Procedure : 2020/2685(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0196/2020

Ingediende teksten :

B9-0196/2020

Debatten :

PV 17/06/2020 - 21
CRE 17/06/2020 - 21

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0173

<Date>{16/06/2020}16.6.2020</Date>
<NoDocSe>B9-0196/2020/REV</NoDocSe>
PDF 185kWORD 56k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de antiracismedemonstraties na de dood van George Floyd</Titre>

<DocRef>(2020/2685(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michael Gahler, Isabel Wiseler-Lima, Roberta Metsola, Sandra Kalniete, Esteban González Pons</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Evin Incir, Birgit Sippel, Tonino Picula, Kati Piri, Simona Bonafè, Javier Moreno Sánchez, Iratxe García Pérez, Juan Fernando López Aguilar, Sylvie Guillaume</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Sophia in ’t Veld, Hilde Vautmans, Samira Rafaela, Nicolae Ştefănuță</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew­Fractie</Commission>

<Depute>Alice Kuhnke</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Martin Schirdewan, Clare Daly, Younous Omarjee, Pernando Barrena Arza, Konstantinos Arvanitis, Malin Björk, Marisa Matias, José Gusmão, Sira Rego, Cornelia Ernst, Miguel Urbán Crespo</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9-0196/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de antiracismedemonstraties na de dood van George Floyd

(2020/2685(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name de tweede en de vierde tot en met de zevende alinea van de preambule, artikel 2, artikel 3, lid 3, tweede alinea, en artikel 6, 

 gezien de artikelen 10 en 19 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder de artikelen 2, 3, 4, 5 en 21,

 gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming[1],

 gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht[2],

 gezien Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ[3],

 gezien het verslag over de grondrechten 2020 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), de Tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie (EU-MIDIS II), gepubliceerd in december 2017 door het FRA, de FRA-enquêtes “Being black in the EU”, gepubliceerd op respectievelijk 23 november 2018 en 15 november 2019, en het verslag van het FRA over ervaringen van mensen van Afrikaanse afkomst met rassendiscriminatie en racistisch geweld in de EU,

 gezien zijn resolutie van 16 januari 2019 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2017[4],

 gezien zijn eerdere resoluties over racisme en haat tegen minderheden in de wereld,

 gezien zijn resolutie van 26 maart 2019 over de grondrechten van mensen van Afrikaanse afkomst in Europa[5],

 gezien zijn resolutie van 14 februari 2019 over het recht op vreedzaam protest en het evenredig gebruik van geweld[6],

 gezien de oprichting in juni 2016 van de EU-groep op hoog niveau voor de bestrijding van racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid,

 gezien de algemene beleidsaanbevelingen van de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid (ECRI),

 gezien de persconferentie via een videoverbinding met de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 2 juni 2020 na de dood van George Floyd,

 gezien zijn gedachtewisseling van 5 juni 2020 over het geval George Floyd in de Subcommissie mensenrechten,

 gezien de publicatie van het FRA van 5 december 2018, getiteld “Preventing unlawful profiling today and in the future: a guide” (Het voorkomen van onrechtmatige profilering vandaag en in de toekomst: een leidraad),

 gezien protocol nr. 12 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) dat discriminatie verbiedt,

 gezien de aanbeveling van het Comité van Ministers van de Raad van Europa van 19 september 2001 betreffende de Europese code voor politie-ethiek,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR) van 1966,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en de algemene aanbevelingen van de VN-Commissie voor de uitbanning van rassendiscriminatie,

 gezien de verklaring van Michelle Bachelet, Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens, van 28 mei 2020 waarin het doden van George Floyd wordt veroordeeld,

 gezien de verklaring over de protesten tegen systemisch racisme in de Verenigde Staten van 5 juni 2020 van de onafhankelijke deskundigen van de speciale procedures van de VN-Mensenrechtenraad,

 gezien de Verklaring en het actieprogramma van Durban en de follow-up daarvan, en het verslag van de Speciale rapporteur van de VN over hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende onverdraagzaamheid over bestrijding van racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en daarmee verband houdende onverdraagzaamheid,

 gezien het Internationaal decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst,

 gezien de grondwet van de VS,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 25 mei 2020 George Floyd, een 46-jarige ongewapende Afro-Amerikaanse man, werd gearresteerd wegens het vermeende gebruik van een vals bankbiljet en werd gedood in Minneapolis, Minnesota, nadat een witte politieagent gedurende 8 minuten en 46 seconden zijn knie op zijn hals hield; overwegende dat George Floyd herhaaldelijk zei dat hij niet kon ademen;

B. overwegende dat de dood van George Floyd, toegevoegd aan de lijst van andere voorbeelden van gebruik van buitensporig geweld en van doodslag door politieagenten, heeft geleid tot massale betogingen en protesten tegen racisme en politiegeweld in de Verenigde Staten en de rest van de wereld;

C. overwegende dat, na de massale protesten, de eerste aanklacht tegen politieagent Derek Chauvin voor onopzettelijke doodslag in de derde graad is vervangen door een aanklacht voor opzettelijke doodslag in de tweede graad, een aanklacht waarop een maximale straf van 35 jaar staat; overwegende dat de drie andere bij de arrestatie van George Floyd betrokken politieagenten ontslagen zijn en aangeklaagd zijn voor medeplichtigheid;

D. overwegende dat aan de protesten na de dood van George Floyd een lange geschiedenis van politiegeweld en racisme in de VS is voorafgegaan; overwegende dat in de VS de gevangenispopulatie voor meer dan 40% bestaat uit zwarte en gekleurde mensen, terwijl deze groepen 13% van de totale bevolking uitmaken; overwegende dat het sterftecijfer tijdens inverzekeringstelling in de VS zes keer zo hoog is van zwarte mensen dan van blanke mensen en drie keer zo hoog is dan van Latijns-Amerikanen[7], en dat mensen van kleur onevenredig zwaar getroffen worden door het gebruik van buitensporig en dodelijk geweld;

E. overwegende dat tijdens de protesten, waaronder in Minneapolis, enkele losstaande geweldsincidenten hebben plaatsgevonden;

F. overwegende dat president Trump de nationale garde heeft ingezet;

G. overwegende dat de reactie en de opruiende taal van de president van de VS, waaronder zijn dreigementen om het leger van de VS in te zetten als de aanhoudende protesten niet stopten, de protesten alleen maar hebben doen toenemen;

H. overwegende dat een verslaggever van CNN, Omar Jimenez, en zijn collega’s zijn gearresteerd tijdens hun verslaggeving van de protesten van Minneapolis en naderhand zijn vrijgelaten nadat bevestigd was dat zij deel uitmaakten van de media; overwegende dat een groot aantal journalisten ervan werd weerhouden vrij te berichten over de demonstraties, ondanks het feit dat hun mediastatus zichtbaar was, tientallen door politieagenten aangevallen werden en enkelen daardoor ernstige verwondingen hebben opgelopen;

I. overwegende dat de EU zich ertoe verbindt de vrijheid van meningsuiting en informatie alsook de vrijheid van vergadering en vereniging te eerbiedigen; overwegende dat volgens de jurisprudentie van het Europees Hof van de Rechten van de Mens en het Hof van Justitie van de Europese Unie elke inperking van grondrechten en burgerlijke vrijheden de beginselen van rechtmatigheid, noodzaak en evenredigheid moet eerbiedigen;

J. overwegende dat na de dood van George Floyd en de protesten in de VS, duizenden mensen in Europese steden en andere steden over de hele wereld aan betogingen hebben deelgenomen ter ondersteuning van de protesten van de VS, en om samen met de beweging “Black Lives Matter” tegen racisme te demonstreren; overwegende dat de beweging “Black Lives Matter” niet nieuw is;

K. overwegende dat in sommige EU-lidstaten de protesten de beweging tegen op zwarte mensen en mensen van kleur gericht racisme hebben versterkt, en tevens hebben geleid tot de herinnering aan het koloniale verleden van Europa en zijn rol in de trans-Atlantische slavenhandel; overwegende dat deze vormen van onrechtvaardigheid en misdaden tegen de menselijkheid op EU- en nationaal niveau moeten worden erkend en op institutioneel niveau en in het onderwijs moeten worden aangepakt;

L. overwegende dat de democratische internationale gemeenschap het buitensporig gebruik van geweld krachtig heeft verworpen, geweld en racisme van welke aard ook heeft veroordeeld, en heeft opgeroepen al deze incidenten snel, doeltreffend en met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en de mensenrechten aan te pakken;

M. overwegende dat democratie, de rechtsstaat en de grondrechten belangrijke beginselen zijn die in het EU-recht zijn verankerd; overwegende dat deze gedeelde beginselen en waarden ons moeten verenigen bij de bestrijding van onrecht, racisme en discriminatie van alle vormen;

N. overwegende dat het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie een grondrecht is dat verankerd is in de Verdragen en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en volledig geëerbiedigd moet worden;

O. overwegende dat op grond van artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie elke vorm van discriminatie op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuiging, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, verboden is;

P. overwegende dat het EU-motto “in verscheidenheid verenigd” niet alleen de nationaliteit omvat, maar ook alle bovengenoemde aspecten;

Q. overwegende dat racisme wereldwijd een punt van zorg is en dat racistische en xenofobe gedragingen nog steeds overal ter wereld bestaan;

R. overwegende dat rassendiscriminatie en intimidatie volgens het FRA in de hele Europese Unie nog steeds gemeengoed zijn[8]; overwegende dat raciale en etnische minderheden het slachtoffer zijn van intimidatie, geweld en haatzaaiende uitingen, zowel online als offline; overwegende dat raciale en etnische minderheden in de EU worden geconfronteerd met structurele discriminatie op alle gebieden, met inbegrip van huisvesting, gezondheidszorg, werkgelegenheid en onderwijs;

S. overwegende dat uit de FRA-enquête blijkt dat de geracialiseerde groepen die vanwege hun etnische of migratieachtergrond het meest onder racisme en discriminatie in Europa te lijden hebben, bestaan uit Roma, mensen uit Noord-Afrika en Afrikanen van bezuiden de Sahara[9];

T. overwegende dat bepaalde opinieleiders en politici in de gehele EU er hardnekkige racistische en xenofobische denkbeelden op na houden, waardoor er een maatschappelijk klimaat ontstaat dat als voedingsbodem dient voor racisme, discriminatie en haatmisdrijven; overwegende dat dit klimaat verder wordt aangewakkerd door populistische en extremistische bewegingen die onze samenlevingen proberen te verdelen; overwegende dat dergelijke handelingen in strijd zijn met de gemeenschappelijke Europese waarden die alle lidstaten hebben onderschreven;

U. overwegende dat de werkzaamheden van de politie en rechtshandhavingsinstanties erop gericht zijn de veiligheid van de burgers in de EU te waarborgen en de burgers te beschermen tegen misdaad, terrorisme en illegale activiteiten en acties, en om - soms in moeilijke omstandigheden - toepassing te geven aan het recht;

V. overwegende dat racisme, discriminatie en buitensporig en dodelijk politiegeweld verschijnselen zijn die ook binnen de EU voorkomen; overwegende dat er op rechtshandhavingsinstanties in diverse lidstaten kritiek is geuit omdat zij zich schuldig zouden hebben gemaakt aan het gebruik van buitensporig geweld; overwegende dat fysiek geweld tegen een persoon, uitgeoefend door de politie of andere overheidsfunctionarissen, dat niet strikt noodzakelijk is vanwege het gedrag van de betreffende persoon een schending is van de menselijke waardigheid en in beginsel een inbreuk vormt op het in artikel 3 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens neergelegde recht[10]; overwegende dat het gebruik van geweld waar dat niet nodig is ten strengste veroordeeld dient te worden;

W. overwegende dat uit verslagen van het FRA blijkt dat zwarte mensen en mensen van kleur in de EU te maken hebben met discriminerende profilering op basis van ras; overwegende dat een kwart van alle mensen van Afrikaanse afkomst die aan het onderzoek van het FRA meededen in de vijf jaar voorafgaand aan het onderzoek door de politie staande waren gehouden en dat van die groep 41 % van oordeel was dat er bij de laatste keer dat zij staande werden gehouden sprake was van raciale profilering[11];

X. overwegende dat de meerderheid (63 %) van de slachtoffers van racistische gewelddadige handelingen door de politie geen aangifte deed omdat zij verwachtten dat hun aangifte nergens toe zou leiden (34 %) of omdat zij geen vertrouwen hebben in of bang zijn voor de politie (28 %)[12]; overwegende dat het belangrijk is dat de bescherming van en toegang tot de rechter voor slachtoffers van politiegeweld gewaarborgd wordt;

Y. overwegende dat uit het jaarverslag van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (ODIHR) over haatmisdrijven blijkt dat zwarte mensen en mensen van kleur dikwijls het slachtoffer zijn van racistisch geweld, maar dat er in veel landen geen juridische bijstand of financiële ondersteuning wordt geboden aan de slachtoffers van dergelijke gewelddadige aanvallen;

Z. overwegende dat de EU-instellingen concrete maatregelen moeten nemen om structureel racisme, discriminatie en ondervertegenwoordiging van raciale en etnische minderheden binnen hun structuren aan te pakken;

AA. overwegende dat de strijd tegen racisme en discriminatie in onze samenlevingen opgevoerd moet worden en dat wij daar met zijn allen verantwoordelijk voor zijn; overwegende dat de Europese Unie dringend moet gaan nadenken over en zich moet gaan inzetten voor de bestrijding van structureel racisme en structurele discriminatie van minderheden;

1. bekrachtigt dat zwarte levens er toe doen ("Black Lives Matter");

2. veroordeelt ten stelligste de vreselijke dood van George Floyd in de VS en alle andere gelijksoortige moorden waar dan ook in de wereld; spreekt zijn medeleven uit met de vrienden en familieleden van George Floyd en die van alle andere slachtoffers; dringt er bij de autoriteiten op aan om grondig onderzoek te doen naar dit voorval en naar gelijksoortige voorvallen en de personen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen;

3. veroordeelt met klem alle vormen van racisme, haat en geweld, alsook alle fysieke en verbale aanvallen gericht tegen mensen vanwege hun ras, etnische herkomst, godsdienst of overtuiging of nationaliteit in de publieke en de private sfeer; herinnert eraan dat er in onze samenlevingen geen plaats is voor racisme en discriminatie; dringt er bij de Commissie, de Europese Raad en de Raad op aan krachtig stelling te nemen tegen racisme, geweld en onrecht in Europa;

4. verzoekt de regering en de autoriteiten van de Verenigde Staten om krachtdadige maatregelen te nemen tegen structureel racisme en structurele ongelijkheden in de VS, waarvan het hardhandige politieoptreden een uiting is; veroordeelt het hardhandige optreden van de politie tegen vreedzame demonstranten en journalisten in de VS en betreurt ten zeerste dat de president van de VS heeft gedreigd het Amerikaanse leger in te zetten;

5. steunt de recente grootschalige demonstraties tegen racisme en discriminatie die sinds de dood van George Floyd in Europese steden en hoofdsteden werden gehouden; wijst op de oproep van de demonstranten om stelling te nemen tegen onderdrukking en structureel racisme in Europa; geeft uiting aan zijn solidariteit met, waardering voor, en steun aan de vreedzame demonstraties en is van oordeel dat wij er allen aan moeten werken om een einde te maken aan structureel racisme en ongelijkheid; herinnert eraan dat in internationale verdragen is neergelegd dat elk individu het recht heeft om vreedzaam te demonstreren; betreurt de geweldsincidenten die hier en daar hebben plaatsgevonden;

6. dringt er bij alle politieke leiders en alle burgers op aan om onze waarden niet te laten afbrokkelen, maar zich krachtig in te zetten voor de bevordering van de mensenrechten, democratie, gelijkheid voor de wet en vrije en onafhankelijke media; veroordeelt alle verklaringen en elk optreden door politieke leiders waarmee deze waarden onder druk komen te staan en waarmee de verdeeldheid in onze samenlevingen wordt verergerd; merkt op dat de EU en de VS deze waarden gemeen hebben en dat deze waarden ten grondslag liggen aan de trans-Atlantische samenwerking tussen de VS en de EU; wijst op het belang van nauwere interparlementaire samenwerking via de trans-Atlantische wetgeversdialoog, met als doel om tijdens de volgende vergadering van gedachten te wisselen, goede praktijken uit te wisselen en in kaart te brengen hoe via wetgeving een bijdrage geleverd kan worden aan de bestrijding van structureel racisme en aan de bescherming van de mensenrechten;

7. dringt aan op nauwere multilaterale samenwerking om racisme en discriminatie te bestrijden; verzoekt de Commissie nauw samen te werken met internationale actoren zoals de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de VN, de Afrikaanse Unie en de Raad van Europa, alsook met andere internationale partners, om racisme op internationaal niveau te bestrijden; is ingenomen met het verzoek van 54 Afrikaanse landen om tijdens de bijeenkomst van de Mensenrechtenraad van de VN op 17 juni 2020 een debat te houden over de recente en door racistische motieven ingegeven mensenrechtenschendingen, systemisch racisme, gewelddadig politieoptreden en geweld tegen vreedzame demonstranten;

8. dringt er bij de instellingen, organen en instanties van de EU op aan om als er zich in de EU, de VS of waar dan ook ter wereld incidenten voordoen waarbij onevenredig veel geweld wordt gebruikt en racistische motieven een rol spelen, daar krachtig en publiekelijk stelling tegen te nemen;

9. beschouwt racismebestrijding als een horizontale kwestie waarmee op alle EU-beleidsgebieden rekening moet worden gehouden; herinnert eraan dat alle burgers het recht hebben om, zowel als groep als individueel, tegen dergelijke ongelijkheid beschermd te worden en vindt dat er constructieve maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat elke burger zijn rechten ten volle en gelijkelijk kan uitoefenen;

10. herinnert eraan dat het Parlement op 26 maart 2019 een resolutie heeft aangenomen over de mensenrechten van mensen van Afrikaanse afkomst en dringt er bij de EU en de lidstaten met klem op aan om uitvoering aan die resolutie te geven;

11. is ernstig bezorgd over de gevallen van rechts-extremisme binnen veiligheidsdiensten in de EU die de laatste jaren naar buiten zijn gekomen[13];

12. dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan om gevallen van onrecht en misdaden tegen de menselijkheid die zich in het verleden tegen zwarte mensen en mensen van kleur hebben voorgedaan, officieel te erkennen; beschouwt de slavenhandel als een misdaad tegen de menselijkheid en pleit ervoor dat 2 december wordt uitgeroepen tot Europese dag ter herinnering aan de afschaffing van de slavenhandel; spoort de lidstaten aan om de geschiedenis van zwarte mensen en mensen van kleur op te nemen in het lesprogramma van scholen;

13. wijst nogmaals op de cruciale rol die onderwijs speelt bij het uit de wereld helpen van vooroordelen en stereotypes en bij de bevordering van tolerantie, wederzijds begrip en diversiteit, en benadrukt dat onderwijs een belangrijk instrument is om een einde te maken aan structurele discriminatie en structureel racisme in onze samenlevingen;

14. verzoekt de EU-leiders om een Europese top over racismebestrijding te organiseren, met als thema de bestrijding van structurele discriminatie in Europa op de korte termijn; verzoekt de Commissie om een omvattende strategie te ontwikkelen tegen racisme en discriminatie en een EU-kader voor nationale actieplannen tegen racisme op te zetten met speciale aandacht voor de bestrijding van deze fenomenen binnen rechtshandhavingsinstanties, en daarbij een horizontale aanpak te hanteren; verzoekt de Raad om na te denken over de oprichting van een Raadsformatie voor gelijkheid; verzoekt de EU-instellingen om een interinstitutionele taskforce op te richten voor de bestrijding van racisme en discriminatie op EU-niveau;

15. verzoekt de lidstaten om op alle beleidsgebieden invoering van antidiscriminatiemaatregelen te bevorderen en te werken aan de ontwikkeling van nationale actieplannen ter bestrijding van racisme die betrekking hebben op allerlei gebieden, waaronder onderwijs, huisvesting, gezondheid, werkgelegenheid, wetshandhaving, socialedienstverlening, het gerechtelijk apparaat en politieke participatie en vertegenwoordiging, en daarbij samen te werken met maatschappelijke organisaties en met de betrokken gemeenschappen;

16. benadrukt dat alle vormen van discriminatie in de EU bestreden moeten worden en verzoekt de Raad daarom om de onderhandelingen over de horizontale richtlijn inzake non-discriminatie, die al sinds het voorstel in 2008 door de Commissie werd ingediend muurvast zitten, weer op gang te brengen en af te ronden;

17. spreekt zijn afkeuring uit over alle haatmisdrijven en uitingen van haattaal, offline dan wel online, die dagelijks in de EU plaatsvinden en herinnert eraan dat racisme en vreemdelingenhaat geen meningsuitingen zijn, maar strafbare gedragingen;

18. staat erop dat de lidstaten Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht ten uitvoer leggen en naar behoren handhaven, met name door onderzoek te doen naar door vooroordelen ingegeven motieven voor misdrijven op grond van ras, nationaliteit of etnische afkomst en door ervoor te zorgen dat racistische haatmisdrijven worden geregistreerd en onderzocht en dat de daders daarvan worden vervolgd en bestraft; verzoekt de Commissie voorts om waar nodig het Kaderbesluit te evalueren en te herzien, toe te zien op de tenuitvoerlegging ervan en maatregelen te nemen tegen lidstaten die het kaderbesluit niet ten volle ten uitvoering leggen;

19. verzoekt de Commissie en de lidstaten om inspanningen te verrichten om meer naar ras en etnische afstamming uitgesplitste gegevens te verzamelen (als bedoeld in de EU-richtlijn rassengelijkheid), maar wel op vrijwillige basis en volledig geanonimiseerd; is van mening dat er uitsluitend gegevens over etnische discriminatie en haatmisdrijven verzameld mogen worden om de onderliggende oorzaken van racistische en discriminerende uitlatingen en handelingen in kaart te brengen en aan te pakken, waarbij de nationale wettelijke kaders en de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming moeten worden geëerbiedigd;

20. merkt op dat de Commissie haar eerste jaarlijkse Commissieverslag over de rechtsstaat zal indienen, met een beperkte reikwijdte; verzoekt nogmaals om een omvattend mechanisme voor de bescherming van de democratie, de rechtsstaat en grondrechten, in het kader waarvan ook de situatie op het gebied van racisme en discriminatie in alle EU‑lidstaten gemonitord wordt;

21. veroordeelt raciale en etnische profilering door de politie of wetshandhavingsautoriteiten en vindt dat de politie en wetshandhavingsautoriteiten op het gebied van antiracisme en non-discriminatie absoluut het goede voorbeeld moeten geven; verzoekt de EU en de lidstaten om beleid en maatregelen te ontwikkelen om discriminatie aan te pakken en alle vormen van raciale of etnische profilering in het kader van rechtshandhaving, terrorismebestrijding en immigratiecontrole een halt toe te roepen; benadrukt in het bijzonder dat nieuwe technologieën voor rechtshandhavingsinstanties zodanig ontworpen en toegepast moeten worden dat zij het risico op discriminatie van raciale en etnische minderheden niet doen toenemen; pleit ervoor dat politiefunctionarissen en rechtshandhavers beter worden voorgelicht over strategieën op het gebied van de bestrijding van racisme en discriminatie en strategieën om raciale profilering te voorkomen, in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de lidstaten gevallen van misbruik of wreedheden door de politie naar behoren te onderzoeken en niet onbestraft te laten en de schuldigen te vervolgen en te bestraffen;

22. veroordeelt gewelddadig en buitenproportioneel optreden door overheidsinstanties; spoort de bevoegde autoriteiten aan om in geval van een vermoeden van buitensporig geweld of een melding daarvan te zorgen voor een transparant, onpartijdig, onafhankelijk en doeltreffend onderzoek; herinnert eraan dat rechtshandhavingsinstanties te allen tijde verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop zij hun taken uitoefenen en gehouden zijn om te handelen in overeenstemming met de geldende wettelijke en operationele kaders, met name de VN-grondbeginselen inzake het gebruik van geweld en vuurwapens door wetshandhavers;

23. verzoekt de lidstaten te waarborgen dat het gebruik van geweld door rechtshandhavingsautoriteiten altijd rechtmatig, evenredig en noodzakelijk is en uitsluitend als uiterste middel wordt toegepast, als dat nodig is om mensenlevens of de lichamelijke integriteit van mensen te beschermen; merkt op dat het buitensporig gebruik van geweld tegen menigten indruist tegen het evenredigheidsbeginsel;

24. verzoekt de Commissie een onafhankelijke deskundigengroep in te stellen met als taak het opstellen van een Code voor politie-ethiek die een set beginselen en richtsnoeren omvat en die politiefunctionarissen kan helpen om bij hun dagelijkse werk het verbod op racisme, discriminatie en etnisch profileren na te leven;

25. benadrukt dat een vrije pers een belangrijke hoeksteen van de samenleving vormt; wijst op de belangrijke rol van journalisten en fotografen voor het uitbrengen van verslag over buitensporig geweld, en betreurt alle gevallen waarin zij het slachtoffer zijn geworden van tegen hen gericht geweld;

26. roept de relevante agentschappen van de EU, waaronder het FRA, het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (CEPOL) en het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), op om met gebruikmaking van hun bevoegdheden zich intensiever in te zetten voor de bestrijding van racisme en discriminatie;

27. herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor toereikende steun van de EU voor actoren van het maatschappelijk middenveld die op dit gebied activiteiten ontplooien, waaronder bestrijders van racisme en discriminatie; betreurt dat het voorgestelde bedrag voor “Justitie, rechten en waarden” in de herziene voorstellen voor het meerjarig financieel kader verder is verlaagd;

28. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa, de Verenigde Naties, de president van de VS, Donald Trump, en zijn regering, en het congres van de VS.

 

[1] PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.

[2] PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

[3] PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0032.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0239.

[6] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0127.

[7] https://www.ncbi.nih.gov/pmc/articles/PMC5559881/

[8] https:// fra.europa.eu/en/news/2019/rising-inequalities-and-harassment-fundamental-rights-protection-falters

[9] https://fra.europa.eu/en/publication/2017/second-european-union-minorities-and-discrimination-survey-main-results/

[10] Arrest van het EHRM van 17 april 2012 in zaak Rizvanov/Azerbeidzjan, par. 49.

[11] FRA, tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie: Being black in the EU, https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/c046fe4f-f388-11e8-9982-01aa75ed71a1/language-en

[12] FRA, tweede enquête van de Europese Unie naar minderheden en discriminatie: Being black in the EU, https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/c046fe4f-f388-11e8-9982-01aa75ed71a1/language-en

[13] https://www.dw.com/en/germany-over-500-right-wing-extremists-suspected-in-bundeswehr/a-52152558

Laatst bijgewerkt op: 3 juli 2020Juridische mededeling - Privacybeleid