Ontwerpresolutie - B9-0176/2020Ontwerpresolutie
B9-0176/2020

    ONTWERPRESOLUTIE over de wet inzake de nationale veiligheid van de Volksrepubliek China voor Hongkong en de noodzaak voor de EU om de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen

    10.6.2020 - (2020/2665(RSP))

    naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
    ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

    Michael Gahler, Miriam Lexmann, Sandra Kalniete
    namens de PPE-Fractie

    Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0169/2020

    Procedure : 2020/2665(RSP)
    Stadium plenaire behandeling
    Documentencyclus :  
    B9-0176/2020
    Ingediende teksten :
    B9-0176/2020
    Stemmingen :
    Aangenomen teksten :

    B9‑0176/2020

    Resolutie van het Europees Parlement over de wet inzake de nationale veiligheid van de Volksrepubliek China voor Hongkong en de noodzaak voor de EU om de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen

    (2020/2665(RSP))

    Het Europees Parlement,

     gezien zijn eerdere resoluties over Hongkong, met name die van 18 juli 2019[1],

     gezien zijn aanbeveling van 13 december 2017 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger (VV/HV) van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Hongkong, 20 jaar na de machtsoverdracht[2], 

     gezien de verklaringen van de VV/HV namens de Europese Unie van 22 mei 2020 over de aankondiging van de woordvoerder van het Chinese Nationale Volkscongres over Hongkong en van 29 mei 2020 over Hongkong,

     gezien de verklaring van Dominic Raab, de minister van Buitenlandse Zaken van het VK, Marise Payne, de minister van Buitenlandse Zaken van Australië, François-Philippe Champagne, de minister van Buitenlandse Zaken van Canada, en Michael Pompeo, de minister van Buitenlandse Zaken van de VS, over Hongkong van 28 mei 2020,

     gezien de gezamenlijke verklaring van de 21e top EU-China van 9 april 2019,

     gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio Hongkong, die op 4 april 1990 is aangenomen en op 1 juli 1997 in werking is getreden,

     gezien de gezamenlijke verklaring van de regering van het Verenigd Koninkrijk en de regering van de Volksrepubliek China over de kwestie Hongkong van 19 december 1984, de zogenoemde Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring,

     gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966,

     gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

     gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

    A. overwegende dat de derde zitting van het 13e Nationale Volkscongres op 28 mei 2020 een resolutie heeft aangenomen met als titel “Ontwerpbesluit tot vaststelling en ter verbetering van het rechtsstelsel en de handhavingsmechanismen voor de Speciale Administratieve Regio Hongkong ter waarborging van de nationale veiligheid”;

    B. overwegende dat de resolutie het Permanent Comité van het Nationale Volkscongres in staat stelt wetgeving vast te stellen tegen separatisme, ondermijning van de macht van de staat, terrorisme en buitenlandse inmenging in Hongkong;

    C. overwegende dat in de resolutie nog andere maatregelen worden genoemd die moeten worden genomen, waaronder educatie over nationale veiligheid, de oprichting van organen voor nationale veiligheid van de Centrale Volksregering in Hongkong en regelmatige verslaglegging door de chief executive aan de Centrale Volksregering over de prestaties van Hongkong wat betreft zijn plicht om de nationale veiligheid te waarborgen;

    D. overwegende dat de wetgeving, na in bijlage III bij de basiswet te zijn opgenomen, in Hongkong zal worden toegepast door afkondiging, dat wil zeggen door middel van een juridische mededeling van de chief executive in het staatsblad;

    E. overwegende dat de chief executive de burgers van Hongkong in een op 29 mei 2020 in kranten gepubliceerde brief om hun volledige begrip en krachtige steun voor het besluit van het Nationale Volkscongres heeft gevraagd, en heeft aangegeven dat de wetgeving beoogt de nationale veiligheid te beschermen, de samenleving in staat te stellen een uitweg te vinden uit de impasse, en ook de economie weer vlot te trekken en de werkgelegenheidssituatie te verbeteren;

    F. overwegende dat de EU uiting heeft gegeven aan haar ernstige bezorgdheid over de maatregelen die China op 28 mei 2020 heeft genomen en die niet in overeenstemming zijn met zijn internationale verbintenissen, de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring en de basiswet, en heeft verklaard dat het beginsel “één land, twee systemen” en de hoge mate van autonomie van de Speciale Administratieve Regio Hongkong daardoor ernstig dreigen te worden ondermijnd;

    G. overwegende dat meer dan 800 politieke leiders in de hele wereld een gezamenlijke verklaring hebben afgelegd waarin zij hun ernstige bezorgdheid uitspreken over de eenzijdige invoering van nationale veiligheidswetgeving door Beijing in Hongkong, hetgeen zij afdoen als een alomvattende aanval op de autonomie, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden van de stad, alsook op de integriteit van het beginsel “één land, twee systemen”;

    H. overwegende dat de Europese Unie er sterk aan hecht dat Hongkong stabiel en welvarend blijft op grond van het beginsel “eén land, twee systemen”, en het van groot belang acht dat Hongkong een hoge mate van autonomie behoudt, in overeenstemming met de basiswet en internationale toezeggingen, en dat dat beginsel wordt geëerbiedigd;

    I. overwegende dat de bescherming van de mensenrechten en de individuele vrijheden in de basiswet is vastgelegd; overwegende dat in artikel 27 van de basiswet de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, de vrijheid van publicatie en de vrijheid van vereniging, vergadering, optocht en demonstratie worden gegarandeerd;

    J. overwegende dat leden van het Europees Parlement er op 20 april 2020 bij de chief executive op hebben aangedrongen ervoor te zorgen dat de aanklachten tegen 15 prodemocratische activisten die in 2019 aan vreedzame protesten in Hongkong hebben deelgenomen, worden ingetrokken; overwegende dat mensenrechtendeskundigen van de Verenigde Naties er op 13 mei 2020 bij de autoriteiten van de Speciale Administratieve Regio Hongkong op hebben aangedrongen om de strafrechtelijke vervolging van de 15 prodemocratische activisten onmiddellijk te staken;

    K. overwegende dat artikel 21 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) het volgende bepaalt: “Het internationaal optreden van de Unie berust en is gericht op de wereldwijde verspreiding van de beginselen die aan de oprichting, de ontwikkeling en de uitbreiding van de Unie ten grondslag liggen: de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht” en “De Unie bepaalt en voert een gemeenschappelijk beleid en optreden en beijvert zich voor een hoge mate van samenwerking op alle gebieden van de internationale betrekkingen, met de volgende doelstellingen: [...] consolidering en ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht”;

    L. overwegende dat de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Dominic Raab, op 2 juni 2020 in het Lagerhuis heeft verklaard dat als China zijn wetsvoorstel ten uitvoer legt, de Britse regering nieuwe regelingen zal invoeren om houders van een paspoort van Brits onderdaan overzee in Hongkong in staat te stellen langer dan de huidige maximale periode van zes maanden naar het Verenigd Koninkrijk te komen en een verblijfsvergunning voor een verlengbare periode van twaalf maanden aan te vragen om er te studeren en te werken, waarmee ook in een traject naar het staatsburgerschap wordt voorzien;

    1. betreurt het dat het Nationale Volkscongres op 28 mei 2020 een resolutie over een wet inzake de nationale veiligheid voor Hongkong heeft aangenomen; benadrukt dat de eenzijdige invoering van wetgeving inzake nationale veiligheid door China in Hongkong een inbreuk vormt op zijn autonomie, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden en internationale overeenkomsten;

    2. verzoekt de Chinese autoriteiten de internationale verplichtingen die China in het kader van de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring heeft aangegaan, te respecteren; benadrukt dat China zich volledig moet houden aan de basiswet en aan het beginsel “één land, twee systemen”; onderstreept dat China de hoge mate van autonomie van de Speciale Administratieve Regio Hongkong niet mag ondermijnen; verzoekt de Chinese autoriteiten de wet inzake de nationale veiligheid in te trekken;

    3. onderstreept dat China er op de top EU-China van 9 april 2019 mee heeft ingestemd om de vreedzame beslechting van regionale geschillen en conflicten door middel van dialoog en overleg te steunen; verzoekt de VV/HV de Chinese autoriteiten onverwijld aan te spreken op de kwestie van de wet inzake de nationale veiligheid;

    4. verzoekt de Raad, de Commissie en de VV/HV de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen en te onderstrepen dat de EU achter de versterking van de democratie staat, met inbegrip van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de fundamentele vrijheden en de grondrechten, transparantie, en de vrijheid van informatie en meningsuiting in Hongkong;

    5. vraagt de autoriteiten van de Speciale Administratieve Regio Hongkong ervoor te zorgen dat de aanklachten tegen de 15 prodemocratische activisten en politici en tegen vreedzame demonstranten worden ingetrokken en dat de vervolging wordt gestaakt;

    6. verzoekt de autoriteiten van Hongkong te garanderen dat de verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering in september 2020 vrij, eerlijk en transparant zullen zijn;

    7. benadrukt dat de basiswet de bevolking van Hongkong vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, vrijheid van publicatie en vrijheid van vereniging, vergadering, optocht en demonstratie garandeert; roept de autoriteiten in Hongkong en China op om de bescherming van de mensenrechten te verzekeren, evenals de vrijheden waarin in de basiswet voor alle burgers is voorzien;

    8. veroordeelt krachtig de voortdurende en toenemende inmenging van China in de interne aangelegenheden van Hongkong, alsook de recente verklaring van China dat de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring van 1984 een historisch document is en bijgevolg niet langer geldig is; benadrukt dat de Chinese regering gehouden is aan de Gezamenlijke Verklaring, die als wettelijk bindend verdrag bij de VN geregistreerd is, en de hoge mate van autonomie van Hongkong en zijn rechten en vrijheden in stand moet houden;

    9. verzoekt de Raad en de VV/HV steun te geven voor de aanwijzing van een speciale VN-rapporteur of -gezant voor Hongkong om de mate van autonomie, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden en de inachtneming van de internationale overeenkomsten inzake Hongkong te monitoren;

    10. verzoekt de Raad en de VV/HV samen met de internationale gemeenschap te werken aan de oprichting van een internationale contactgroep voor Hongkong;

    11. verzoekt de Raad en de Commissie te overwegen een “reddingsbootregeling” voor de burgers van Hongkong in het leven te roepen ingeval de mensenrechten en de fundamentele vrijheden er nog verder op achteruit zouden gaan;

    12. steunt een snelle afronding van de onderhandelingen over de mondiale sanctieregeling van de EU, en verzoekt de Raad het mechanisme te gebruiken om sancties op te leggen aan personen, groepen of entiteiten die zich in Hongkong aan mensenrechtenschendingen schuldig maken;

    13. dringt er bij de EU op aan om, overeenkomstig artikel 21 van het VEU, een mensenrechtenclausule op te nemen in toekomstige handelsovereenkomsten met de Volksrepubliek China;

    14. vraagt de Raad en de VV/HV met klem ervoor te zorgen dat alle aspecten van de betrekkingen van de EU met de Volksrepubliek China afgestemd zijn op de in artikel 21 VEU vastgelegde beginselen en waarden, en dat er tijdens de komende top EU-China een eerlijke discussie met de Volksrepubliek China wordt gevoerd over Hongkong en andere mensenrechtenkwesties, zoals de situatie van de Oeigoeren;

    15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China en de chief executive en de Wetgevende Vergadering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong.

    Laatst bijgewerkt op: 15 juni 2020
    Juridische mededeling - Privacybeleid