Procedure : 2021/2642(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0237/2021

Ingediende teksten :

B9-0237/2021

Debatten :

PV 28/04/2021 - 10
CRE 28/04/2021 - 10

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P9_TA(2021)0159

<Date>{26/04/2021}26.4.2021</Date>
<NoDocSe>B9‑0237/2021</NoDocSe>
PDF 162kWORD 53k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE

</TitreType><TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over Rusland, de zaak Aleksej Navalny, de toenemende militaire aanwezigheid aan de grens met Oekraïne en de Russische aanvallen in Tsjechië</Titre>

<DocRef>(2021/2642(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Bernard Guetta, Petras Auštrevičius, Dita Charanzová, Olivier Chastel, Klemen Grošelj, Karin Karlsbro, Karen Melchior, Javier Nart, Dragoș Pîslaru, Frédérique Ries, María Soraya Rodríguez Ramos, Michal Šimečka, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Fractie Renew Europe</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0236/2021

B9‑0237/2021

Resolutie van het Europees Parlement over Rusland, de zaak Aleksej Navalny, de toenemende militaire aanwezigheid aan de grens met Oekraïne en de Russische aanvallen in Tsjechië

(2021/2642(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en Oekraïne,

 gezien de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 van 18 maart 2021 over Oekraïne en de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de G7 en de hoge vertegenwoordiger van de Unie van 12 april 2021 over Oekraïne,

 gezien de persverklaring van voorzitter Charles Michel van 2 maart 2021 naar aanleiding van zijn ontmoeting in Oost-Oekraïne met president Volodymyr Zelensky,

 gezien de verklaring van de Noord-Atlantische Raad van 15 april 2021 naar aanleiding van de aankondiging door de Verenigde Staten van acties met betrekking tot Rusland,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM), het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en de Verklaring van de VN over mensenrechtenverdedigers,

 gezien de grondwet van de Russische Federatie, in het bijzonder hoofdstuk 2, en met name artikel 29, dat de vrijheid van meningsuiting beschermt, en de internationale mensenrechtenverplichtingen die Rusland heeft onderschreven als lid van de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de VN,

 gezien de verklaringen van de voorzitter van de Europese Raad en de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) van 17 januari 2021 en van de voorzitter van de Europese Commissie van 18 januari 2021 naar aanleiding van de detentie van Aleksej Navalny,

 gezien de brief van de voorzitters van de EPP- en S&D-Fractie en de Fractie Renew Europe van 14 april 2021 over de gezondheid van Aleksej Navalny,

 gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger namens de Europese Unie van 3 februari 2021 over de veroordeling van Aleksej Navalny en van 18 april 2021 over de verslechtering van de gezondheidstoestand van Aleksej Navalny, en de verklaring van de woordvoerder van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) van 11 april 2021 over de acties tegen onderzoeksjournalist Roman Anin,

 gezien de verklaring van de Noord-Atlantische Raad van 22 april 2021 in solidariteit met Tsjechië, de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de Europese Unie van 21 april 2021 in solidariteit met Tsjechië in verband met criminele activiteiten op zijn grondgebied, de gezamenlijke verklaring van de leiders van de EPP-, S&D-, Verts/ALE- en ECR-Fractie en de Fractie Renew Europe van 21 april 2021, de toespraak van premier Babiš van 20 april 2021 in de Tsjechische Kamer van Afgevaardigden en de verklaring van de woordvoerder van de EDEO van 19 april 2021 over de uitzetting van Tsjechische diplomaten,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat op 18 april 2021 aan het licht is gekomen dat agenten van de Russische militaire inlichtingendiensten (GRU) een rol hebben gespeeld bij de explosie in 2014 in een munitieopslagplaats in Vrbětice in Tsjechië, waarbij twee Tsjechische burgers om het leven zijn gekomen; overwegende dat dezelfde agenten van de GRU ook verantwoordelijk waren voor de poging tot moord op Sergej en Yulia Skripal in 2018 in het Verenigd Koninkrijk, waarbij het militaire zenuwgas novitsjok werd gebruikt en waarbij een Brits staatsburger is omgekomen; overwegende dat er ook agenten van de GRU zijn beschuldigd van poging tot moord op Emilian Gebrev, de eigenaar van een wapenfabriek, en twee andere personen in 2015 in Bulgarije; overwegende dat Rusland niet meewerkt aan het onderzoek naar deze strafbare feiten die op het grondgebied van de Europese Unie zijn gepleegd, de betrokkenheid van de GRU bij de vergiftiging van de Skripals ontkent en de belangrijkste verdachten beschermt;

B. overwegende dat een rechtbank in Moskou Aleksej Navalny op 2 februari 2021 heeft veroordeeld tot twee en een half jaar cel omdat hij zijn proeftijd zou hebben geschonden terwijl hij in Duitsland aan het herstellen was van een moordaanslag door vergiftiging met een verboden militair chemisch zenuwgas door agenten van de veiligheidsdiensten van de Russische Federatie in de Russische Federatie;

C. overwegende dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al in 2017 oordeelde dat de veroordeling van Aleksej Navalny willekeurig en kennelijk onredelijk was;

D. overwegende dat de EU, samen met haar internationale partners, er bij de Russische autoriteiten op heeft aangedrongen om een diepgaand onderzoek in te stellen naar de moordaanslag op Aleksej Navalny en om volledige medewerking te verlenen aan de Organisatie voor het verbod van chemische wapens (OPCW) om te zorgen voor een onpartijdig internationaal onderzoek, en de daders voor de rechter te brengen; overwegende dat er tot op heden geen dergelijk onpartijdig onderzoek is ingesteld door de Russische autoriteiten en dat Rusland verzoeken om een onderzoek uitdrukkelijk naast zich neer heeft gelegd;

E. overwegende dat de EU op 15 oktober 2020, vanwege het uitblijven van een Russisch onderzoek of samenwerking met de OPCW, sancties heeft opgelegd aan zes Russische personen en één entiteit die betrokken waren bij die misdaad, en op 2 maart 2021 in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU-Magnitsky-wet) sancties heeft opgelegd aan vier Russische personen wegens hun rol bij de willekeurige arrestatie, vervolging en veroordeling van Aleksej Navalny;

F. overwegende dat Aleksej Navalny in barre omstandigheden is opgesloten in een zwaarbeveiligde strafkolonie en daar onderworpen is aan slaapdeprivatie, en dat zijn gezondheid erg achteruit is gegaan; overwegende dat Aleksej Navalny, nadat de gevangenisautoriteiten hem geen adequate medische zorg hadden verstrekt en een bezoek van zijn eigen artsen niet hadden toegelaten, op 31 maart 2021 in protest een hongerstaking is begonnen die 24 dagen heeft geduurd; overwegende dat door de VN‑Mensenrechtenraad benoemde onafhankelijke deskundigen hebben verklaard dat het leven van Aleksej Navalny ernstig in gevaar is en hebben aangedrongen op zijn dringende medische evacuatie uit Rusland;

G. overwegende dat meer dan 1 600 personen op 21 april 2021 zijn aangehouden tijdens grootschalige protesten in de Russische Federatie ter ondersteuning van Aleksej Navalny;

H. overwegende dat de vrijheid van gedachte en meningsuiting, van vereniging en van vreedzame vergadering als rechten verankerd zijn in de grondwet van de Russische Federatie; overwegende dat de Russische Federatie de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het EVRM heeft ondertekend en lid is van de Raad van Europa;

I. overwegende dat de schrijnende situatie van de mensenrechten en de rechtsstaat in Rusland blijft verslechteren, met stelselmatige inspanningen van de autoriteiten om de vrijheid van meningsuiting te fnuiken, de vrijheid van vergadering te beperken en de activiteiten van het Russische maatschappelijk middenveld te verhinderen; overwegende dat de Russische autoriteiten op 9 april 2021 Roman Anin, een van de belangrijkste onderzoeksjournalisten van Rusland die is aangesloten bij het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP), kortstondig hebben vastgehouden en ondervraagd en zijn telefoons en documenten in beslag hebben genomen; overwegende dat deze acties ook andere OCCRP-journalisten die zich bezighouden met transparantie en corruptie in gevaar hebben gebracht vanwege de informatie waar de Federale Veiligheidsdienst (FSB) nu volledige toegang toe heeft;

J. overwegende dat meer dan 100 000 Russische troepen zich de afgelopen weken aan de Oekraïense grens en op de Krim hebben verzameld, evenals tanks, pantservoertuigen, artillerie en andere zware uitrusting; overwegende dat het aantal slachtoffers van de oorlog in Oost-Oekraïne de afgelopen maanden aanzienlijk is toegenomen;

K. overwegende dat het Russische Ministerie van Defensie unilateraal heeft aangekondigd dat het de wateren rond de Straat van Kertsj tot oktober 2021 sluit voor niet-commerciële vaartuigen van andere landen, met als gevolg dat de toegang tot de Zee van Azov gedeeltelijk geblokkeerd is;

L. overwegende dat de Russische militaire bewegingen en de toenemende militarisering door de Russische Federatie aan de grenzen van Oekraïne, op de Krim en in het Donetsbekken, waaronder massale verplaatsingen van troepen en meerdere militaire oefeningen, negatieve gevolgen blijven hebben voor de veiligheidssituatie van Oekraïne, het Zwarte Zeegebied en het Europese continent;

M. overwegende dat Oekraïne alinea 16.3 van hoofdstuk III van het document van Wenen over vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen heeft willen inroepen en heeft verzocht om een verklaring voor de ongebruikelijke militaire activiteiten van de Russische Federatie langs de grens met Oekraïne en op de Krim;

N. overwegende dat Rusland zich agressief en destabiliserend blijft gedragen door pogingen tot inmenging in verkiezingen, grootschalige desinformatiecampagnes en kwaadwillige cyberaanvallen, zoals de recente cyberaanval op SolarWinds, die Europese regeringen en bedrijven heeft getroffen;

1. wijst erop dat de onaanvaardbare gevallen waarop deze resolutie betrekking heeft het gevolg zijn van het autoritaire en ondemocratische karakter van het regime-Poetin, de achteruitgang van de rechtsstaat in Rusland en de agressieve houding van het regime ten aanzien van degenen die het als tegenstanders beschouwt, zowel binnen als buiten Rusland; wijst erop dat het beleid van president Poetin en zijn regime gebaseerd is op het gebruik van bedreigende retoriek om een klimaat van angst en conflict aan te wakkeren, teneinde hun greep op de macht te vergroten en de aandacht af te leiden van de vele echte economische en politieke problemen waarmee de Russische burgers in hun dagelijkse leven worden geconfronteerd;

2. betreurt de huidige staat van de betrekkingen tussen de EU en Rusland als gevolg van de agressie en de voortdurende destabilisatie van Oekraïne door Rusland, zijn vijandige gedrag ten aanzien van en rechtstreekse aanvallen op EU-lidstaten en samenlevingen, onder andere door inmenging in verkiezingsprocessen, het gebruik van desinformatie, kwaadwillige cyberaanvallen, sabotage en chemische wapens, en de aanzienlijke verslechtering van de mensenrechtensituatie en de eerbiediging van het recht op vrijheid van meningsuiting, vreedzame vergadering en vereniging in Rusland;

3. betreurt de betrokkenheid van agenten van de Russische militaire inlichtingendiensten (GRU) bij de explosies in Vrbětice en beschouwt dit als een onaanvaardbare schending van de soevereiniteit en nationale veiligheid van een EU-lidstaat; is van mening dat een aanval op een lidstaat als een terroristische daad tegen de hele EU moet worden beschouwd; veroordeelt de reactie van Rusland, dat als vergelding twintig Tsjechische diplomaten heeft uitgezet;

4. betuigt zijn volledige solidariteit met en zijn steun aan Tsjechië en het Tsjechische volk; roept de Raad en alle lidstaten op hun solidariteit te betuigen door krachtige, gezamenlijke en concrete maatregelen te nemen als reactie op deze terroristische aanval; is ingenomen met de solidariteit van Slowakije, Estland, Letland, Litouwen en Roemenië, die als reactie daarop Russische diplomaten uit hun missies hebben gezet, en roept de EU en de rest van de lidstaten op hun voorbeeld te volgen;

5. keurt het vijandige gedrag van Rusland in Europa ten zeerste af en roept de regering van het land op een einde te maken aan deze activiteiten, die in strijd zijn met internationale beginselen en normen en die de stabiliteit in Europa in gevaar brengen;

6. roept de Russische autoriteiten op volledig mee te werken aan het onderzoek naar de terroristische aanslag in Tsjechië en alle gevraagde informatie te verstrekken;

7. roept de lidstaten op alle relevante EU- en Schengensystemen te vergelijken met de relevante biometrische gegevens van Russische onderdanen, aangezien de GRU-agenten die verantwoordelijk waren voor de ontploffingen in 2014 in een munitieopslagplaats in Vrbětice ook betrokken waren bij andere vijandige operaties op Europese bodem en hun groep vrij naar de EU lijkt te reizen, teneinde te voorkomen dat deze personen onder valse voorwendselen de EU binnenkomen; verzoekt de lidstaten na te gaan welke andere identificatiemaatregelen kunnen worden genomen;

8. eist de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van Aleksej Navalny en van alle andere personen die zijn aangehouden tijdens protesten waarin om zijn vrijlating werd gevraagd; spreekt nogmaals zijn krachtige veroordeling uit voor de politiek gemotiveerde repressie tegen hem en zijn aanhangers door de Russische autoriteiten, die in strijd is met de internationale verplichtingen van Rusland; herinnert de Russische Federatie eraan dat zij er als lid van de Raad van Europa en de OVSE toe gehouden is de in het EVRM en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten verankerde fundamentele vrijheden, mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen;

9. herinnert de Russische autoriteiten en president Poetin persoonlijk, in zijn hoedanigheid van Russisch staatshoofd, eraan dat zij de volledige verantwoordelijkheid dragen voor het leven en de lichamelijke integriteit van Aleksej Navalny en alle nodige maatregelen moeten treffen om zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid en welzijn te beschermen; blijft er bij president Poetin en de Russische autoriteiten op aandringen een onderzoek in te stellen naar diegenen die verantwoordelijk zijn voor de poging tot moord op Aleksej Navalny en hen te berechten en ter verantwoording te roepen;

10. roept de Russische autoriteiten op om de pesterijen, de intimidatie, het geweld en de onderdrukking ten aanzien van onafhankelijke en dissidente stemmen een halt toe te roepen, de vrijheid van de media te eerbiedigen en een einde te maken aan de intimidatie van en druk op onafhankelijke media, zoals in het geval van onderzoeksjournalist Roman Anin;

11. verzoekt de Raad om actief op te treden tegen alle personen die verantwoordelijk zijn voor de vervolging, veroordeling en mishandeling van Aleksej Navalny en om aanvullende en gerichte beperkende maatregelen tegen hen te treffen in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU-Magnitsky-wet);

12. herinnert eraan dat het Europees Parlement de Russische bevolking steunt in haar strijd voor fundamentele vrijheden en mensenrechten, democratie en stabilisering van het Europese continent, de eerbiediging van alle internationale grenzen en de co-existentie en vreedzame samenwerking tussen de Europese Unie en de Russische Federatie; roept de Russische autoriteiten op te zorgen voor gelijke toegang en gelijke kansen voor alle democratische partijen bij de komende verkiezingen voor de Doema;

13. herhaalt zijn oproep aan de EU-instellingen en de lidstaten om de mensenrechtensituatie in de Russische Federatie nauwlettend te blijven volgen en rechtszaken te blijven volgen waarbij maatschappelijke organisaties, journalisten, politici van de oppositie en activisten betrokken zijn, met inbegrip van de zaak van Aleksej Navalny; dringt er bij de EU op aan meer steun te verlenen aan Russische dissidenten, niet-gouvernementele en maatschappelijke organisaties, en onafhankelijke media;

14. spreekt opnieuw zijn steun uit voor de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen; herhaalt dat het achter het EU-beleid staat om de illegale inlijving van de Autonome Republiek Krim en de stad Sebastopol niet te erkennen; is ingenomen met de maatregelen die de EU naar aanleiding van de illegale inlijving heeft genomen; roept op tot de onmiddellijke vrijlating van alle illegaal vastgehouden en gevangengenomen Oekraïense burgers op de Krim en in Rusland;

15. is van mening dat de Russische militaire opbouw aan de Oekraïense grens een gevaarlijke provocatie is met potentieel zeer zorgwekkende en gevaarlijke gevolgen; roept de Russische autoriteiten op om de terugtrekking van hun troepen en militaire uitrusting van de Oekraïense grens te bevestigen en onverwijld uit te voeren en om de spanningen onmiddellijk te de-escaleren in overeenstemming met hun internationale verplichtingen;

16. herinnert eraan dat de akkoorden van Minsk van fundamenteel belang zijn voor de oplossing van de crisis in Oekraïne en dringt er daarom bij de ondertekenaars op aan hun toezeggingen na te komen;

17. roept Rusland op een einde te maken aan zijn aanhoudende destabilisatie van Oekraïne, met name aan zijn acties in bepaalde gebieden van de regio’s Donetsk en Luhansk, de Krim en aan de grenzen van Oekraïne, en te stoppen met het conflict aan te wakkeren door financiële en militaire steun te verlenen aan de gewapende groeperingen die het land in Oost-Oekraïne ondersteunt; veroordeelt de rol van Rusland bij het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines in 2014 en de pogingen van het land om het onderzoek voortdurend te ondermijnen door opzettelijk desinformatie te verspreiden; herinnert aan de volledige steun van de internationale gemeenschap om gerechtigheid te doen geschieden voor de 298 slachtoffers van de neergehaalde vlucht MH17 en eist de volledige medewerking van Rusland bij het opsporen en het voor de rechter brengen van de verantwoordelijken;

18. roept Rusland op om de beginselen en toezeggingen van de OVSE inzake transparantie van militaire bewegingen te eerbiedigen, constructief samen te werken met de Tripartiete Contactgroep Oekraïne om het staakt-het-vuren te bevestigen en te reageren op de in hoofdstuk III van het document van Wenen vastgestelde procedure;

19. verzoekt Rusland om de ongehinderde en vrije doorvaart van alle schepen door de Straat van Kertsj naar en vanuit de Zee van Azov te garanderen, conform het internationaal recht;

20. onderstreept dat de EU duidelijk moet maken dat, indien de militaire aanwezigheid van Rusland uitmondt in het binnenvallen van Oekraïne, de prijs voor deze schending van het internationaal recht en de internationale normen hoog zal zijn; roept de EU en haar lidstaten op om meer inspanningen te leveren om de veiligheid en veerkracht van Oekraïne te helpen versterken;

21. is van mening dat de aanval door Rusland op Vrbětice, op het grondgebied van de Europese Unie, in combinatie met de situatie aan de Oekraïense grens en de behandeling van Aleksej Navalny, moet leiden tot een herbeoordeling van de algemene strategie van de EU ten aanzien van Rusland; dringt er bij de Raad op aan te reageren op de aanvallen en het vijandige gedrag van de Russische regering en de gerichte sanctieregelingen van de EU te versterken door de belangrijkste medestanders van president Poetin en de belangrijkste propagandisten van het regime aan de sanctielijst toe te voegen;

22. dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de huidige wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU-Magnitsky-wet) uit te breiden om corruptie aan te pakken; benadrukt dat Russische rijkdom en investeringen van onduidelijke oorsprong niet langer welkom zouden mogen zijn in de EU-lidstaten; roept de EU op meer inspanningen te leveren om de strategische investeringen van het Kremlin in de EU met het oog op subversie, ondermijning van democratische processen en instellingen en verspreiding van corruptie te beteugelen; blijft er bij Cyprus, Bulgarije en Malta op aandringen dat zij hun “gouden paspoort”-regelingen stopzetten;

23. roept de lidstaten en de hoge vertegenwoordiger op om met name voorrang te verlenen aan de paraatheid voor hybride dreigingen vanuit de Russische Federatie en om de capaciteiten van de lidstaten te versterken door de samenwerking te verbeteren en passende begrotingsmiddelen aan dit gebied toe te wijzen;

24. verzoekt de lidstaten om solidariteit en eenheid van optreden te tonen, hun positie ten aanzien van Rusland kritisch te herzien en op elkaar af te stemmen en de voortzetting van strategische projecten zoals Nord Stream 2 te heroverwegen; benadrukt bovendien dat de EU de trans-Atlantische solidariteit en coördinatie moet versterken bij het aanpakken van de uitdagingen in verband met de huidige regering van de Russische Federatie;

25. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede de president, de regering en de Staatsdoema van de Russische Federatie, en de president, regering en de Verkhovna Rada van Oekraïne.

 

Laatst bijgewerkt op: 28 april 2021Juridische mededeling - Privacybeleid