Procedure : 2020/2649(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0177/2020

Ingediende teksten :

B9-0177/2020

Debatten :

PV 17/06/2020 - 30
CRE 17/06/2020 - 30

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0169

<Date>{10/06/2020}10.6.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0177/2020</NoDocSe>
PDF 164kWORD 53k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over vervoer en toerisme</Titre>

<DocRef>(2020/2649(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Anna Deparnay‑Grunenberg, Tilly Metz</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0166/2020

B9‑0177/2020

Resolutie van het Europees Parlement over vervoer en toerisme

(2020/2649(RSP))

Het Europees Parlement,

 gelet op artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat toerisme een horizontale economische activiteit is met verstrekkende gevolgen voor een groot aantal verschillende sectoren, duurzame ontwikkeling, werkgelegenheid, sociale ontwikkeling en een duurzame economie;

B. overwegende dat de toeristische sector werk biedt aan 22,6 miljoen mensen (11,2 % van de totale werkgelegenheid in de EU), in 2019 goed was voor 9,5 % van het bbp van de EU, bijdraagt aan het elimineren van de verschillen tussen regio’s en vaak een positief effect heeft op de regionale ontwikkeling;

C. overwegende dat het toerisme uit een complexe waardeketen van vele belanghebbenden bestaat en direct is verbonden met het personenvervoer;

D. overwegende dat toerisme, en met name massatoerisme, ook een negatieve impact heeft op klimaatverandering, naar schatting 8 % van de CO2-emissies veroorzaakt, en tot negatieve milieu- en economische gevolgen leidt, zoals meer vervuiling, verlies van biodiversiteit, files, kosten voor onderhoud van infrastructuurvoorzieningen en stijgende prijzen, zoals te lezen valt in de TRAN-studie getiteld “Overtourism: Impact and Possible Policy Responses”[1];

E. overwegende dat de sectoren vervoer en toerisme van alle belangrijke economische sectoren het meest te lijden hebben gehad van COVID‑19;

F. overwegende dat de Commissie, door op 13 mei 2020 de mededeling “Toerisme en vervoer in en na 2020” en het pakket inzake toerisme en vervoer aan te nemen, de eerste noodzakelijke stap heeft gezet om onze waardevolle ecosectoren vervoer en toerisme te helpen herstellen van de COVID‑19-pandemie, door aan te geven dat het herstel verstandig moet worden gebruikt om tot meer robuuste duurzaamheid in de sector te komen;

G. overwegende dat het zeer lang geleden is, namelijk in juni 2010, dat de Commissie de mededeling "Europa, toeristische topbestemming in de wereld – een nieuw beleidskader voor het toerisme in Europa" heeft goedgekeurd, waarin een nieuwe strategie en een nieuw actieplan voor het toerisme in de EU uiteengezet worden, inclusief het belang van de toepassing ervan;

H. overwegende dat de EU sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 over ondersteunende bevoegdheden beschikt, in concreto wat betreft het coördineren en aanvullen van hetgeen de lidstaten op dit gebied doen[2];

Europese herstelplannen voor toerisme en vervoer na de uitbraak van COVID‑19

1. is van mening dat de sectoren vervoer en toerisme snel kortetermijnsteun nodig hebben om hun voortbestaan te waarborgen, terwijl het voor de ontwikkeling van de sector op de langere termijn essentieel is maatregelen te nemen waardoor toeristen weer met een gerust hart naar en in Europa kunnen reizen en die zorgen voor herstel in combinatie met ‘duurzaamheid’ als een harde vereiste voor alle activiteiten op de gebieden vervoer en toerisme; beklemtoont dat de huidige crisis ook een historische kans is om het toerisme in de EU te moderniseren en een duurzamer karakter te geven, te beginnen door het als een volwaardig industrieel ecosysteem te beschouwen en te onderkennen dat het belangrijk is duurzaamheidsinitiatieven, milieunormen, vervoerskeuzes, duurzame investeringsdoelstellingen, behoeften op het gebied van technologische innovatie en duurzame prestatie-indicatoren te stroomlijnen, waarbij rekening moet worden gehouden met betere milieu- en sociale normen, zoals de kwaliteit van de gecreëerde werkgelegenheid en de levenskwaliteit van de plaatselijke bevolking;

2. is ingenomen met de mededeling “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles – COVID‑19”, die de Commissie heeft goedgekeurd als onderdeel van het pakket, en met het voorstel voor een gefaseerde en gecoördineerde aanpak om terug te keren naar het onbeperkte vrije verkeer van personen; verzoekt de EU de ‘herstart van het toerisme’ te steunen met een aanbeveling inzake ‘duurzaam toerisme’, en inzake geloofwaardig gecertificeerde bedrijven en bestemmingen als stuwende krachten achter milieuvriendelijk, sociaal verantwoord en ecologisch verstandig vervoer en toerisme;

3. herhaalt het belang van het beginsel van non-discriminatie bij de geleidelijke opheffing van beperkingen binnen en tussen landen, alsook van de wederzijdse erkenning van overeengekomen maatregelen op EU-niveau, en benadrukt dat het essentieel is bilaterale overeenkomsten tussen afzonderlijke lidstaten (zogenaamde toerismecorridors) te vermijden, teneinde de integriteit van de interne markt en het vrije verkeer te waarborgen; beklemtoont dat de toepassing van beperkende maatregelen (en de opheffing daarvan) nooit tot een verlaging van de hoge EU-veiligheidsnormen mag leiden en altijd moet stoelen op wetenschappelijk advies, resulterend in hernieuwd vertrouwen en condities waarin de sector toerisme een veilige herstart kan maken; verzoekt de Commissie met klem te voorkomen dat de lidstaten enigerlei discriminerende en niet-epidemiologische maatregelen nemen, die slechts de integriteit van het Schengengebied aantasten;

4. dringt erop aan in de hele Unie uniforme beoordelingscriteria te hanteren en EU-normen te bevorderen voor het in kaart brengen en certificeren van veilige gebieden met een duurzaam aanbod voor bezoekers, die zich houden aan zowel epidemiologisch als ecologisch duurzame condities;

5. is ingenomen met de mededeling van de Commissie getiteld "Richtsnoeren betreffende het geleidelijke herstel van het vervoer en de connectiviteit – COVID‑19", alsook de richtsnoeren die gebaseerd zijn op een kader van beginselen en een gemeenschappelijk instrumentarium dat zal bijdragen tot het hervatten van veilige en duurzame vervoersdiensten in de EU door het nemen van gecoördineerde, niet-discriminerende en evenredige maatregelen;

6. verzoekt de Commissie en de lidstaten overeenstemming te bereiken over tijdelijke, evenredige en niet-discriminerende, duidelijk aan de COVID‑19-uitbraak gekoppelde niet-quarantainemaatregelen, op basis van wetenschappelijk bewijs en een degelijke risicobeoordeling, volgens internationale normen die zijn vastgesteld door geloofwaardige bronnen, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) of het Europees Centrum voor ziektepreventie en ‑bestrijding (ECDC);

7. verwelkomt de mededeling van de Commissie getiteld “EU-richtsnoeren voor de geleidelijke hervatting van toeristische diensten en voor gezondheidsprotocollen voor horecagelegenheden — COVID‑19” en dringt er bij de lidstaten op aan om deze richtsnoeren te delen met de bevoegde autoriteiten op regionaal en lokaal niveau; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband de reis- en toerismesector financieel te helpen bij het implementeren van deze maatregelen, in nauwe samenwerking met de reis- en toerisme-industrie en, in het bijzonder, met inachtneming van de ambities van de Europese Green deal;

8. verzoekt de Commissie samen met de overheidsinstanties in de lidstaten, de sector toerisme en internationale organisaties na te denken over een EU-regeling voor veiligheidscertificering voor de toeristische en de reisbranche, teneinde de implementatie van specifieke vereisten op basis van de EU-adviezen te vergemakkelijken en het vertrouwen bij en de veiligheid van reizigers die onze lidstaten bezoeken te vergroten;

9. verzoekt de Commissie vast te houden aan het vrijwillige karakter van vouchers die in verband met COVID‑19 worden aangeboden en voet bij stuk te houden wat de verplichting voor bedrijven betreft om reizigers en bezoekers hun geld terug te geven, zoals bepaald in de EU-wetgeving, teneinde een zoveelste versnippering van de implementatie te vermijden, resulterend in een niet-uniforme behandeling van consumenten en in verstoring van de mededinging op de vervoers- en toerismemarkt; vraagt de Commissie bovendien met aandrang dat zij alle middelen gebruikt die zij heeft om te zorgen voor een correcte handhaving en uniforme toepassing van de EU-wetgeving, en om het gebruik van geharmoniseerde regels inzake vouchers op vrijwillige basis te bevorderen;

10. vraagt de Commissie, de overheidsinstanties van de lidstaten en de belanghebbenden dat zij samenwerken om zo snel mogelijk passende en gemeenschappelijke paraatheidsplannen op te stellen voor een mogelijke tweede golf van COVID‑19-besmettingen, waarbij aandacht moet worden besteed aan maatregelen voor infectiepreventie en ‑bestrijding voor de reis- en toerismesector;

11. verzoekt de Commissie een speciale EU-communicatiecampagne over reizen en toerisme op te zetten om het reizen binnen de EU te bevorderen, het vertrouwen van de burgers in reizen en toerisme tijdens COVID‑19 te herstellen, toeristen te informeren over de bestaande gezondheids- en veiligheidsmaatregelen, en voor de robuuste toepassing van duurzaamheidscriteria te zorgen, hetgeen zorgt voor de ontwikkeling van duurzame, verantwoordelijke en toegankelijke toeristische bestemmingen in de EU, alsook ‘plaatselijk toerisme’ te ontwikkelen;

Meer solidariteit en coördinatie in de toeristische sector van de EU

12. benadrukt dat het belangrijk is te komen tot een daadwerkelijk Europees toerismebeleid dat significant bijdraagt tot vergroting van de duurzaamheid van de Unie op dit vlak, samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en mogelijkheden te creëren voor meer duurzame investeringen en innovaties om de milieutransitie van de sector op gang te brengen, alsook plaatselijke en fatsoenlijke banen te scheppen en te behouden;

13. verwelkomt het voorstel van de Commissie om een Europese top voor toerisme te organiseren waarbij de EU-instellingen, de industrie, de regio's, de steden en de belanghebbenden worden betrokken, om na te denken over het Europese toerisme van morgen, en steunt de ontwikkeling van een routekaart voor 2050 naar een duurzaam, innovatief en veerkrachtig Europees toeristisch ecosysteem (“Europese agenda voor toerisme 2050") met specifieke aandacht voor steun voor biodiversiteit en de bescherming van landschappen;

14. is verheugd over het initiatief van de Commissie om voor flexibiliteit te zorgen wat betreft de regels voor staatssteun; dringt echter aan op sociale en milieunormen, alsook op duidelijke en sectorspecifieke richtsnoeren in de sectoren vervoer en toerisme om een effectieve coördinatie tussen alle lidstaten mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat de nationale compensatieregelingen op uniforme wijze worden gebruikt, en voor beperkte duur, tijdig en proportioneel worden ingevoerd, met als doel een oplossing te bieden voor de verliezen als gevolg van de COVID‑19-uitbraak, zonder dat de concurrentie al te zeer wordt verstoord;

15. verwelkomt het voorstel van de Commissie van 27 mei 2020 voor een EU-herstelplan, dat een versterkte langetermijnbegroting voor de EU (MFK 2021‑2027) en een nieuw herstelinstrument ten belope van 750 miljard EUR omvat, dat afhankelijk wordt gesteld van de inachtneming van milieu- en sociale normen;

16. verzoekt de Commissie in het herstelpakket het nodige belang toe te kennen aan de toeristische sector en richtsnoeren uit te vaardigen om te zorgen voor een snelle en billijke toegang tot financiering in het kader van lopende en komende programma's;

17. herhaalt zijn oproep voor de opname van een speciale begrotingslijn voor duurzaam toerisme in het volgende meerjarig financieel kader (MFK 2021‑2027), en wijst erop dat er geen enkel concreet, specifiek financieel instrument bestaat om welvaart en de aanpak van klimaatverandering in deze sector te stimuleren;

18. roept de Commissie en de lidstaten op bedrijven, en met name kmo’s, op korte termijn steun te verlenen bij het oplossen van hun liquiditeitsproblemen, bij hun inspanningen om banen te behouden en om de milieu-impact van toerisme te reduceren; is in dit verband ingenomen met het nieuwe SURE-initiatief van de Commissie, dat tot doel heeft de kosten van nationale regelingen voor kortetermijnwerk te dekken, zodat bedrijven banen kunnen redden en kasreserves kunnen behouden;

19. pleit voor een Europese horizontale strategie voor het herstel van kmo’s om hen te ondersteunen met betrekking tot de kosten van de toegang tot financiering, en door investeringen in strategische waardeketens te stimuleren, in overeenstemming met de Green Deal; herinnert eraan dat de nodige aanpassingen moeten worden verricht om te voldoen aan de nieuwe gezondheids- en veiligheidsmaatregelen, waarbij aanzienlijke investeringen moeten worden gedaan om de veiligheid van de consument te waarborgen en de regels inzake social distancing na te leven, alsook aan de andere relevante voorzorgsmaatregelen;

20. benadrukt het belang van een nauwere samenwerking tussen de EU, de nationale, regionale en lokale autoriteiten, en alle betrokken partijen, met het oog op de aanpak van horizontale kwesties in verband met toerisme; verzoekt de Commissie in dit verband een EU-strategie voor duurzaam toerisme te ontwikkelen, met een duidelijk actieplan met doelstellingen voor de korte, de middellange en de lange termijn, inclusief de duurzaamheidsdoelstellingen van de VN, met het voorstel dat de lidstaten heldere, strategische en operationele, resultaatgerichte doelstellingen formuleren die prioriteit toekennen aan milieuduurzaamheid en de kwaliteit van leven en het welzijn van plaatselijke gemeenschappen;

21. verzoekt de Commissie richtsnoeren uit te vaardigen op basis van goede praktijken in de toeristische sector in geval van een pandemische of milieucrisis, te zorgen voor adequate financiële steun, en de ontwikkeling en coördinatie te vergemakkelijken van adequate onlineplatforms waar belanghebbenden goede praktijken en informatie kunnen uitwisselen;

Naar een toekomstbestendige toeristische sector in de EU

22. benadrukt dat de toeristische sector sterk afhankelijk is van de vervoerssector en dat het verbeteren van de toegankelijkheid en de connectiviteit van, vooral, duurzaam vervoer, met behoud van het hoogste veiligheidsniveau in alle vervoerssectoren (met inbegrip van lopen en fietsen), derhalve zeker een grote invloed zou hebben op de bevordering van de toeristische sector in de EU; benadrukt in dit verband dat de Commissie in het kader van het Europees Jaar van de Spoorwegen 2021 en gezien de noodzaak om de transportemissies te reduceren, nachttreinen zou moeten bevorderen als een duurzame alternatieve vervoerswijze;

23. geeft aan dat de sector toerisme zijn verantwoordelijkheid moet nemen daar waar het gaat om het reduceren van het verbruik van fossiele brandstoffen en het verwezenlijken van de ambities van de Europese Green Deal, of, nog beter, het nastreven van een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met 65 % tegen ten laatste 2030 en van klimaatneutraliteit tegen 2040;

24. beklemtoont dat duurzame wijzen van reizen moeten worden bevorderd, zoals middels meer toeristische fietsinfrastructuur en nachttreinen; benadrukt de economische en milieuvoordelen die duurzame vervoerswijzen zoals fietsen kunnen hebben voor toerisme, en verzoekt de Commissie fietsinfrastructuur te bevorderen en erin te investeren, teneinde dergelijk toerisme aantrekkelijker te maken; geeft aan dat budgetvliegreizen, die mogelijk zijn vanwege het feit dat lagere sociale en milieunormen in acht worden genomen, korte verblijfsperioden in de hand werken, hetgeen de CO2-afdruk van toerisme vergroot;

25. wijst erop dat alle lidstaten over een netwerk van ontwikkelde, moderne, veilige en duurzame infrastructuur moeten beschikken om het reizen in de EU te vergemakkelijken en de perifere lidstaten beter toegankelijk te maken voor het intra-Europese en internationaal toerisme; verzoekt de Commissie dan ook steun te geven aan de heropening van gesloten of niet-gebruikte regionale grensoverschrijdende spoorverbindingen[3], door te gaan met het verrichten van fitnesschecks van het bestaande infrastructuurnetwerk, en onmiddellijke aanvullende maatregelen voor te stellen voor de minst ontwikkelde en afgelegen gebieden, die vaak over de slechtste netwerken beschikken en bijzondere aandacht behoeven; geeft aan dat grensregio’s, hoewel ze 40 % van het totale EU-grondgebied beslaan en dat een derde van de EU-bevolking daar[4], met twee nadelen worden geconfronteerd, namelijk dat ze een plattelandskarakter hebben en zich in de periferie bevinden, terwijl ze voor toeristen tot de meest aantrekkelijke bestemmingen kunnen behoren; verzoekt de lidstaten te zorgen voor passende planning voor de voltooiing van alle TEN‑T-kernnetwerken en uitgebreide TEN‑T-netwerken tegen 2030, respectievelijk 2050, met aanduiding van een tijdspad en de budgettaire beschikbaarheid, en of wijzigingen noodzakelijk zijn om het “berokken geen schade”-beginsel in acht te nemen, met bijzondere aandacht voor grensoverschrijdende tracés, in het bijzonder in lidstaten die op dit vlak geen vooruitgang boeken; beklemtoont dat bij dergelijke fitnesschecks ook moet worden beoordeeld of deze projecten het “berokken geen schade”-beginsel, dat de Commissie tot prioriteit van haar herstelpakket[5] heeft verklaard, eerbiedigen en dat, indien dit niet het geval is, passende wijzigingen moeten worden voorgesteld;

26. verzoekt de Commissie haar toezichtskader te behouden met onder meer tussentijdse doelstellingen en haar “use it or lose it”-strategie voor het beoordelen van de door de lidstaten geboekte vooruitgang, een systematische en uniforme aanpak te volgen met vaste termijnen voor de lidstaten om feedback te geven over voltooide segmenten, en bij de herziening van de TEN‑V-verordening passende maatregelen te nemen om de planning van onderhoud op lange termijn door de lidstaten te verbeteren;

27. verzoekt de Commissie zich te buigen over de haalbaarheid en de mogelijke voordelen van een mechanisme voor crisisbeheer voor de toerismesector in de EU, teneinde adequaat en snel te kunnen reageren op toekomstige gevaarlijke virusuitbraken en pandemieën; benadrukt dat een dergelijk mechanisme financieringsoplossingen voor financiële tekorten op de korte termijn moet omvatten, evenals kaders en strategieën voor de middellange en lange termijn die indien nodig kunnen worden geactiveerd;

28. herinnert eraan dat de capaciteit om het optreden van de lidstaten in tijden van crisis te ondersteunen en aan te vullen verder moet worden ontwikkeld, teneinde werknemers te beschermen, bedrijven te helpen en ervoor te zorgen dat de grootste prioriteit wordt toegekend aan de rechten en de veiligheid van de passagiers; onderstreept voorts de noodzaak om nauw samen te werken met alle relevante belanghebbenden, zodat rekening wordt gehouden met alle specifieke kenmerken en aspecten van de desbetreffende toerisme- en vervoersectoren;

29. geeft aan dat het belangrijk is te beschikken over een gemeenschappelijke EU-benadering van het waarborgen en verbeteren van de voorlichtingsstrategie voor burgers, waarin ook en in het bijzonder in wordt gegaan op de milieuaspecten en de duurzame alternatieven; wijst voorts op de coördinerende rol van de EU voor de toeristische sector, die moet worden verbeterd door EU-acties met een toegevoegde waarde te lanceren en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten verder te vergemakkelijken; pleit ervoor de administratieve en fiscale lasten te verminderen, de oprichting van ondernemingen te ondersteunen en de toegankelijkheid voor eenieder – waaronder personen met een handicap – van grensoverschrijdende verkoop en dienstverlening te bevorderen;

30. meent dat de opkomst van nieuwe technologieën en de verdere digitalisering de aantrekkelijkheid van de reis- en toerismesector aanzienlijk zouden kunnen vergroten, en dat gebruikersvriendelijke platforms en nieuwe bedrijfsmodellen het duurzaamheidspotentieel van de sector zouden kunnen bevorderen; meent dan ook dat regelmatige opleiding en bijscholing van de bestaande arbeidskrachten in de sector van essentieel belang zijn en dat bijzondere aandacht moet gaan naar duurzaamheid, digitale vaardigheden en innovatieve technologieën;

31. wijst erop dat duurzaam toerisme moet worden bevorderd, aangezien het bijdraagt tot het scheppen van werkgelegenheid, de bescherming en het herstel van natuurlijke ecosystemen, en tot groei en concurrentievermogen, door voort te bouwen op nieuwe bedrijfsmodellen die inzetten op alternatieven voor massatoerisme en de destructieve gevolgen daarvan; verzoekt de Commissie de toegang tot EU-financiering voor ondernemers in het toerisme die op de ontwikkeling van innovatieve, slimme en duurzame, kwalitatief hoogwaardige toeristische producten en diensten inzetten, te vergemakkelijken, en verder te werken aan toegankelijkheid voor eenieder (inclusief personen met een handicap), duurzaamheid, reducering van de seizoensgebondenheid, en de geografische spreiding van toeristenstromen; is van mening dat er steun en coördinatie op EU-niveau nodig is om de administratie van het toerisme op nationaal, regionaal en lokaal niveau te verbeteren, onder meer door de invoering van een duurzaamheidscertificering voor het toerisme[6]; is verder van oordeel dat geen financiering meer moet worden toegekend aan schadelijke toeristische sectoren die niet-duurzaam opereren, zoals supercruiseschepen, of zeer kwetsbare milieugebieden in gevaar brengen;

32. geeft, wat een label voor duurzaam toerisme betreft, aan dat het essentieel is plaatselijke initiatieven te bevorderen, zoals campagnes voor hoogwaardigheid en duurzaamheid, alsook toegankelijkheid en steun voor bedrijven bij certificering; verzoekt de Commissie dergelijke campagnes te steunen; verzoekt ook dat de EU-instellingen verlangen dat bij EU-aanbestedingen en EU-projectfinanciering gecertificeerde toeristische bedrijven worden geselecteerd;

33. benadrukt het belang van toerisme voor bepaalde landen en regio’s van de EU, die vaak het zwaarst door de klimaatverandering worden getroffen, maar waar diensten die verband houden met toerisme vaak een essentiële factor voor het behoud van werkgelegenheid en een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de plaatselijke bevolking vormen; verzoekt de Commissie om maatregelen op maat uit te werken voor de herinvoering van de vrijheid van verplaatsing en het herstel van de transportverbindingen tussen de ultraperifere gebieden en eilanden en het vasteland van de EU; wijst erop dat specifieke verbindingswegen en aanvullende financiële en administratieve ondersteuning van het grootste belang zijn voor deze regio’s; benadrukt dat er in de toerismestrategie en ‑initiatieven van de EU aandacht moet komen voor kustgebieden en maritieme gebieden, onder meer in de vorm van financieringsmogelijkheden en promotie- en communicatiemiddelen, en dat de werking van de relevante markten moet worden versterkt door op maat gemaakt beleid te ontwikkelen in samenwerking met de belanghebbenden en autoriteiten;

34. herinnert eraan dat cultureel toerisme 40 % van al het toerisme in Europa uitmaakt en vraagt de Commissie dan ook dat zij aan de lidstaten voorstelt dat zij duidelijke, strategische en operationele duurzaamheids- en resultaatgerichte doelstellingen vaststellen in het volgende werkplan voor cultuur, en dat zij het huidige strategische kader voor cultuur verbetert; benadrukt dat investeringen in plaatsen van cultureel belang gezien en behandeld moeten worden als een middel om de circulaire economie op basis van natuurlijk en cultureel erfgoed, alsook synergie-effecten met plaatselijke ambachten, landbouw, e.d. te verbeteren, waarbij niet mag worden voorbijgegaan aan de intrinsieke waarde van deze plaatsen als onderdeel van ons cultureel erfgoed, dat moet worden beschermd, met name tegen de klimaatverandering en het massatoerisme;

35. wijst op de voordelen van het plattelands- en het agromilieutoerisme, alsook van goed beheerd toerisme in beschermde gebieden, en verzoekt de Commissie initiatieven te bevorderen en te ondersteunen die extra inkomstenbronnen voor het platteland genereren, werkgelegenheidskansen bieden, ontvolking voorkomen en de sociale voordelen vergroten; benadrukt de rol die het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), met name het Leader-programma, kan spelen bij de ondersteuning van initiatieven voor lokaal en plattelandstoerisme en dringt erop aan dat dit programma naar behoren wordt gefinancierd voor de programmeringsperiode 2021‑2027;

36. wijst op het belang van gezondheidstoerisme, dat medisch, wellness- en kuurtoerisme omvat; roept de Commissie op om, waar nodig, het Europees gezondheidspreventie-, balneologie-, duurzaam en medisch bergtoerisme te bevorderen; benadrukt de noodzaak van verdere investeringen ter verbetering van de infrastructuur voor duurzaam toerisme en het belang van een betere zichtbaarheid van de Europese kuuroorden voor kuur- en wellnesstoerisme; roept de Commissie op voorzieningen te treffen voor verdere op wetenschap gebaseerde financieringsmogelijkheden, aangezien medisch toerisme kan helpen om de gezondheidskosten terug te dringen door middel van preventiemaatregelen en verminderd geneesmiddelenverbruik, en de duurzaamheid en kwaliteit van arbeid verder zou verbeteren;

37. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Commissie, de voorzitter van de Europese Raad en het fungerend voorzitterschap van de Raad.

[1] https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2018/629184/IPOL_STU(2018)629184_EN.pdf

[2] Volgens artikel 195, lid 1, VWEU vult de EU "het optreden van de lidstaten in de toerismesector aan, met name door bevordering van het concurrentievermogen van de ondernemingen van de Unie in die sector".

[3] Rapport DG REGIO getiteld “Comprehensive analysis of the existing cross-border rail transport connections and missing links on the internal EU borders”.

(Bron: https://ec.europa.eu/regional_policy/en/newsroom/news/2018/06/06-06-2018-report-comprehensive-analysis-of-the-existing-cross-border-rail-transport-connections-and-missing-links-on-the-internal-eu-borders)

[5] https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/communication-europe-moment-repair-prepare-next-generation.pdf

Laatst bijgewerkt op: 17 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid