Procedure : 2020/2616(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0144/2020

Ingediende teksten :

B9-0144/2020

Debatten :

PV 16/04/2020 - 17
CRE 16/04/2020 - 17

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0054

<Date>{14/04/2020}14.4.2020</Date>
<NoDocSe>B9-0144/2020</NoDocSe>
PDF 211kWORD 56k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over EU-maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie en de gevolgen daarvan</Titre>

<DocRef>(2020/2616(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Manfred Weber, Esteban González Pons</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0143/2020

B9-0144/2020

Resolutie van het Europees Parlement over EU-maatregelen ter bestrijding van de COVID-19-pandemie en de gevolgen daarvan

(2020/2616(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de artikelen 2 en 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), waarin solidariteit is verankerd als een kernwaarde van de Europese Unie, en artikel 3 van het VEU waarin is vastgelegd dat de Unie als doel heeft haar waarden, met name economische, sociale en territoriale samenhang, en solidariteit tussen de lidstaten te bevorderen,

 gezien de artikelen 6 en 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin staat dat de Unie op het gebied van de menselijke gezondheid bevoegd is om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen en dat de Unie de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigt, in het bijzonder ter verbetering van de complementariteit van hun gezondheidsdiensten in de grensgebieden,

 gezien artikel 5 van het VEU waarin is vastgelegd dat de uitoefening van de bevoegdheden van de Unie wordt beheerst door de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de verspreiding van het virus verstrekkende gevolgen heeft voor het dagelijks leven van elke Europese burger, en de Unie als een politieke eenheid op de proef stelt;

B. overwegende dat de Unie, ondanks de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van gezondheidszorg, hun acties kan helpen coördineren;

C. overwegende dat onze economie tot stilstand is gekomen en dat de hierdoor veroorzaakte verstoring voor Europese burgers, zelfstandigen, ondernemingen en werknemers dramatische gevolgen zal hebben;

D. overwegende dat solidariteit tussen de lidstaten niet facultatief is, maar een uit het Verdrag voortvloeiende verplichting en een van onze fundamentele waarden als Europeanen;

E. overwegende dat deze crisis het moment van de waarheid is voor de Europese Unie, die het alleen zal redden als Europeanen zich solidair tonen en hun verantwoordelijkheid nemen;

F. overwegende dat de Europese Unie, om het hoofd te kunnen bieden aan de door COVID-19 veroorzaakte buitengewone uitdagingen, een ambitieus solidariteitspact in het leven moet roepen dat bestaat uit onmiddellijke maatregelen om het virus de baas te worden, besmette personen en hun gezinnen te helpen, werknemers en de meest kwetsbare mensen in de samenleving te beschermen, bedrijven te ondersteunen en te komen met een langetermijnplan om de respons van Europa op dergelijke crises in de toekomst te versterken;

1. is diep bedroefd over het menselijk lijden dat de pandemie bij Europeanen, hun gezinnen en mensen in de hele wereld teweeg heeft gebracht; betuigt zijn medeleven aan alle mensen die dierbaren hebben verloren; uit zijn oprechte medeleven met degenen die ziek zijn geworden en vechten voor hun leven en met hun familie en vrienden, en wenst hun een spoedig herstel toe;

2. prijst alle personen die werken in de frontlinie om de pandemie te bestrijden en is alle personen zeer dankbaar die essentiële taken verrichten om het openbare leven en openbare diensten door te laten gaan en de toegang tot essentiële goederen te garanderen, niet in de laatste plaats artsen, verplegers, verzorgers, schoonmakers en alle medewerkers van de noodhulpdiensten, evenals voedselproducenten en winkeliers, transport- en postmedewerkers, leden van het politiecorps en de strijdkrachten, en hun gezinnen;

3. verklaart zich solidair met de landen die het zwaarst door het virus getroffen zijn, in het bijzonder Italië, Spanje en Frankrijk; benadrukt dat de Europese Unie geen enkel land aan zijn lot zal overlaten;

4. is van mening dat de COVID-19-crisis heeft aangetoond hoe belangrijk het is dat de Europese Unie en haar lidstaten de handen ineenslaan in de strijd tegen de pandemie en de gevolgen ervan;

5. benadrukt dat deze crisis niet kan worden overwonnen als we afzonderlijk optreden of als we nationale bevoegdheden tegen EU-bevoegdheden opzetten; is van mening dat Europese eenheid en solidariteit de meest doeltreffende manier zijn om het virus de baas te worden en uit de crisis te geraken, en daarbij benadrukt dat we samen sterker staan;

6. is verheugd over de Europese solidariteit die al aan de dag wordt gelegd in het optreden van de Commissie en de lidstaten bij de behandeling van patiënten, de levering van medische apparatuur en beschermende uitrusting en de repatriëring van Europese burgers;

7. benadrukt dat het Europees Parlement alles zal doen wat in zijn macht ligt en nauw met de andere EU-instellingen zal samenwerken om elke lidstaat in nood doeltreffende bijstand te verlenen en de crisis te boven te komen;

8. stelt daarom een ambitieus en alomvattend solidariteitspact voor dat gebaseerd is op een aantal duidelijke doelstellingen: een eensgezinde gezondheidsrespons, gecoördineerde maatregelen om de curve af te vlakken, het in stelling brengen van de kracht van EU‑onderzoek, hulp aan de zwaarst getroffen personen, de aanpak van de economische gevolgen, de versterking van onze democratie en onze Europese manier van leven, de ondersteuning van onze mondiale partners en het plannen van de toekomst;

Een eensgezinde reactie op de gezondheidsuitdaging

9. onderstreept dat deze crisis heeft aangetoond dat er behoefte is aan meer Europa op het gebied van de volksgezondheid, met meer autonomie op het vlak van strategische medische benodigdheden en een nieuwe crisisbeheersingscapaciteit om te anticiperen op risico’s en voorbereidingen te treffen voor toenemende bedreigingen voor de gezondheid in de context van de klimaatverandering en de globalisering;

10. pleit voor de oprichting van een Europese coördinatie-eenheid voor medische respons om een eensgezinde reactie van de EU op deze crisis te bieden, die ons allemaal in gelijke mate treft; is van mening dat deze coördinatie-eenheid moet fungeren als informatie- en coördinatieknooppunt – onder meer voor de gezamenlijke aanschaf van geneesmiddelen, uitrusting en beschermingsmiddelen – en als een noodhulpteam dat cruciale voorzieningen, medische apparatuur en medisch personeel kan leveren in gebieden met een plotselinge toename van besmettingen; benadrukt dat deze coördinatie-eenheid bovendien moet dienen als contactpunt met een databank in real-time van de bedden die beschikbaar zijn op intensive-careafdelingen, en indien nodig de grensoverschrijdende overdracht van patiënten in kritieke toestand aan ziekenhuizen in andere lidstaten die nog wel verwerkingscapaciteit hebben, moet coördineren; is van mening dat strijdkrachten waar nodig logistieke ondersteuning moeten bieden en regionale autoriteiten en de noodhulpdiensten moeten helpen door veldhospitalen in te richten en eventueel ook luchtbrugcapaciteiten te leveren, mogelijk met gebruikmaking van het Europese luchttransportcommando en bestaande NAVO-structuren; is ingenomen met de richtsnoeren die de Commissie in dit verband heeft gepubliceerd en met de geboden financiële steun, en dringt er bij alle lidstaten op aan naar draagkracht deel te nemen;

11. verwerpt alle nationale verbodsbepalingen op de uitvoer van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen naar andere EU-lidstaten; benadrukt dat de grenzen binnen de EU open moeten blijven voor de verspreiding van persoonlijke beschermingsmiddelen, geneesmiddelen, bloedderivaten en organen; onderstreept daarnaast de noodzaak om het vervoer van patiënten te faciliteren vanuit lidstaten waar de ziekenhuizen overbezet zijn naar lidstaten waar nog wel capaciteit beschikbaar is;

12. dringt er bij de Commissie op aan te voorkomen dat nationale maatregelen de goede werking van de interne markt verstoren, de productie van kritieke geneesmiddelen en farmaceutische producten en apparatuur te coördineren, met name desinfecteermiddelen, ventilatoren en maskers, en digitale fabricagecapaciteiten zoals 3D-printen te bundelen en te coördineren, aangezien daarmee noodzakelijke uitrusting kan worden vervangen en onze afhankelijkheid van externe leveranciers afneemt;

13. verzoekt de lidstaten voldoende aandacht te besteden aan de gevolgen van de crisis voor de geestelijke gezondheid, en stelt voor een geestelijke gezondheidscampagne op te tuigen voor de hele EU, waarin burgers advies krijgen over hoe ze in de huidige omstandigheden kunnen zorgen voor hun geestelijk welbevinden en waar ze terecht kunnen voor begeleiding;

14. steunt de verlenging van de overgangsperiode van de EU-verordening inzake medische hulpmiddelen om alle inspanningen te richten op de productie van materiaal;

15. pleit voor de inzet van het Europees Solidariteitskorps om bijstand te verlenen aan onze samenlevingen zodra de reisbeperkingen worden opgeheven, en dringt erop aan het mandaat van de EU-vrijwilligers voor humanitaire hulp uit te breiden zodat zij ook actief kunnen zijn op het grondgebied van de EU;

Gecoördineerde maatregelen om de curve af te vlakken

16. verzoekt de Commissie te komen met een doeltreffende exitstrategie die kan worden uitgevoerd zodra we de zekerheid hebben dat de curve is afgevlakt en die kan bestaan uit op grote schaal uitgevoerde tests, persoonlijke beschermingsmiddelen voor burgers en het mogelijke gebruik van apps; verzoekt de Commissie een gemeenschappelijk EU‑testprotocol te ontwikkelen dat op gezamenlijke, gecoördineerde en gefaseerde wijze ten uitvoer moet worden gelegd, met inbegrip van testen op luchthavens; spoort de lidstaten aan systematischer te testen op besmettingen en blootstelling aan het virus en beste praktijken uit te wisselen;

17. onderstreept het belang van Europese coördinatie van de opschorting van vluchten, de afgifte van reisadviezen en de sluiting van binnen- en buitengrenzen; benadrukt dat controles aan de binnengrenzen weliswaar een belangrijke noodmaatregel zijn, maar louter tijdelijk mogen zijn, evenredig moeten zijn en alleen mogen worden gehanteerd voor de periode die de bevoegde gezondheidsautoriteiten nodig achten; benadrukt dat het Schengengebied te allen tijde moet worden beschermd;

18. verzoekt de lidstaten burgers toe te staan naar hun land van herkomst of verblijf terug te keren, via veilige reisroutes op hun grondgebied; is van mening dat de instelling van gezondheidscontroles gevolgd door quarantaine direct na aankomst moet worden geharmoniseerd; is van mening dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming moet worden versterkt om de gezamenlijke repatriëring van EU-burgers te vergemakkelijken;

19. acht het cruciaal om de binnengrenzen van de EU open te houden voor goederen door aan alle binnengrenzen van het Schengengebied speciale rijstroken in te richten voor de vrije doorstroom van steun, in de vorm van medisch personeel en medische benodigdheden, en van essentiële producten zoals agrarische grondstoffen voor voedsel en andere goederen op de interne markt, en om de toeleveringsketens open te houden en verstoringen van de handel en de goederenstroom tot een minimum te beperken;

20. verzoekt de Commissie haar communicatie met het publiek te verbeteren en regelmatig bijgewerkte informatie te verstrekken over de gemeenschappelijke reactie van de EU op de uitbraak van COVID-19, die aan de burgers van de EU moet worden gepresenteerd op een toegankelijke en zichtbare manier, bij voorkeur op hetzelfde moment, via kanalen als publieke omroepen;

21. dringt aan op een geschikte toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming (GDPR) voor de beperkte duur van de noodsituatie, te weten de noodzaak om de toestemming van de betrokkene te verkrijgen en de toegang tot geanonimiseerde EU-brede gegevens over verplaatsingen om de pandemie een halt toe te roepen, en het gebruik van AI, gegevensanalyse en geavanceerde informatica-instrumenten om de gegevens te analyseren die nodig zijn om de verspreiding van het virus tegen te gaan; steunt de ontwikkeling van een in het kader van Horizon gefinancierd platform voor het in kaart brengen van de pandemie, en het gebruik van bestaande technologieën, zoals Galileo, voor toekomstige crises;

22. spoort de lidstaten aan de sociale en fiscale wetgeving beter op elkaar af te stemmen om te voorkomen dat personen die over de grens werken, moeten wisselen van socialezekerheids- en belastingstelsel als gevolg van noodmaatregelen zoals thuiswerken, en om hun beleid inzake inkomenssteun te coördineren zodat alle werknemers, kmo’s en zelfstandigen die over de grenzen heen actief zijn daarin worden opgenomen; is van mening dat in grensregio’s een speciale behandeling moet worden toegepast om grensarbeiders in staat te stellen de grens te blijven oversteken, bijvoorbeeld door middel van een speciaal certificaat of vignet voor prioritaire beroepen, zoals gezondheidswerkers, maar ook voor andere sectoren en beroepen, en uiteindelijk naar een geharmoniseerd systeem toe te werken;

De kracht van onderzoek in stelling brengen

23. is ingenomen met het initiatief van de Commissie om in het kader van Horizon 2020 financiering uit te trekken voor de bestrijding van het virus; dringt aan op extra financiering om haar inspanningen op te voeren teneinde snel onderzoek naar een vaccin en/of behandeling te financieren;

24. verzoekt de lidstaten alle beschikbare financiering voor onderzoek en innovatie te besteden aan programma’s die erop gericht zijn om de ziekte te begrijpen, diagnoses en tests sneller uit te kunnen voeren en een vaccin te ontwikkelen;

25. is van mening dat Europese onderzoekers, innovatieve kmo’s en de industrie de wereld een remedie kunnen bieden en tegelijkertijd banen kunnen creëren en groei kunnen stimuleren;

26. is ingenomen met het besluit van het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) om versnelde procedures op te zetten voor het testen en goedkeuren van COVID-gerelateerde geneesmiddelen of vaccins; is van mening dat de bovengenoemde Europese coördinatie-eenheid voor medische respons de beschikbaarheid van locaties waar vaccins worden geproduceerd, moet coördineren zodat, zodra ze beschikbaar zijn, honderden miljoenen vaccins in een zeer kort tijdsbestek kunnen worden geproduceerd en tegen een redelijke prijs beschikbaar kunnen worden gesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de overheidsinvesteringen in dit onderzoek;

27. verzoekt de Commissie haar capaciteit voor clouddiensten verder te ontwikkelen om de uitwisseling van onderzoeks- en gezondheidsgegevens op EU-niveau door entiteiten die zich bezighouden met de ontwikkeling van behandelingen en/of vaccins te vergemakkelijken; steunt de plannen om een EU-platform voor onderzoeksgegevens en een EU-datacentrum voor de coördinatie van noodhulp op te richten, waarmee de EU gegevens kan verzamelen, kan zorgen voor klinische toepassingen, gedragspatronen en de toevloed van personen en cruciale producten kan bepalen, en voorspellende analyses kan uitvoeren; acht het van cruciaal belang gemeenschappelijke EU-normen voor gegevensverzameling en -analyse te ontwikkelen ten behoeve van een gemeenschappelijke gegevenspool;

Hulp aan de zwaarst getroffen personen

28. benadrukt dat de crisis naast de gezondheidsdimensie tevens dramatische gevolgen heeft voor werkenden, werknemers, zelfstandigen en kmo’s, die de ruggengraat van onze samenlevingen vormen; is van mening dat de Commissie, samen met de lidstaten, alle mogelijke maatregelen moet nemen om zoveel mogelijk banen te behouden, met in het bijzonder aandacht voor degenen die nog steeds aan het herstellen zijn van de financiële crisis;

29. is van mening dat de lidstaten maatregelen moeten nemen om ervoor te zorgen dat werkenden in Europa, waaronder zelfstandigen, waar mogelijk beschermd worden tegen loonverlies, en dat de meest getroffen bedrijven, met name kmo’s, beschikken over de nodige ondersteuning en financiële liquiditeit;

30. pleit voor de invoering van een Europees systeem ter ondersteuning van door de staat gesteund deeltijdswerk, dat een deel van het door arbeidstijdverkorting ontstane loonverlies van werknemers dekt; is, gezien de dringende noodzaak banen en lonen te beschermen in afwachting van een toekomstig Commissievoorstel voor een mogelijk Europees herverzekeringsstelsel voor werkloosheid, ingenomen met het voorstel van de Commissie voor tijdelijke steun om werkloosheidsrisico’s in een noodsituatie te beperken (SURE); is van oordeel dat dit tijdelijke instrument snel en doeltreffend dient te worden ingezet voor de meest getroffen regio’s en lidstaten;

31. benadrukt dat het belangrijk is om de veiligheid en bescherming van de meest kwetsbaren te waarborgen, met name mensen met een handicap, kinderen, ouderen en mogelijke slachtoffers van huishoudelijk geweld, door onder meer te voorzien in alternatieve opvangmogelijkheden tijdens lockdowns;

32. roept de lidstaten op om bij het opstellen van strategieën voor de strijd tegen COVID-19 in het bijzonder aandacht te besteden aan kansarme gemeenschappen, nationale minderheden en met name de Roma;

33. is van mening dat Erasmus+-studenten hun studieprogramma moeten kunnen hervatten zodra de crisis voorbij is en dringt erop aan alle termijnen voor onderzoeks- en onderwijsprojecten te verlengen; is bereid EU-onderzoekers te steunen door administratieve lasten te verlagen en de continuïteit van de werkgelegenheid en programma’s voor onderzoekers te waarborgen door een automatische verlenging van zes maanden;

34. is van mening dat er met betrekking tot de landbouw en voedselproductie maatregelen moeten worden genomen om te zorgen dat er voldoende personeel, waaronder seizoens- en grensarbeiders, is voor de oogst, onder goede voorwaarden (gezondheidscertificaat, individuele huisvesting enz.);

35. is van mening dat werkenden in de vervoersector behoren tot de groepen die als eerste moeten worden beschermd en dat zij toegang moeten krijgen tot reinigende handgel en veilige parkeerplaatsen, waar voedsel, toiletten en douches die voldoen aan de juiste sanitaire normen voorhanden zijn;

36. roept de Commissie en de lidstaten op een door de EU gesteunde testactie uit te voeren en medische ondersteuning te verstrekken aan migranten en vluchtelingen die zich op dit moment aan de buitengrenzen van de EU bevinden, met name in Griekenland;

Aanpak van de economische gevolgen door middel van een ambitieus herstelplan

37. is van mening dat deze crisis niet de schuld is van een van de lidstaten en dat de grote economische gevolgen door iedereen gevoeld worden; is van oordeel dat werkenden, werknemers, zelfstandigen, familiebedrijven en kmo’s – de ruggengraat van onze samenlevingen en de Europese economie – hier als eerste onder lijden en dat het bij het voortbestaan van kmo’s en de eengemaakte markt draait om niets minder dan het voortbestaan van de Europese economie;

38. is van mening dat er veel meer moet worden gedaan om de crisis te boven te komen en de economische en sociale gevolgen ervan te bestrijden; benadrukt dat dit een nieuwe en unieke crisis is die vraagt om flexibiliteit, creativiteit en innovatieve en bovenal gezamenlijke oplossingen op EU-niveau die passen bij de ernst van het probleem;

39. is van mening dat de EU nood heeft aan een ambitieus economisch herstelplan voor na de crisis om de economie weer snel op gang te brengen en tegelijkertijd de ecologische transitie en de digitale transformatie van onze samenlevingen, die bepalend zullen zijn voor de Europese manier van leven in de 21e eeuw, in te luiden; is van oordeel dat dit herstelplan de totale EU- en ECB-respons op de pandemie naar meer dan 1 biljoen EUR moet brengen en de gezamenlijke inspanningen van de EU en de lidstaten naar 3 biljoen EUR, waarbij alle bestaande instrumenten om financiële solidariteit te waarborgen in moeten worden gezet en nieuwe, gemeenschappelijk gefinancierde financiële instrumenten en inkomstenbronnen moeten worden ontwikkeld die groot en volgroeid genoeg zijn om volledig doeltreffend te zijn, zodat alle lidstaten en de EU solidair kunnen zijn met de regio’s die de meeste hulp nodig hebben;

40. is van mening dat alle beschikbare en ongebruikte middelen in de huidige EU-begroting moeten worden ingezet, inclusief het overschot en de niet-benutte marges en het Fonds voor aanpassing aan de globalisering, om zo snel financiële bijstand te kunnen verstrekken aan de meest getroffen regio’s en ondernemingen, en de grootst mogelijke flexibiliteit te bieden bij het gebruik van de fondsen, waarbij het beginsel van goed financieel beheer geëerbiedigd blijft en wordt gewaarborgd dat de middelen terechtkomen bij degenen die deze het hardst nodig hebben; is in verband hiermee ingenomen met het recente Commissievoorstel voor de totstandbrenging van een instrument voor noodhulp;

41. is in dit verband ingenomen met de aankondiging van de Commissie dat zij haar voorstel voor het volgend meerjarig financieel kader (MFK) zal herzien; is van oordeel dat de vorm, omvang en financiering van de Uniebegroting niet geschikt zijn voor het beoogde doel; dringt bij de Raad aan op een snelle overeenstemming over het nieuwe voorstel voor het volgende MFK, dat aanzienlijk dient te worden verhoogd wil het daadwerkelijk een instrument van solidariteit en cohesie zijn en waarin de juiste prioriteiten moeten worden gesteld, voldoende marge moet zijn voor onvoorziene gebeurtenissen, waaronder toekomstige pandemieën, en tevens sprake moet zijn van een aanzienlijke verhoging op het gebied van investeringen en onderzoek, alsook maatregelen om de herstart na de crisis te stimuleren, waaronder een strategie voor het snel op gang brengen van kmo’s, een nieuwe Europese strategie voor toerisme en ondersteuning voor de cultuur- en onderwijssector; verwacht van de Commissie dat zij, nu er geen overeenstemming is over het volgende MFK, een noodplan voorstelt om de duur van de lopende financieringsprogramma’s te verlengen tot na 31 december 2020, op basis van het huidige MFK, waarbij de huidige programma’s de focus verleggen naar de situatie die is ontstaan door de coronaviruspandemie;

42. pleit voor de totstandbrenging van een EU-coronavirussolidariteitsfonds ter waarde van ten minste 50 miljard EUR, dat is samengesteld uit maximaal 20 miljard EUR aan subsidies bovenop de MFK-plafonds en maximaal 30 miljard EUR aan leningen en wordt gewaarborgd door de EU-begroting (beide vervroegd beschikbaar gesteld in de eerste twee jaar van het volgende MFK, of, indien er niet op tijd overeenstemming wordt bereikt over het MFK, uitgespreid over de looptijd van het noodplan), om de financiële inspanningen die tijdens de huidige crisis in alle lidstaten door de zorgsector worden geleverd te ondersteunen, alsook investeringen in de gezondheidszorg in de periode na de crisis om gezondheidszorgstelsels veerkrachtiger te maken, waarbij de aandacht uitgaat naar degenen die de meeste hulp nodig hebben;

43. steunt de ontwikkeling van een nieuwe instrument of de nieuwe toepassing van bestaande instrumenten in de lidstaten die economisch gezien het hardst getroffen zijn, met behulp van onder meer een gepast en doeltreffend gebruik van het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM);

44. steunt de ECB en de Commissie in hun vastberadenheid om alles te doen wat nodig is om de Europese economie te helpen sterker dan ooit uit deze ongekende crisis te komen, gezien het feit dat deze crisis niet de schuld is van een van de lidstaten; steunt het gebruik van artikel 122 van het VWEU om financiële bijstand te verstrekken aan lidstaten in geval van grote moeilijkheden die worden veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaten niet kunnen beheersen, alsook het crisis-gerelateerd gebruik van de grootst mogelijke flexibiliteit in het stabiliteits- en groeipact (SGP), maar alleen voor zover dit strikt noodzakelijk is om te kunnen reageren op de crisis en op voorwaarde dat er daarna sprake is van een terugkeer naar evenwichtige en duurzame overheidsfinanciën;

45. is van mening dat gehoor moet worden gegeven aan de dringende roep om liquiditeit van onze bedrijven, met name kmo’s en zelfstandigen, door middel van een verhoging van het eigen vermogen van de EIB en de oprichting van een specifiek en speciaal EIB‑fonds om kmo’s die kampen met een tijdelijke en dramatische daling van hun opbrengsten vanwege de crisis te voorzien van liquiditeit; wijst erop dat de middelen uit dit fonds kunnen worden gebruikt om lonen uit te betalen of te voldoen aan schuldverplichtingen, en zullen worden verstrekt tegen een zeer laag rentepercentage of tegen 0 % rente;

46. dringt aan op een proactieve rol van de bankensector in deze crisis, waarbij banken bedrijven en burgers die financiële klappen moeten opvangen vanwege COVID-19 toestaan hun schuld- of hypotheekbetalingen tijdelijk te verlagen of stop te zetten, de grootst mogelijke flexibiliteit tonen bij de behandeling van niet-renderende leningen, tijdelijk geen dividenden uitbetalen en de vaak buitensporige rentes op rekening-courantkrediet verlagen; benadrukt dat toezichthouders in dit verband een grote mate van flexibiliteit moeten tonen;

47. steunt kmo’s door middel van een doorlichting van EU-wetgeving in het kader van de COVID-19-crisis en een duidelijke vermindering van de administratieve rompslomp, waaronder regelgevingsmaatregelen die worden genomen door EU-agentschappen; benadrukt voorts dat geplande wetgeving geen bijkomende onzekerheid mag veroorzaken tijdens de crisis; pleit er daarom voor om de “van boer tot bord”-strategie en de strategie inzake biodiversiteit uit te stellen; roept de lidstaten op om binnen zeven dagen al hun openstaande rekeningen te betalen aan kmo’s om verdere geldproblemen voor kmo’s te voorkomen;

48. is van mening dat de richtsnoeren inzake staatsteun flexibeler moeten zijn en de de-minimissteun voor de landbouw en visserij en de aanvullende EFSI-fondsen dienen te worden verhoogd;

49. dringt aan op een bijdrage van degenen die financieel gezien hebben geprofiteerd van deze crisis, zoals “short-sellers”, in de vorm van een aanzienlijke solidariteitstaks op speculatief “short-selling” op financiële markten, maar benadrukt tegelijkertijd dat algemene belastingverhogingen moeten worden vermeden; benadrukt dat de opbrengsten van deze bijdragen moeten worden gebruikt om de gezondheidszorgstelsels in de meest behoevende regio’s te ondersteunen;

50. is van oordeel dat belangrijke industrieën, zoals nuts-, staal- en vervoersbedrijven, in leven dienen te worden gehouden, onder meer door indien nodig herkapitalisatie te ondersteunen, zonder de concurrentie te vestoren, en met aandacht voor het behoud van trajecten die minder vaak worden gebruikt; benadrukt dat belangrijke industrieën die kampen met een plotselinge daling van hun aandelenprijs vanwege de crisis moeten worden beschermd tegen vijandelijke overnames door concurrenten van buiten de EU;

51. pleit voor een mechanisme voor crisisbeheer in de vervoersector, met name met betrekking tot het vervoer en de levering van beschermingsmateriaal en waardevolle goederen;

52. is van oordeel dat Europa’s culturele diversiteit en erfgoed moeten worden beschermd tijdens deze crisis en dat kunstenaars, muzikanten, creatievelingen en de culturele sector passende ondersteuning moeten krijgen; benadrukt dat de toerismesector moet worden ondersteund met passend beleid zoals staatssteun en middelen uit de beschikbare instrumenten;

53. herinnert eraan dat de eengemaakte markt de bron is van zowel onze collectieve welvaart als ons collectief welzijn; benadrukt dat de voltooiing van de interne markt, de kapitaalmarktenunie en de bankenunie voor hogere groeipercentages en meer werkgelegenheid kan zorgen;

54. steunt maatregelen ter ondersteuning van de EU-agrovoedingssector en de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven tijdens de crisis, met name door middel van liquiditeitssteun via de tijdige (vooruit)betaling van rechtstreekse betalingen en betalingen uit hoofde van de tweede pijler, flexibiliteit bij het beheer van steunregelingen en de indiening van aanvragen, markttoezicht en crisisbeheer (privé-opslag, promotiemaatregelen en uitzonderlijke maatregelen waardoor de Commissie aanvullende marktmaatregelen en tijdelijke uitzonderingen van mededingingsregels kan voorstellen);

55. pleit voor de vaststelling van een Europese reis- en toerismestrategie zodat Europa de favoriete toeristische bestemming van de wereld blijft;

56. pleit voor de vaststelling van een noodplan voor kritieke infrastructuur, waarmee gewaarborgd moet worden dat digitale diensten, gezondheids- en zorgvoorzieningen en diensten op het gebied van energie en voedselvoorziening vrij kunnen opereren binnen de gehele eengemaakte markt;

Versterking van onze democratie en onze Europese manier van leven

57. benadrukt dat alle maatregelen die op nationaal en/of Europees niveau worden genomen moeten stroken met de rechtsstaat, strikt moeten worden beperkt in de mate die door de situatie wordt vereist, duidelijk verband moeten houden met de huidige gezondheidscrisis, van tijdelijke aard moeten zijn en moeten worden onderworpen aan regelmatig en nauwkeurig toezicht;

58. benadrukt dat desinformatie over COVID-19 een groot volksgezondheidsprobleem is en dat alle burgers recht hebben op juiste en geverifieerde informatie; roept de digitale sector op de nodige maatregelen te nemen om de verspreiding via sociale media van nepnieuws, misleidende informatie en haatuitingen met betrekking tot het coronavirus een halt toe te roepen en onafhankelijke media, die het recht van burgers op informatie daadwerkelijk waarborgen, te beschermen; is van oordeel dat de maatregelen die lidstaten nemen tegen propaganda van derde landen, internetoplichters en cybercriminelen die misbruik maken van de angst van mensen of medische materialen verkopen die te hoog geprijsd of nep zijn, door de EU gecoördineerd moeten worden;

59. roept de lidstaten op extra maatregelen te nemen vanwege de toegenomen communicatie tussen overheden en parlementen; is van oordeel dat journalisten en de politieke oppositie onbeperkte toegang moeten krijgen tot informatie en beweegredenen achter opgelegde oplossingen, en in staat moeten zijn om hun toezichtsfunctie uit te oefenen; benadrukt dat transparantie van cruciaal belang is;

60. benadrukt met klem dat de Europese Unie klaar staat om met haar burgers in gesprek te treden; is daarom van mening dat het Europees Parlement, de Commissie en de Raad, gezien de huidige situatie, samen met een opzet moeten komen die de conferentie over de toekomst van Europa in staat stelt zo snel mogelijk haar werkzaamheden aan te vangen; is van oordeel dat de opzet van de conferentie moet worden aangepast zodat rekening wordt gehouden met de problemen die de nieuwe realiteit waarin we momenteel leven met zich meebrengt;

61. steunt de oprichting van een speciale onderzoekscommissie inzake geleerde lessen en gevolgen van de COVID-19-pandemie, waaronder haar sociale en economische gevolgen;

Ondersteuning van onze partners en versterking van de rol van Europa in de wereld

62. benadrukt dat de pandemie van de gehele internationale gemeenschap samenwerking en solidariteit met onze mondiale partners vraagt, met name met de landen van de Westelijke Balkan en het Oostelijk Nabuurschap, alsook de landen in Afrika en Latijns-Amerika, die ondersteuning moeten krijgen bij hun inspanningen om het virus te bestrijden; is ervan overtuigd dat de EU haar partners bijstand moet verlenen, waaronder diplomatieke steun, zoals in het geval van Taiwan, die de gevolgen van het virus doeltreffend heeft beperkt; is daarom van mening dat alle betrokken partijen, inclusief Taiwan, deel moeten nemen aan de vergaderingen, mechanismen en activiteiten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO), met name tijdens deze mondiale volksgezondheidscrisis;

63. is van oordeel dat deze crisis moet worden gezien als een waarschuwing die de EU ertoe aanzet deze kans aan te grijpen om de op regels gebaseerde internationale orde en multilateralisme te versterken; dringt aan op de mobilisatie van alle externe financieringsinstrumenten, zoals het Europees nabuurschapsinstrument (ENI), het instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede (IcSP), het financieringsinstrument voor ontwikkelingssamenwerking en het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF), alsook met het instrument voor humanitaire hulp;

64. dringt er bij de Commissie op aan om ervoor te zorgen dat de verordening inzake de screening van buitenlandse directe investeringen snel en volledig ten uitvoer wordt gelegd, inclusief het gebruik van alle beschikbare instrumenten in de grootst mogelijke mate, met name in de gezondheidssector, als strategische sector, en om indien nodig een verdere versterking van de verordening voor te stellen;

65. beveelt aan dat er volledig gebruik wordt gemaakt van handelsbeschermingsinstrumenten en dat er indien nodig nieuwe instrumenten worden ontwikkeld om marktverstorende praktijken van derde landen aan te pakken;

66. beveelt aan dat er stappen worden gezet om de onderliggende oorzaken van de overdracht van virussen van dieren op mensen aan te pakken, waarbij onder meer wordt gekeken naar de rol van “wet markets” (markten met verse producten), door middel van versterkte samenwerking op internationaal niveau; pleit voor de instelling van een permanente dialoog tussen de EU en China om de wederkerigheid en naleving van normen in de gaten te houden, een gelijk speelveld te waarborgen, industriële toeleveringsstromen te waarborgen en crisissen in de toekomst te voorkomen;

Plannen van de toekomst

67. pleit voor een nieuwe Europese industriële strategie, waarbij een toekomstgerichte aanpak wordt gevolgd en rekening wordt gehouden met de noodzaak om het herstel van sectoren die het meest zijn getroffen door de huidige situatie te verbinden aan de noodzaak van klimaatneutraliteit;

68. is van mening dat het huidige Uniemechanisme voor civiele bescherming moet worden omgevormd tot een echte Europese civiele beschermingsmacht die beschikt over eigen personele middelen, gemakkelijk kan worden gemobiliseerd en altijd klaar staat om in actie te komen bij noodgevallen;

69. pleit voor de oprichting van een EU-netwerk van zorgacademies bestaande uit ten minste één (universitair) ziekenhuis per lidstaat, dat kan dienen als een nationaal centrum voor de verspreiding van baanbrekend Europees medisch onderzoek en opleidingen; is van oordeel dat dit netwerk ervoor moet zorgen dat er verplicht en regelmatig informatie, optimale werkwijzen en personeel worden uitgewisseld;

70. pleit ervoor de bevoegdheden, de begroting en het personeel van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) en het EMA aanzienlijk uit te breiden, zodat ze een monitoring van medische observatie-, surveillance- en inlichtingengegevens kunnen uitvoeren, en een doeltreffend alarm- en responssysteem kunnen invoeren, onder meer voor het bieden van uitgebreid advies aan de lidstaten; dringt erop aan dat het ECDC wordt omgevormd tot een volwaardig Europees gezondheidsagentschap; stelt voor het deskundigenpanel inzake COVID-19 om te vormen tot een permanent en onafhankelijke team van deskundigen inzake virusuitbraken, dat samenwerkt met het ECDC om standaarden te ontwikkelen, aanbevelingen te doen en protocollen te ontwikkelen die kunnen worden gebruikt door de Commissie en de lidstaten in het geval van een crisis;

71. verzoekt de Commissie een strategie te presenteren inzake de gevolgen voor de gezondheidszorg van de ingrijpende demografische veranderingen in Europa, waarbij wordt voortgebouwd op het verslag over de gevolgen van demografische uitdagingen, en maatregelen en aanbevelingen voor te stellen aan de lidstaten om verder te werken aan robuuste zorgstelsels; is in dit verband van oordeel dat de Commissie rekening moet houden met de gevolgen van de ontvolking in bepaalde regio’s en gebieden waar kwetsbare burgers zich in de steek gelaten voelen wegens de gebrekkige zorgvoorzieningen en het gebrek aan zorgpersoneel;

72. pleit voor de vaststelling van een nieuwe farmaceutische strategie, waarmee onder andere het Europese actieplan voor autonomie op het gebied van gezondheidszorg wordt vertaald naar een permanente aanpak, teneinde de afhankelijkheid van de EU van derde landen voor de levering van belangrijke geneesmiddelen en medische apparatuur te verminderen;

73. pleit voor de oprichting van een specifiek EU-fonds om lidstaten te helpen hun ziekenhuisinfrastructuur en zorgvoorzieningen de komende jaren te versterken, waarbij de hoogste normen op het gebied van gezondheidszorg, behandelingen, onderzoek naar gezondheidswetenschappen en innovatie worden gewaarborgd;

74. pleit voor de vaststelling van een Europese strategie voor zorgverleners, gezien de sociale gevolgen van de veranderingen in en het verlies van werkgelegenheid, met name voor mensen met zorgtaken, waarbij het onevenredig vaak vrouwen betreft;

75. is van oordeel dat de EU een Europees online-onderwijsplatform moet ontwikkelen voor scholen en universiteiten om ervoor te zorgen dat alle leerlingen en studenten in de lidstaten toegang hebben tot goede onderwijsinstrumenten; benadrukt dat dit platform ook kan dienen als een gemeenschappelijk kenniscentrum voor onderwijzers, studenten en ouders die hun kinderen thuis les geven in heel Europa, en zo de algehele kwaliteit van het onderwijs in alle lidstaten kan verbeteren;

°

° °

76. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de Europese Raad en het fungerend voorzitterschap van de Raad.

 

 

 

Laatst bijgewerkt op: 15 april 2020Juridische mededeling - Privacybeleid