Ontwerpresolutie - B9-0211/2020Ontwerpresolutie
B9-0211/2020

ONTWERPRESOLUTIE over de humanitaire situatie in Venezuela en de migratie- en vluchtelingencrisis

6.7.2020 - (2019/2952(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Dolors Montserrat, Esteban González Pons, Leopoldo López Gil, Paulo Rangel, Antonio Tajani, David McAllister, Gabriel Mato, Antonio López-Istúriz White, Cláudia Monteiro de Aguiar, Isabel Wiseler-Lima, Miriam Lexmann, Vladimír Bilčík, Ivan Štefanec, Michal Wiezik, Peter Pollák
namens de PPE-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0211/2020

Procedure : 2019/2952(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0211/2020
Ingediende teksten :
B9-0211/2020
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9-0211/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de humanitaire situatie in Venezuela en de migratie- en vluchtelingencrisis

(2019/2952(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 16 januari 2020 over de parlementaire coup in Venezuela[1],

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 1 april 2020 over het voorstel van de VS en de situatie in de context van de coronaviruspandemie in Venezuela,

 gezien de verklaring van mensenrechtendeskundigen van de VN van 30 april 2020 over de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid in Venezuela,

 gezien de waarschuwing van mensenrechtendeskundigen van de VN van 6 mei 2020 over het verwoestende effect van de humanitaire en economische crisis in het land op de mensenrechten,

 gezien het gezamenlijke persbericht van het UNHCR en de IOM van 1 april 2020 over de situatie van de vluchtelingen en migranten uit Venezuela tijdens de COVID-19-crisis,

 gezien de verklaringen van de VV/HV van 4 en 16 juni 2020 over de laatste ontwikkelingen in Venezuela,

 gezien de verklaring van zijn Commissie buitenlandse zaken van 11 juni 2020 over de recente aanvallen op de Nationale Vergadering van Venezuela,

 gezien de verklaringen van de internationale contactgroep van 16 juni 2020 over de aangetaste geloofwaardigheid van het verkiezingsorgaan van Venezuela, en van 24 juni 2020 over de verergering van de politieke crisis in Venezuela,

 gezien het besluit van de Raad van 29 juni 2020 om 11 leidende Venezolaanse functionarissen toe te voegen aan de lijst van personen die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen [2],

 gezien de grondwet van Venezuela,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU en de regering van Spanje op 26 mei 2020 een internationale donorconferentie voor solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten in de landen van de regio hebben bijeengeroepen met steun van het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM); overwegende dat de internationale donoren hebben toegezegd 2 544 miljoen EUR aan hulp te verlenen waarvan 595 miljoen EUR in de vorm van rechtstreekse subsidies en de rest als voorwaardelijke leningen; overwegende dat een aantal leningnemers tijdens de conferentie hun bezorgdheid hebben geuit over de bureaucratische problemen en het ingewikkelde karakter van de regeling voor het verkrijgen van de leningen;  overwegende dat de 595 miljoen EUR aan rechtstreekse subsidies bij lange na niet volstaat om aan de jaarlijkse gevolgen van een dergelijke ongekende crisis in de buurlanden van Venezuela het hoofd te bieden;

B. overwegende dat de ernst van de politieke, economische, institutionele, sociale en multidimensionale humanitaire crisis in Venezuela tijdens de COVID-19-pandemie aanzienlijk is toegenomen; overwegende dat een steeds acuter tekort aan geneesmiddelen en voedsel, massale schendingen van de mensenrechten, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld het leven van mensen in gevaar brengen en hen dwingen het land te ontvluchten;

C. overwegende dat steeds meer mensen in Venezuela, met name kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen en zieken, aan ondervoeding lijden als gevolg van de beperkte beschikbaarheid van hoogwaardige gezondheidszorg, geneesmiddelen, voedsel en water;

D. overwegende dat het Venezolaanse nationale gezondheidsstelsel aanzienlijk is verzwakt ten gevolge van de verkeerde aanpak door het regime hetgeen heeft geleid tot kritieke tekorten aan geneesmiddelen en het ontbreken van medische behandelingen; overwegende dat de door het regime verstrekte cijfers over de COVID-19-pandemie niet geloofwaardig zijn en dat zij noch binnen Venezuela noch door de internationale gemeenschap worden vertrouwd;

E. overwegende dat de huidige multidimensionale crisis in Venezuela de grootste ontheemding van bevolkingsgroepen in de geschiedenis van de regio veroorzaakt; overwegende dat zo’n vijf miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht van wie 80 % als ontheemden in landen in de regio verblijft; overwegende dat volgens het UNHCR de Venezolaanse vluchtelingencrisis de op een na ergste ter wereld is, na die van Syrië;

F. overwegende dat volgens het UNHCR het aantal Venezolanen dat wereldwijd asiel heeft aangevraagd met 2 000 % is gestegen;  overwegende dat 650 000 Venezolanen wereldwijd asielaanvragen hebben ingediend en dat rond de twee miljoen Venezolanen verblijfsvergunningen hebben gekregen in andere landen in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika; overwegende dat 12 % van de bevolking het land is ontvlucht en dat mensen blijven vertrekken met een gemiddeld aantal van 5 000 mensen per dag;

G. overwegende dat de huidige wereldwijde noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid de reeds hopeloze situatie voor vele vluchtelingen en migranten uit Venezuela, en voor hun gastlanden nog heeft verergerd; overwegende dat vele vluchtelingen en migranten afhankelijk zijn van een dagloon dat niet volstaat om in hun basisbehoeften te voorzien, zoals onderkomen, voedsel en gezondheidszorg;

H. overwegende dat volgens rapporten over de beginstadia van de COVID-19-pandemie het aangeslagen gezondheidsstelsel van het land overspoeld werd, dat de ziekenhuizen vol liggen met coronapatiënten, en dat tientallen gezondheidswerkers besmet zijn;

I. overwegende dat het onwettige Venezolaanse Hooggerechtshof, dat door het regime van Nicolás Maduro wordt gecontroleerd, op 26 mei 2020 de benoeming van Luis Parra tot voorzitter van de Nationale Vergadering op ongerechtvaardigde wijze heeft bekrachtigd;  overwegende dat de onrechtmatige parlementaire zitting van januari 2020 tijdens welke Parra beweert te zijn verkozen, werd gehouden in strijd met de wettelijke procedure en de democratische constitutionele beginselen, aangezien de overgrote meerderheid van de democratische vertegenwoordigers werd belet de zitting bij te wonen en bijgevolg hun stem uit te brengen; overwegende dat het onrechtmatige besluit dat tijdens deze onwettige parlementaire zitting werd genomen, de Raad van de EU ertoe heeft genoopt sancties op te leggen aan nog eens 11 functionarissen, onder wie Luis Parra, voor hun rol bij het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat;

J. overwegende dat het onwettige Hooggerechtshof op 13 juni 2020 andermaal nieuwe leden van de Nationale Kiesraad (CNE) heeft benoemd, hoewel het hiertoe geenszins wettelijk bevoegd is; overwegende dat deze benoemingen volgens de artikelen 187 en 296 van de Venezolaanse grondwet onder de uitsluitende bevoegdheid van de Nationale Vergadering vallen, een door de Venezolaanse burgers democratisch gekozen instantie;  overwegende dat het Europees Parlement geen unilaterale besluiten of uitspraken van deze onwettige organen zal erkennen;  overwegende dat de functionarissen die voor deze besluiten verantwoordelijk zijn, ook op de sanctielijst van de Raad zijn geplaatst;

K. overwegende dat Nicolás Maduro de ambassadeur van de EU heeft bevolen binnen 72 uur het land te verlaten als reactie op het besluit van de Raad van 29 juni 2020 om individuele sancties op te leggen aan verscheidene functionarissen wegens ernstige mensenrechtenschendingen, en overwegende dat Maduro ook heeft gedreigd met verdere represailles tegen de ambassadeur van Spanje;

L. overwegende dat het regime van Maduro van leer is getrokken tegen de politieke partijen Acción Democratica, Primero Justicia en Un Nuevo Tiempo, en deze heeft onderworpen aan systematische vervolging middels uitspraken van het onwettige Hooggerechtshof waardoor zij tegen de wil van hun leden van hun nationale besturen worden beroofd; overwegende dat de democratische politieke partij Voluntad Popular door het regime van Maduro als een terroristische organisatie is bestempeld;

M. overwegende dat de democratische internationale gemeenschap, inclusief de EU, deze verkiezingsfarce en alle soortgelijke onrechtmatige acties resoluut heeft afgekeurd; overwegende dat deze acties de democratische ruimte in het land tot een minimum beperken en ernstige belemmeringen creëren voor de oplossing van de politieke crisis in Venezuela; overwegende dat het voor het overwinnen van de escalerende crisis van essentieel belang is een pluralistische en inclusieve nationale noodregering te vormen, waarin alle democratische politieke en sociale sectoren van het land zijn vertegenwoordigd en die in staat is de huidige humanitaire noden van Venezuela aan te pakken;

N. overwegende dat vrije en eerlijke parlements- en presidentsverkiezingen onder naleving van internationale normen, een onafhankelijke en evenwichtige CNE en een gelijk speelveld om de deelneming van politieke partijen en kandidaten mogelijk te maken, de hoekstenen van een geloofwaardig verkiezingsproces vormen;

O. overwegende dat het Spaanse dagblad ABC op 15 juni 2020 geheime stukken uit 2010 heeft gepubliceerd waaruit blijkt dat het Venezolaanse regime 3,5 miljoen EUR aan subsidies heeft goedgekeurd voor de Movimento 5 Stelle in Italië; overwegende dat dit soort buitenlandse inmenging een aanzienlijke bedreiging voor Europese democratieën vormt;

P. overwegende dat Delcy Rodriguez, de vicepresident van Venezuela tijdens het regime van Maduro, werd geplaatst op de lijst van de Raad met individuen die in 2018 werden onderworpen aan beperkende maatregelen en dat haar de toegang tot de EU werd ontzegd;  overwegende dat zij desondanks op 20 januari 2020 door de Spaanse minister voor Vervoer op de luchthaven van Madrid werd ontvangen; overwegende dat de Spaanse minister met zes uiteenlopende versies van het incident op de proppen kwam, waarvan er een aantal met elkaar in tegenspraak zijn; overwegende dat de Spaanse regering aan het publiek geen transparante of overtuigende uitleg van de episode heeft gegeven; overwegende dat de EU de Spaanse regering had moeten vragen om een verklaring voor deze schending van het EU-recht en overwegende dat tot dusverre niets erop wijst dat een verklaring is gegeven; overwegende dat de uitvoering van besluiten van de EU inzake buitenlandse zaken in de handen van de nationale autoriteiten ligt, maar dat de Commissie verantwoordelijk is voor het toezicht op de uitvoering van het EU-recht;

Q. overwegende dat de autoriteiten van Kaapverdië op 12 juni 2020 Alex Saab hebben gearresteerd, een zakenman die was verwikkeld in verscheidene corruptiepraktijken waarbij het regime van Maduro betrokken was, en die nu in afwachting is van een rechterlijke uitspraak en een mogelijke uitwijzing; overwegende dat uit de zaak-Saab blijkt hoe algemeen verbreid de corruptie in Venezuela is, terwijl het land zich middenin een ongekende humanitaire crisis bevindt; overwegende dat het land op de 173e plaats van de 180 landen op de corruptieperceptie-index van Transparency International van 2019 stond;

R. overwegende dat Raúl Morodo, voormalig ambassadeur van Spanje in Venezuela tijdens de regering van José Luis Rodríguez Zapatero, onlangs is aangeklaagd wegens omkoping en verduistering, omdat tijdens zijn mandaat als ambassadeur 35 miljoen EUR uit het Venezolaanse staatsolie en -gasbedrijf PDVSA verdwenen is;

S. overwegende dat het aantal politieke gevangenen in Venezuela sinds het begin van de massale onlusten in 2014 is toegenomen, tot momenteel meer dan 300; overwegende dat er naar verluidt ook 11 Europeanen in Venezuela worden vastgehouden;

T. overwegende dat landen die aan sancties onderworpen zijn, transparante informatie moeten verstrekken, internationale humanitaire bijstand moeten aanvaarden en voorrang moeten geven aan de behoeften en rechten van de kwetsbaarste delen van hun bevolking;

1. toont zich andermaal diep bezorgd over de ernst van de humanitaire noodsituatie, die een grote bedreiging voor het leven van de Venezolanen vormt; spreekt zijn solidariteit uit met alle Venezolanen die gedwongen zijn hun land te verlaten als gevolg van het gebrek aan zeer elementaire voorzieningen, zoals voedsel, drinkwater, gezondheidszorg en geneesmiddelen;

2. vestigt de aandacht op de migratiecrisis die zich over gehele regio heeft verspreid, namelijk tot aan Colombia, Peru, Ecuador, Bolivia, Chili, Brazilië, Panama en Argentinië, alsmede tot aan sommige lidstaten van de EU, en onderstreept de uiterst moeilijke omstandigheden die nog eens worden verergerd door de strijd tegen de COVID-19-pandemie; prijst de inspanningen van de buurlanden en de solidariteit die zij hebben betoond; verzoekt de Commissie met deze landen te blijven samenwerken, niet alleen door humanitaire bijstand te verlenen, maar ook door meer middelen ter beschikking te stellen en door middel van ontwikkelingsbeleid;

3. spoort de Venezolaanse autoriteiten ertoe aan te erkennen dat er sprake is van een humanitaire crisis, te voorkomen dat de situatie verder verslechtert, en zich in te zetten voor politieke en economische oplossingen teneinde te zorgen voor de veiligheid van alle burgers en voor stabiliteit voor het land en de regio;

4. dringt aan op urgente maatregelen om te voorkomen dat de humanitaire en volksgezondheidscrisis verergert en dat ziekten, zoals mazelen, malaria, difterie en mond-en-klauwzeer weer de kop opsteken; dringt erop aan snel kortetermijnmaatregelen te nemen voor het aanpakken van de ondervoeding bij de meest kwetsbare groepen, zoals vrouwen, kinderen en zieken;

5. is ingenomen met de toezeggingen en inspanningen die zijn gedaan tijdens de internationale donorconferentie; is van mening dat de meeste toezeggingen, die leningen en geen rechtstreekse subsidies betreffen, niet stroken met de beoogde doelstelling van de conferentie; dringt erop aan de voorwaarden voor de toegang tot deze leningen flexibel en transparant te maken, zodat zij snel kunnen worden uitbetaald;

6. verwerpt ten stelligste de schendingen van de democratische, constitutionele en transparante werking van de Nationale Vergadering, evenals de intimidatie, het geweld en de willekeurige besluiten tegen haar leden; hekelt de ondemocratische benoeming van nieuwe leden in de CNE en het feit dat wettige politieke partijen tegen de wil van hun leden van hun nationale besturen zijn beroofd;

7. erkent andermaal dat Juan Guaidó, na een transparante en democratische stemming van de Nationale Vergadering, de rechtmatige voorzitter van de Nationale Vergadering en de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela is, overeenkomstig artikel 223 van de Venezolaanse grondwet;

8. betuigt andermaal zijn volledige steun voor de Nationale Vergadering, het enige rechtmatig gekozen democratische instantie van Venezuela, waarvan de bevoegdheden moeten worden geëerbiedigd, waaronder de prerogatieven en de veiligheid van haar leden; onderstreept dat een vreedzame en politieke oplossing slechts kan worden bereikt wanneer de constitutionele prerogatieven van de Nationale Vergadering volledig worden geëerbiedigd;

9. wijst andermaal op het feit dat de eerbiediging van de democratische instellingen en beginselen, en de handhaving van de rechtsstaat de essentiële voorwaarden vormen voor het vinden van een oplossing voor de crisis in Venezuela die zijn bevolking ten goede komt; dringt derhalve aan op de urgente totstandbrenging van de voorwaarden die leiden tot vrije, transparante en geloofwaardige presidents- en parlementsverkiezingen met een vast tijdschema, eerlijke voorwaarden voor alle actoren en volledige transparantie, en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers; beschouwt dit als de enige uitweg uit de crisis; 

10. betreurt ten zeerste het feit dat Delcy Rodriguez, hoewel zij is onderworpen aan beperkende maatregelen van de EU, in staat was afgelopen februari het Schengengebied te betreden en Spaanse gezagsdragers te ontmoeten, terwijl men haar de toegang had moeten ontzeggen en haar van het grondgebied van de EU had moeten verwijderen; verzoekt de VV/HV zich tot de Spaanse autoriteiten te wenden om aan te dringen op een geloofwaardig en transparant onderzoek naar en een verklaring voor de feiten;

11. is ingenomen met het besluit van de Raad van 29 juni 2020 om 11 Venezolaanse functionarissen toe te voegen aan de lijst van degenen die zijn onderworpen aan individuele sancties welke geen schade aan de Venezolaanse bevolking berokkenen, en dringt erop aan dat de lijst wordt versterkt en uitgebreid, indien de situatie van de mensenrechten en de democratie in het land erop achteruit blijft gaan; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van de personen op deze lijst en van hun naaste verwanten moeten beperken, en hun vermogensbestanddelen en visa moeten bevriezen;

12. betreurt het besluit van Nicolás Maduro om de EU-ambassadeur uit Caracas te verbannen, als vergelding voor de sancties die zijn opgelegd aan 11 Venezolaanse functionarissen die zich schuldig hebben gemaakt aan ernstige schendingen van de mensenrechten; is in dit verband ingenomen met de verklaring van de VV/HV waarin hij wederkerige maatregelen aankondigt, en verzoekt de lidstaten eveneens te overwegen hun ambassadeurs uit Caracas terug te roepen, maar tegelijkertijd te zorgen voor de voortzetting van de werkzaamheden van de diplomatieke functionarissen die de EU-burgers bescherming en consulaire diensten bieden;

13. laakt de ongebreidelde corruptie die integraal deel van het regime van Maduro uitmaakt; hekelt het feit dat het regime van Maduro populistische politieke partijen in de EU financiert en dringt aan op een snel en onpartijdig onderzoek naar deze zaak; laakt en betreurt ten stelligste het corruptieschandaal waarin voormalig Spaans ambassadeur Morodo verwikkeld is, en dringt er bij de autoriteiten op aan de verantwoordelijken voor de rechter te brengen;

14. eist de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en de stopzetting van alle foltering, mishandeling en intimidatie van politieke tegenstanders, mensenrechtenactivisten en vreedzame betogers, en dringt erop aan dat degenen die op onrechtvaardige wijze tot ballingschap werden gedwongen, toestemming krijgen om terug te keren;

15. betuigt zijn volledige steun aan het onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de talrijke misdaden en daden van repressie door het Venezolaanse regime; dringt er bij de EU op aan zich aan te sluiten bij het initiatief van de landen die partij zijn bij het ICC om een onderzoek te openen naar de misdrijven tegen de menselijkheid die door de feitelijke regering van Maduro op het grondgebied van Venezuela zijn begaan, teneinde de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen;

16. vraagt een onderzoeksmissie van het Europees Parlement naar het land te sturen ter beoordeling van de situatie;

17. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Laatst bijgewerkt op: 8 juli 2020
Juridische mededeling - Privacybeleid