ONTWERPRESOLUTIE over de situatie in Myanmar
8.2.2021 - (2021/2540(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Ryszard Antoni Legutko, Raffaele Fitto, Anna Fotyga, Elżbieta Kruk, Tomasz Piotr Poręba, Elżbieta Rafalska, Veronika Vrecionová, Ryszard Czarnecki, Bogdan Rzońca, Assita Kanko, Adam Bielan, Ruža Tomašić, Eugen Jurzyca, Jadwiga Wiśniewska, Emmanouil Fragkos, Valdemar Tomaševski, Evžen Tošenovský, Witold Jan Waszczykowski
namens de ECR-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0116/2021
B9‑0125/2021
Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Myanmar
Het Europees Parlement,
– gezien zijn eerdere resoluties over Myanmar,
– gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de Europese Unie over Myanmar van 2 februari 2021,
– gezien de verklaring van de voorzitter van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean) over de ontwikkelingen in de Republiek Unie van Myanmar van 1 februari 2021,
– gezien de persverklaring van de VN-Veiligheidsraad van 4 februari 2021 over de situatie in Myanmar,
– gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,
– gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat het leger van Myanmar (Tatmadaw) op 1 februari 2021, één dag voordat het parlement van Myanmar de leden die bij de algemene verkiezingen van november 2020 waren verkozen, zou beëdigen, een staatsgreep heeft gepleegd en een noodtoestand van een jaar in Myanmar heeft afgekondigd;
B. overwegende dat honderden parlementsleden onder huisarrest zijn geplaatst en dat sinds de staatsgreep ten minste 147 mensen zijn vastgehouden, onder wie president Win Myint, regeringsleider Aung San Suu Kyi, wetgevers, partijleiders en ambtenaren van de afgezette regering; overwegende dat Aung San Suu Kyi ervan beschuldigd werd in het bezit te zijn van illegaal geïmporteerde walkietalkies, hetgeen zou kunnen leiden tot een gevangenisstraf van twee jaar;
C. overwegende dat de algemene verkiezingen van 8 november 2020 overtuigend werden gewonnen door de Nationale Liga voor Democratie (NLD), onder leiding van Aung San Suu Kyi; overwegende dat het leger zijn machtsovername heeft gerechtvaardigd door de NLD te beschuldigen van fraude bij de algemene verkiezingen, via zijn politiek afgevaardigde, de Partij voor de Solidariteit en Ontwikkeling van de Unie (Union Solidarity and Development Party – USDP), een bewering die door waarnemers is afgewezen;
D. overwegende dat gezondheidswerkers en ambtenaren in het hele land op 2 februari 2021 een nationale campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid tegen de staatsgreep hebben gestart; overwegende dat verscheidene demonstranten zijn aangehouden; overwegende dat het aantal en de omvang van de grotendeels vreedzame protesten in Myanmar de afgelopen dagen zijn toegenomen;
E. overwegende dat internet- en televisiediensten na de staatsgreep werden verstoord en dat het leger van Myanmar op 4 februari 2021 internetproviders heeft opgedragen de toegang tot verschillende socialemediaplatforms te blokkeren in een poging om afwijkende meningen in de kiem te smoren;
F. overwegende dat de Tatmadaw op 5 februari 2021 zijn optreden tegen de voormalige burgerregering heeft aangescherpt, door middel van de aanhouding van Win Htein, een hooggeplaatste NLD-partijleider, op beschuldiging van opruiing;
G. overwegende dat het leger in Myanmar twaalf jaar en drie reguliere verkiezingen na de goedkeuring van een nieuwe grondwet nog steeds een stevige greep heeft op de regering van het land; overwegende dat de Tatmadaw een instelling op zich is die zelfs niet in naam verantwoording verschuldigd is aan de burgerleiders van het land;
H. overwegende dat sinds 2017 meer dan 700 000 Rohingya’s Myanmar ontvlucht zijn op zoek naar veiligheid in buurland Bangladesh als gevolg van onderdrukking, voortdurende ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder talrijke moorden, verkrachtingen en het afbranden van dorpen door de Myanmarese gewapende groepen in de deelstaat Rakhine, waar meer dan 1 miljoen Rohingya’s woonden; overwegende dat de Rohingya’s officieel staatloos zijn sinds de vaststelling van de Birmese burgerschapswetten van 1982, waarin de Rohingya’s civiele, politieke en sociaaleconomische basisrechten worden ontnomen, zoals bewegingsvrijheid, politieke participatie, werk en sociale zekerheid; overwegende dat Aung San Suu Kyi wijdverbreide internationale kritiek heeft gekregen op het feit dat zij zich heeft afgekeerd van haar democratische overtuigingen door toe te geven aan de Tatmadaw op verschillende gebieden, zoals de persvrijheid en het militaire beleid inzake de omgang met de Rohingya-gemeenschap en andere etnische minderheden;
I. overwegende dat Myanmar, ondanks de toepassing van de vrijwaringsclausule in 2019 en de voortdurende schending van de grondrechten, zijn uitvoer van rijst naar de EU heeft verhoogd, wat ernstige marktverstoringen heeft veroorzaakt;
1. veroordeelt met klem de staatsgreep van de Tatmadaw in Myanmar; roept het leger op de president, de regeringsleider en alle aangehouden personen onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten en onmiddellijk een einde te maken aan de noodtoestand;
2. roept het leger op zich zoveel mogelijk terughoudend op te stellen, onder meer ten aanzien van demonstranten, de telecommunicatie te herstellen, de mensenrechten, de vrijheden en de rechtsstaat te eerbiedigen en de burgerregering te herstellen;
3. benadrukt dat elke beschuldiging van onregelmatigheden bij de verkiezingen via de juiste juridische en administratieve kanalen moet worden afgehandeld;
4. verzoekt de EU steun te blijven verlenen aan de civiele en democratische transitie, het vredesproces, de nationale verzoening en de inclusieve sociaal-economische ontwikkeling van Myanmar; is van mening dat de grondwettelijk gewaarborgde macht van het leger de verdere transitie van Myanmar naar een volwaardige democratie in de weg staat;
5. moedigt het streven naar dialoog en verzoening aan in overeenstemming met de wil en de belangen van de bevolking van Myanmar;
6. herhaalt zijn krachtige veroordeling van alle eerdere en huidige mensenrechtenschendingen en stelselmatige en wijdverbreide aanvallen, waaronder moord, intimidatie, verkrachting en vernieling van eigendom, alsook oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, die door het leger tegen de Rohingya-gemeenschap worden begaan; veroordeelt de voortdurende discriminatie van de Rohingya’s, de ernstige beperkingen van hun bewegingsvrijheid en de ontneming van hun toegang tot basisdiensten in Myanmar; benadrukt dat de regering een einde moet maken aan de stelselmatige ontheemding van de Rohingya’s uit hun huizen en gemeenschappen in de deelstaat Rakhine, alsook van andere etnische en religieuze groepen in deelstaten zoals Kachin en Shan, en dat alle verantwoordelijken voor de rechter moeten worden gebracht;
7. wijst erop dat Myanmar zich moet houden aan zijn verplichtingen en toezeggingen op het gebied van democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, twee zaken die een essentieel onderdeel uitmaken van de regeling “alles behalve wapens” en het stelsel van algemene tariefpreferenties; verzoekt de Commissie om, in het licht van de recente ontwikkelingen, aanvullende beschermende maatregelen te nemen indien dit gerechtvaardigd is op basis van de relevante criteria en ondersteund door passend bewijsmateriaal, waaronder mogelijk een opschorting van de aan Myanmar toegekende handelspreferenties;
8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, de Commissie, de regeringen en de parlementen van de lidstaten en van de leden van de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten, alsmede aan de regering en het parlement van Myanmar.