Procedure : 2020/2777(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0282/2020

Ingediende teksten :

B9-0282/2020

Debatten :

PV 15/09/2020 - 7
CRE 15/09/2020 - 7

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2020)0232

<Date>{14/09/2020}14.9.2020</Date>
<NoDocSe>B9‑0282/2020</NoDocSe>
PDF 148kWORD 49k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny</Titre>

<DocRef>(2020/2777(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Bernard Guetta, Petras Auštrevičius, Stéphane Bijoux, Vlad‑Marius Botoş, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Anna Júlia Donáth, Klemen Grošelj, Moritz Körner, Frédérique Ries, Michal Šimečka, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0280/2020

B9‑0282/2020

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland: de vergiftiging van Aleksej Navalny

(2020/2777(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties en aanbevelingen over Rusland, met name zijn resolutie van 13 maart 2014 over Rusland: veroordeling van demonstranten van het Bolotnaya-plein[1], zijn aanbeveling aan de Raad van 2 april 2014 over de instelling van gemeenschappelijke visumbeperkingen voor Russische functionarissen die betrokken zijn bij de zaak-Magnitski[2], en zijn resoluties van 15 januari 2015 over Rusland, in het bijzonder de zaak-Aleksej Navalny[3], van 12 maart 2015 over de moord op de Russische oppositieleider Boris Nemtsov en de toestand van de democratie in Rusland[4], en van 6 april 2017 over Rusland, de arrestatie van Aleksej Navalny en andere demonstranten[5],

 gezien het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens (Verdrag inzake chemische wapens), uit hoofde waarvan het gebruik, de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en de overbrenging van chemische wapens verboden is,

 gezien de Russische grondwet, en met name artikel 29, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt, en de internationale mensenrechtenverplichtingen die Rusland heeft onderschreven als lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en samenwerking in Europa (OVSE) en de VN,

 gezien artikel 5 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, die er beide in voorzien dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, en waarbij de Russische Federatie partij is,

 gezien de VN-verklaring over mensenrechtenverdedigers, aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN op 9 december 1998,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Aleksej Navalny op 20 augustus 2020 tijdens een vlucht van Tomsk naar Moskou ziek werd en tekenen van vergiftiging begon te vertonen; overwegende dat de Duitse regering, nadat hij naar Duitsland was overgebracht, op 2 september officieel bekendmaakte dat de toxicologische analyse die was uitgevoerd door medische deskundigen en een gespecialiseerd Duits laboratorium onomstotelijk had aangetoond dat Aleksej Navalny was vergiftigd door een chemisch zenuwgas van de novitsjok-groep;

B. overwegende dat Aleksej Navalny in een Berlijns ziekenhuis in kritieke toestand op de intensive care ligt;

C. overwegende dat zenuwgassen van de novitsjok-groep stoffen van militaire kwaliteit zijn die zijn ontwikkeld door de Sovjet-Unie en de Russische Federatie, en in maart 2018 zijn ingezet in de aanslag op de voormalige Russische inlichtingenofficier Sergej Skripal en zijn dochter Joelia in Salisbury, Verenigd Koninkrijk; overwegende dat deze aanslag ook de dood van de in Amesbury woonachtige Dawn Sturgess tot gevolg had;

D. overwegende dat de Russische Federatie, als volwaardig lid van de Raad van Europa, en ondertekenaar van de Universele Verklaring van de rechten van de Mens en van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, zich heeft verplicht om de beginselen van de democratie en de rechtsstaat na te leven en de fundamentele vrijheden en mensenrechten te eerbiedigen; overwegende dat de Europese Unie herhaaldelijk aanvullende bijstand en expertise heeft aangeboden om Rusland te helpen met de modernisering en de naleving van zijn constitutionele en juridische stelsel, overeenkomstig de normen van de Raad van Europa;

E. overwegende dat de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en precursoren daarvan verboden zijn uit hoofde van het Verdrag inzake chemische wapens, waarbij de Russische Federatie partij is;

F. overwegende dat deze moordaanslag het meest recente voorbeeld is van de zeer ernstige terugval op het gebied van de bescherming van de mensenrechten en de naleving van algemeen aanvaarde democratische beginselen en de rechtsstaat in de Russische Federatie;

G. overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet de regering van de Russische Federatie er op 8 september toe heeft aangespoord om een grondig, transparant, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek uit te voeren of daar volledig aan mee te werken;

H. overwegende dat de ministers van buitenlandse zaken van de G7 de bevestigde vergiftiging van Aleksej Navalny hebben veroordeeld en Rusland hebben verzocht met spoed volledige openheid van zaken te geven over wie verantwoordelijk was voor de aanslag;

I. overwegende dat er in de Russische Federatie volgens het mensenrechtencentrum Memorial ten minste zestig politieke gevangenen zijn, en anderen zonder te zijn opgesloten worden vervolgd;

J. overwegende dat Rusland van 25 juni t/m 1 juli 2020 een referendum over grondwetshervorming heeft gehouden, dat te midden van de COVID-19-pandemie overhaast was georganiseerd en volgens de Russische verkiezingswaakhond Golos niet voldeed aan Russische of internationale normen, en in de aanloop naar de verkiezingen, tijdens de verkiezingen zelf en tijdens het tellen van de stemmen werd ontsierd door meerdere onregelmatigheden;

K. overwegende dat er in Rusland geen vrije en eerlijke verkiezingen zijn en dat oppositiepartijen en -kandidaten voortdurend worden vervolgd, geïntimideerd en worden uitgesloten van politieke participatie; overwegende dat op 7 september 2020 13 kandidaten van de Jabloko-partij van de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen voor Osinovo werden geschrapt vanwege hun actieve deelname aan de Dioxinovo-beweging, die zich verzet tegen de bouw van een verbrandingsinstallatie; overwegende dat bij drie Jabloko-kandidaten voor gemeenteraden en regionale parlementen de volgende dag huiszoekingen werden verricht en deze kandidaten werden meegenomen voor ondervraging;

L. overwegende dat er volgens het Freedom in the World-verslag 2020 in Rusland geen onafhankelijke media zijn en Russische journalisten voortdurend worden bedreigd, lastiggevallen, geïntimideerd, gearresteerd en aangevallen, en gestigmatiseerd worden als buitenlands agent; overwegende dat het aantal openbaar gemaakte niet-fysieke cyberaanvallen en bedreigingen van journalisten volgens de internationale ngo Justice for Journalists is toegenomen van 70 incidenten in 2017 tot meer dan 160 in 2019; overwegende dat Dmitri Nizovtsev, correspondent voor Sjtab Navalnogo, een YouTube-nieuwskanaal van Aleksej Navalny, op 23 juli 2020 is aangevallen in zijn huis in de Oost-Russische stad Chabarovsk nadat hij protesten in zijn stad had gelivestreamd;

M. overwegende dat Rusland zowel in eigen land als daarbuiten grootschalige desinformatie- en propagandacampagnes voert over de Europese Unie en haar lidstaten in een poging om het democratisch debat te ondermijnen en polarisatie in de samenleving te versterken, de geschiedenis te verdraaien en zijn eigen imago in de context van COVID-19 te verbeteren;

1. veroordeelt de moordaanslag op Aleksej Navalny in de scherpste bewoordingen;

2. verzoekt de Russische Federatie de moordaanslag op Aleksej Navalny grondig, transparant en onpartijdig te onderzoeken en de verantwoordelijken te berechten, ongeacht het niveau waar de eindverantwoordelijkheid ligt;

3. verzoekt de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) onderzoek te doen naar het gebruik van chemische wapens bij de vergiftiging van Aleksej Navalny, en roept de Russische regering ertoe op volledige medewerking te verlenen aan het onderzoek en de OPCW onmiddellijke en volledige openheid van zaken te geven over het novitsjok-programma; benadrukt in dit verband het in december 2019 door de OPCW genomen besluit om novitsjok-stoffen toe te voegen aan de lijst met stoffen onder nauw toezicht, dat ook gesteund werd door de Russische Federatie;

4. betuigt zijn volledige solidariteit met Aleksej Navalny; veroordeelt de aanhoudende pogingen van de Russische autoriteiten om hem monddood te maken en om een einde te maken aan de inspanningen van zijn organisatie om de corruptie in overheidsinstellingen en onder politieke vertegenwoordigers en ambtsdragers aan de kaak te stellen en te bestrijden;

5. verzoekt de lidstaten en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) bij gebrek aan onmiddellijke medewerking van de Russische instellingen volledig gebruik te maken van de instrumenten die tot hun beschikking staan om het hoofd te bieden aan het gebruik en de verspreiding van chemische wapens, zoals de toepassing van beperkende maatregelen;

6. betreurt Ruslands gestaag toenemende desinformatie- en propagandacampagnes, en benadrukt hoe belangrijk het is tegenmaatregelen te treffen en onwaarheden doeltreffend te ontkrachten;

7. verzoekt de Russische autoriteiten een einde te maken aan alle vormen van intimidatie, ook die door justitie, van alle politieke tegenstanders, journalisten en politieke en maatschappelijke activisten in de Russische Federatie, en ervoor te zorgen dat zij hun legitieme activiteiten onder alle omstandigheden onbelemmerd kunnen uitvoeren;

8. herinnert eraan dat de vrijheid van mening en meningsuiting een recht is en geen privilege, en dat dit recht, samen met de vrijheid van vreedzame vergadering en van vereniging, een doorslaggevende rol speelt in het ontstaan en het bestaan van een doeltreffend democratisch stelsel;

9. herinnert eraan dat het van belang is dat Rusland zijn internationale wettelijke verplichtingen als partij bij het Verdrag inzake chemische wapens en als lid van de Raad van Europa en de OVSE volledig naleeft, evenals de fundamentele mensenrechten en de rechtsstaat die zijn verankerd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten; brengt in herinnering dat de stemrechten van Rusland in de Raad van Europa voor een periode van vijf jaar waren opgeschort – tot juni 2019 – als gevolg van de illegale annexatie van de Krim; verzoekt de Raad van Europa de stemrechten van de Russische Federatie opnieuw op te schorten zo lang de zaak-Navalny niet naar behoren wordt onderzocht;

10. verzoekt de Raad, de lidstaten en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) haast te maken met het invoeren van een ambitieuze sanctieregeling voor mensenrechtenschendingen in de vorm van een Europese Magnitski-wet;

11. verzoekt de lidstaten, bij het uitblijven van een geloofwaardig Russisch onderzoek naar de moordaanslag op Aleksej Navalny, te overwegen verdere beperkende maatregelen in te voeren ten opzichte van de Russische Federatie;

12. verzoekt de betrokken lidstaten zich terug te trekken uit het pijplijnproject Nord Stream 2 als de Russische Federatie zijn verplichting om een onpartijdig en doeltreffend onderzoek in te stellen naar het misdrijf tegen Aleksej Navalny niet nakomt;

13. roept de VV/HV en de EDEO ertoe op te waarborgen dat de zaken van alle om politieke redenen vervolgde personen ter sprake worden gebracht bij het mensenrechtenoverleg tussen de EU en Rusland, en dat de Russische vertegenwoordigers bij dit overleg formeel om reacties op elke zaak worden verzocht; roept de voorzitters van de Raad en de Commissie en de VV/HV ertoe op deze zaken nauwlettend te blijven volgen en de gevallen in verschillende vormen en op verschillende vergaderingen met Rusland aan te kaarten, en verslag uit te brengen aan het Parlement over de gedachtewisselingen met de Russische autoriteiten;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa alsook de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie.

 

[1] PB C 378 van 9.11.2017, blz. 250.

[2] PB C 408 van 30.11.2017, blz. 43.

[3] PB C 300 van 18.8.2016, blz. 2.

[4] PB C 316 van 30.8.2016, blz. 126.

[5] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 56.

Laatst bijgewerkt op: 16 september 2020Juridische mededeling - Privacybeleid