Procedure : 2020/2690(RSO)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0191/2020

Ingediende teksten :

B9-0191/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0163

<Date>{11/06/2020}11.6.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0191/2020</NoDocSe>
PDF 145kWORD 48k

<TitreType>ONTWERPBESLUIT</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 208 van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie, en de vaststelling van haar bevoegdheden, het aantal leden en de duur van het mandaat</Titre>

<DocRef>(2020/2690(RSO))</DocRef>


<Commission>Conferentie van voorzitters</Commission>


B9‑0191/2020

Besluit van het Europees Parlement over de instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op of gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht in verband met de bescherming van dieren tijdens het vervoer binnen en buiten de Unie, en de vaststelling van haar bevoegdheden, het aantal leden en de duur van het mandaat

(2020/2690(RSO))

Het Europees Parlement,

 gezien het verzoek van 183 leden voor de instelling van een enquêtecommissie die onderzoek moet doen naar vermeende inbreuken op de toepassing van het Unierecht betreffende het vervoer van levende dieren binnen en buiten de Unie,

 gezien het voorstel van de Conferentie van voorzitters,

 gezien artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Besluit 95/167/EG, Euratom, EGKS van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 19 april 1995 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het enquêterecht van het Europees Parlement[1],

 gezien artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

 gezien artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

 gezien artikel 13 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97[2],

 gezien het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-424/13 van 23 april 2015[3],

 gezien artikel 208 van zijn Reglement,

1. besluit tot instelling van een enquêtecommissie inzake vermeende inbreuken op de toepassing van het Unierecht in verband met de uitvoering door de lidstaten en de handhaving door de Europese Commissie van Verordening (EG) nr. 1/2005;

2. besluit dat de enquêtecommissie tot taak heeft:

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim door de Commissie om stappen te ondernemen naar aanleiding van bewijzen van ernstige en systematische inbreuken op Verordening (EG) nr. 1/2005, die zich voordoen wanneer dieren levend worden vervoerd binnen de Unie en naar derde landen. De Commissie is geregeld op de hoogte gebracht van de systematische en ernstige schendingen die plaatsvinden tijdens het vervoer van levende dieren. Sinds 2007 heeft de Commissie ongeveer 200 meldingen ontvangen van inbreuken op Verordening (EG) nr. 1/2005. In 2016 heeft advocatenkantoor Conte & Giacomini, namens Animal Welfare Foundation/Tierschutzbund Zurich (AWF/TSB), een formele klacht bij de Commissie ingediend wegens inbreuken op Verordening (EG) nr. 1/2005 tijdens het vervoer van dieren over de weg van Europa naar Turkije[4], en de Commissie daarbij verzocht inbreukprocedures in te leiden tegen de lidstaten die betrokken waren bij onwettige praktijken,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende betreffende het vloeroppervlak en de stahoogte waarover de dieren moeten beschikken, als vastgelegd in artikel 3, letter g), en in Hoofdstuk II, punt 1.2, Hoofdstuk III, punt 2.3, en hoofdstuk VII van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende goedkeuring van vervoermiddelen voor het wegvervoer en van veeschepen, vastgelegd in de artikelen 7, 18 en 19 van Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende water en voeder voor dieren tijdens het vervoer, vastgelegd in artikel 3, letter h) en in Hoofdstuk V, punt 1.4, punt 1.5 en 2.1, letter a) en b), en in Hoofdstuk VI, punten 1.3 en 2.2 van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende strooisel, vastgelegd in Hoofdstuk II, punt 1.1, letter h) en punt 1.5, en Hoofdstuk VI, punt 1.2, van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende temperatuur en ventilatie, vastgelegd in Hoofdstuk II, punt 1.1, letter b), Hoofdstuk III, punt 2.6, en Hoofdstuk VI, punt 3.1, van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende het verbod op het vervoer van dieren die niet voor vervoer geschikt zijn, als vastgelegd in artikel 3, letter b), en in Hoofdstuk I van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende het gescheiden behandelen en vervoeren van bepaalde dieren, als vastgelegd in Hoofdstuk III, punt 1.12, van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bijkomende bepalingen betreffende lange transporten, als vastgelegd in artikel 14 en in Hoofdstuk VI van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende te verrichten controles, als vastgelegd in artikel 15, lid 2, en artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de verplichting voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om specifieke maatregelen te nemen in geval van een overtreding, en om van overtredingen kennisgeving te doen, als vastgelegd in artikel 26 van Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende de verplichting voor de bevoegde autoriteit om oponthoud tijdens het vervoer te voorkomen en te beperken en betreffende de in een dergelijk geval te nemen maatregelen, als vastgelegd in artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende het vervoer van niet gespeende dieren, als vastgelegd in Hoofdstuk V, punt 1.4, letter a), van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende het vervoer van levende dieren over zee, met inbegrip van praktijken tijdens het laden en de inrichting van de vaartuigen, als vastgelegd in artikel 19, 20 en 21 en in Hoofdstuk II, punten 1 en 3, Hoofdstuk III, punt 1, en hoofdstuk IV van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende vervoermiddelen, als vastgelegd in Hoofdstuk II, punten 1, 2 en 5, van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende het omgaan met de dieren, onder meer tijdens het laden en lossen, als vastgelegd in artikel 3, letter e), en in Hoofdstuk III, punten 1.2, 1.3, 1.4, 1.6, 1.7, 1.8, 1.9 en 1.11 van Bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende de planning van de route en het journaal, als vastgelegd in artikel 5, lid 4, artikel 8, artikel 14, lid 1, letter a), b) en c), en artikel 21, lid 2, en in Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van de bepalingen betreffende de taken en verplichtingen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, als vastgelegd in de artikelen 10 en 13 van Verordening (EG) nr. 1/2005,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om te zorgen voor doeltreffende handhaving, en van de lidstaten om te zorgen voor doeltreffende tenuitvoerlegging en handhaving van Verordening (EG) nr. 1/2005 buiten de Unie, overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie (Vijfde kamer) van 23 april 2015 in zaak C-424/13; In zijn arrest wijst het Hof van Justitie erop dat Verordening (EG) nr. 1/2005 zwaarwegende verplichtingen oplegt niet alleen met betrekking tot het vervoer van levende gewervelde dieren dat geheel op het grondgebied van de Europese Unie plaatsvindt, maar ook met betrekking tot vervoersactiviteiten waarvan de plaats van vertrek op dat grondgebied ligt, en de plaats van bestemming in een derde land. In hetzelfde arrest bepaalt het Hof dat de bevoegde autoriteiten van een lidstaat er op moeten toezien dat aan de voorschriften is voldaan wanneer zij toestemming geven voor vervoer naar een derde land,

 onderzoek te doen naar mogelijke inbreuken op het beginsel van loyale samenwerking, vastgelegd in artikel 4, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, die relevant zijn voor het onderwerp van het onderzoek; hiertoe moet met name worden beoordeeld of een dergelijke inbreuk het gevolg kan zijn van vermeend verzuim om passende maatregelen te nemen om het gebruik van vervoerswijzen te verhinderen, en wel op zodanige wijze dat de identiteit van de uiteindelijke begunstigden verborgen blijft voor de instellingen van de Unie, de bevoegde autoriteiten en andere intermediairs, en schendingen van Verordening (EG) Nr. 1/2005 in de hand worden gewerkt,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om de missie van de OIE inzake de tenuitvoerlegging van internationale normen betreffende het dierenwelzijn tijdens het vervoer mogelijk te maken,

 onderzoek te doen naar het vermeende verzuim van de Commissie om de waarden van de Unie op het gebied van de handel, als vastgelegd in de nieuwe handelsstrategie van de EU “Trade4All” te eerbiedigen, met name in verband met de gruwelijke vervoerspraktijken die zijn gedocumenteerd in derde landen en die zeer ernstig zijn, niet alleen vanuit het oogpunt van dierenwelzijn, maar ook in verband met de voedselveiligheid en de volksgezondheid,

 de aanbevelingen te doen die zij nodig acht op dit terrein, waaronder met betrekking tot de tenuitvoerlegging door de lidstaten van bovengenoemd arrest van het Hof van Justitie;

3. besluit dat de enquêtecommissie binnen 12 maanden na de vaststelling van dit besluit haar eindverslag moet indienen;

4. besluit dat de enquêtecommissie bij haar werkzaamheden rekening moet houden met alle belangrijke ontwikkelingen die zich voordoen tijdens haar mandaat en die betrekking hebben op het onderwerp van haar mandaat;

5. besluit dat aanbevelingen die door de enquêtecommissie worden gedaan, moeten worden behandeld door de bevoegde vaste commissies;

6. besluit dat de enquêtecommissie 30 leden zal tellen;

7. verzoekt zijn Voorzitter zorg te dragen voor publicatie van dit besluit in het Publicatieblad van de Europese Unie.

 

[1] PB L 113 van 19.5.1995, blz. 1.

[2] PB L 3 van 5.1.2005.

[3] Arrest van het Hof van Justitie van 23 april 2015, Zuchtvieh-Export GmbH v Stadt Kempten, C-424/13, ECLI:EU:C:2015:259.

[4] (CHAP(2016) 01703 -01707-01708-01709 -01710-01711 -01712-01713 -01714-01715 -0171601 717 — 01718). In oktober 2016 heeft advocatenkantoor Conte & Giacomini de Commissie een vervolledigde klacht toegezonden.

Laatst bijgewerkt op: 15 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid