Procedure : 2019/2907(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0091/2020

Ingediende teksten :

B9-0091/2020

Debatten :

Stemmingen :

PV 12/02/2020 - 11.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{05/02/2020}5.2.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0091/2020</NoDocSe>
PDF 143kWORD 46k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 111, lid 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 31 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang</Titre>

<DocRef>(C(2019)07772 - 2019/2907(DEA))</DocRef>


<Depute>Marie Toussaint, Bas Eickhout</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission> 

Eric Andrieu, Maria Arena, Manon Aubry, Tiziana Beghin, Manuel Bompard, Marc Botenga, Delara Burkhardt, Mohammed Chahim, Leila Chaibi, Ignazio Corrao, Rosa D’Amato, Clare Daly, Pascal Durand, Cornelia Ernst, Eleonora Evi, Laura Ferrara, Mario Furore, Chiara Gemma, Dino Giarrusso, Raphaël Glucksmann, Sylvie Guillaume, Jytte Guteland, Martin Hojsík, Evin Incir, Aurore Lalucq, Martina Michels, Piernicola Pedicini, Sira Rego, Daniela Rondinelli, Günther Sidl, Kathleen Van Brempt, Nikolaj Villumsen, Mick Wallace, Marco Zullo


B9‑0091/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 31 oktober 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang

(C(2019)07772 - 2019/2907(DEA))

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)07772),

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009[1], en met name artikel 3, lid 4, en artikel 16, lid 5,

 gezien Verordening (EU) nr. 1316/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van de financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 680/2007 en (EG) nr. 67/2010[2],

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2018/540 van de Commissie van 23 november 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang[3],

 gezien Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad van 5 oktober 2016 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van de Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering[4],

 gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de VN-klimaatconferentie van 2019 in Madrid, Spanje (COP25)[5],

 gezien de conclusies van de Europese Raad van 12 december 2019, waarin de Europese Raad de doelstelling van een klimaat-neutrale EU in 2050 bekrachtigt,

 gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu[6],

 gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019, getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),

 gezien zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal[7],

 gezien artikel 111, lid 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in de Overeenkomst van Parijs van 2015 inzake klimaatverandering, die gesloten is na afloop van de 21e Conferentie van de Partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, is bepaald dat de partijen bij deze overeenkomst verplicht zijn om “de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 °C te houden ten opzichte van het pre-industriële niveau en ernaar te blijven streven de stijging te beperken tot 1,5 °C”;

B. overwegende dat de uitstoot van broeikasgassen afkomstig van fossiele brandstoffen de grootste bijdrage levert aan de klimaatverandering; overwegende dat nieuwe gasinfrastructuur ontworpen wordt om ten minste 40 tot 50 jaar mee te gaan en in sommige gevallen zelfs langer; overwegende dat de Commissie heeft meegedeeld dat er met betrekking tot de vierde lijst van projecten van gemeenschappelijk belang geen duurzaamheidsbeoordeling en geen klimaatbeoordeling zijn uitgevoerd;

C. overwegende dat de aanleg van nieuwe gasinfrastructuurprojecten zoals vermeld in de gedelegeerde verordening van de Commissie ertoe kan leiden dat er een nieuwe afhankelijkheid van fossiele brandstoffen ontstaat, hetgeen niet in overeenstemming is met de Overeenkomst van Parijs;

D. overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal erop aandringt dat de richtsnoeren voor trans-Europese energie (TEN-E) worden herzien voordat de volgende lijst van projecten van gemeenschappelijk belang (PCI) wordt aangenomen, opdat de ontwikkeling en uitrol van slimme netwerken ook in de wetgeving een prioriteit wordt en om te voorkomen dat Europa afhankelijk blijft van koolstofintensieve investeringen; overwegende dat in artikel 27, lid 2, van het standpunt van het Europees Parlement over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014, in eerste lezing vastgesteld op 17 april 2019, het volgende wordt bepaald: “De Commissie beoordeelt de doeltreffendheid en beleidscoherentie van Verordening (EU) nr. 347/2013, en dient tegen 31 december 2020 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met het resultaat van deze beoordeling. Bij haar beoordeling houdt de Commissie onder meer rekening met de energie- en klimaatdoelstellingen van de Unie voor 2030, de langetermijnverbintenissen van de EU op het gebied van decarbonisatie, en het beginsel van voorrang voor energie-efficiëntie. Het beoordelingsverslag gaat eventueel vergezeld van een wetgevingsvoorstel ter wijziging van die verordening”;

E. overwegende dat het Parlement de Commissie erkentelijk is voor haar inspanningen om het aantal elektriciteitsprojecten op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang stabiel te houden, omdat deze nodig zijn om op doeltreffende wijze het pad te effenen voor de Europese energietransitie;

F. overwegende dat het cruciaal is dat de doelstellingen van de Unie inzake voorzieningszekerheid en energie-onafhankelijkheid worden gehaald, maar dat overschattingen, overcapaciteit en niet-gebruikte installaties slechts tot hogere prijzen leiden, waardoor het concurrentievermogen van de energiesector van de Unie wordt aangetast en de energierekeningen van alle Europese burgers stijgen;

1. maakt bezwaar tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en haar ervan in kennis te stellen dat de gedelegeerde verordening niet in werking kan treden;

3. verzoekt de Commissie een nieuwe gedelegeerde handeling in te dienen waarmee de aanleg van nieuwe, op fossiele brandstoffen gebaseerde infrastructuur die kan leiden tot afhankelijkheid van fossiele brandstoffen wordt voorkomen en die volledig verenigbaar is met de verplichtingen die de Unie en de lidstaten in het kader van de Overeenkomst van Parijs zijn aangegaan;

4. benadrukt dat Verordening (EU) nr. 347/2013 uiterlijk 31 december 2020 moet worden herzien en dat er tegelijkertijd richtsnoeren moeten worden opgesteld voor de uitgaven in het kader van de Connecting Europe Facility en voor de selectie van projecten voor de vijfde lijst van projecten van gemeenschappelijk belang, om te waarborgen dat de uitgaven en selectie in overeenstemming zijn met de verbintenissen die de Unie en de lidstaten in het kader van de Overeenkomst van Parijs zijn aangegaan;

5. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[2] PB L 348 van 20.12.2013, blz. 129.

[3] PB L 90 van 6.4.2018, blz. 38.

[4] PB L 282 van 19.10.2016, blz. 1.

[5] Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0079.

[6] Aangenomen teksten, P9_TA(2019)0078.

[7] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0005.

Laatst bijgewerkt op: 6 februari 2020Juridische mededeling - Privacybeleid