Procedure : 2020/2708(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0246/2020

Ingediende teksten :

B9-0246/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0239

<Date>{09/09/2020}9.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0246/2020</NoDocSe>
PDF 141kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het cultureel herstel van Europa</Titre>

<DocRef>(2020/2708(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Alexis Georgoulis, Niyazi Kizilyürek</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0246/2020

B9‑0246/2020

Resolutie van het Europees Parlement over het cultureel herstel van Europa

(2020/2708(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 22,

 gezien de mededeling van de Commissie van 22 mei 2018 getiteld “Een nieuwe Europese agenda voor cultuur” (COM(2018) 267 final),

 gezien zijn resolutie van 19 juni 2020 over toerisme en vervoer in en na 2020[1],

 gezien Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG[2] (“de verordening”),

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat cultuur en de culturele en creatieve sector een belangrijk instrument zijn in de strijd tegen alle vormen van discriminatie, met inbegrip van racisme en vreemdelingenhaat, en een platform vormen voor de vrijheid van meningsuiting; overwegende dat Europese culturele en creatieve actoren belangrijk zijn voor het behoud en de bevordering van de culturele en taalkundige verscheidenheid in Europa, en bijdragen tot de versterking van alle aspecten van solidariteit en integratie; overwegende dat deze actoren een onschatbare kracht vormen voor duurzame economische en sociale groei in Europa en voor zijn volkeren;

B. overwegende dat de Europese culturele en creatieve sector goed is voor ongeveer 4 % van het Europese bruto binnenlands product (bbp) en meer dan 7,4 miljoen banen in Europa, wat neerkomt op 3,7 % van alle werkgelegenheid in de EU-27; overwegende dat de culturele en creatieve sectoren nauw met elkaar verbonden zijn en ten goede blijken te komen aan andere sectoren, zoals toerisme en vervoer; overwegende dat volgens de Wereldorganisatie voor Toerisme vier van de tien toeristen hun bestemming kiezen op basis van het culturele aanbod;

C. overwegende dat de Europese culturele en creatieve sector behoort tot de sectoren die het hardst zijn getroffen door de wereldwijde COVID-19-pandemie; overwegende dat de sector al vóór de pandemie met problemen kampte en in de herstelinstrumenten over het hoofd is gezien; overwegende dat de culturele en creatieve sector – die goed is voor 509 miljard EUR aan toegevoegde waarde voor het bbp – volgens ramingen van de Commissie in het tweede kwartaal van 2020 waarschijnlijk 80 % van zijn omzet heeft verloren als gevolg van de COVID-19-crisis en de inperkingsmaatregelen;

D. overwegende dat de uitbraak van COVID-19 en de maatregelen die nodig zijn om de verspreiding van de pandemie een halt toe te roepen, ernstige gevolgen hebben gehad voor de culturele en creatieve sector als gevolg van de sluiting van culturele locaties, met name bioscopen, theaters, concertzalen, galerieën, culturele instellingen, festivals, musea en muziekzalen, waardoor de nadelige trends en economische uitdagingen voor deze sector nog erger zijn geworden; overwegende dat alles in het werk moet worden gesteld om het voortbestaan en de ontwikkeling van de culturele en creatieve sector veilig te stellen en verder te bevorderen;

E. overwegende dat de culturele en creatieve sector een atypische sector is, die wordt gekenmerkt door onzekere arbeidsomstandigheden met specifieke behoeften, atypisch werk, freelancewerk en weinig of geen socialezekerheidsbescherming voor artiesten en uitvoerende kunstenaars; overwegende dat deze sector in omvang uiteenloopt en uit diverse spelers bestaat, maar vooral wordt gekenmerkt door overwegend kleine structuren (kmo’s of zelfstandige artiesten en uitvoerende kunstenaars) en onregelmatige inkomsten; overwegende dat het aantal kunstenaars en culturele beroepsbeoefenaren gestaag toeneemt en grotendeels uit jongeren bestaat; overwegende dat hun arbeidsomstandigheden onzeker zijn, met kortetermijncontracten, deeltijdbanen en seizoensarbeid, en dat mensen met een universitair diploma twee of meer banen tegelijk hebben;

F. overwegende dat de sector tijdens de pandemie een ongekende solidariteit aan de dag heeft gelegd, door culturele inhoud vaak gratis vrij te geven via digitale kanalen en bij te dragen tot het welzijn van de bevolking in lockdown;

G. overwegende dat de onlinebeschikbaarheid van culturele inhoud niet heeft geleid tot een toename van het inkomen van rechthebbenden en uitvoerende kunstenaars; overwegende dat de digitalisering van de sector, die door COVID-19 is versneld, de dominante positie van onlineaanbieders verder heeft versterkt en niet gepaard ging met de vereiste transparantie van licentieovereenkomsten;

H. overwegende dat het herstelplan van de Commissie geen garanties biedt dat de culturele en creatieve sector toegang krijgt tot noodfinanciering; overwegende dat het voorstel van commissaris Gabriel dat de lidstaten 1 % van de herstelbegroting voor cultuur zouden bestemmen, weliswaar een welkome stap is maar de culturele en creatieve sector geen juridisch bindende garanties biedt;

I. overwegende dat het herziene voorstel van de Commissie inzake het meerjarig financieel kader (MFK) ten opzichte van het MFK-voorstel van de Commissie uit 2018 neerkomt op een bezuiniging van 20 % op het Europees Solidariteitskorps, 13 % op Creatief Europa en 7 % op Erasmus+; overwegende dat het standpunt van de Europese Raad van 17 juli 2020 slechts overeenstemt met het voorstel van de Commissie uit 2018; overwegende dat Creatief Europa het enige EU-programma is dat rechtstreekse steun verleent aan de culturele en creatieve sector in heel Europa; overwegende dat noch de initiatieven die Creatief Europa geacht wordt te dekken, noch de begroting van dit reeds overvraagde en ondergefinancierde programma de nodige steun bieden;

J. overwegende dat de huidige begrotingsvoorstellen voor het programma Creatief Europa in het volgende MFK duidelijk niet voldoen aan de verwachtingen van de sector en evenmin aan die van het Parlement, dat herhaaldelijk heeft opgeroepen tot een verdubbeling van de middelen ten opzichte van het MFK 2014-2020;

K. overwegende dat de COVID-19-pandemie de culturele en creatieve sector langdurig onder aanzienlijke economische druk zal zetten, wat de culturele creatie en culturele diversiteit de komende jaren zal afremmen;

L. overwegende dat de culturele en creatieve sector naar behoren gefinancierd moet blijven om de overgang naar de doelstellingen van de Green Deal te vergemakkelijken; overwegende dat deze transitie niet mag gebeuren op een manier die afbreuk kan doen aan de creativiteit; overwegende dat de Green Deal geen steun verleent aan culturele initiatieven of andere activiteiten in verband met de culturele en creatieve sector;

1. betuigt zijn solidariteit met de kunstenaars, makers, auteurs, uitvoerders, uitgevers, hun bedrijven en andere werknemers in de Europese culturele en creatieve sector, die zwaar zijn getroffen door de wereldwijde COVID-19-pandemie, en brengt hulde aan hun werk in deze moeilijke tijden;

2. roept de EU en de lidstaten op de culturele en creatieve sector te steunen, aangezien deze een belangrijke rol speelt in zowel het economische als het sociale leven en zwaar is getroffen door de huidige crisis; verzoekt de lidstaten de gezondheid en veiligheid van alle kunstenaars en werknemers in de culturele sector in hun werkomgeving te waarborgen en ten volle rekening te houden met de onzekere arbeidsomstandigheden in de culturele en creatieve sector;

3. roept de lidstaten op om collectieve onderhandelingsstructuren voor contracten, collectieve vertegenwoordiging, sociale zekerheid en ziektekostenverzekering te behouden en te bevorderen in overeenstemming met de Europese wetgeving;

4. roept de Commissie en de lidstaten op actie te ondernemen ter verzachting van de steeds ernstiger impact van de crisis op de culturele en creatieve sector als gevolg van de annulering van grote festivals en culturele evenementen, wat rampzalige gevolgen heeft, met name voor de sector van de podiumkunsten; acht het absoluut noodzakelijk krachtige steun voor de culturele en creatieve sector op te nemen in de herstelmaatregelen, met inbegrip van de geplande economische maatregelen;

5. herhaalt zijn oproep om de begroting voor Creatief Europa (2,8 miljard EUR) te verdubbelen, aangezien dit het kernprogramma is ter versterking van de Europese culturele samenwerking;

6. erkent dat de culturele en creatieve sector wordt gekenmerkt door een groot aantal zelfstandigen en freelancers; dringt er bij de lidstaten op aan maatregelen ten uitvoer te leggen ter bevordering van werkzekerheid en billijke lonen in de culturele en creatieve sector, waarbij een geografisch evenwicht wordt gewaarborgd en de toegang tot EU-middelen voor deze categorie werknemers wordt vergemakkelijkt;

7. spreekt zijn krachtige steun uit voor de onvoorwaardelijke opname van de culturele en creatieve sector in het herstelplan en dringt erop aan dat ten minste 7 % van het herstelfonds aan cultuur wordt toegewezen, met een duidelijke voorafgaande begrotingstoewijzing in de desbetreffende programma’s; dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat het herstelfonds in hun nationale actieplannen ook aan de culturele en creatieve sector ten goede komt;

8. verzoekt de lidstaten, onmiddellijk en in aanvulling op het verstrekken van subsidies, in de nationale steunfondsen een vervanging op te nemen voor de gederfde lonen en vergoedingen van culturele producenten boven een sociaal basisinkomen, berekend op basis van de belaste inkomsten van het jaar vóór COVID-19, en daarbij steunregelingen voor zelfstandigen in te voeren die vergelijkbaar zijn met de steunregelingen voor werknemers en ondernemingen;

9. onderstreept dat veel cultureelerfgoedlocaties tijdens de lockdown zonder toezicht en zonder behoorlijk onderhoud kwamen te zitten en daardoor schade hebben geleden, terwijl deze locaties al kwetsbaar waren voor milieuschade, natuurrampen en klimaatverandering, alsook illegale opgraving of verhandeling van artefacten; benadrukt dat de werkgelegenheid in de sector cultureel erfgoed moet worden beschermd, dat restauratoren en erfgoeddeskundigen moeten worden ondersteund en dat zij moeten worden uitgerust met de nodige middelen om Europese erfgoedlocaties te beschermen;

10. dringt er bij de lidstaten op aan de culturele en creatieve sector als een strategische sector van de economie te beschouwen en er vaste budgetten aan toe te wijzen, vergezeld van snelle en concrete maatregelen voor het herstel en de groei van de sector, waarvan alle belanghebbenden moeten kunnen profiteren; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan culturele acties in aanmerking te laten komen voor financiering in het kader van de financiële instrumenten ter ondersteuning van ondernemerschap en innovatie;

11. merkt op dat de meeste steunmaatregelen die tot dusver ontwikkeld zijn, op leningen berusten en dat dit niet voor alle belanghebbenden in de culturele ecosystemen een haalbare kaart is; dringt aan op omvangrijke en voornamelijk op subsidies gebaseerde steun voor de culturele en creatieve sector om de bestaansmiddelen van lokale gemeenschappen veilig te stellen; is van mening dat de culturele en creatieve sector tot de meest dynamische sectoren van de economie behoort, gendergelijkheid aanzienlijk moet bevorderen en een sterke katalysator voor duurzame ontwikkeling en rechtvaardige transitie kan zijn;

12. verzoekt de Commissie de uitwisseling van praktijken en technieken onder kunstenaars te ondersteunen en hun integratie op de arbeidsmarkt aanzienlijk te bevorderen; spreekt zijn krachtige steun uit voor de daarmee gepaard gaande wederzijdse erkenning van artistieke vaardigheden;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

[1] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0169.

[2] PB L 347 van 20.12.2013 blz. 221.

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid