richtlijn radioapparatuur),
– gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de eengemaakte markt de basis is en blijft voor het economische succes van de EU, de hoeksteen van de Europese integratie en een motor voor groei en werkgelegenheid;
B. overwegende dat het potentieel van de eengemaakte markt niet ten volle wordt benut en de aanhoudende marktfragmentatie op het vlak van opladers voor mobiele telefoons en andere kleine en middelgrote elektronische apparatuur schadelijke gevolgen heeft voor de markt, aangezien deze onder meer leidt tot meer elektronisch afval, een grotere plasticconsumptie, frustratie onder consumenten en concurrentiebelemmeringen voor opladerfabrikanten;
C. overwegende dat in het Europees Parlement al ruim tien jaar wordt aangedrongen op de invoering van een universele oplader voor mobiele radioapparatuur, met inbegrip van mobiele telefoons en andere elektronische apparatuur zoals tablets, e-readers, slimme camera’s en draagbare elektronica;
D. overwegende dat vrijwillige overeenkomsten tussen actoren uit de branche ondanks de inspanningen van de Commissie geen bevredigende resultaten hebben opgeleverd, aangezien ze geen veranderingen op de markt teweeg hebben kunnen brengen, noch een concurrerende, interne markt tot stand hebben gebracht, hetgeen inhoudt dat de consument nog altijd wordt verplicht bij elk nieuw toestel een nieuwe oplader aan te schaffen;
E. overwegende dat wereldwijd ieder jaar ongeveer 50 miljoen ton elektronisch afval wordt geproduceerd, oftewel gemiddeld meer dan 6 kilo per persoon per jaar, hetgeen een negatieve weerslag heeft op de lozing van elektronisch afval in derde landen; overwegende dat Europa in 2016 in totaal 12,3 miljoen ton elektronisch afval heeft geproduceerd, oftewel gemiddeld 16,6 kilo per inwoner, en daarmee in dat jaar de op één na grootste vervuiler was wat betreft elektronisch afval;
F. overwegende dat ieder jaar naar schatting in totaal 1 miljoen ton aan opladers voor mobiele telefoons en andere, soortgelijke elektronische apparatuur wordt geproduceerd; overwegende dat dit, in het kader van de verbintenis van de Commissie met betrekking tot de Green Deal, laat zien hoe belangrijk het is een duurzame oplossing te vinden om de myriade van dergelijke stroomvoorzieningen te beperken tot één universele oplader die geschikt is voor verschillende toestellen;
G. overwegende dat uit de consumententrends van de afgelopen tien jaar blijkt dat de hoop achterhaalde elektronische apparaten nog groter wordt doordat bepaalde toestellen relatief snel worden vervangen en/of een korte levensduur hebben, zoals smartphones, die dikwijls worden vervangen omdat ze eenvoudigweg als achterhaald worden beschouwd, en niet omdat ze kapot of verouderd zijn;
H. overwegende dat consumenten veel verschillende opladers voor soortgelijke, batterijgestuurde apparaten hebben, gebruiken en vaak zelfs bij zich dragen; overwegende dat het huidige overaanbod van opladers, zowel binnen hetzelfde merk als tussen verschillende merken, buitensporige kosten en ongemak voor consumenten met zich meebrengt en een onnodige ecologische voetafdruk achterlaat;
I. overwegende dat het voor de consument niet financieel aantrekkelijk is om een product zonder oplader te kopen, aangezien de aankoop van een losse oplader vaak veel duurder uitvalt dan de aankoop van een product met een oplader; overwegende dat dit leidt tot niet-duurzame consumptiegewoonten en -patronen en daarmee tot onnodige kosten en lasten voor het milieu, aangezien grondstoffen aan het milieu worden onttrokken voor de vervaardiging, het vervoer en de verzending van opladers, alsook voor de verwerking ervan wanneer ze op de afvalhoop belanden;
J. overwegende dat mobiele toestellen tegenwoordig belangrijk zijn in geval van nood of overmacht en dat mensen hun mobiele telefoon gemakkelijk en snel willen kunnen opladen om bijvoorbeeld snel informatie te kunnen opzoeken, de weg te kunnen vinden of nooddiensten te kunnen bereiken;
K. overwegende dat mobiele toestellen onmisbaar zijn voor marktdeelname en sociale inclusie, aangezien het gebruik ervan voor transacties en communicatie in het dagelijks leven aanzienlijk is toegenomen;
1. beklemtoont dat er dringend behoefte is aan EU-regelgeving om de hoeveelheid elektronisch afval te verkleinen en het grote aantal verschillende opladers tot één universele oplader te beperken, alsook om de consument in staat te stellen duurzamere keuzes te maken en volledig deel te nemen aan een efficiënte, goed functionerende interne markt;
2. verzoekt de Commissie met klem onverwijld de resultaten van de effectbeoordeling van de invoering van universele opladers voor mobiele telefoons en andere compatibele toestellen te publiceren en te overleggen zodat er bindende bepalingen kunnen worden voorgesteld;
3. verzoekt de Commissie daarom uiterlijk in juli 2020 de gedelegeerde handeling ter aanvulling van Richtlijn 2014/53/EU betreffende radioapparatuur vast te stellen, zodat er onverwijld een universele oplader voor mobiele telefoons kan worden ingevoerd; verzoekt de Commissie voorts zo snel mogelijk een andere wetgevende maatregel vast te stellen met betrekking tot laadoplossingen voor andere elektronische apparaten om een duurzame markt voor mobiele apparatuur tot stand te brengen;
4. benadrukt dat de Commissie moet aandringen op de vaststelling en de onmiddellijke invoering van één Europese norm voor een universele oplader voor mobiele radioapparatuur en andere toestellen om verdere fragmentering van de interne markt te voorkomen;
5. wijst erop dat ook het gebruik van draadloze oplaadtechnologie potentiële voordelen biedt; verzoekt de Commissie daarom ook op dit vlak marktfragmentering te voorkomen en maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat draadloze opladers voor verschillende soorten mobiele radioapparatuur kunnen worden gebruikt;
6. verzoekt de Commissie de belemmeringen en kosten voor de consument te beperken en gebruiksvriendelijke laadoplossingen voor mensen met een handicap toegankelijker te maken;
7. is van oordeel dat de Commissie wetgevingsinitiatieven moet vaststellen om ervoor te zorgen dat in de lidstaten meer kabels en opladers worden ingezameld en gerecycleerd, om het hergebruik van verouderd materiaal te bevorderen en om economische, veiligheids- en milieuvoordelen te behalen ten bate van de consument en het milieu;
8. dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de consument niet langer wordt verplicht bij elk nieuw toestel een nieuwe oplader te kopen, zodat de aanschafkosten kunnen worden verlaagd, alsook om te waarborgen dat consumenten worden ingelicht over de interoperabiliteit, de laadprestatie en de laadsnelheid van opladers, zodat zij zelf de meest praktische, kostenefficiënte en duurzame optie kunnen kiezen;
9. onderstreept dat eventuele maatregelen die gericht zijn op de ontkoppeling van de verkoop van mobiele toestellen en opladers vergezeld moeten gaan van regelgevingsmaatregelen met betrekking tot de invoering van een universele oplader voor mobiele radioapparatuur om verdere ongemakken en mogelijk hogere prijzen voor de consument te vermijden;
10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.
- [1] PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62.