Ontwerpresolutie - B9-0060/2021Ontwerpresolutie
B9-0060/2021

ONTWERPRESOLUTIE over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

18.1.2021 - (2021/2508(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Manu Pineda
namens de Fractie The Left

Procedure : 2021/2508(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0060/2021
Ingediende teksten :
B9-0060/2021
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0060/2021

Resolutie van het Europees Parlement over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

(2021/2508(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de grondwet van de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

 gezien het beginsel van niet-inmenging, dat in het VN-Handvest is vastgelegd,

 gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de Europese Unie over Venezuela van 6 januari 2021,

 gezien het verslag ingediend door het comité van internationale waarnemers op 7 december 2020,

 gezien de eindverslagen over de parlementsverkiezingen door ngo Sures voor de studie en verdediging van de mensenrechten in Venezuela en door de Wereldvredesraad,

 gezien de studie van het Center for Economic and Policy Research van april 2019, getiteld “Economic Sanctions as Collective Punishment: The Case of Venezuela” (Economische sancties als collectieve straf: de zaak Venezuela),

 gezien de verklaringen van de speciale rapporteur van de VN over het negatieve effect van eenzijdige dwangmaatregelen op de eerbiediging van de mensenrechten en over de gevolgen van deze maatregelen in Venezuela,

 gezien het lopende onderzoek bij het Internationaal Strafhof (ICC) naar vermeende misdaden tegen de menselijkheid die door de Verenigde Staten zijn gepleegd in het kader van haar sanctiebeleid tegen de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

 gezien artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, waarin wordt vastgesteld dat alle volken zelfbeschikkingsrecht bezitten en zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat er op 6 december 2020 verkiezingen hebben plaatsgevonden; overwegende dat 107 verschillende politieke organisaties aan het verkiezingsproces hebben deelgenomen, waaronder 30 nationale en 53 regionale politieke partijen en 6 nationale en 16 regionale inheemse organisaties;

B. overwegende dat een deel van de oppositie besloot om de verkiezingen te boycotten; overwegende dat andere oppositiepartijen zoals Acción Democrática, Esperanza por el Cambio en Copei aan deze verkiezingen hebben deelgenomen en vertegenwoordiging hebben verkregen; overwegende dat er voorafgaand aan de verkiezingen onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen de regering en de oppositie om hun deelname te waarborgen, hetgeen heeft geleid tot de bevrijding van meer dan 110 gevangenen;

C. overwegende dat de Venezolaanse nationale kiesraad de uitslag van de verkiezingen op 7 december 2020 heeft bekrachtigd; overwegende dat de twee coalities met het hoogste aantal stemmen de Gran Polo Patriótico Simón Bolívar met 4 321 975 stemmen (69,3 %) en de Alianza Democrática met 1 169 872 stemmen (18,8 %) waren; overwegende dat ook de coalities Alianza Venezuela Unida en Alternativa Popular Revolucionaria vertegenwoordiging hebben verkregen;

D. overwegende dat de Nationale Vergadering op 5 januari 2021 haar constituerende zitting voor de periode 2021-2026 heeft gehouden; overwegende dat Jorge Rodríguez werd verkozen tot voorzitter van de Nationale Vergadering, Iris Varela tot eerste vicevoorzitter, Didalco Bolívar tot tweede ondervoorzitter, Rosalba Gil Pacheco tot secretaris en Inti Inojosa tot subsecretaris;

E. overwegende dat de interne economische en sociale situatie in Venezuela drastisch is verslechterd als gevolg van de toenemende economische en financiële sancties van de VS en de EU, die tot hyperinflatie, bevoorradingsproblemen, toenemende armoede en een schaarste aan geneesmiddelen en medische apparatuur hebben geleid;

F. overwegende dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Venezuela is blijven dreigen met meer sancties die de situatie van de Venezolaanse bevolking verder zouden verslechteren;

G. overwegende dat eenzijdige dwangmaatregelen in strijd zijn met het gevestigde internationaal recht; overwegende dat de VN, en in het bijzonder de speciale rapporteur van de VN inzake de negatieve gevolgen van eenzijdige dwangmaatregelen voor de eerbiediging van de mensenrechten, dit herhaaldelijk heeft benadrukt; overwegende dat sancties iedere staat kunnen ontwrichten en dat zij, wanneer zij de economie schaden, een vernietigend effect kunnen hebben op de burgers van ontwikkelingslanden;

H. overwegende dat de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN heeft verklaard dat de sancties die aan Venezuela worden opgelegd, ertoe leiden dat mensen fundamentele mensenrechten worden ontzegd, met inbegrip van hun economische rechten en rechten op voedsel en gezondheid, en heeft opgeroepen tot een politieke dialoog om de huidige problemen van Venezuela op te lossen;

1. neemt kennis van de resultaten van de Venezolaanse parlementsverkiezingen en van de nieuwgevormde Nationale Vergadering;

2. is ingenomen met de tijdens de constituerende zitting gedane oproep van Jorge Rodríguez, voorzitter van de Nationale Vergadering, tot een dialoog tussen de partijen die de regering ondersteunen en de oppositiepartijen; is ingenomen met de oprichting van een comité voor dialoog, verzoening en vrede in de Nationale Vergadering om deze dialoog te bevorderen;

3. is ingenomen met de onderhandelingen tussen de partijen die de regering en de oppositiepartijen steunen bij de verdeling van de institutionele rollen in de nieuw verkozen Nationale Vergadering; neemt kennis van de verkiezing van oppositieleider Timoteo Zambrano tot voorzitter van de commissie buitenlandse zaken;

4. herinnert eraan dat een inclusieve dialoog tussen de Venezolaanse politieke krachten binnen het constitutionele kader van Venezuela de enige manier is om de politieke problemen van het land op te lossen; verzoekt de VV/HV de dialoog met de Venezolaanse autoriteiten en politieke actoren in stand te houden en te intensiveren om bij te dragen tot deze dialoog;

5. staat achter de inspanningen van democratische krachten, de Venezolaanse regering, de democratische oppositie en de Venezolaanse bevolking om zelf een oplossing te vinden voor hun politieke en economische uitdagingen en om de versterking van de nationale dialoog in Venezuela te bevorderen;

6. is ingenomen met de positieve stappen die VV/HV Josep Borrell heeft gezet om de institutionele realiteit van de Bolivariaanse Republiek Venezuela te erkennen; dringt aan op volledige erkenning van de Nationale Vergadering en de andere instellingen van de Bolivariaanse Republiek Venezuela om genormaliseerde en wederzijds voordelige betrekkingen tussen de Europese Unie en Venezuela te herstellen;

7. herinnert eraan dat gemeenschappelijke uitdagingen zoals de bestrijding van de COVID-19-pandemie en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelen alleen kunnen worden aangegaan op basis van wederzijdse samenwerking en met institutionele erkenning;

8. veroordeelt het opleggen van sancties en dringt er met klem op aan deze op te heffen; merkt op dat sinds 2017 naar schatting meer dan 40 000 mensen zijn omgekomen als rechtstreeks gevolg van de opgelegde sancties, die de toegang van Venezuela tot de internationale voedselmarkt en de geneesmiddelenmarkt hebben beperkt; veroordeelt het feit dat deze sancties tijdens de COVID-19-pandemie niet zijn opgeheven, aangezien zij rechtstreeks van invloed zijn op het recht van de Venezolaanse bevolking op adequate gezondheidszorg;

9. benadrukt dat de aan Venezuela opgelegde sancties nog steeds zeer ernstige schade toebrengen aan het leven van mensen; is van mening dat deze sancties voldoen aan de definitie van collectieve bestraffing van de burgerbevolking als omschreven in zowel het Internationaal Verdrag van Genève als dat van Den Haag, hetgeen betekent dat zij krachtens het internationaal recht en de internationale verdragen onrechtmatig zijn;

10. spreekt zijn bezorgdheid uit over de vermeende corruptiezaken met betrekking tot Juan Guaidó, die ervan wordt beschuldigd persoonlijk de hand te hebben gelegd op Venezolaanse activa in het buitenland ter waarde van meer dan 40 miljard USD; wijst erop dat dit mogelijk was omdat verschillende regeringen hem toegang verleenden tot activa en middelen van de Bolivariaanse Republiek Venezuela; verzoekt de EU-lidstaten om alle Venezolaanse tegoeden bij hun banken te deblokkeren en toe te staan dat ze worden overgedragen aan de Bolivariaanse Republiek Venezuela; is in dit verband ingenomen met de overdracht van Venezolaanse tegoeden die voorheen bij de Bank van Spanje waren bevroren, aan de Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie om de gevolgen van de COVID-19-pandemie in samenwerking met de Venezolaanse regering aan te pakken;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de regering van Venezuela, en de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering.

 

Laatst bijgewerkt op: 19 januari 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid