Procedure : 2020/2708(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0250/2020

Ingediende teksten :

B9-0250/2020

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0239

<Date>{09/09/2020}9.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0250/2020</NoDocSe>
PDF 152kWORD 49k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het cultureel herstel van Europa</Titre>

<DocRef>(2020/2708(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Laurence Farreng, Stéphane Séjourné, Vlad‑Marius Botoş, Ilana Cicurel, Radka Maxová, Monica Semedo, Morten Løkkegaard, Petras Auštrevičius, Ramona Strugariu, Claudia Gamon, Irène Tolleret, Nicola Danti, Klemen Grošelj, Sylvie Brunet, Frédérique Ries, Izaskun Bilbao Barandica, Marie‑Pierre Vedrenne, Andrus Ansip, Olivier Chastel, Chrysoula Zacharopoulou, Clotilde Armand, Nicolae Ştefănuță, Fabienne Keller, Katalin Cseh, Samira Rafaela, Christophe Grudler, Martina Dlabajová, Stéphanie Yon‑Courtin, Maite Pagazaurtundúa</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0246/2020

B9‑0250/2020

Resolutie van het Europees Parlement over het cultureel herstel van Europa

(2020/2708(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de artikelen 6 en 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 22,

 gezien de mededeling van de Commissie van 22 mei 2018 getiteld “Een nieuwe Europese agenda voor cultuur” (COM(2018) 267 final),

 gezien zijn resolutie van 13 december 2016 over een coherent EU-beleid voor de culturele en creatieve sector[1],

 gezien zijn resolutie van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden[2],

 gezien zijn resolutie van 19 juni 2020 over toerisme en vervoer in en na 2020[3],

 gezien Verordening (EU) nr. 1295/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2014-2020) en tot intrekking van de Besluiten nr. 1718/2006/EG, nr. 1855/2006/EG en nr. 1041/2009/EG (“de verordening”)[4],

 gezien de conclusies van de Europese Raad van 17, 18, 19, 20 en 21 juli 2020,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat cultuur voor de Europese Unie een strategische sector is, die een belangrijk onderdeel van onze economie vormt en onze Europese waarden, geschiedenis en levenswijze weerspiegelt;

B. overwegende dat Europese culturele en creatieve actoren belangrijk zijn voor het behoud en de bevordering van de culturele en taalkundige verscheidenheid in Europa, en een bijdrage leveren aan de versterking van een Europese identiteit op alle niveaus; overwegende dat het recht van alle EU-burgers op toegang tot cultuur in hun eigen taal gewaarborgd zou moeten worden, waarbij bijzondere aandacht zou moeten uitgaan naar kleine talen en taalkundige minderheden;

C. overwegende dat deze actoren een waardevolle drijvende kracht zijn voor duurzame economische groei in de Europese Unie en haar lidstaten, en een belangrijke bron van mondiaal concurrentievermogen vormen;

D. overwegende dat de culturele sector en de creatieve sector in Europa goed zijn voor ongeveer 4 % van het Europese bruto binnenlands product, hetgeen vergelijkbaar is met de ICT- of de horecasector; overwegende dat de culturele sector in de EU-27 in 2019 aan 7,4 miljoen mensen werk bood, hetgeen 3,7 % is van de totale werkgelegenheid in de EU-27; overwegende dat er in 2019 in de culturele sector in de EU-27 meer dan twee keer zoveel mensen als zelfstandige werkzaam waren als in de economie in haar geheel[5];

E. overwegende dat Europese culturele en creatieve actoren behoren tot de sectoren die het hardst zijn getroffen door de COVID-19-pandemie; overwegende dat het stilleggen van deze economische sector heeft doorgewerkt in andere sectoren, zoals vervoer en toerisme;

F. overwegende dat de culturele en creatieve sector een atypische sector is met specifieke behoeften en actoren van uiteenlopende omvang, maar die bovenal gekenmerkt wordt door een overwicht van kleine structuren (kmo’s of zelfstandige ondernemers) en onregelmatige inkomsten;

G. overwegende dat de COVID-19-crisis reeds een negatief effect heeft gehad en ook een langdurig negatief effect zal blijven hebben op de culturele en creatieve productie en de daarmee samenhangende inkomsten, en dus ook op de Europese culturele diversiteit;

H. overwegende dat theaters, bioscopen, festivals, concertzalen, musea en erfgoedlocaties tot de eersten behoorden die moesten sluiten vanwege de lockdownmaatregelen, en dat zij pas als laatsten mochten openen; overwegende dat de veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van een nieuwe uitbraak ertoe leiden dat zij nog steeds niet op volle capaciteit kunnen draaien, met een verdere inkomstenderving als gevolg;

I. overwegende dat veel Europeanen zich tijdens de pandemie in een situatie van isolement bevonden, waardoor het cultuuraanbod online sterk werd uitgebreid, met als gevolg dat cultuur toegankelijker is geworden, maar vaak zonder dat ervoor hoeft te worden betaald;

J. overwegende dat de opeenvolgende begrotingsvoorstellen voor het programma Creatief Europa in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) duidelijk niet voldoen aan de verwachtingen van de sector en evenmin aan die van het Parlement, dat heeft opgeroepen tot een verdubbeling van de middelen ten opzichte van het MFK 2014-2020;

K. overwegende dat de culturele en creatieve sector naar behoren gefinancierd moet blijven en klaar moet zijn voor de overgang naar een koolstofneutraal continent, zoals uiteengezet in de Europese Green Deal;

1. betuigt zijn oprechte solidariteit met de kunstenaars, makers, auteurs, uitgevers, hun bedrijven en andere werknemers en spelers in de Europese culturele en creatieve sector, die zwaar getroffen zijn door de COVID-19-pandemie, en brengt hulde aan de acties die zij hebben ondernomen toen miljoenen Europeanen moeilijke tijden beleefden;

2. acht het van fundamenteel belang de historische economische maatregelen die door de Europese instellingen zijn genomen, te combineren met grootschalige maatregelen ter ondersteuning van de culturele en creatieve krachten van Europa;

3. is ingenomen met de inspanningen van de Commissie en de Europese Raad om het herstelplan “Next Generation EU” op te stellen en met name React-EU in het leven te roepen, met als doel aanvullende financiering te verstrekken voor veel getroffen economische sectoren, zoals cultuur; is echter verontrust over het feit dat er geen specifiek bedrag duidelijk bestemd is om rechtstreeks ten goede te komen aan de culturele en creatieve sector; benadrukt in dit verband dat culturele en creatieve actoren bij de gerichte acties van de lidstaten een aandachtspunt moeten vormen en ten volle moeten profiteren van de in het kader van het Europees economisch herstelplan (EEHP) beschikbaar gestelde middelen en instrumenten;

4. dringt er bij de lidstaten op aan de culturele en creatieve sector te beschouwen als een strategische sector en een duidelijk budget vast te stellen, vergezeld van snelle en concrete maatregelen voor het herstel van deze sector, waarvan alle belanghebbenden moeten kunnen profiteren;

5. is ingenomen met de invoering van het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid in noodsituaties te beperken (SURE), dat bedoeld is ter ondersteuning van de regelingen voor werktijdverkorting die door de lidstaten zijn ingevoerd, met name de regelingen die gericht zijn op kmo’s en zelfstandigen; verwacht dat dit instrument actoren in de culturele en creatieve sector in staat kan stellen om op hun eigen werkterrein actief te blijven, waarbij inkomstenverliezen worden gecompenseerd; verzoekt de lidstaten in dit verband om toereikende garanties te bieden, zodat SURE zo snel mogelijk operationeel kan worden;

6. wijst op de cruciale rol van het programma Creatief Europa, het subprogramma MEDIA en de culturele en sectoroverschrijdende onderdelen ervan bij het waarborgen van een redelijke mate van stabiliteit in de sector door toegang te verlenen tot Europese financiering totdat de culturele markt zich herstelt; herinnert eraan dat het Parlement heeft aangedrongen op een noodzakelijke verdubbeling van de begroting voor dit programma in het volgende MFK; herhaalt daarom met klem zijn standpunt met betrekking tot de begroting voor dit programma en andere Europese programma’s ter ondersteuning van de culturele en creatieve sector en werkenden in de culturele sector; acht het uiterst belangrijk dat de programma’s zo snel mogelijk worden afgerond en goedgekeurd, zodat een soepele overgang naar de nieuwe programma’s kan worden gewaarborgd;

7. verzoekt de Commissie om samen te werken met de Culturele Hoofdsteden van Europa, en dan met name met de steden die zich in 2020 en 2021 Culturele Hoofdstad van Europa mogen noemen, en hen te helpen de door de pandemie veroorzaakte ontwrichting zo veel mogelijk te beperken, door middel van een diepgaande dialoog met de organisatoren; verklaart bereid te zijn snel vooruitgang te boeken met het oog op een nieuwe, evenwichtige en aangepaste agenda;

8. verzoekt de Commissie om een breed scala aan financieringsbronnen aan te wijzen waarvan de culturele en creatieve sector kan profiteren; is van oordeel dat de toekomstige kennis- en innovatiegemeenschap voor de culturele en creatieve sector die deel uitmaakt van het Europees Instituut voor innovatie en technologie, in dit kader een leidende rol dient te spelen;

9. is ingenomen met de nieuwe steunmaatregelen in het kader van de garantiefaciliteit voor de culturele en creatieve sector, die bedoeld zijn om de toegang tot betaalbare schuldfinanciering voor kmo’s in de culturele en creatieve sector te verbeteren;

10. roept de Commissie op actie te ondernemen ter verzachting van de steeds ernstiger impact van de crisis op de culturele en creatieve sector nu grote festivals en culturele evenementen nog steeds niet kunnen doorgaan, hetgeen rampzalige financiële gevolgen heeft, met name voor de sector van de podiumkunsten;

11. wijst erop dat toerisme goed is voor 10,3 % van het bbp van de Europese Unie, waarvan 40 % verband houdt met het culturele aanbod; is van mening dat het geleidelijke herstel van het toerisme kansen biedt om de Europese cultuur en het Europese erfgoed actief te promoten en tegelijkertijd de basis te leggen voor duurzaam Europees toerisme; pleit in dit verband voor het opzetten van een jaarlijks programma voor valorisatie van het Europees cultureel erfgoed, dat de Europese culturele diversiteit weerspiegelt, waarbij de structuurfondsen worden gebruikt om het erfgoed in culturele circuits te integreren;

12. is van mening dat we van deze gelegenheid gebruik moeten maken om Europese culturele inhoud wereldwijd te promoten door de Europese productie aan te moedigen en Europese omroepnetwerken te ontwikkelen; verzoekt de Commissie om met de lidstaten samen te werken met het oog op een zo soepel mogelijke omzetting van de wetgeving op dit gebied, zoals de herschikking van de richtlijn audiovisuele mediadiensten en de richtlijn inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt;

13. is van oordeel dat de maatregelen die door de lidstaten en de Commissie worden genomen ter ondersteuning van culturele en creatieve actoren in Europa, spelers en initiatieven moeten ondersteunen die de culturele en linguïstische diversiteit van Europa, waaronder minderheidstalen, weerspiegelen;

14. verzoekt de Commissie om een ambitieus en inclusief communicatie- en promotiebeleid voor cultuur in Europa voor te stellen, zodat Europese culturele inhoud, evenementen en locaties een echt Europees en mondiaal publiek kunnen bereiken; verzoekt de Commissie voort te bouwen op de positieve resultaten van het Europees Jaar van het cultureel erfgoed en een soortgelijk initiatief te ontwikkelen voor cultuur en de rol ervan in Europa;

15. is van mening dat in het kader van de dialoog met de burgers rekening moet worden gehouden met de culturele dimensie, met name tijdens de komende conferentie over de toekomst van Europa;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB C 238 van 6.7.2018, blz. 28.

[2] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0054.

[3] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0169.

[4] PB L 347 van 20.12.2013, blz. 221.

Laatst bijgewerkt op: 11 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid