Ontwerpresolutie - B9-0181/2020Ontwerpresolutie
B9-0181/2020

ONTWERPRESOLUTIE over de wet inzake de nationale veiligheid van de Volksrepubliek China voor Hongkong en de noodzaak voor de EU om de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen

10.6.2020 - (2020/2665(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Anna Fotyga, Hermann Tertsch, Charlie Weimers, Raffaele Fitto, Bert‑Jan Ruissen, Nicola Procaccini, Bogdan Rzońca, Ruža Tomašić, Elżbieta Kruk
namens de ECR-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0169/2020

Procedure : 2020/2665(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0181/2020
Ingediende teksten :
B9-0181/2020
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0181/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de wet inzake de nationale veiligheid van de Volksrepubliek China voor Hongkong en de noodzaak voor de EU om de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen

(2020/2665(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Hongkong,

 gezien zijn aanbeveling van 13 december 2017 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over Hongkong, 20 jaar na de machtsoverdracht[1],

 gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over de stand van zaken van de betrekkingen tussen de EU en China[2],

 gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de Europese Unie over Hongkong van 29 mei 2020,

 gezien de verklaring van Dominic Raab, de minister van Buitenlandse Zaken van het VK, Marise Payne, de minister van Buitenlandse Zaken van Australië, François-Philippe Champagne, de minister van Buitenlandse Zaken van Canada, en Michael Pompeo, de minister van Buitenlandse Zaken van de VS, over Hongkong van 28 mei 2020,

 gezien de basiswet van de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong, die op 4 april 1990 werd aangenomen en op 1 juli 1997 in werking is getreden,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de regering van het Verenigd Koninkrijk en de regering van de Volksrepubliek China over Hongkong van 19 december 1984, ook wel bekend als de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring, die op 12 juni 1985 door de regeringen van China en het VK bij de Verenigde Naties is geregistreerd,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 10 december 1948,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 16 december 1966,

 gezien de Amerikaanse Hong Kong Human Rights and Democracy Act van 2019,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Chinese communistische partij een aantal maatregelen heeft genomen die de autonomie en de vrijheden van Hongkong, alsook de toezeggingen van China zelf aan de bevolking van Hongkong, fundamenteel ondermijnen en een rechtstreekse inbreuk vormen op internationale wetten en verdragen, waaronder de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring, een bij de VN geregistreerd internationaal verdrag;

B. overwegende dat het Chinese Liaison Office in Hongkong op 15 april 2020 heeft verklaard dat de COVID-19-pandemie en de recente demonstraties duidelijk hebben gemaakt dat nationaleveiligheidswetgeving in Hongkong moet worden vastgesteld;

C. overwegende dat de derde zitting van het 13e Nationale Volkscongres op 28 mei 2020 een resolutie over een “Decision on Establishing and Improving the Legal System and Enforcement Mechanisms for the Hong Kong Special Administrative Region to Safeguard National Security” heeft aangenomen, en daarmee de basiswet op flagrante wijze heeft geschonden;

D. overwegende dat het Permanent Comité van het Nationale Volkscongres met deze resolutie in de hand wetgeving kan vaststellen met betrekking tot separatisme, ondermijning van de macht van de staat, terrorisme en buitenlandse inmenging in Hongkong; overwegende dat de resolutie het daarnaast mogelijk maakt dat veiligheidsdiensten, onder auspiciën van de centrale regering in China, afdelingen oprichten die zich in Hongkong gaan bezighouden met het voorkomen van staatsondermijnende activiteiten, en met het arresteren en straffen van de plegers daarvan; overwegende dat de wetgeving in kwestie naar verwachting in september in werking zal treden;

E. overwegende dat de unilaterale en arbitraire vaststelling van nationaleveiligheidswetgeving door China een schending vormt van artikel 23 van de basiswet van Hongkong, waarin staat dat het vaststellen van nationaleveiligheidswetten een exclusieve verantwoordelijkheid van de SAR Hongkong is; overwegende dat een poging van de plaatselijke regering van Hongkong om in 2003 een soortgelijke wet vast te stellen na protesten van de bevolking werd gestaakt;

F. overwegende dat de Chief Executive de inwoners van Hongkong in een op 29 mei 2020 in kranten gepubliceerde brief om hun volledige begrip en krachtige steun voor het besluit van het Nationale Volkscongres heeft gevraagd, en heeft aangegeven dat de wetgeving erop gericht is de nationale veiligheid te beschermen, de samenleving in staat te stellen een uitweg te vinden uit de impasse, en de economie weer vlot te trekken en de werkgelegenheidssituatie te verbeteren;

G. overwegende dat de aankondiging van de nieuwe nationaleveiligheidswetgeving in Hongkong tot protesten heeft geleid; overwegende dat de politie traangas heeft gebruikt in een poging de demonstranten te verjagen; overwegende dat de protesten van het afgelopen jaar het gevolg zijn van het toenemende wantrouwen tussen de bevolking van Hongkong enerzijds en de regeringen van Hongkong en in Beijing anderzijds gedurende de voorbije decennia; overwegende dat de autoriteiten van Hongkong, anticiperend op de invoering van de nieuwe Chinese veiligheidswetgeving, voor het eerst de herdenking van de protesten op het Tiananmen-plein hebben verboden;

H. overwegende dat de nieuwe wetgeving, inclusief de omstreden wet op het volkslied, waarschijnlijk zal resulteren in een verdere inperking van grondrechten en -vrijheden, zoals de persvrijheid, het recht om vreedzaam te demonstreren, de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vergadering en godsdienstvrijheden, zoals op het Chinese vasteland reeds het geval is;

I. overwegende dat de voorgestelde wetgeving haaks staat op de mensenrechtentoezeggingen van Hongkong als partij bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en wordt ingevoerd op het moment dat mensenrechtendeskundigen van de VN de regering van Hongkong er reeds toe hebben opgeroepen de wetten inzake staatsondermijnende activiteiten en terrorisme te hervormen en aan te passen aan internationale normen;

J. overwegende dat de betrekkingen met de Volksrepubliek China moeten stoelen op wederzijds respect en vertrouwen; overwegende dat het besluit nog meer vragen doet rijzen over de bereidheid van China zich aan zijn internationale verplichtingen te houden;

K. overwegende dat Beijing een vergadering van de VN-Veiligheidsraad voor het bespreken van de wetgeving met de Chinese VN-ambassadeur heeft tegengehouden;

L. overwegende dat in artikel 27 van de basiswet de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid, de vrijheid van publicatie, en de vrijheid van vereniging, van vergadering, van optocht en van demonstratie worden gegarandeerd;

M. overwegende dat de vrijheden van Hongkong het pad hebben geëffend voor zowel economisch als sociaal succes, alsook voor de ontwikkeling van een echt en onafhankelijk maatschappelijk middenveld dat actief en constructief deelneemt aan het openbare leven in de SAR;

N. overwegende dat zelfs na 1 juli 1997 reeds bestaande overeenkomsten inzake burger-, politieke, economische, sociale en culturele rechten, alsook internationale mensenrechtenovereenkomsten, zijn blijven gelden; overwegende dat de Volksrepuliek China ook internationale verdragen over deze rechten heeft ondertekend en geratificeerd, en daarmee het belang en het universele karakter van de mensenrechten heeft erkend;

O. overwegende dat de Europese Unie sterk toegewijd is aan de permanente stabiliteit en welvaart van Hongkong op grond van het beginsel “Eén land, twee systemen”, en groot belang hecht aan de instandhouding van een hoge mate van autonomie van Hongkong, in overeenstemming met de basiswet en met internationale toezeggingen;

P. overwegende dat in september 2020 verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering van Hongkong op de rol staan;

1. maakt zich ernstige zorgen over de aanneming - op 28 mei 2020 - door het Nationale Volkscongres van een resolutie met een wet inzake de nationale veiligheid voor Hongkong; benadrukt dat de unilaterale vaststelling van nationaleveiligheidswetgeving door China tegen Hongkong een aanval is op de autonomie van de stad, op de rechtsstaat en op fundamentele vrijheden, en de grootste bedreiging vormt voor de bevolking van Hongkong sinds de machtsoverdracht in 1997;

2. benadrukt dat in artikel 23 van de basiswet expliciet staat dat nationaleveiligheidwetgeving door de regering van Hongkong zelf moet worden vastgesteld, en niet door Beijing;

3. waarschuwt dat elke poging om nationaleveiligheidswetgeving op te leggen die geen weerspiegeling vormt van de wil van de bevolking van Hongkong uiterst destabiliserend zal zijn en de toekomst van Hongkong als een open, internationale stad in gevaar zal brengen;

4. verzoekt de Chinese autoriteiten de verplichtingen die zij in het kader van de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring zijn aangegaan, te respecteren; onderstreept dat China zich volledig moet houden aan de basiswet en aan het beginsel “Eén land, twee systemen”; beklemtoont dat China de hoge mate van autonomie van de SAR Hongkong niet moet ondermijnen; verzoekt de Chinese autoriteiten de wet inzake de nationale veiligheid in te trekken;

5. veroordeelt krachtig de voortdurende en toenemende inmenging van China in de interne aangelegenheden van Hongkong, alsook de recente verklaring van China dat de Chinees-Britse Gezamenlijke Verklaring van 1984 een historisch document is, en bijgevolg niet langer geldig is; benadrukt dat de Chinese regering gehouden is aan de Gezamenlijke Verklaring, die als wettelijk bindend verdrag bij de VN geregistreerd is, en de hoge mate van autonomie van Hongkong en zijn rechten en vrijheden in stand moet houden;

6. onderstreept dat indien Beijing zich niet aan het internationaal recht en de toepasselijke overeenkomsten ten aanzien van Hongkong houdt, dit het vertrouwen zal ondermijnen en zal resulteren in een verdere aantasting van China’s geloofwaardigheid in de wereld;

7. verzoekt de regering van Hongkong de vervolging van vreedzame demonstranten, waaronder Martin Lee Chu-ming, de oprichter van de Hong Kong Democracy Party, en ondernemer Jimmy Lai, en van alle anderen die gedurende of in aanloop naar de demonstraties voor de geweldloze uitoefening van het recht van vrije meningsuiting zijn opgepakt, te stoppen, en ze vrij te laten en alle aanklachten tegen hen in te trekken;

8. veroordeelt het dreigement om kandidaten te verbieden deel te nemen aan de voor september geplande verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering; verzoekt de autoriteiten van Hongkong te garanderen dat de verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering vrij, eerlijk en transparant zullen zijn;

9. is van oordeel dat de reactie van de EU op de campagne van Beijing tegen Hongkong één van de moeilijkste tests zal zijn van de verklaarde toewijding van de EU aan democratie, mensenrechten en de rechtsstaat;

10. verzoekt de Raad en de VV/HV samen met de internationale gemeenschap te werken aan de oprichting van een internationale contactgroep voor Hongkong;

11. verzoekt de EU-instellingen steun te geven aan de aanwijzing van een speciale VN‑afgezant voor Hongkong, die belast gaat zijn met het monitoren van de mate van autonomie, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden en de inachtneming van de internationale overeenkomsten over Hongkong;

12. dringt erop aan de onderhandelingen over de mondiale sanctieregeling van de EU snel af te ronden, en verzoekt de Raad het mechanisme te gebruiken om sancties op te leggen aan de personen, groepen of entiteiten die zich in Hongkong aan mensenrechtenschendingen schuldig maken;

13. steunt de robuuste uitoefening door de inwoners van Hongkong van het recht van vrije meningsuiting, de persvrijheid, en andere fundamentele vrijheden zoals voorzien in de basiswet en de Gezamenlijke Verklaring;

14. dringt erop aan in alle toekomstige handels- en investeringsovereenkomsten met China, waaronder de brede investeringsovereenkomst, een mensenrechtenclausule op te nemen, en het onderwerp mensenrechten en Hongkong op de agenda te zetten van de volgende top EU-China;

15. geeft aan dat het volledig respecteren van de basiswet van de SAR Hongkong van essentieel belang is voor de ontwikkeling en verdere versteviging en uitbreiding van de huidige en toekomstige betrekkingen met de EU, en dat ingrijpen in de interne aangelegenheden van Hongkong dat beginsel kan ondermijnen en derhalve moet worden vermeden;

16. verzoekt de EU de hoge mate van autonomie van Hongkong te verdedigen en te onderstrepen dat zij toegewijd is aan versterking van de democratie, met inbegrip van de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van het rechtsstelsel, de fundamentele vrijheden en de grondrechten, transparantie, en de vrijheid van informatie en meningsuiting in Hongkong;

17. betuigt zijn respect aan de moedige Chinezen die in juni 1989 op het Tiananmen-plein in Beijing bijeen zijn gekomen om op te roepen tot beëindiging van corruptie, en tot politieke hervormingen en burgerlijke vrijheden; verzoekt de leiding van de Chinese communistische partij een onderzoek in te stellen en degenen die voor het gewelddadige en bloedige politie-optreden in 1989 verantwoordelijk zijn, te vervolgen; verzoekt de Chinese autoriteiten toe te staan dat het bloedbad op het Tiananmen-plein niet alleen in Hongkong, maar overal in de Volksrepubliek China kan worden herdacht;

18. steunt de democratische aspiraties van de bevolking van Hongkong, inclusief het “ultieme doel” van verkiezing van de Chief Executive en van alle leden van de Wetgevende Vergadering middels algemene verkiezingen, zoals bepaald in de basiswet; verzoekt de VV/HV de voorbereidingen voor de geplande verkiezingen voor de Wetgevende Vergadering van Hongkong, alsook de verkiezingen zelf, te monitoren, teneinde snel en krachtdadig te kunnen reageren indien er sprake is van inmenging in dit democratische proces, waaronder de diskwalificatie van kandidaten zoals in 2016;

19. verzoekt de VV/HV nauw samen te werken met gelijkgezinde landen en partners, waaronder de VS, het VK, Australië, Japan, Nieuw-Zeeland, Canada, Zuid-Korea en Taiwan, om de uitholling van de vrijheden van Hongkong een halt toe te roepen en de Chinese communistische partij ertoe te brengen zich te houden aan de beloften in het kader van het beginsel “Eén land, twee systemen”, en aan de verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht en internationale overeenkomsten;

20. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de toetredende landen en kandidaat-lidstaten, de regering en het parlement van de Volksrepubliek China, en de Chief executive en de Wetgevende Vergadering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong.

Laatst bijgewerkt op: 12 juni 2020
Juridische mededeling - Privacybeleid