Procedure : 2020/2779(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0278/2020

Ingediende teksten :

B9-0278/2020

Debatten :

PV 15/09/2020 - 7
CRE 15/09/2020 - 7

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0231

<Date>{14/09/2020}14.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0278/2020</NoDocSe>
PDF 144kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Belarus</Titre>

<DocRef>(2020/2779(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Petras Auštrevičius, Vlad‑Marius Botoş, Izaskun Bilbao Barandica, Dita Charanzová, Klemen Grošelj, Bernard Guetta, Moritz Körner, Frédérique Ries, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0271/2020

B9‑0278/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Belarus

(2020/2779(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn resoluties over Belarus, met name die van 24 november 2016 over de situatie in Belarus[1], van 6 april 2017 over de situatie in Belarus[2], van 19 april 2018 over Belarus[3], en van 4 oktober 2018 over de achteruitgang van de mediavrijheid in Belarus, met name het geval van Charter ‘97[4],

 gezien de oprichting van het Oostelijk Partnerschap in Praag op 7 mei 2009 als een gemeenschappelijk initiatief van de EU en haar zes Oost-Europese partners Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne,

 gezien de gezamenlijke verklaringen van de toppen van het Oostelijk Partnerschap van 2009 in Praag, van 2011 in Warschau, van 2013 in Vilnius, van 2015 in Riga en van 2017 in Brussel,

 gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de Europese Unie van 11 augustus 2020 over de presidentsverkiezingen,

 gezien de verklaring van de Voorzitter van het Europees Parlement van 13 augustus 2020 en van de leiders van de vijf politieke fracties van 17 augustus 2020 over de situatie in Belarus na de zogenaamde presidentsverkiezingen van 9 augustus 2020,

 gezien de buitengewone vergadering van de Raad Buitenlandse Zaken van 14 augustus 2020 en van de Europese Raad van 19 augustus 2020 over de situatie in Belarus,

 gezien de verklaring van de VV/HV van 7 september 2020 over willekeurige en ongerechtvaardigde arrestaties en detenties om politieke redenen,

 gezien de integrale EU-strategie en het herziene Europees nabuurschapsbeleid,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat er sinds 2000 ondanks herhaalde pogingen geen enkele nieuwe politieke partij in Belarus geregistreerd is;

B. overwegende dat er sinds begin mei meer dan 650 vreedzame betogers, journalisten en burgeractivisten uit het hele land zijn vastgezet omdat ze hebben gedemonstreerd tegen het regime van Alexander Loekasjenko;

C. overwegende dat het Belarussische verkiezingsproces niet is verlopen volgens de richtsnoeren van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), waarin wordt opgeroepen tot de eerbiediging van fundamentele vrijheden, gelijkheid, universaliteit, politiek pluralisme, vertrouwelijkheid, transparantie en aansprakelijkheid;

D. overwegende dat melding is gemaakt van structurele onregelmatigheden en schendingen van de internationale verkiezingsnormen tijdens het stemmen;

E. overwegende dat de centrale kiescommissie van Belarus de zittende president Alexander Loekasjenko heeft uitgeroepen tot de winnaar van de zogenaamde verkiezingen;

F. overwegende dat direct na de bekendmaking van de zogenaamde verkiezingsuitslag ongekende vreedzame protesten op gang kwamen, waarbij honderdduizenden betogers de straten van Belarus opgingen;

G. overwegende dat de protesten in Belarus van een ongekende omvang zijn, in heel het land plaatsvinden en dat alle generaties vertegenwoordigd zijn, en dat er zichtbare vrouwelijke leiders zijn en werknemers uit verschillende sectoren;

H. overwegende dat de veiligheidsdiensten zeer hardhandig hebben gereageerd op de vreedzame protesten, waarbij vaak buitensporig, onnodig en willekeurig geweld is gebruikt;

I. overwegende dat het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Verenigde Naties heeft gemeld dat de voorbije weken meer dan 6 700 mensen zijn opgepakt terwijl ze gebruikmaakten van hun recht op vrijheid van vreedzame vergadering; overwegende dat deskundigen meldingen hebben ontvangen over ten minste 450 gevallen van foltering en mishandeling van mensen van wie de vrijheid is ontnomen; overwegende dat zes personen nog altijd vermist zijn (1 september 2020); overwegende dat meerdere vermiste personen dood zijn teruggevonden;

J. overwegende dat Svetlana Tichanovskaja, een prominent oppositieleider die door de Belarussische bevolking wordt beschouwd als de gekozen president, werd gedwongen het land te ontvluchten samen met andere leden van de oppositie, leiders van de arbeidersbeweging en activisten;

K. overwegende dat zes van de zeven leden van het presidium van de nationale coördinatieraad ofwel gevangen zijn gezet (Lilija Oelasava, Maksim Znak, Sjarhej Dylewski, Maria Kolesnikova) ofwel gedwongen het land moesten verlaten (Pavel Latoesjka, Olga Kovalkova) en er pogingen zijn gedaan om Svetlana Alexijevitsj op te pakken;

1. benadrukt dat het, in lijn met het standpunt van de Europese Raad, de uitslag van de zogenaamde presidentsverkiezingen die op 9 augustus 2020 zijn gehouden in Belarus, niet erkent;

2. veroordeelt krachtig de voortdurende intimidatie en vervolging van personen uit de oppositie, vreedzame betogers, activisten uit het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke journalisten;

3. roept op het geweld onmiddellijk te stoppen en pleit voor de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die voor en na de verkiezingen van 9 augustus 2020 zijn vastgezet om politieke redenen;

4. veroordeelt het harde optreden van de Belarussische autoriteiten jegens de nationale coördinatieraad, met name de arrestaties en uitzetting van leden van deze raad en andere activisten uit de oppositie uit Belarus;

5. pleit voor een onafhankelijk en doeltreffend onderzoek naar de dood van Alexander Tarajkowski, Alexander Vichor, Artsjom Paroekow, Henadz Sjoetaw en Kanstantsin Sjysjmakow;

6. betuigt zijn solidariteit met de inwoners van Belarus die opkomen voor vrijheid, democratie en eerbiediging van hun mensenrechten, evenals hun recht om hun eigen toekomst te bepalen;

7. steunt een vreedzame machtsoverdracht die het resultaat is van een inclusieve nationale dialoog met volledige eerbiediging van de democratische en grondrechten van het Belarussische volk; pleit voor de organisatie van nieuwe, vrije en eerlijke verkiezingen die voldoen aan de internationaal erkende verkiezingsnormen, onder internationaal toezicht onder leiding van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de OVSE;

8. veroordeelt de onderdrukking van de media en het internet, alsook de intimidatie van journalisten;

9. veroordeelt de hybride inmenging van de Russische Federatie in Belarus, met name het sturen van zogenaamde mediadeskundigen naar de Belarussische staatsmedia en adviseurs naar militaire en rechtshandhavingsorganen, en roept de regering van de Russische Federatie op om de inmenging te beëindigen en zich te onthouden van verdere inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Belarus; roept de Russische Federatie op een constructieve rol te spelen bij de zoektocht naar een vreedzame oplossing voor de situatie in Belarus;

10. dringt er bij de lidstaten op aan om dringend beperkende maatregelen te nemen tegen personen die verantwoordelijk zijn voor de vervalsing van de verkiezingen en repressie in Belarus;

11. benadrukt dat er een uitgebreid onderzoek nodig is naar de misdaden die door het regime tegen de bevolking van Belarus zijn gepleegd;

12. benadrukt het belang van een alomvattende herziening van de betrekkingen tussen de EU en Belarus, met het oog op het ondersteunen van de bevolking van Belarus en hun democratische ambities; pleit voor een verhoging van de EU-financiering die beschikbaar wordt gesteld voor Belarus en pleit ervoor deze middelen te doen toekomen aan het maatschappelijk middenveld van Belarus en alle overdrachten van EU-financiering naar de huidige Belarussische regering te bevriezen;

13. moedigt de EU-lidstaten aan de procedures voor het verkrijgen van visa voor personen die Belarus om politieke redenen ontvluchten en personen die medische behandeling nodig hebben vanwege het geweld dat tegen hen is gepleegd te vergemakkelijken en te versnellen, en deze personen en hun gezinnen alle nodige bijstand te verlenen;

14. wijst op het belang van de strijd tegen de verspreiding van desinformatie over de EU, haar lidstaten en instellingen in Belarus;

15. betreurt het feit dat Belarus reeds kernbrandstof heeft geladen in de eerste reactor van de kerncentrale in Ostrovets en van plan is om hier in november 2020 energie op te wekken, zonder de stresstestaanbevelingen volledig op te volgen, wat des te verontrustender is nu er veel politieke instabiliteit heerst;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Europese Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, alsmede aan de autoriteiten van de Republiek Belarus.

 

[1] PB C 224 van 27.6.2018, blz. 135.

[2] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 60.

[3] PB C 390 van 18.11.2019, blz. 100.

[4] PB C 11 van 13.1.2020, blz. 18.

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid