Procedure : 2020/2649(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0182/2020

Ingediende teksten :

B9-0182/2020

Debatten :

PV 17/06/2020 - 30
CRE 17/06/2020 - 30

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0169

<Date>{10/06/2020}10.6.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0182/2020</NoDocSe>
PDF 148kWORD 50k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over toerisme en vervoer in en na 2020</Titre>

<DocRef>(2020/2649(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Elena Kountoura, Anne‑Sophie Pelletier, José Gusmão, Marisa Matias</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0166/2020

B9‑0182/2020

Resolutie van het Europees Parlement over toerisme en vervoer in en na 2020

(2020/2649(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 6, onder d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien artikel 195 van het VWEU,

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 over toerisme en vervoer in en na 2020 (COM(2020)0550),

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “Naar een gefaseerde en gecoördineerde aanpak van het herstel van het vrije verkeer en de opheffing van de binnengrenscontroles – COVID-19” (C(2020)3250),

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld "Richtsnoeren betreffende het geleidelijke herstel van het vervoer en de connectiviteit - COVID-19” (C(2020)3139),

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 over aan passagiers en reizigers aangeboden vouchers als alternatief voor de terugbetaling van geannuleerde reis- en vervoersdiensten in het kader van de COVID-19-pandemie,

 gezien de mededeling van de Commissie van 13 mei 2020 getiteld “EU-richtsnoeren voor de geleidelijke hervatting van toeristische diensten en voor gezondheidsprotocollen voor horecagelegenheden — COVID-19” (C(2020)3251),

 gezien de mededeling van de Commissie en de Raad van 15 april 2020 over het gemeenschappelijke Europese stappenplan voor de opheffing van de COVID-19-inperkingsmaatregelen,

 gezien het investeringsinitiatief coronavirusrespons (CRII) en het investeringsinitiatief coronavirusrespons ‘plus’ (CRII+), die het Parlement respectievelijk op 26 maart 2020 en 17 april 2020 heeft goedgekeurd, en die met name meer flexibiliteit mogelijk maken voor wat betreft het gebruik van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) voor de lidstaten,

 gezien het door de Eurogroep goedgekeurde pakket van 540 miljard EUR ter ondersteuning van de lidstaten en van ondernemingen en werknemers tijdens de COVID-19-crisis, via het Europees stabiliteitsmechanisme (ESM), de Europese Investeringsbank (EIB) en het instrument voor tijdelijke steun ter beperking van werkloosheidsrisico’s in een noodsituatie (SURE),

 gezien de goedkeuring op 19 maart 2020 van een tijdelijk kader om de lidstaten in staat te stellen de economie tijdens de COVID-19-uitbraak verder te ondersteunen, middels volledige gebruikmaking van de flexibiliteit waarin de staatssteunregels voorzien,

 gezien zijn resolutie van 15 mei 2020 over het nieuwe meerjarig financieel kader, eigen middelen en het herstelplan[1],

 gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2020 met als titel “Het moment van Europa: herstel en voorbereiding voor de volgende generatie” (COM(2020)0456),

 gezien de mededeling van de Commissie van 27 mei 2020 getiteld “De EU-begroting als drijvende kracht achter het herstelplan voor Europa” (COM(2020)0442),

 gezien de voorlopige beoordelingsnota van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) van 18 maart 2020, getiteld “COVID-19 and the world of work: Impacts and Responses” (COVID-19 en de arbeidswereld: impact en respons),

 gezien Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad[2],

 gezien Richtlijn (EU) 2015/2302 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende pakketreizen en gekoppelde reisarrangementen, in het bijzonder artikel 13 (over de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de pakketreis), artikel 16 (over de verplichting bijstand te bieden), en hoofdstuk V (over de bescherming van reizigers in geval van insolventie van een organisator of doorverkoper)[3],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de COVID-19-pandemie in alle EU-lidstaten en in de hele wereld een ongekende gezondheidscrisis heeft veroorzaakt; overwegende dat de COVID-19-pandemie ook een enorme impact heeft gehad op de werkgelegenheid, lonen en arbeidsomstandigheden in de lidstaten van de EU en op de gehele economische systemen van de EU-lidstaten;

B. overwegende dat de toerisme- en reissector een van de sectoren is die het hardst zijn getroffen door de COVID-19-uitbraak; overwegende dat alle toeristische activiteiten in het eerste kwartaal van 2020 geleidelijk tot stilstand zijn gekomen, zowel in de EU als wereldwijd; overwegende dat het herstel van deze sector van cruciaal belang is voor de economie, de werkgelegenheid en de sociale ontwikkeling van de EU-landen;

C. overwegende dat veel EU-lidstaten maatregelen hebben genomen zoals de beperking van het vrije verkeer en de invoering van tijdelijke controles aan de binnengrenzen; overwegende dat er aan de buitengrenzen van de EU beperkingen zijn opgelegd voor niet-essentiële verplaatsingen;

D. overwegende dat de COVID-19-uitbraak grote gevolgen heeft voor het vervoer en de connectiviteit in de EU; overwegende dat de maatregelen om de uitbraak in te perken, tot een enorme daling van de activiteit in de vervoerssector – vooral voor wat het personenvervoer betreft – hebben geleid,

E. overwegende dat de EU-toerismesector werk verschaft aan ongeveer dertien miljoen mensen; overwegende dat er volgens de World Travel and Tourism Council in 2020 in de toerisme- en reissector wereldwijd 75 miljoen banen kunnen verdwijnen, waarvan 6,4 miljoen banen in de EU; overwegende dat de arbeidsomstandigheden van veel werknemers in deze sector onzeker zijn en dat deze werknemers hun baan al zijn kwijtgeraakt of binnenkort dreigen te verliezen; overwegende dat het toerisme sterk afhankelijk is van seizoenwerkers en tijdelijke werknemers, wier arbeidssituaties vaak afwijken van de norm;

F. overwegende dat de lidstaten voor een gecoördineerde opheffing van de reisbeperkingen en een gecoördineerde hervatting van toeristische activiteiten moeten zorgen, en geharmoniseerde gezondheids- en veiligheidsprotocollen moeten invoeren; overwegende dat als de lidstaten unilaterale en versnipperde maatregelen nemen, dit alleen maar een bron zal zijn van verwarring en verstoring voor reizigers en bedrijven; overwegende dat het waarborgen van de gezondheid van werknemers en klanten in alle omstandigheden de topprioriteit moet zijn; overwegende dat alle bedrijven de voorschriften op het gebied van gezondheid, veiligheid en het bewaren van fysieke afstand moeten naleven om te kunnen heropenen;

G. overwegende dat de toerismesector complex is en talrijke belanghebbenden omvat, en dat mobiliteit in deze sector een centrale rol speelt; overwegende dat de toerismesector voor 90 % uit kmo’s en zelfstandigen bestaat; overwegende dat de meeste toeristische ondernemingen met liquiditeitsproblemen kampen; overwegende dat kmo’s het hardst door de crisis zijn getroffen; overwegende dat de economische situatie van zelfstandigen, zoals toeristengidsen, catastrofaal is;

H. overwegende dat het toerisme voor veel Europese lidstaten, regio’s en steden een cruciale bijdrage levert aan het economische en sociale weefsel; overwegende dat de toerismesector vaak voor banen en inkomsten zorgt in regio’s die anders geen banen of inkomsten zouden hebben; overwegende dat eilanden, kustgebieden en ultraperifere gebieden het zwaarst onder de economische gevolgen van de COVID-19-crisis lijden;

I. overwegende dat het gebrek aan nieuwe reserveringen en de ongekende golf aan terugbetalingsverzoeken en annuleringen de reis- en toerismesector met een gigantisch liquiditeitsprobleem hebben opgezadeld;

J. overwegende dat de toepassing van de EU-regelgeving inzake passagiersrechten en de EU-richtlijn betreffende pakketreizen, waarmee de rechten van reizigers worden beschermd, is beteugeld, met name wat betreft de terugbetaling van klanten die zich niet konden of kunnen verplaatsen, en overwegende dat dit een gevolg is van de pandemie, de daaruit voortvloeiende annulering van vluchten, het liquiditeitsprobleem van de reis- en toerismesector, en het feit dat bepaalde bedrijven liever dividenden uitkeren aan hun aandeelhouders dan hun verplichtingen inzake consumentenrechten na te komen;

K. overwegende dat de Commissie met de aanneming op 13 mei 2020 van de mededeling over toerisme en vervoer in en na 2020 en van het maatregelenpakket inzake toerisme en vervoer de eerste stap heeft gezet naar een gecoördineerd herstel van de sectoren van vervoer en toerisme;

L. overwegende dat er geen aparte begrotingslijn voor toerisme bestaat binnen de Europese begroting en dat de acties op dit terrein verdeeld zijn over verschillende fondsen, proefprojecten en voorbereidende acties;

M. overwegende dat er in de sectoren van toerisme en vervoer in de EU nood is aan meer duurzaamheid, innovatie en veerkracht;

1. erkent het belang van de sectoren van toerisme en vervoer voor de economie en de werkgelegenheid in alle lidstaten van de EU; is van mening dat snelle steun op korte termijn voor de deze sectoren weliswaar noodzakelijk is om hun voortbestaan en competitiviteit veilig te stellen, maar tegelijk in overeenstemming moet zijn met de verbintenissen van de EU op het gebied van de vermindering van de uitstoot van koolstof en op het gebied van duurzaamheid, en moet worden gevolgd door uitvoeringsmaatregelen die reizigers het nodige vertrouwen geven om opnieuw naar en binnen Europa te reizen; neemt kennis van de mededeling van de Commissie over toerisme en vervoer in en na 2020 en van haar maatregelenpakket voor toerisme en vervoer van 13 mei 2020; verzoekt alle lidstaten een gecoördineerde aanpak te volgen om de reisbeperkingen op te heffen en de transportverbindingen en toeristische activiteiten veilig en geleidelijk te herstellen, en vraagt dat de volksgezondheid en in het bijzonder de gezondheid van werknemers en reizigers hierbij wordt gewaarborgd; benadrukt de noodzaak van doeltreffende en duidelijke sanitaire protocollen op EU-niveau om het vertrouwen tussen horecabedrijven en reizigers te waarborgen;

3. is van mening dat de reactie van de EU op de COVID-19-crisis niet mag worden gebruikt om de monopolievorming in de vervoerssector en met name in de luchtvaartsector nog te versterken;

4. benadrukt dat de EU-lidstaten de liberalisering van de vervoerssector (spoorwegen, wegen, gemeenschappelijk Europees luchtruim, havens) moeten kunnen terugdraaien om de belangen van de bevolking en hun nationale soevereiniteit en ontwikkeling te beschermen;

5. dringt er bij de Commissie op aan om meer duidelijkheid te verschaffen over de criteria die de lidstaten zullen moeten hanteren bij het nemen van besluiten over de hervatting van reisactiviteiten en toeristische activiteiten; onderstreept dat de huidige situatie belanghebbenden en reizigers onvoldoende zekerheid biedt om zich voor te bereiden op het toeristische zomerseizoen;

6. benadrukt dat screening een doeltreffend middel vormt om de verspreiding van het virus tegen te gaan en om mensen gerust te stellen wanneer het niet mogelijk is fysiek afstand te bewaren, bijvoorbeeld in vliegtuigen, op voorwaarde dat er snelle, betrouwbare en betaalbare screeningmethoden voorhanden zijn; verzoekt de Commissie om, in samenwerking met het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de lidstaten, regelmatig na te gaan of er tests beschikbaar zijn die aan deze voorwaarden voldoen, en, indien dat het geval is, gecoördineerde aanbestedingen te plaatsen met als doel optimale voorwaarden en prijzen te garanderen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan gebruik te maken van alle beschikbare financieringsinstrumenten om ervoor te zorgen dat de bevolking gratis kan worden getest;

7. vraagt de lidstaten en de Europese Commissie met klem alle banen in de sectoren toerisme en vervoer te beschermen door zich in te zetten voor fatsoenlijke en gereguleerde arbeidsvoorwaarden, op basis van collectieve onderhandelingen, en door de algemene inkomenssituatie van de werknemers in deze sectoren te verbeteren; onderstreept dat de steun voor werkgelegenheid moet gelden voor alle werknemers, inclusief werknemers wier arbeidssituatie afwijkt van de norm, en wijst erop dat de meerderheid van deze werknemers tot nu toe is uitgesloten van kortetermijnmaatregelen en andere overheidsregelingen voor looncompensatie; benadrukt dat investeringen moeten worden ingezet om kwalitatief hoogwaardige banen en financiële stabiliteit te bevorderen, met als doel economische schommelingen te overstijgen;

8. benadrukt dat de huidige gezondheidscrisis aantoont hoe belangrijk het is te investeren in openbaar vervoer; betreurt dat het aanbod op dit vlak tekortschiet en dat passagiers worden vervoerd op een manier die niet strookt met het beschermen van de volksgezondheid;

9. dringt aan op de invoering in de lidstaten van een systeem waarmee een minimuminkomen wordt gegarandeerd, als aanvulling op universele en kwalitatief hoogwaardige openbare diensten, met name op het gebied van de gezondheidszorg en de sociale zekerheid, met als doel de kwetsbaarste bevolkingsgroepen fatsoenlijke leefomstandigheden en een doeltreffend vangnet te bieden, met name in tijden van crisis zoals de huidige COVID-19-crisis, en voor volledige sociale inclusie te zorgen;

10. benadrukt dat duizenden ondernemingen, in het bijzonder kmo’s, moeten vechten om te overleven, en dat velen van hen te maken failliet dreigen te gaan; verzoekt de Commissie en de lidstaten de evolutie van de situatie te volgen en de mogelijkheid te overwegen van extra noodhulp, bovenop de reeds aangekondigde maatregelen, tot de toeristen- en vervoersstromen zich herstellen, en stelt meer bepaald voor dat zij alle nodige maatregelen nemen om het dreigende faillissement van levensvatbare bedrijven en in het bijzonder kmo’s te verhinderen, onder meer in de vorm van garanties, goedkope leningen, regelingen voor uitstaande schulden, belastingvermindering, uitstel van terugbetaling van bankleningen en oplossingen ter dekking van de risico’s van dienstverleners;

11. merkt op dat als de dreigende golf van faillissementen in de sector niet wordt afgewend, de overlevende, grote ondernemingen een dominante positie zullen verwerven, wat tot hogere prijzen zal leiden voor de consument en tot minder inkomsten voor de resterende kmo’s;

12. pleit voor de volledige bescherming van de rechten van consumenten en reizigers tegen onrechtmatige praktijken van bepaalde ondernemingen; verzoekt de lidstaten toe te zien op de strikte en onverwijlde handhaving van de rechten van consumenten en reizigers, vooral wanneer de betrokken bedrijven overheidssteun genieten; dringt aan op de oprichting van een reisgarantiefonds voor de doeltreffende bescherming van de rechten van reizigers;

13. dringt erop aan dat de toerisme- en vervoerssector krachtig worden ondersteund door het EU-herstelplan; pleit ervoor dat een aanzienlijk deel van de middelen van het herstelplan, ten minste 20 %, wordt gebruikt om de toerisme- en vervoerssector erbovenop te helpen; eist dat dit herstelplan in strikte overeenstemming is met de verbintenissen van de EU inzake de vermindering van de uitstoot van koolstof en inzake duurzaamheid; dringt aan op een sociaal verantwoorde benadering van de bescherming van banen en lonen;

14. benadrukt het belang van toerisme voor bepaalde landen en regio’s van de EU, waar diensten die verband houden met toerisme vaak een belangrijke bron van werkgelegenheid en een van de belangrijkste bronnen van inkomsten voor de plaatselijke bevolking vormen; verzoekt de Commissie om maatregelen op maat uit te werken voor de herinvoering van de vrijheid van verplaatsing en het herstel van de transportverbindingen tussen de ultraperifere gebieden en eilanden en het vasteland van de EU; wijst erop dat specifieke verbindingswegen en aanvullende financiële en administratieve ondersteuning van het grootste belang zijn voor deze regio’s; benadrukt dat er in de toerismestrategie en -initiatieven van de EU aandacht komt voor kustgebieden en maritieme gebieden, onder meer in de vorm van financieringsmogelijkheden en promotie- en communicatiemiddelen, en onderstreept dat hiertoe in samenwerking met de belanghebbenden en autoriteiten in deze gebieden op maat gemaakt beleid moet worden ontwikkeld;

15. dringt er bij de Commissie op aan een nieuw Europees programma voor sociaal toerisme voor te stellen in het kader waarvan deelnemende lidstaten hun sociaal kwetsbare burgers nationale toeristenvouchers verstrekken die kunnen worden gebruikt in deelnemende horecabedrijven in andere lidstaten die ook over een programma voor sociaal toerisme voor hun bevolking beschikken; merkt op dat dergelijke programma’s in heel wat lidstaten bestaan, en dat de resultaten ervan uitstekend zijn, en is van mening dat het een bijzonder goed idee zou zijn om deze programma’s op EU-niveau interoperabel te maken;

16. herhaalt zijn oproep voor de opname van een speciale begrotingslijn voor duurzaam toerisme in het volgende meerjarig financieel kader (MFK 2021-2027), en wijst erop dat er geen enkel concreet, specifiek financieel instrument bestaat om welvaart en groei in deze sector te stimuleren;

17. verzoekt de Commissie zich te buigen over de haalbaarheid en de mogelijke voordelen van een mechanisme voor crisisbeheer voor de toerismesector in de EU, niet alleen om adequaat en snel te kunnen reageren op de gevolgen van de huidige COVID-19-uitbraak, maar ook om de sector voor te bereiden op andere toekomstige uitdagingen zoals de klimaatverandering, overtoerisme en veiligheidsrisico’s en om Europa op de wereldkaart te zetten als toeristische bestemming nummer één; benadrukt dat een dergelijk mechanisme financieringsoplossingen voor financiële tekorten op de korte termijn moet omvatten, evenals kaders en strategieën voor de middellange en lange termijn die indien nodig kunnen worden geactiveerd;

18. wijst erop dat de duurzaamheid en veerkracht van het toerisme de overkoepelende doelstelling moet vormen, in overeenstemming met de toezeggingen die de EU heeft gedaan in het kader van de Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering, met het oog op het scheppen van hoogwaardige banen en duurzame groei en met het oog op een grotere bijdrage aan de sociale en regionale cohesie;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Raad en de Commissie.

 

[1] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0124.

[2] PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64.

[3] PB L 326 van 11.12.2015, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 17 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid