Ontwerpresolutie - B9-0110/2021Ontwerpresolutie
B9-0110/2021

AANBEVELING VOOR EEN BESLUIT om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 19 januari 2021 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bedragen van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling in 2021

3.2.2021 - (C(2021)00188 – 2021/2517(DEA))

ingediend overeenkomstig artikel 111, lid 6, van het Reglement

Norbert Lins
namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling

Procedure : 2021/2517(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0110/2021
Ingediende teksten :
B9-0110/2021
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0110/2021

Ontwerpbesluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 19 januari 2021 tot wijziging van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de bedragen van de steun van de Unie voor plattelandsontwikkeling in 2021

(C(2021)00188 – 2021/2517(DEA))

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2021)00188),

 gezien de brief van de Commissie van 22 januari 2021, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

 gezien de brief van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van 2 februari 2021 aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters,

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU) 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad[1], en met name artikel 58, lid 7, en artikel 83, lid 5, daarvan,

 gezien artikel 111, lid 6, van zijn Reglement,

 gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,

A. overwegende dat Verordening (EU) 2020/2220 van het Europees Parlement en de Raad[2] (“de overgangsverordening”), tot wijziging van Verordening (EU) 1305/2013 middels het opnemen van nationale totaalbedragen voor die jaren, pas op 29 december 2020 in werking is getreden;

B. overwegende dat de vastgestelde bedragen moeten worden aangepast zodra de lidstaten de Commissie in kennis stellen van de betalingsverlagingen van meer dan 150 000 EUR en van hun toepassing van de flexibiliteit tussen de pijlers;

C. overwegende dat deze kennisgeving in de voorgaande jaren plaatsvond in augustus en dat de Commissie de gedelegeerde handeling tot wijziging van de nationale totaalbedragen in het najaar vaststelde, maar dat dit in 2020 niet mogelijk is geweest vanwege de late aanneming van de overgangsverordening;

D. overwegende dat het van het grootste belang is dat de gedelegeerde verordening zo spoedig mogelijk in werking treedt, zodat de lidstaten en de Commissie kunnen beginnen met de uitvoering van de programma’s voor plattelandsontwikkeling voor 2021;

1. verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

Laatst bijgewerkt op: 8 februari 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid