Procedure : 2019/2983(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0074/2020

Ingediende teksten :

B9-0074/2020

Debatten :

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0024

<Date>{22/01/2020}22.1.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0074/2020</NoDocSe>
PDF 136kWORD 46k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur</Titre>

<DocRef>(2019/2983(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>David Cormand, Petra De Sutter, Sven Giegold, Rasmus Andresen, Henrike Hahn, Philippe Lamberts, Ernest Urtasun, Anna Cavazzini, Molly Scott Cato, Kim Van Sparrentak, Pär Holmgren</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0070/2020

B9‑0074/2020

Resolutie van het Europees Parlement over een universele oplader voor mobiele radioapparatuur

(2019/2983(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien Richtlijn 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (de richtlijn radioapparatuur)[1],

 gelet op artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de eengemaakte markt de basis is en blijft voor het economische succes van Europa, de hoeksteen van de Europese integratie en een motor voor groei en werkgelegenheid;

B. overwegende dat het potentieel van de eengemaakte markt niet ten volle wordt benut vanwege inefficiënt beheer van hulpbronnen en marktfalen, hetgeen negatieve gevolgen heeft voor zowel de consument als het milieu, aangezien meer elektronisch afval wordt geproduceerd en grondstoffen niet op duurzame wijze worden gebruikt voor de vervaardiging van opladers;

C. overwegende dat de Commissie zich inspant voor de tenuitvoerlegging van de Europese Green Deal, waarin rekening wordt gehouden met de grenzen van onze planeet; beklemtoont in dit verband dat op doeltreffende wijze met de beschikbare grondstoffen moet worden omgegaan om de voorzieningszekerheid, met name van primaire kritieke grondstoffen, te bewaken en ervoor te zorgen dat er beduidend minder elektronisch afval wordt geproduceerd;

D. overwegende dat in het Europees Parlement al ruim tien jaar wordt gepleit voor de invoering van een universele oplader voor mobiele radioapparatuur, met inbegrip van mobiele telefoons, tablets, e-readers, slimme camera’s, draagbare elektronica en andere, soortgelijke elektronische apparatuur;

E. overwegende dat vrijwillige overeenkomsten tussen belanghebbenden uit de branche tot op heden geen bevredigende resultaten hebben opgeleverd in de vorm van een universele oplossing voor het opladen van dergelijke apparatuur en er nog altijd verschillende soorten opladers verkrijgbaar zijn;

F. overwegende dat de tijdige handhaving van nieuwe EU-handelingen in de vorm van wetgevende stappen, evenals transparantie, van essentieel belang zijn voor de geloofwaardigheid van de Europese Unie, zowel onder haar burgers als op het wereldtoneel;

G. overwegende dat de Commissie uit hoofde van artikel 3, lid 3, onder a), van de richtlijn radioapparatuur bevoegd is om door middel van een gedelegeerde handeling universele oplossingen op te leggen met betrekking tot universele opladers;

H. overwegende dat wereldwijd ieder jaar ongeveer 50 miljoen ton elektronisch afval wordt geproduceerd, wat neerkomt op een gemiddelde van meer dan 6 kilo per persoon; overwegende dat in Europa in 2016 in totaal 12,3 miljoen ton elektronisch afval is geproduceerd, wat neerkomt op een gemiddelde van 16,6 kilo per inwoner;

I. overwegende dat uit de consumententrends van de afgelopen tien jaar blijkt dat de levensduur van de meeste radioapparatuur, en met name van smartphones, aanzienlijk wordt verkort door het gebruik van ongeschikte opladers, waardoor apparaten voortijdig verouderd raken en op de afvalhoop belanden, hetgeen tot een negatieve ecologische voetafdruk leidt;

J. overwegende dat de invoering van een universele oplader voor mobiele telefoons een kostenbesparing met zich mee zou brengen voor de consument en bovendien de toegang tot diensten, waaronder nooddiensten, zou bevorderen, aangezien mensen voor veel dagelijkse activiteiten en voorzieningen afhankelijk zijn van hun mobiele telefoon; overwegende dat de invoering van een universele oplader een stap voorwaarts zou betekenen richting een digitale toekomst waarin de mens centraal staat;

1. beklemtoont dat de EU dringend moet optreden om de hoeveelheid elektronisch afval als gevolg van de productie van onnodige opladers terug te dringen en de consument in staat te stellen duurzame keuzes te maken en volledig deel te nemen aan een efficiënte, goed functionerende interne markt;

2. onderstreept dat er dringend normen moeten worden vastgesteld voor een universele oplader voor mobiele radioapparatuur en dat deze onverwijld moeten worden ingevoerd om verdere fragmentering van de interne markt te voorkomen;

3. verzoekt de Commissie onverwijld de resultaten te overleggen van de effectbeoordeling van de invoering van universele opladers voor mobiele telefoons en andere compatibele toestellen zodat er regelgevingsmaatregelen kunnen worden getroffen;

4. verzoekt de Commissie daarom uiterlijk in juli 2020 de gedelegeerde handeling ter aanvulling van Richtlijn 2014/53/EU betreffende radioapparatuur of een andere wetgevende maatregel vast te stellen, zodat de universele opladers voor mobiele telefoons en andere, soortgelijke elektronische apparatuur onverwijld kunnen worden ingevoerd;

5. benadrukt dat de vast te stellen normen degelijkheids- en duurzaamheidsvereisten moeten omvatten, zodat de consument kan worden voorzien van apparatuur die een lange levensduur heeft en met name een goede laadprestatie levert;

6. wijst erop dat ook het gebruik van draadloze oplaadtechnologie potentiële voordelen biedt; onderstreept dat veel mobiele telefoons reeds draadloos kunnen worden opgeladen en dat fragmentering op dit vlak moet worden vermeden; verzoekt de Commissie daarom maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat draadloze opladers voor verschillende soorten mobiele radioapparatuur kunnen worden gebruikt, alsook om het gebruik van merkgebonden oplossingen te voorkomen;

7. is van oordeel dat ontkoppelingsstrategieën (d.w.z. losse verkoop van opladers en toestellen) meer milieuvoordelen opleveren, aangezien ze de productie van opladers beperken en bovendien de kosten voor de consument drukken; verzoekt de Commissie daarom met klem de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de consument niet langer wordt verplicht bij elk nieuw toestel een nieuwe oplader te kopen; meent in dit verband dat er zowel aan de kant van de vraag als aan de kant van het aanbod stimulansen nodig zijn; beklemtoont niettemin dat het doel van de richtlijn niet kan worden verwezenlijkt als ontkoppelingsstrategieën worden vastgesteld zonder dat een universele laadoplossing wordt geboden;

8. is van mening dat de Commissie wetgevingsinitiatieven moet overwegen om ervoor te zorgen dat in de lidstaten meer kabels en opladers worden ingezameld en gerecycleerd;

9. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 153 van 22.5.2014, blz. 62.

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid