Procedure : 2020/2777(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0281/2020

Ingediende teksten :

B9-0281/2020

Debatten :

PV 15/09/2020 - 7
CRE 15/09/2020 - 7

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0232

<Date>{14/09/2020}14.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0281/2020</NoDocSe>
PDF 143kWORD 45k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny</Titre>

<DocRef>(2020/2777(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Kati Piri, Tonino Picula, Włodzimierz Cimoszewicz</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0280/2020

B9‑0281/2020

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny

(2020/2777(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn vorige resoluties over Rusland, met name die van 12 maart 2019 over de stand van zaken in de politieke betrekkingen tussen de EU en Rusland[1], van 6 april 2017 over Rusland, de arrestatie van Aleksej Navalny en andere demonstranten[2], en van 15 januari 2015 over Rusland, in het bijzonder de zaak-Aleksej Navalny[3],

 gezien de verklaring van 3 september 2020 van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU over de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaringen van de VV/HV van 2 september 2020 over de vergiftiging van Aleksej Navalny en van 24 augustus 2020 over de vermeende vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 op 8 september 2020 hebben afgelegd over de vergiftiging van Aleksej Navalny,

 gezien het Verdrag inzake chemische wapens,

 gezien de unanieme goedkeuring van Besluiten C-24/DEC.4 en C-24/DEC.5 tijdens de 24e zitting van de Conferentie van landen die partij zijn bij het Verdrag inzake chemische wapens (CWC) op 27 november 2019, waarmee organofosfor-zenuwgassen die bekendstaan als Novitsjok werden opgenomen in Lijst 1 van de bijlage inzake chemische stoffen van het verdrag, en de inwerkingtreding van deze besluiten op 7 juni 2020,

 gezien de verklaring van 3 september 2020 van de directeur-generaal van de OPCW over het beweerd gebruik van chemische wapens tegen Aleksej Navalny,

 gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die er beide in voorzien dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en waarbij de Russische Federatie partij is,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het Verdrag inzake chemische wapens sinds 1997 van kracht is en dat de OPCW, het orgaan dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het verdrag, zich met succes heeft ingezet voor mondiale inspanningen om chemische wapens definitief uit te bannen, met als resultaat dat meer dan 98 % van alle door de bezittende landen gemelde voorraden van chemische wapens onder toezicht van de OPCW is vernietigd;

B. overwegende dat de vergiftiging van personen via het gebruik van zenuwgassen in het kader van het Verdrag inzake chemische wapens wordt beschouwd als het gebruik van chemische wapens, en dat het gebruik van chemische wapens door eenieder onder om het even welke omstandigheden neerkomt op een grove schending van het internationaal recht en internationale mensenrechtennormen; overwegende dat Novitsjok, na de unanieme goedkeuring van twee voorstellen daartoe, waaronder een afkomstig van de Russische Federatie, is toegevoegd aan de lijst van stoffen onder toezicht van het Verdrag inzake chemische wapens, en daarom onderhevig is aan de strengste controlerichtsnoeren waarin het Verdrag voorziet;

C. overwegende dat Aleksej Navalny, een vooraanstaand Russisch oppositiepoliticus, naar verluidt op 20 augustus aan boord van een binnenlandse Russische vlucht in coma is geraakt, is opgenomen in een ziekenhuis in de Russische stad Tomsk en op verzoek van zijn familie is overgebracht naar het Charité-ziekenhuis in Berlijn, waar hij sinds 22 augustus wordt verzorgd;

D. overwegende dat uit de toxicologische analyse die op 2 september is uitgevoerd door een gespecialiseerd laboratorium van het Duitse leger is gebleken dat Aleksej Navalny was vergiftigd door een chemisch zenuwgas van militaire kwaliteit van de “Novitsjok”-groep, dat ontwikkeld is door de Sovjet-Unie en later door de Russische Federatie;

E. overwegende dat de moordaanslag op Aleksej Navalny plaatsvond tijdens de aanloop naar de Russische lokale en regionale verkiezingen, en dat dit met name zorgen oproept over de staat van de democratie, fundamentele vrijheden en mensenrechten in het land;

F. overwegende dat de Raad de Russische autoriteiten heeft verzocht een grondig onderzoek uit te voeren naar de poging tot moord op Aleksej Navalny, heeft aangedrongen op een gezamenlijke internationale reactie en zich het recht heeft voorbehouden om passende maatregelen te treffen, met inbegrip van beperkende maatregelen;

1. veroordeelt in scherpe bewoordingen de moordaanslag op Aleksej Navalny, die is vergiftigd met een chemisch zenuwgas van de “Novitsjok”-groep van militaire kwaliteit, en maakt zich grote zorgen over dit herhaald gebruik van zenuwgas tegen Russische burgers, dat doet denken aan de zaak-Sergej Skripal in 2018; benadrukt dat het gebruik van chemische wapens onder alle omstandigheden een berispelijk misdrijf is in het kader van het internationaal recht, en met name in het kader van het Verdrag inzake chemische stoffen;

2. is ervan overtuigd dat deze moordaanslag op Aleksej Navalny bedoeld was om een van Ruslands invloedrijkste anticorruptieactivisten en oppositiepolitici het zwijgen op te leggen en om verdere blootlegging van ernstige corruptie in het regime – en politieke oppositie in het land in het algemeen – te ontmoedigen, met name om de Russische lokale en regionale tussentijdse verkiezingen van 11 t/m 13 september te beïnvloeden;

3. spoort de Russische regering ertoe aan een snel, grondig en transparant onderzoek te voeren naar dit misdrijf tegen een Russische burger die op Russisch grondgebied is vergiftigd met een door de Sovjet-Unie en later de Russische Federatie ontwikkeld chemisch zenuwgas, waartoe alleen Russische militaire en inlichtingendiensten toegang hebben;

4. verzoekt de Russische autoriteiten zowel de daders van deze roekeloze handeling als degenen die deze mogelijk hebben gemaakt door het chemisch zenuwgas aan de daders te verstrekken, te vervolgen en berechten, en volledige medewerking te verlenen aan de OPCW om een onpartijdig internationaal onderzoek te garanderen;

5. verzoekt de Russische autoriteiten een einde te maken aan het lastigvallen, de intimidatie en de onderdrukking van hun politieke tegenstanders door korte metten te maken met de heersende straffeloosheid die al vele journalisten, mensenrechtenactivisten en oppositiepolitici het leven heeft gekost, en erop toe te zien dat zij hun legitieme en nuttige werkzaamheden kunnen uitvoeren zonder te vrezen voor hun leven of dat van hun gezinsleden of vrienden;

6. benadrukt dat de Russische Federatie, als lid van de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, ertoe gehouden is de fundamentele vrijheden, de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen, uit hoofde van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (ECHR) en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR);

7. benadrukt dat de Russische Federatie, als lid van de VN-Veiligheidsraad, verplicht is het internationaal recht en desbetreffende overeenkomsten en verdragen te eerbiedigen en haar internationale verplichtingen volledig na te komen, ook wat betreft het verlenen van medewerking aan de OPCW bij het onderzoeken van schendingen van het Verdrag inzake chemische wapens;

8. prijst de HV/VV om zijn actieve rol in het veroordelen van de vergiftiging van de heer Navalny in de meest scherpe bewoordingen en is ingenomen met de inspanningen en bijdragen van het Duitse voorzitterschap om tot een gemeenschappelijke EU-reactie te komen; verzoekt de Raad om druk te blijven uitoefenen op de Russische Federatie om een onderzoek te starten naar de moordaanslag op Aleksej Navalny door vergiftiging; verzoekt de Raad Buitenlandse Zaken om tijdens zijn bijeenkomst op 21 september een resoluut standpunt ten aanzien van deze kwestie in te nemen;

9. staat positief tegenover het huidige debat tussen de lidstaten over eventuele beperkende maatregelen als reactie op het gebrek aan medewerking van de Russische Federatie aan internationale inspanningen om een onderzoek in te stellen naar de vergiftiging van Aleksej Navalny met gebruik van chemische wapens in strijd met het internationaal recht; neemt kennis van het feit dat de Duitse regering heeft aangegeven bereid te zijn haar steun aan Nord Stream 2 in het licht van deze moordaanslag te heroverwegen;

10. roept op tot sancties tegen eenieder die verantwoordelijk is voor dit laakbare misdrijf; verzoekt de Commissie en de HV/VV om het EU-sanctiemechanisme voor mensenrechtenschendingen snel ten uitvoer te leggen;

11. verzoekt de door de HV/VV geleide EDEO om toe te zien op aanhoudende samenhang wat betreft de vijf leidende beginselen voor het Ruslandbeleid van de EU en om een nieuwe brede strategie ten aanzien van Rusland te ontwikkelen, met een krachtig principieel standpunt uitgaande van de noodzaak het internationaal recht en de mensenrechtennormen te eerbiedigen, met het oog op de versterking van de vrede en de veiligheid;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de OVSE en de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0157.

[2] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 56.

[3] PB C 300 van 18.8.2016, blz. 2.

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid