Procedure : 2020/2685(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0195/2020

Ingediende teksten :

B9-0195/2020

Debatten :

PV 17/06/2020 - 21
CRE 17/06/2020 - 21

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


<Date>{16/06/2020}16.6.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0196/2020</NoDocSe>
PDF 144kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de antiracismedemonstraties na de dood van George Floyd</Titre>

<DocRef>(2020/2685(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Christine Anderson, Marco Campomenosi, Nicolaus Fest, Jaak Madison, Thierry Mariani, Jörg Meuthen, Jérôme Rivière, Tom Vandendriessche, Harald Vilimsky, Marco Zanni</Depute>

<Commission>{ID}namens de ID-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0196/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de antiracismedemonstraties na de dood van George Floyd

(2020/2685(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten uit 1976, en met name artikel 21,

 gezien artikel 6, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien artikel 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

 gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (2001/931/GBVB),

 gezien Besluit (GBVB) 2020/20 van de Raad van 13 januari 2020 inzake de actualisering van de lijst van personen, groepen en entiteiten bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2019/1341,

 gezien de verklaring van de Raad en de Commissie van 17 juni 2020 over de antiracismedemonstraties na de dood van George Floyd,

 gezien zijn resolutie van 15 maart 2001 over de situatie in Afghanistan en vernietiging van het cultureel erfgoed[1],

 gezien zijn resolutie van 30 april 2015 over de vernieling van cultuurgoederen door IS/Da’esh[2],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat George Floyd op 25 mei 2020 in Minneapolis in de Verenigde Staten van Amerika ten gevolge van politieoptreden overleed; overwegende dat er van dit incident videobeelden zijn die op grote schaal via sociale media werden gedeeld en dat het incident schokgolven over de hele wereld heeft veroorzaakt;

B. overwegende dat het recht op vreedzaam protest in artikel 21 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten wordt erkend;

C. overwegende dat de dood van George Floyd door links-radicale groeperingen wordt misbruikt om hun eigen duistere doeleinden te verwezenlijken; overwegende dat deze groeperingen hebben aangezet tot gewelddadige protesten in de VS en in Europa; overwegende dat met name de beweging Antifa in de Verenigde Staten en elders gewelddadige acties heeft georganiseerd en uitgevoerd onder het mom van protestacties tegen de dood van George Floyd;

D. overwegende dat bekend is dat Antifa in Europa heeft aangezet tot geweld en ook zelf geweld heeft gepleegd; overwegende dat er in Frankrijk in verband met de dood van George Floyd onder leiding van links-radicale groeperingen en de beweging Antifa ernstige incidenten hebben plaatsgevonden; overwegende dat deze acties met name werden aangemoedigd door de partij La France insoumise, die deel uitmaakt van de GUE/NGL-Fractie;

E. overwegende dat er na de dood van George Floyd overal in de Verenigde Staten en in Europa “Black Lives Matter”-demonstraties plaatsvonden, ondanks de voortwoedende COVID-19-pandemie; overwegende dat deze demonstaties uitliepen op gewelddadige overvallen, relschopperij en plunderingen, waarbij onherstelbare schade werd toegebracht aan openbare en particuliere eigendommen;

F. overwegende dat de “Black Lives Matter”-beweging discriminerende retoriek bezigt; overwegende dat mensen met allerlei achtergronden in uitzonderlijke gevallen het slachtoffer worden van gewelddadig politieoptreden; overwegende dat het motto Black Lives Matter voorbij lijkt te gaan aan het uitgangspunt dat het leven van iedereen ertoe doet;

1. betuigt zijn diepste medeleven met de familieleden en vrienden van George Floyd en veroordeelt nadrukkelijk de dood van George Floyd ten gevolge van extreem politiegeweld;

2. veroordeelt de enkele gevallen van politiegeweld die bekend zijn en waarvan mensen met allerlei achtergronden het slachtoffer zijn geworden; steunt de politie, omdat zij in het kader van de handhaving van de rechtsstatelijkheid een essentiële rol vervult;

3. herinnert eraan dat strafrechtelijke vervolging onder de jurisdictionele soevereiniteit van elke staat valt; is van oordeel dat er geen reden is om te denken dat het Amerikaanse rechtsstelsel niet voldoende in staat is om personen die strafbare feiten hebben begaan voor de rechter te brengen; vindt voorts elke vorm van volksgericht onacceptabel;

4. veroordeelt de gewelddadige en destructieve protesten die na de dood van George Floyd over de hele wereld zijn losgebarsten en het feit dat zijn dood gebruikt wordt als excuus om zelf geweld uit te oefenen, met niet in getallen uit te drukken economische en soms ook fysieke schade tot gevolg; is verbijsterd door de vernielingen en plunderingen die gesteund worden door onder meer linkse en links-radicale groeperingen; veroordeelt met klem alle gewelddadige handelingen en alle vernielingen; dringt er bij de mensen die graag willen protesteren op aan om dat op vreedzame wijze te doen;

5. observeert met afschuw het iconoclastische en sektarische progressivisme dat wordt tentoongespreid en dat doet denken aan de Taliban; veroordeelt het vandalisme en het beschadigen van standbeelden en andere voorwerpen die deel uitmaken van het artistiek en cultureel erfgoed van de wereld en die nu het doelwit zijn geworden van gewelddadige aanvallen, met als gevolg dat elementen met een zekere betekenis en historische waarde op de vuilnishoop van de geschiedenis worden geworpen;

6. herinnert aan het beginsel dat elk mens zelf strafrechtelijk aansprakelijk is voor de ernstige strafbare feiten die hij of zij begaat en geeft uiting aan zijn solidariteit met de meerderheid van de politieagenten die zich keurig aan de wet houdt en belast is met de belangrijke taak om – vaak in een zeer vijandige omgeving – de openbare veiligheid te waarborgen;

7. is van mening dat de mainstreammedia in de meeste gevallen op bevooroordeelde wijze verslag hebben gedaan van de dood van George Floyd en de protesten die daarop volgden en daarmee hebben bijgedragen aan polarisatie in de samenleving;

8. is bezorgd over de massademonstraties die overal ter wereld na de dood van George Floyd werden gehouden zonder dat daarbij rekening werd gehouden met de regels van de anderhalvemetersamenleving en wijst erop dat dit in het kader van de strijd tegen de COVID-19-pandemie zeer ernstige gevolgen kan hebben; dringt er bij de autoriteiten op aan om te zorgen voor gelijke toepassing van de wet, aangezien demonstranten bij eerdere protesten zich wel moesten houden aan de regels inzake social distancing, op grond waarvan het samenkomen in groepen aan regels gebonden is;

9. beschouwt racisme als een probleem met vele facetten en met daders en slachtoffers van alle achtergronden; beschouwt het standpunt dat blanken privileges genieten en het concept van collectieve historische schuld als racistisch; is van oordeel dat niemand zich hoeft te verontschuldigen en dat niemand voor iemand anders hoeft te buigen uitsluitend vanwege de kleur van zijn of haar huid; herinnert eraan dat in artikel 1 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie is bepaald dat de menselijke waardigheid onschendbaar is, waaruit voortvloeit dat niet alleen zwarte, maar alle levens ertoe doen;

10. wijst erop dat duizenden zwarte christenen in Nigeria vermoord zijn door radicale moslims zoals Boko Haram en dat toen niemand van de “Black Lives Matter”-beweging voor de slachtoffers opkwam; wijst er voorts op dat er sinds de afschaffing van de apartheid in Zuid-Afrika meer dan 2 000 blanke boeren zijn vermoord en dat de internationale gemeenschap zich in dit verband vanwege politieke correctheid nauwelijks heeft laten horen;

11. dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en bij de Raad op aan om expliciet alle vormen van racisme te veroordelen en te verklaren dat het leven van iedereen ertoe doet;

12. steunt de inspanningen van de Verenigde Staten om de openbare orde tijdens de demonstraties te bewaren en is voorstander van opname van gewelddadige organisaties die een gevaar vormen voor de openbare veiligheid op de lijst van terroristische organisaties; verzoekt de VV/HV om de Raad voor te stellen de EU-lijst van terroristische organisaties te actualiseren om de nodige tegenmaatregelen te kunnen treffen;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de fungerend vertegenwoordiger van de VS bij de EU, het Huis van Afgevaardigden van de VS en de regering van de Verenigde Staten van Amerika.

[1] PB C 343 van 5.12.2001, blz. 208.

[2] PB C 346 van 21.9.2016, blz. 55.

Laatst bijgewerkt op: 17 juni 2020Juridische mededeling - Privacybeleid