Procedure : 2020/2780(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0265/2020

Ingediende teksten :

B9-0265/2020

Debatten :

PV 15/09/2020 - 11
CRE 15/09/2020 - 11

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0240

<Date>{14/09/2020}14.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0265/2020</NoDocSe>
PDF 150kWORD 50k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over COVID-19: EU-coördinatie van gezondheidsbeoordelingen en risico-indeling en de gevolgen voor Schengen en de interne markt</Titre>

<DocRef>(2020/2780(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Sara Cerdas</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0257/2020

B9‑0265/2020

Resolutie van het Europees Parlement over COVID-19: EU-coördinatie van gezondheidsbeoordelingen en risico-indeling en de gevolgen voor Schengen en de interne markt

(2020/2780(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

 gezien artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), alsmede de artikelen 4, 6, 9, 114, 153, 169 en 191,

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 35,

 gezien zijn resolutie van 17 april 2020 over gecoördineerde EU-maatregelen om de COVID-19-pandemie en de gevolgen ervan te bestrijden[1],

 gezien zijn resolutie van 10 juli 2020 over de EU-strategie voor volksgezondheid na COVID-19[2],

 gezien artikel 67, lid 2, VWEU, waarin wordt bepaald dat de Unie een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is en ervoor zorgt dat aan de binnengrenzen geen personencontroles worden verricht,

 gezien artikel 21, lid 1, VWEU waarin wordt bepaald dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven,

 gezien het Handvest van de grondrechten, en met name artikel 45, waarin wordt bepaald dat iedere burger van de Unie het recht heeft zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven,

 gezien Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende een Uniecode voor de overschrijding van de grenzen door personen (Schengengrenscode)[3],

 gezien Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden[4] (de richtlijn vrij verkeer), en het daarin vastgelegde non-discriminatiebeginsel,

 gezien zijn resolutie van 19 juni 2020 over de situatie in het Schengengebied als gevolg van de COVID-19-pandemie[5],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de COVID-19-pandemie is overgegaan van de beheersfase voor acuut risico naar de beheersfase voor chronisch risico;

B. overwegende dat de mate van verspreiding van het virus per lidstaat en per regio binnen hetzelfde land sterk uiteenloopt;

C. overwegende dat er nog geen werkzaam vaccin beschikbaar is;

D. overwegende dat het door de uiteenlopende wijzen waarop de lidstaten gegevens met betrekking tot COVID-19 verzamelen moeilijk is om gegevens met elkaar te vergelijken;

E. overwegende dat de respons van de EU op de COVID-19-pandemie tot nu toe gekenmerkt werd door een gebrek aan coördinatie tussen de lidstaten en tussen regio’s binnen lidstaten op het gebied van volksgezondheidsmaatregelen, onder meer wat betreft beperkingen op het vrije verkeer van goederen en diensten en het vrije verkeer van personen binnen landen en van land tot land en wat betreft de opschorting van andere rechten en wetten;

F. overwegende dat de lidstaten op nationaal niveau hun eigen maatregelen hebben getroffen (beperkende maatregelen, instructies voor quarantaine en isolatie, screening, zorg, territorialisering) en zonder daarbij te overleggen, hetgeen heeft geleid tot grote verschillen binnen de Europese Unie;

G. overwegende dat veel Europeanen stelselmatig te maken kregen met verschillende regels, waarbij het niet alleen uitmaakte wat hun nationaliteit of woonplaats was, maar ook waar zij naartoe reisden; overwegende dat dit gebrek aan coördinatie tijdens de zomerperiode heeft geleid tot wanordelijke controles en maatregelen aan de grenzen en op luchthavens, in havens en in treinstations;

H. overwegende dat de COVID-19-crisis niet alleen grote gevolgen voor de gezondheid heeft gehad, maar ook zeer aanzienlijke negatieve gevolgen voor economische, wetenschappelijke, toeristische en culturele uitwisselingen;

I. overwegende dat de verlening van gezondheidszorg in de eerste plaats een nationale bevoegdheid is, maar dat volksgezondheid een gedeelde bevoegdheid is van de lidstaten en de EU;

J. overwegende dat de Europese Unie nog steeds over speelruimte beschikt om binnen de bestaande parameters van de Verdragen een grotere bijdrage te leveren op het gebied van volksgezondheidsbeleid; overwegende dat de volksgezondheidsbepalingen van de Verdragen, gelet op de doelstellingen waarvoor zij zouden kunnen worden ingezet, nog grotendeels onderbenut zijn; herinnert in dit verband aan de resolutie van 10 juli 2020 waarin het Parlement pleit voor de oprichting van een Europese gezondheidsunie;

K. overwegende dat grensoverschrijdende bedreigingen uitsluitend samen kunnen worden aangepakt en dat hiervoor dus samenwerking, coördinatie en solidariteit binnen de Unie nodig is;

L. overwegende dat de maatregelen die door de lidstaten worden genomen te allen tijde de grondrechten van elke Europeaan dienen te eerbiedigen; overwegende dat deze maatregelen noodzakelijk, evenredig en tijdelijk moeten zijn; overwegende dat solidariteit tussen de lidstaten niet facultatief is, maar een uit het Verdrag voortvloeiende verplichting, en deel uitmaakt van onze Europese waarden;

M. overwegende dat de Commissie reeds een aantal maatregelenpakketten, mededelingen en strategieën heeft goedgekeurd, waaronder het recente voorstel voor een aanbeveling van de Raad betreffende een gecoördineerde benadering van de beperking van het vrije verkeer in reactie op de COVID-19-pandemie van 4 september 2020 (COM(2020)0499);

N. overwegende dat de Raad deze aanbeveling moet goedkeuren en de nodige maatregelen moet vaststellen om ervoor te zorgen dat de lidstaten hun besluiten en acties om de verspreiding van het virus te stoppen of te beperken coördineren;

O. overwegende dat het Parlement, als medewetgever en enige rechtstreeks door de EU-burgers verkozen instelling, integraal en als essentiële deelnemer betrokken moet worden bij alle discussies over coördinatie op EU-niveau om deze gezondheidscrisis aan te pakken;

P. overwegende dat de EU lering moet trekken uit de gebeurtenissen sinds het begin van de crisis en op korte termijn een Europese gezondheidsunie moet oprichten;

1. wijst met klem op de noodzaak van een gedeeld en gecoördineerd gezondheidsbeheer om deze pandemie doeltreffend te bestrijden;

2. wijst erop dat het belangrijk is de burgers gerust te stellen met betrekking tot de onderlinge consistentie van de maatregelen die door de verschillende lidstaten worden genomen, omdat de burgers daardoor eerder geneigd zullen zijn de regels na te leven;

3. herinnert eraan dat vrij verkeer voor de burgers van de Unie een grondrecht is dat is verankerd in de EU-Verdragen en het EU-Handvest van de grondrechten;

4. wijst erop dat dit recht alleen kan worden beperkt om specifieke en beperkte redenen van algemeen belang, namelijk de bescherming van de volksgezondheid, de openbare orde of de openbare veiligheid;

5. wijst erop dat deze beperkingen moeten worden toegepast in overeenstemming met de algemene beginselen van het EU-recht, met name het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van non-discriminatie;

6. dringt er bij de lidstaten op aan om, als zij reisbeperkingen invoeren, uitsluitend noodzakelijke, gecoördineerde en evenredige maatregelen te nemen, en dit pas te doen na zorgvuldige evaluatie van de doeltreffendheid ervan om het volksgezondheidsprobleem aan te pakken, en met inachtneming van de aanbevelingen van het ECDC en volgens dezelfde methodologie voor het verzamelen van gezondheidsgegevens en met gebruikmaking van dezelfde criteria om het risico van de pandemie te beoordelen en te monitoren;

7. wijst erop dat het ECDC er nog steeds op wijst dat er verschillen zijn wat betreft gegevensverzameling en -rapportage door de lidstaten; betreurt dat dit gebrek aan harmonisatie de EU verhindert een duidelijk en volledig beeld te krijgen van de verspreiding van het virus in Europa en op basis daarvan de juiste acties en maatregelen uit te voeren;

8. merkt op dat alle lidstaten gevolg hebben gegeven aan de aanbevelingen van hun eigen wetenschappelijke raad, zonder dat er daarbij sprake was van coördinatie met de andere lidstaten of de Commissie;

9. verzoekt de Commissie een gemeenschappelijke, doeltreffende en snelle methode te bevorderen voor het verzamelen van gezondheidsgegevens en het tellen en rapporteren van het aantal besmette gevallen en sterfgevallen;

10. dringt er bij de lidstaten op aan om dezelfde definitie te hanteren voor “mogelijk positieve, waarschijnlijk positieve en zeker positieve gevallen van COVID-19” en dat ook te doen voor “sterfgevallen door COVID-19”;

11. erkent het belang van het cumulatieve-incidentiecijfer om de verspreiding van het virus te kunnen beoordelen, maar dringt erop aan dat bij de beoordeling van de situatie ook rekening wordt gehouden met andere gezondheidscriteria, zoals het aantal uitgevoerde tests, het aantal positieve tests, het aantal ziekenhuisopnames en het aantal bezette ic‑bedden;

12. onderstreept dat dergelijke gemeenschappelijke gezondheidscriteria de lidstaten en de Commissie in staat zullen stellen het epidemiologische risico op EU-niveau gezamenlijk te analyseren;

13. is van mening dat het ECDC in staat moet zijn het risico op verspreiding van het virus adequaat en efficiënt te evalueren en dagelijks of ten minste wekelijks een bijgewerkte kaart van het risico te publiceren op basis van een gemeenschappelijke kleurcode, opgesteld op basis van de door de lidstaten verzamelde en verstrekte informatie;

14. verzoekt de Commissie en de lidstaten om een krachtig Europees systeem voor epidemiologische informatie op te zetten op verschillende NUTS-niveaus - 1, 2 en 3 - en gebruikt door het ECDC op EU-niveau; is van oordeel dat in het kader van dit systeem in alle lidstaten gewerkt moet worden met gestandaardiseerde epidemiologische en gezondheidsgegevens en dat het systeem up to date gehouden moet worden aan de hand van de laatste digitale ontwikkelingen op het gebied van de verstrekking en interpretatie van gegevens;

15. steunt de kleurcode die de Commissie heeft voorgesteld in haar laatste voorstel voor een aanbeveling van de Raad; is van mening dat de voorgestelde drempels (groen, oranje, rood en grijs) het verkeer binnen de EU zullen vergemakkelijken en de informatie voor de burgers transparanter en beter voorspelbaar zullen maken;

16. staat zeer positief tegenover de door de Commissie voorgestelde regionale aanpak; is van mening dat het in kaart brengen van risico’s door het ECDC niet alleen op nationaal niveau, maar ook op regionaal niveau moet worden gedaan; verzoekt de lidstaten daarom om de door regionale overheden verzamelde gegevens dagelijks aan het ECDC te verstrekken;

17. herinnert eraan dat het ECDC de lidstaten heeft aanbevolen minimale basismaatregelen te nemen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, zoals hygiënemaatregelen, fysieke afstand houden en beperking van bijeenkomsten, gebruik van mondkapjes in bepaalde omstandigheden, thuiswerken, uitgebreide tests, isolatie van positief geteste personen, quarantaine van nauwe contacten en bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen;

18. verzoekt de lidstaten bovenstaande aanbevelingen van het ECDC op te volgen en een gemeenschappelijk kader van gezondheidsmaatregelen vast te stellen die overheidsinstanties in getroffen gebieden moeten nemen om de pandemie een halt toe te roepen;

19. is van oordeel dat overheden aanvullende maatregelen moeten overwegen en deze moeten delen als het aantal besmettingen toeneemt, waaronder maatregelen ter beperking van het aantal verplaatsingen door de bevolking, ter vermindering van het aantal contacten per persoon en ter voorkoming van massabijeenkomsten, met bijzondere aandacht voor hoogrisicogebieden, sluiting van scholen of de aanbeveling om thuis te blijven;

20. is van mening dat een dergelijk kader het wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en tussen de getroffen gebieden zou versterken, waardoor een reactie in de vorm van restrictieve maatregelen kan worden voorkomen; verzoekt de lidstaten bijzondere aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken van grensoverschrijdende regio’s en aan te dringen op samenwerking op lokaal en regionaal niveau;

21. is van mening dat overheidsinstanties in het geval van een actieve grensoverschrijdende verspreidingszone gezamenlijk gezondheidsmechanismen moeten opzetten voor directe coördinatie en uitwisseling van informatie;

22. benadrukt dat een gecoördineerde toepassing van gezondheidsmaatregelen aan weerszijden van de grenzen van groot belang lijkt om de consistentie en efficiëntie ervan en het draagvlak onder de bevolking te waarborgen;

23. dringt aan op de vaststelling en tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijke teststrategie in alle lidstaten, met name in grensoverschrijdende regio’s;

24. is van mening dat de lidstaten het eens moeten worden over het minimumaantal tests dat per dag moet worden uitgevoerd op basis van de kleur van het getroffen gebied en rekening houdend met de bevolkingsomvang in dat gebied;

25. wijst erop dat vergelijkbaarheid van testresultaten ervoor moet zorgen dat de landen elkaars testresultaten erkennen;

26. verzoekt de lidstaten om de resultaten van COVID-19-tests die in andere lidstaten door gecertificeerde gezondheidsinstanties zijn uitgevoerd, te erkennen;

27. verzoekt de lidstaten en de Commissie overeenstemming te bereiken over een uniforme quarantaineperiode en zich daarbij te baseren op de meest recente wetenschappelijke gegevens en rekening te houden met de beoordeling van het ECDC;

28. verzoekt de lidstaten een gemeenschappelijk protocol vast te stellen voor de monitoring van symptomatische patiënten, alsmede maatregelen met betrekking tot de isolatie van patiënten die positief zijn getest op COVID-19 en van personen die met hen in contact zijn geweest;

29. is ingenomen met het gebruik door de burgers van traceringsformulieren voor passagiers; is van mening dat een digitale versie van de traceringsinformatie moet worden gebruikt om de verwerking van de gegevens te vereenvoudigen, waarbij gelijke toegang voor iedereen moet worden gewaarborgd, evenals de vertrouwelijkheid van de opslag van deze gegevens;

30. onderstreept dat de door het ECDC vastgestelde gemeenschappelijke methodologie en criteria en de door het ECDC ontwikkelde kaarten een gecoördineerde aanpak van de eigen besluitvormingsprocessen van de lidstaten moeten vergemakkelijken en ervoor moeten zorgen dat alle besluiten van de lidstaten consistent en goed gecoördineerd zijn;

31. herinnert eraan dat verstrekking van duidelijke, tijdige en volledige informatie aan de bevolking van cruciaal belang is om de gevolgen van eventuele beperkingen van het vrije verkeer zo klein mogelijk te houden en om voorspelbaarheid, rechtszekerheid en naleving door de burgers te waarborgen;

32. wijst erop dat de COVID-19-crisis duidelijk heeft gemaakt dat de interne markt versterkt moet worden, met name door middel van integratie van toeleveringsketens in de EU zonder dat daarbij protectionistische maatregelen worden ingevoerd, en door de productie van essentiële producten, zoals geneesmiddelen, farmaceutische producten en medische apparatuur, veilig te stellen;

33. wijst erop dat wij moeten zorgen voor een doeltreffende, veerkrachtige en toekomstbestendige interne markt, waarin essentiële producten zelf geproduceerd worden en geleverd worden in de hele EU en beschikbaar worden gesteld aan alle burgers;

34. verzoekt de Commissie om ervoor te zorgen dat openbare-aanbestedingsprocedures voor aanbesteders eenvoudiger en flexibeler worden en minder tijd in beslag nemen, en wijst op het belang van gezamenlijke aanbestedingen voor geneesmiddelen, medische apparatuur en persoonlijke-beschermingsmiddelen, om ervoor te zorgen dat deze producten in alle regio’s, ook in plattelands- en afgelegen gebieden, beschikbaar zijn;

35. wijst erop dat de COVID-19-crisis tekortkomingen op het gebied van consumentenbescherming aan het licht heeft gebracht, met name vanwege de toename van oplichtingspraktijken en het groeiende aanbod onveilige producten, vooral online; wijst erop dat deze tekortkomingen, met name op het gebied van productveiligheid, aangepakt moeten worden door middel van een herziening van de richtlijn inzake algemene productveiligheid, waarbij rekening gehouden moet worden met de gevolgen van opkomende technologieën, en dat er - door middel van de wetgeving inzake digitale diensten die momenteel in de maak is - voor gezorgd moet worden dat de digitale eengemaakte markt eerlijk en veilig voor iedereen is, zodat onlineplatforms passende maatregelen tegen dergelijke producten kunnen nemen; benadrukt voorts dat een volledig werkende digitale eengemaakte markt afhankelijk is van een combinatie van bescherming van digitale consumenten en digitaal ondersteunde toeleveringsketens;

36. benadrukt dat consumenten goed geïnformeerd moeten worden over hun rechten en over de opties die zij hebben als ze goederen of diensten aanschaffen, met name in tijden van crisis; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om het voortouw te nemen bij de inspanningen op het gebied van de verstrekking van betrouwbare, juiste en gemakkelijk toegankelijke informatie aan consumenten in de hele Unie;

37. vindt het belangrijk dat er maatregelen genomen worden om consumenten te beschermen tegen de beperkingen die bepaalde luchtvaartmaatschappijen en reisorganisaties opleggen als het gaat om verzoeken om schadeloosstelling voor reizen die niet doorgaan vanwege de COVID-19-crisis;

38. benadrukt dat de COVID-19-crisis niet gebruikt mag worden als excuus om bepaalde productnormen of industriële normen, waaronder de normen ter bevordering van duurzaamheid, vertraagd, verminderd of helemaal niet uit te voeren; benadrukt dat de COVID-19-crisis juist gezien moet worden als kans om de interne markt te verbeteren en te sturen in de richting van duurzame productie en consumptie; pleit voor steun aan nieuwe duurzame bedrijfsmodellen en diepgaande veranderingen van bestaande modellen, bijvoorbeeld door systemen voor leasen, huren en delen te bevorderen of steun te verlenen aan de hergebruiksector, waarbij de rechten van werknemers en de normen op het gebied van consumentenbescherming gewaarborgd moeten worden, en pleit voor een verbod op ingebouwde veroudering; herinnert eraan dat de betaalbaarheid van de interne markt gewaarborgd moet worden, zodat de transformatie naar een duurzame interne markt rechtvaardig is en niemand buiten de boot valt;

39. herhaalt het standpunt dat hij ook reeds in zijn resolutie van 19 juni 2020 over de situatie in het Schengengebied als gevolg van de COVID-19-pandemie naar voren heeft gebracht; verzoekt de lidstaten om te zorgen voor een snelle terugkeer naar een situatie met een volledig functionerend Schengengebied, zonder beperkingen van de vrijheid van verkeer; verzoekt de autoriteiten van alle lidstaten om een einde te maken aan alle in het kader van de COVID-19-pandemie heringevoerde controles aan de binnengrenzen; spreekt zijn afkeuring uit over de discriminerende beperkingen van het inreisrecht die door de Hongaarse autoriteiten zijn ingevoerd en dringt er bij de Commissie op aan in dit kader zo snel mogelijk een inbreukprocedure in te leiden;

40. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

[1] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0054.

[2] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0205.

[3] PB L 77 van 23.3.2016, blz. 1.

[4] PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.

[5] Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0175.

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid