Ontwerpresolutie - B9-0064/2021Ontwerpresolutie
B9-0064/2021

ONTWERPRESOLUTIE over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

18.1.2021 - (2021/2508(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Anna Fotyga, Hermann Tertsch, Raffaele Fitto, Charlie Weimers, Assita Kanko, Ryszard Czarnecki, Ryszard Antoni Legutko, Elżbieta Kruk, Valdemar Tomaševski, Ruža Tomašić, Jadwiga Wiśniewska, Adam Bielan, Bogdan Rzońca, Elżbieta Rafalska, Jan Zahradil, Alexandr Vondra, Veronika Vrecionová, Eugen Jurzyca, Witold Jan Waszczykowski
namens de ECR-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0056/2021

Procedure : 2021/2508(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0064/2021
Ingediende teksten :
B9-0064/2021
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0064/2021

Resolutie van het Europees Parlement over de jongste ontwikkelingen met betrekking tot de Nationale Vergadering van Venezuela

(2021/2508(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[1] en van 16 januari 2020 over de situatie in Venezuela na de illegale verkiezing van de voorzitter en het bureau van het nieuwe parlement (parlementaire coup)[2],

 gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 6 januari 2021, namens de Europese Unie, over Venezuela,

 gezien de verklaring van de internationale contactgroep van 8 december 2020 over de verkiezingen voor de Nationale Vergadering van Venezuela die op 6 december 2020 werden gehouden,

 gezien de verklaring van de VV/HV van 7 december 2020 over de verkiezingen voor de Nationale Vergadering van Venezuela,

 gezien de verklaring van de co-voorzitters van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van 2 december 2020 over de niet-erkenning door het Europees Parlement van de parlementsverkiezingen in Venezuela op 6 december 2020,

 gezien de recente verklaringen van de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten over de situatie in Venezuela,

 gezien de recente verklaringen van de Groep van Lima,

 gezien de verklaringen van de internationale contactgroep van 16 juni 2020 over de aangetaste geloofwaardigheid van het verkiezingsorgaan van Venezuela, en van 24 juni 2020 over de verergering van de politieke crisis in Venezuela,

 gezien Besluit (GBVB) 2020/898 van de Raad van 29 juni 2020 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2017/2074 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Venezuela[3], waarbij elf hoge Venezolaanse functionarissen werden toegevoegd aan de lijst met personen voor wie beperkende maatregelen gelden,

 gezien de internationale donorconferentie in solidariteit met de Venezolaanse vluchtelingen en migranten in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied van 26 mei 2020,

 gezien de grondwet van Venezuela,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij de parlementsverkiezingen die op 6 december 2020 werden gehouden, niet aan de minimale internationale normen voor een geloofwaardig verkiezingsproces is voldaan, en politiek pluralisme, democratie, transparantie en de rechtsstaat met de voeten zijn getreden; overwegende dat de EU, samen met andere regionale organisaties en democratische landen, noch die verkiezingen noch de Nationale Vergadering die via dit onwettige proces aan de macht is gekomen, heeft erkend; overwegende dat andere democratische oppositiekrachten in Venezuela hebben geweigerd aan deze zogenaamde verkiezingen deel te nemen;

B. overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2019 voor het Venezolaanse Hooggerechtshof op onrechtmatige wijze en in overtreding van de grondwettelijke orde de presidentiële macht heeft gegrepen;

C. overwegende dat de vierde legislatuur van de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela op 5 januari 2016 van start ging, na de op 6 december 2015 bevestigde verkiezingsoverwinning van La Mesa de Unidad Democrática (de Ronde Tafel van democratische eenheid), en dat de Nationale Vergadering op 23 januari 2019 de benoeming van Juan Guaidó tot interim-president van Venezuela heeft bevestigd; overwegende dat deze verkiezingen de enige legitieme zijn geweest sinds Maduro op onrechtmatige wijze de macht greep, ondanks de inspanningen van het regime van Maduro om op 6 december 2020 frauduleuze en onrechtmatige parlementsverkiezingen te houden;

D. overwegende dat de Nationale Vergadering van Venezuela, voorgezeten door Juan Guaidó, op 26 december 2020 haar goedkeuring heeft gehecht aan de gedeeltelijke hervorming van het overgangsstatuut dat de werking van het parlement regelt, waarbij werd vastgesteld dat de fundamentele doelstellingen erin bestaan dat zowel intern als internationaal wordt bevorderd dat vrije, eerlijke en controleerbare presidents- en parlementsverkiezingen worden gehouden, en dat wordt gewaarborgd dat de Nationale Vergadering via de gedelegeerde commissie functioneert tot uiterlijk 5 januari 2022 of totdat vrije verkiezingen zijn georganiseerd;

E. overwegende dat het Parlement in 2017 zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken heeft toegekend aan de democratische oppositie en politieke gevangenen in Venezuela;

F. overwegende dat de Venezolaanse bevolking kampt met een ongekende sociale, economische, democratische en gezondheidscrisis, gedurende dewelke reeds meer dan 5 miljoen mensen het land hebben verlaten, en dat de crisis nog wordt verergerd door COVID-19;

G. overwegende dat het regime van Maduro in reactie op verzoeken van de VV/HV, de internationale contactgroep en het Parlement, openlijk de mogelijkheid heeft afgewezen om dringend vrije, eerlijke, transparante, inclusieve en geloofwaardige presidents-, parlements- en lokale verkiezingen te houden;

H. overwegende dat het Parlement op 31 januari 2019 heeft erkend dat Juan Guaidó overeenkomstig de Venezolaanse grondwet de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela is; overwegende dat de Raad ook heeft gestemd over de erkenning van Juan Guaidó als interim-president, waarbij 25 van de 27 lidstaten vóór zijn erkenning hebben gestemd;

I. overwegende dat vele democratische staten de illegitieme Nationale Vergadering van Maduro, die werd gevormd na de ondemocratische verkiezingen van 6 december 2020, hebben verworpen;

J. overwegende dat in de gedetailleerde conclusies van de onafhankelijke internationale onderzoeksmissie van de VN van 15 september 2020 ter beoordeling van de mensenrechtensituatie in Venezuela, wordt gemeld dat de overheid en de veiligheidstroepen van het regime misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan, waaronder terechtstellingen en foltering, en dat president Maduro en een aantal van zijn ministers daarvan op de hoogte waren; overwegende dat in het verslag wordt opgeroepen tot het ter verantwoording roepen van de daders en tot gerechtigheid voor de slachtoffers, en wordt gevraagd aan andere rechtsgebieden, overeenkomstig hun nationale wetgeving, alsook aan het Internationaal Strafhof, om gerechtelijke stappen te overwegen tegen de personen die verantwoordelijk zijn voor de schendingen en misdaden die door de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC) zijn vastgesteld;

K. overwegende dat Salvador Franco, een politieke gevangene van de etnische Pemón‑groep, op 3 januari 2021 in een Venezolaanse gevangenis door ziekte is overleden zonder medische zorgen te hebben gekregen, ondanks het feit dat er een gerechtelijk bevel was voor zijn overbrenging naar een ziekenhuis;

L. overwegende dat het regime sinds 5 januari 2021 zijn aanval op en vervolging van de weinige vrije en onafhankelijke media die in het land nog overblijven heeft geïntensiveerd door hun bezittingen en materiaal in beslag te nemen en hen tot stopzetting van hun activiteiten te dwingen;

M. overwegende dat in de pers en door mensenrechtenactivisten wordt gemeld dat ten minste 23 mensen onlangs werden gedood tijdens een confrontatie tussen de politie en bendes in de Venezolaanse hoofdstad Caracas; overwegende dat een internationaal onderzoek loopt en dat de regering wordt gecontroleerd, wegens moorden die door de nationale veiligheidstroepen zijn begaan;

N. overwegende dat in het onderzoeksverslag van de VN ook wordt bevestigd dat mechanismen waarbij op internationaal niveau druk wordt uitgeoefend op illegale en criminele regimes onvoldoende doeltreffend zijn; overwegende dat dit gebrek aan doeltreffendheid de politieke en sociale instabiliteit in de hand heeft gewerkt en de legitimiteit van overheidsinstellingen heeft uitgehold, wat mede heeft geleid tot de totstandkoming van een autoritair en antidemocratisch regime in alle sociale sectoren, met inbegrip van krachten die bekend staan als tegenstanders van het regime; overwegende dat deze uitholling heeft geleid tot de huidige toestand van hegemonisch autoritarisme en wetteloosheid in Venezuela, waarin er weinig ruimte is voor een echt democratisch alternatief;

1. herhaalt dat het de in december 2015 verkozen Nationale Vergadering en haar voorzitter Juan Guaidó zal blijven beschouwen als het enige legitieme democratische representatieve politieke orgaan in Venezuela, totdat in het land werkelijk vrije, geloofwaardige, inclusieve, transparante en volledig democratische verkiezingen worden gehouden; vraagt de Raad en de lidstaten de in 2015 verkozen Nationale Vergadering en haar voorzitter Juan Guaidó ondubbelzinnig te erkennen als het enige legitieme orgaan dat de Venezolaanse democraten vertegenwoordigt;

2. verklaart dat het op geen enkele wijze rekening zal houden met de politieke gevolgen van het frauduleuze proces dat op 6 december 2020 heeft plaatsgevonden, wegens het gebrek aan democratische legitimiteit en de lage opkomst van de Venezolaanse burgers, en dat het geen enkel besluit zal erkennen dat voortvloeit uit dit frauduleuze proces, met inbegrip van de illegale, onrechtmatige en ondemocratische vorming van een nieuw wetgevingsorgaan;

3. staat volledig achter het onderzoek van het Internationaal Strafhof naar de talrijke misdaden en daden van repressie door het Venezolaanse regime; dringt er bij de Europese Unie op aan steun te verlenen aan het initiatief van de verdragsstaten van het Internationaal Strafhof om een onderzoek in te stellen naar vermeende misdrijven tegen de menselijkheid door het regime van Maduro, met als doel de verantwoordelijken rekenschap te doen afleggen;

4. verzoekt interim-president Juan Guaidó en zijn Nationale Vergadering volledige transparantie te verzekeren, zowel bij het beheer van de middelen als in hun beleid voor contacten met leden van het onwettige regime, dat door de VN wordt beschuldigd van uitermate ernstige misdaden;

5. is zeer bezorgd over het huidige Venezolaanse lidmaatschap van de UNHRC;

6. vraagt de voorzitter van de Europese Raad, de VV/HV, de Commissie en de EU‑delegaties er bij de VN op aan te dringen om, namens de lidstaten, het UNHRC‑lidmaatschap van de autoritaire regimes van Venezuela, Cuba, China en Rusland onmiddellijk in te trekken; is, gezien de gemelde gevallen van misbruik en schendingen van de mensenrechten door de hierboven genoemden, van oordeel dat hun deelname aan de UNHRC niet alleen onrechtmatig is, maar zelfs de fundamentele beginselen en waarden van de VN ondermijnt;

7. verzoekt de voorzitter van de Europese Raad, de VV/HV, de Commissie en de EU‑delegaties om tijdens de volgende Algemene Vergadering van de VN een herziening van het kiessysteem van de VN voor te stellen, omdat het op grond van dit systeem mogelijk en toegestaan is dat landen die door de organisatie zelf als systematische mensenrechtenschenders en daders van misdaden tegen de menselijkheid zijn aangemerkt, deel van de organisatie uitmaken en besluitvormingsbevoegdheid hebben, wat strijdig is met de oorspronkelijke doelstelling uit 1945 om de internationale vrede en veiligheid te handhaven;

8. staat volledig achter de oproep van de secretaris-generaal van de VN voor een diepgaand en onafhankelijk onderzoek naar de gepleegde moorden, in overeenstemming met zijn eerder aangenomen resoluties;

9. veroordeelt de dood van de politieke gevangene en inheemse leider van de etnische Pemón-groep Salvador Franco, die in politiehechtenis en zonder medische zorgen is overleden als gevolg van ondervoeding en ziekte veroorzaakt door de onhygiënische omstandigheden op de plaats waar hij werd gevangengehouden;

10. vraagt de onvoorwaardelijke en onmiddellijke vrijlating van de meer dan 350 politieke gevangenen die in Venezuela worden vastgehouden, een cijfer dat door Foro Penal Venezolano en de Organisatie van Amerikaanse Staten is bevestigd;

11. wijst nogmaals op het belang van voortdurende nauwe samenwerking met de nieuwe regering van de VS, zodat een nieuwe impuls kan worden gegeven aan de uitgebreide diplomatieke inspanningen op internationaal niveau om voor de Venezolaanse bevolking opnieuw democratie, rechtsstatelijkheid en welvaart tot stand te brengen; dringt voorts aan op overleg op hoog niveau tussen de EU en de VS met het oog op een bredere strategische aanpak van de internationale diplomatieke inspanningen, en op een grondige beoordeling van de opnieuw uit de hand lopende situatie in Venezuela;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Juan Guaidó, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

Laatst bijgewerkt op: 20 januari 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid