Ontwerpresolutie - B9-0588/2021/REV1Ontwerpresolutie
B9-0588/2021/REV1

ONTWERPRESOLUTIE over de grondrechten en de rechtsstaat in Slovenië, met name de vertraging bij de benoeming van aanklagers bij het EOM

15.12.2021 - (2021/2978(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig met artikel 132, lid 2, van het Reglement

Cyrus Engerer, Simona Bonafè, Birgit Sippel, Katarina Barley, Elena Yoncheva, Juan Fernando López Aguilar
namens de S&D-Fractie
Sophia in ’t Veld, Anna Júlia Donáth, Fabienne Keller, Michal Šimečka, Ramona Strugariu, Moritz Körner
namens de Renew-Fractie
Tineke Strik
namens de Verts/ALE-Fractie
Konstantinos Arvanitis
namens de Fractie The Left


Procedure : 2021/2978(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0588/2021
Ingediende teksten :
B9-0588/2021
Debatten :
Aangenomen teksten :

B9‑0588/2021

Resolutie van het Europees Parlement over de grondrechten en de rechtsstaat in Slovenië, met name de vertraging bij de benoeming van aanklagers bij het EOM

(2021/2978(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 2,

 gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 86,

 gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”),

 gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU),

 gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),

 gezien het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2020 van 30 september 2020 (COM(2020)0580) en het verslag over de rechtsstaat 2021 van 20 juli 2021 (COM(2021)0700),

 gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over het verslag over de rechtsstaat 2020 van de Commissie[1],

 gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”)[2],

 gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting (“de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat”)[3],

 gezien zijn resolutie van 7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten[4],

 gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van 17 november 2021 over het werkbezoek van een ad-hocdelegatie aan Slovenië van 13-15 oktober 2021 ter beoordeling van de eerbiediging van de waarden van de EU en de rechtsstaat,

 gezien de werkzaamheden van de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DFRMG) van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

 gezien het plenaire debat van het Europees Parlement van 25 november 2020 over de Hongaarse inmenging in de media in Slovenië en Noord-Macedonië,

 gezien de brieven die de Commissie op 15 februari, 29 april en 23 juni 2021 aan de minister van Justitie heeft gestuurd, waarin zij uiting gaf aan haar bezorgdheid over de afronding van de lopende nationale procedure voor de benoeming van de twee gedelegeerd Europees aanklagers, waarin bezorgdheid werd geuit over het feit dat de nationale procedure niet naar behoren is gevolgd,

 gezien de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Slovenië van 4 mei 2020 aan de commissaris voor Justitie, als reactie op de opstelling van het eerste jaarverslag van de Commissie over de rechtsstaat,

 gezien de brief van de premier van de Republiek Slovenië van 23 februari 2021 aan de voorzitter van de Commissie, in het kader van de voorbereiding van het Sloveense voorzitterschap van de Raad van de EU,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten de waarden zijn waarop de Europese Unie volgens artikel 2 VEU berust, waarden die de lidstaten gemeen hebben en die de EU en iedere afzonderlijke lidstaat in al hun beleid moeten eerbiedigen;

B. overwegende dat de rechtsstaat een van de gemeenschappelijke waarden is waarop de Unie is gegrondvest; overwegende dat de Commissie, samen met het Parlement en de Raad, op grond van de Verdragen verantwoordelijk is voor het waarborgen van de eerbiediging van de rechtsstaat als fundamentele waarde van de Unie, en ervoor moet zorgen dat het recht, de waarden en de beginselen van de Unie worden geëerbiedigd en nageleefd;

C. overwegende dat een doeltreffend, onafhankelijk en onpartijdig rechtsstelsel essentieel is voor het waarborgen van de rechtsstaat en de bescherming van de grondrechten en de burgerlijke vrijheden van de burgers in de Unie;

D. overwegende dat de verordening tot instelling van het EOM op basis van nauwere samenwerking tussen 22 lidstaten, waaronder Slovenië, is goedgekeurd op 12 oktober 2017 en in werking is getreden op 20 november 2017; overwegende dat het EOM, als onafhankelijk en gedecentraliseerd openbaar ministerie van de Europese Unie, de bevoegdheid heeft om misdrijven tegen de EU-begroting te onderzoeken, te vervolgen en te berechten, zoals fraude, corruptie of ernstige grensoverschrijdende btw-fraude;

E. overwegende dat het EOM zowel georganiseerd is op centraal als op nationaal niveau; overwegende dat het gedecentraliseerde niveau bestaat uit gedelegeerd Europees aanklagers in de deelnemende EU-landen, die zaken behandelen, onderzoeken uitvoeren en vervolgingen instellen in hun lidstaat van herkomst; overwegende dat de gedelegeerd Europees aanklagers een integrerend deel uitmaken van het EOM en als zodanig functioneel en juridisch onafhankelijk zijn bij het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten die onder de bevoegdheid van het EOM vallen;

F. overwegende dat het EOM de onderzoeks- en vervolgingstaken die bij Verordening (EU) 2017/1939 aan het EOM zijn opgedragen, heeft opgenomen op 1 juni 2021; overwegende dat ten minste twee gedelegeerd Europees aanklagers hadden moeten worden benoemd voor elke lidstaat vóór 1 juni 2021; overwegende dat Slovenië, als laatste deelnemend land en met aanzienlijke vertraging, twee gedelegeerd aanklagers heeft benoemd op 22 november 2021; overwegende dat deze voordrachten volgens de Sloveense regering slechts tijdelijk waren, in afwachting van de afronding van de nationale selectieprocedure; overwegende dat het college van het EOM op 24 november 2021 twee gedelegeerd Europees aanklagers uit Slovenië heeft benoemd voor een periode van vijf jaar; overwegende dat een lidstaat een gedelegeerd Europese aanklager niet kan ontslaan, noch tuchtrechtelijk tegen hem kan optreden om redenen die verband houden met zijn verantwoordelijkheden uit hoofde van de EOM-verordening, zonder de instemming van de Europese hoofdaanklager;

G. overwegende dat de minister van Justitie aansluitend op de benoeming van de twee gedelegeerd aanklagers bij het EOM een wetswijziging heeft aangekondigd, die is opgesteld door het kabinet van de premier en goedgekeurd in een versnelde procedure zonder de gebruikelijke raadpleging van deskundigen, waarbij voorzien wordt in discretionaire bevoegdheden voor het ministerie van Justitie om kandidaten voor te dragen in het geval dat een ontoereikend aantal kandidaten zich heeft aangemeld als reactie op de openbare oproep, waardoor de bevoegdheid overgeheveld wordt van de raad voor rechtsvervolging naar de regering;

H. overwegende dat dezelfde wetswijziging voorziet in overgangsbepalingen die de vervanging van gedelegeerde aanklagers bij het EOM mogelijk maakt binnen drie maanden na de inwerkingtreding van de wet;

I. overwegende dat openbaar aanklagers een integrerend deel uitmaken van het rechtsstelsel en een sleutelrol spelen bij het waarborgen van de rechtsstaat; overwegende dat het van essentieel belang is dat openbaar aanklagers onafhankelijk zijn en hun taken en verantwoordelijkheden kunnen uitvoeren zonder ongerechtvaardigde inmenging of druk; overwegende dat in Slovenië momenteel slechts 206 van de 258 beschikbare posten voor aanklagers bezet zijn; overwegende dat ten minste 15 gekozen openbaar aanklagers wachten op benoeming door de regering; overwegende dat de Commissie in het landenhoofdstuk over Slovenië van haar verslag over de rechtsstaat 2021 heeft verklaard dat benoemingen van openbaar aanklagers zonder rechtvaardiging zijn vertraagd;

J. overwegende dat mediavrijheid een van de pijlers en garanties is voor een goed functionerende democratie en de rechtsstaat; overwegende dat mediavrijheid, pluralisme en onafhankelijkheid van de media, en de veiligheid van journalisten cruciale onderdelen vormen van het recht van vrije meningsuiting en informatie, en essentieel zijn voor het functioneren van de democratie binnen de EU en haar lidstaten;

K. overwegende dat Slovenië de 36e plaats inneemt op de wereldindex voor persvrijheid van Verslaggevers zonder Grenzen van 2021 (de 18e plaats binnen de EU), waardoor het vier plaatsen gezakt is ten opzichte van vorig jaar, toen het de 32e plaats innam[5]; overwegende dat dit volgens het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021 betekent dat de mediavrijheid en bescherming van journalisten in het land verslechteren; overwegende dat de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa in haar memorandum van 4 juni 2021 opmerkt dat Slovenië beschikt over een levendig medialandschap en een levendig maatschappelijk middenveld, en dat de burgerrechten en politieke rechten, waaronder het recht op vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vreedzame vergadering, in het algemeen wettelijk en in werkelijkheid worden beschermd; overwegende dat de commissaris voor de mensenrechten ook wijst op het feit dat de omstandigheden die de mediavrijheid in Slovenië schragen, het afgelopen jaar zijn verslechterd, en dat in de afgelopen 13 maanden 13 waarschuwingen over Slovenië zijn gepubliceerd op het platform van de Raad van Europa; overwegende dat dit een aanzienlijke toename is ten opzichte van de voorgaande jaren[6];

L. overwegende dat het Sloveense persagentschap (STA), als nationale en openbare informatieverstrekker, een belangrijke rol speelt bij het waarborgen van mediavrijheid en pluriformiteit van de media in het land; overwegende dat de onafhankelijkheid van het agentschap, zonder politieke inmenging en met stabiele financiering, van het grootste belang is voor de openbare dienst die het verleent; overwegende dat in artikel 3 van de STA-wet duidelijk is vastgesteld dat de staat verplicht is de institutionele autonomie, de redactionele onafhankelijkheid en de adequate financiering van de STA te waarborgen voor het uitvoeren van zijn taak als publieke dienst;

M. overwegende dat volgens de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa de desbetreffende wetgeving in Slovenië geen oplossing biedt voor het belangenconflict tussen mediaeigenaren en politieke partijen; overwegende dat het gebrek aan transparantie en specifieke verplichtingen voor overheidsinstanties om verslag uit te brengen over de bedragen die de staat of staatsbedrijven besteden aan reclame in de media, de kwestie doet rijzen van de mogelijke politieke instrumentalisering van overheidsreclame; overwegende dat een herziening van de wetgeving inzake media en audiovisuele diensten nog moet worden uitgevoerd; overwegende dat volgens het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021 de door de regering in juli 2020 gepubliceerde ontwerpwijzigingen van de wet op de massamedia, als zij werden goedgekeurd, de transparantie van media-eigendom zouden verbeteren;

N. overwegende dat de Sloveense regering, ondanks haar wettelijke verplichting om een overheidssubsidie te betalen, in 2021 gedurende 312 dagen de financiering van de STA voor het verlenen van haar openbare dienst heeft ingehouden; overwegende dat de STA bij de rechtbank een verzoek heeft ingediend tot uitvoering van de betaling voor het verlenen van haar openbare dienst; overwegende dat de STA en het communicatiebureau van de regering (UKOM) op 8 november 2021 een openbaredienstcontract voor de verlening van openbare diensten hebben ondertekend voor november en december 2021; overwegende dat UKOM op 17 november 2021 676 000 EUR heeft betaald voor de openbaredienstverlening door de STA in de periode januari-april; overwegende dat bovendien 140 000 EUR is betaald voor de openbaredienstverlening door de STA in de maand augustus; overwegende dat ten minste 507 000 EUR aan verzoeken om financiering van de openbare dienst onbetaald blijft;

O. overwegende dat de Vereniging van Sloveense journalisten samen met de STA in 2021 385 132 EUR heeft ingezameld in haar twee crowdfundingcampagnes met de naam #zaobSTAnek[7] om een faillissement te voorkomen, aangezien het voortbestaan van het professionele en zelfstandige agentschap en de baan van ongeveer 100 werknemers ernstig gevaar liepen;

P. overwegende dat momenteel over het openbaredienstcontract voor 2022 wordt onderhandeld tussen de STA en UKOM; overwegende dat op 12 november 2021 in een gezamenlijke verklaring[8] van Media Freedom Rapid Response, die ondertekend is door het Europees Centrum voor pers- en mediavrijheid (ECPMF), de Europese Federatie van Journalisten (EFJ), Free Press Unlimited (FPU), het Internationaal Persinstituut (IPI) en OBC Transeuropa (OBCT), een waarschuwing is afgegeven over de financiële levensvatbaarheid van de STA op lange termijn en bezorgdheid is geuit over het feit dat het nieuwe toezicht van UKOM op de financiële activiteiten van de STA een inbreuk kan inhouden op de redactionele onafhankelijkheid, waaraan werd toegevoegd dat de commerciële voorwaarden overeenkomstig het ondertekende akkoord een verzwakking inhouden van de duurzaamheid van het bedrijfsmodel van de STA overeenkomstig het huidige contract, aangezien passende en billijke financiering met waarborging van de redactionele onafhankelijkheid, als voorgeschreven bij wet, van vitaal belang is;

Q overwegende dat online intimidatie, bedreigingen en rechtszaken tegen journalisten, met name gericht tegen vrouwelijke journalisten, door prominente politici en publieke figuren , waaronder regeringsleden, in Slovenië blijven toenemen; overwegende dat melding is gemaakt van gevallen van politieke inmenging in de media in Slovenië; overwegende dat journalisten nog steeds worden geconfronteerd met belemmeringen bij het verkrijgen van toegang tot openbare informatie en documenten;

R. overwegende dat er geen transparante en duidelijke reeks beginselen bestaat voor de distributie van reclame aan mediakanalen door nationale, regionale en lokale overheden; overwegende dat de situatie voor lokale media bijzonder weinig transparant is; overwegende dat de economische situatie van de media in Slovenië is verslechterd tijdens de COVID-19-pandemie en dat geen specifieke maatregelen zijn genomen om de gevolgen ervan voor mediakanalen te verlichten;

S. overwegende dat in de monitor voor de pluriformiteit van de media 2021 van het Europees Universitair Instituut en door verschillende belanghebbenden bezorgdheid is geuit over de financiële situatie van de nationale omroep RTV Slovenia en over politieke druk erop; overwegende dat de EFJ en Media Freedom Rapid Response bezorgdheid hebben geuit over de voorgestelde wijzigingen in de nieuwsprogrammering van de Sloveense publieke televisiezender RTV Slovenia, die ertoe kunnen leiden dat de omroep minder goed in staat is het publiek te informeren en toezicht uit te oefenen op personen met een machtspositie[9];

T. overwegende dat Slovenië, samen met bepaalde andere lidstaten, de richtlijn audiovisuele mediadiensten (Richtlijn (EU) 2018/1808) en het Europees wetboek voor elektronische communicatie (Richtlijn (EU) 2018/1972) nog niet volledig ten uitvoer heeft gelegd, met name wat de onafhankelijkheid betreft van de nationale regelgevende instantie voor de mediamarkt, en de aangescherpte regels ter bestrijding van het aanzetten tot geweld of haat of ter bevordering van een veiliger, eerlijker en diverser audiovisueel landschap;

U. overwegende dat melding is gemaakt van aanhoudende bezorgdheid over druk op onafhankelijke overheidsinstellingen en op de media, met inbegrip van lastercampagnes, smaad, strafrechtelijke onderzoeken en strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) door prominente publieke figuren en politici, waaronder regeringsleden; overwegende dat Slovenië eerroof niet volledig heeft gedecriminaliseerd, hetgeen een remmend effect kan hebben op de vrijheid van meningsuiting en op de melding van misbruik door personen met een openbaar ambt, en kan leiden tot zelfcensuur;

V. overwegende dat de beperkende maatregelen ter bestrijding van de verspreiding van de COVID-19-pandemie meestal zijn vastgesteld in de vorm van verordeningen en decreten, maar minder vaak in de vorm van wetten en handelingen; overwegende dat diverse decreten van de Sloveense regering en wettelijke bepalingen in verband met beperkende maatregelen ongrondwettig zijn verklaard door het constitutioneel hof, hetzij omdat zij in strijd zijn met het evenredigheidsbeginsel, hetzij omdat zij geen rechtsgrondslag hebben;

W. overwegende dat de Commissie in het landenhoofdstuk over Slovenië van haar verslag over de rechtsstaat 2020 en 2021 heeft geconstateerd dat voldoende middelen voor de raad voor de rechtspraak en de raad voor rechtsvervolging een belangrijke voorwaarde zijn voor het onafhankelijk en doeltreffend functioneren van deze autonome organen;

X. overwegende dat een recordaantal zaken aanhangig is gemaakt bij het constitutioneel hof; overwegende dat een aantal uitspraken van het constitutioneel hof niet binnen de vereiste termijn zijn uitgevoerd;

Y. overwegende dat er naar verluidt sprake is van politieke inmenging bij autoriteiten die bevoegd zijn voor onderzoek en vervolging, met name de nationale recherche (National Bureau of Investigation NBI); overwegende dat de administratieve rechtbank in oktober 2020 uitspraak heeft gedaan over de onwettigheid van het ontslag van de voormalig directeur van het NBI, en dat de beroepsprocedure tegen deze uitspraak lopende is; overwegende dat in het landenhoofdstuk over Slovenië van het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021 wordt gesteld dat de onderzoeken van het bureau naar zaken van corruptie op hoog niveau nog niet tot concrete resultaten hebben geleid;

Z. overwegende dat de regering een nieuwe, gewijzigde wet inzake de organisatie en het werk bij de politie heeft goedgekeurd, die sinds 13 november 2021 van kracht is en overgangsbepalingen bevat die bepalen dat hoge politiefunctionarissen hun functie met onmiddellijke ingang niet langer vervullen, waarmee een einde wordt gemaakt aan het dienstverband van ongeveer 130 politiechefs, waaronder de directeuren van de geüniformeerde en gerechtelijke politie, de directeuren van alle acht politieadministraties en 110 commandanten van een politiebureau; overwegende dat wijzigingen in de politiewet de procedures wijzigen die van toepassing zijn op het moment waarop de openbaar aanklager een zaak in behandeling neemt, hetgeen gevolgen kan hebben voor de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie; overwegende dat in 2021 drie directeuren van het NBI zijn ontslagen en dat diverse belangrijke veranderingen hebben plaatsgevonden in de hogere echelons van de politie, waaronder het onrechtmatige ontslag van de directeur van de nationale politie-eenheid; overwegende dat de minister van Binnenlandse Zaken en de directeur-generaal van de politie tot dusver geen uitvoering hebben gegeven aan uitspraak nr. 82/2020-33 met betrekking tot dit onrechtmatige ontslag[10];

AA. overwegende dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld volgens het landenhoofdstuk over Slovenië in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021 “ingeperkt” is; overwegende dat melding is gemaakt van lastercampagnes tegen niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), met name via sociale media; overwegende dat maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met migranten, mediageletterdheid of mensenhandel met name te maken hebben gehad met deze campagnes; overwegende dat volgens gegevens van de Sloveense nationale ngo-koepel CNVOS alleen ngo’s die de status hebben gekregen van organisatie die werkt voor het algemeen belang, erin slagen publieke middelen te verkrijgen; overwegende dat de financiering voor ngo’s is verhoogd van 372 miljoen EUR in 2019 tot 416 miljoen EUR in 2020, en overwegende dat de regering diverse wetswijzigingen heeft doorgevoerd om ngo’s tijdens de pandemie te ondersteunen[11];

AB. overwegende dat het hooggerechtshof van Slovenië heeft geconcludeerd dat het gedrag van de Sloveense politie in het geval van een asielzoeker die het slachtoffer was van een kettingpushback illegaal is en in strijd met het verbod op collectieve uitzetting, het verbod op foltering en het recht van de verzoeker op toegang tot asielprocedures[12];

AC. overwegende dat een delegatie van de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (Democracy, Rule of Law and Fundamental Rights Monitoring Group, DRFMG) van 13 tot 15 oktober 2021 Slovenië heeft bezocht en tot de conclusie is gekomen dat de openbare instellingen over het algemeen goed functioneren, met name het constitutioneel hof, de commissaris voor gegevensbescherming en de hoogste openbare aanklager; overwegende dat de delegatie tegelijkertijd ernstige bezorgdheid heeft geuit over andere kwesties die in deze resolutie aan de orde komen;

1. acht het van essentieel belang dat de volledige eerbiediging van de in artikel 2 VEU vermelde gemeenschappelijke Europese waarden wordt gewaarborgd;

2. is ernstig bezorgd over het niveau van het publieke debat, het klimaat van vijandigheid, het wantrouwen en de diepe polarisatie in Slovenië, waardoor het vertrouwen in overheidsinstanties en tussen de instanties onderling is uitgehold; onderstreept dat prominente publieke figuren en politici, waaronder regeringsleden, het goede voorbeeld moeten geven en moeten zorgen voor een respectvol en beschaafd openbaar debat dat vrij is van intimidatie, aanvallen, belastering en pesterijen;

3. is na een vertraging van zes maanden ingenomen met de benoeming van de twee gedelegeerd aanklagers uit Slovenië in het college van het EOM op 24 november 2021, waardoor het EOM nu volledig is samengesteld en gedelegeerd aanklagers zijn benoemd door alle deelnemende lidstaten; is van mening dat een volledig functionerend EOM van cruciaal belang is voor het beschermen van de integriteit van de EU-begroting en het waarborgen van de vervolging van misdrijven die de financiële belangen van de EU schaden; uit zijn bezorgdheid over de door het ministerie van Justitie voorgestelde wijzigingen in de wetgeving inzake openbare aanklagers, die retroactieve wijzigingen van de benoemingscriteria voor aanklagers mogelijk zouden maken en tot het risico zouden leiden dat de twee pas benoemde gedelegeerd aanklagers van het EOM uit Slovenië worden ontslagen[13]; verzoekt de regering van Slovenië te zorgen voor een doeltreffende structurele werking van het EOM in Slovenië, overeenkomstig de regels van de EOM-verordening;

4. verzoekt de regering de benoemingsprocedure voor de nationale aanklagers die momenteel wachten op bevestiging, zo spoedig mogelijk af te ronden; neemt kennis van de verhoging van de middelen van de raad voor de rechtspraak en de raad voor rechtsvervolging en onderstreept dat het belangrijk is dat deze zelfbesturende organen financiële autonomie genieten en dat hun adequate middelen worden toegewezen;

5. neemt kennis van de hervatting van de overheidsbetalingen aan de STA; onderstreept dat het belangrijk is dat het agentschap financieel levensvatbaar is op lange termijn om zijn taken onafhankelijk te kunnen uitvoeren;

6. verzoekt de regering haar overheidsfinanciering van de STA, die zij wettelijk verplicht is te verstrekken, te hervatten en deze betalingen regelmatig en in volledige overeenstemming met de nationale wetgeving uit te voeren; verzoekt de regering de redactionele onafhankelijkheid van het agentschap te waarborgen;

7. uit zijn bezorgdheid over alle aanvallen, lastercampagnes, smaad, strafrechtelijke onderzoeken of SLAPP’s door prominente publieke figuren en politici, waaronder regeringsleden, met name wanneer deze afkomstig zijn van autoriteiten en overheidsfunctionarissen, en roept alle actoren op dergelijke acties stop te zetten; verzoekt de Sloveense regering te zorgen voor voldoende financiering voor de publieke televisiezender RTV Slovenia, alle politieke inmenging en druk op haar redactioneel beleid stop te zetten en de onafhankelijkheid van deze omroep te waarborgen; dringt er bij de autoriteiten op aan de transparantie van media-eigendom te verbeteren, duidelijke regels vast te stellen voor de bedragen die de staat of staatsbedrijven besteden aan reclame en ervoor te zorgen dat het publiek en journalisten naar behoren toegang hebben tot openbare informatie;

8. wijst op de door de regering in juli 2020 voorgestelde wijzigingen, die eind 2021 moesten worden goedgekeurd, en die, indien zij goedgekeurd zouden worden, de transparantie van media-eigendom zouden vergroten; verzoekt de Sloveense regering, de nationale vergadering en de nationale raad hun beraadslagingen over de wet op de massamedia, die in behandeling is, te bespoedigen; onderstreept voorts het feit dat duidelijke regels nodig zijn voor de toewijzing van overheidsadvertenties om ervoor te zorgen dat het publiek en journalisten effectieve toegang hebben tot openbare informatie;

9. uit zijn bezorgdheid over de aanhoudende praktijk van regeren per decreet, en dus zonder parlementaire controle, en is met name bezorgd over de noodzaak en evenredigheid van de huidige buitengewone maatregelen in de context van de COVID‑19-pandemie; merkt op dat veel decreten van de regering geen duidelijke rechtsgrondslag hebben en vaak niet worden gepubliceerd in het staatsblad;

10. merkt op dat het wettelijke en institutionele kader voor de preventie en bestrijding van corruptie verder is verbeterd, hetgeen met name tot uiting komt in wetswijzigingen die de onafhankelijkheid, de organisatie en het functioneren van de commissie voor corruptiepreventie hebben verbeterd, ondanks het feit dat de personele middelen van de commissie nog steeds beperkt zijn, en die het wettelijke kader voor lobbyactiviteiten, de bescherming van klokkenluiders en vermogensverklaringen hebben versterkt; merkt op dat de vorige strategie grotendeels is uitgevoerd, maar blijft bezorgd over het gebrek aan doeltreffende handhaving van de regels inzake corruptiebestrijding en het feit dat sommige maatregelen nog hangende zijn en dat er nog geen nieuw plan is goedgekeurd, alsmede over de capaciteit voor doeltreffende onderzoeken en het lage aantal veroordelingen in corruptiezaken, met name voor zaken op hoog niveau;

11. verzoekt de Sloveense regering erop toe te zien dat de wijzigingen in de politiewet op geen enkele wijze leiden tot ongepaste politieke inmenging of afbreuk doen aan de capaciteit van de politiediensten en/of de rol en onafhankelijkheid van het openbaar ministerie; verzoekt de Sloveense regering voldoende middelen ter beschikking te stellen om de autoriteiten in staat te stellen hun taken volledig en zonder onnodige belemmeringen uit te voeren;

12. beveelt de autoriteiten aan meer inspanningen te leveren om belangrijke mensenrechtenkwesties aan te pakken die van invloed zijn op asielzoekers en migranten, Roma, “uitgewiste” personen en mensen die in armoede leven[14];

13. is verheugd over de nieuwe accreditatie van de ombudsdienst voor de mensenrechten als een nationaal mensenrechteninstituut met A-status, in overeenstemming met de Beginselen van Parijs, nadat de dienst sinds 2015 inspanningen had verricht om deze status te verkrijgen;

14. dringt er bij de regering op aan de Sloveense grondwet en het EU- en internationaal recht en de internationale verplichtingen ten volle te eerbiedigen;

15. is van mening dat alle lidstaten het EU-recht volledig moeten naleven in hun wetgevende en administratieve praktijken en de rechtsstaat en het beginsel van de scheiding der machten volledig moeten eerbiedigen;

16. verzoekt Slovenië de richtlijn audiovisuele mediadiensten (Richtlijn (EU) 2018/1808) en het Europees wetboek voor elektronische communicatie (Richtlijn (EU) 2018/1972) onverwijld om te zetten in nationaal recht; verzoekt Slovenië voorts Richtlijn (EU) 2019/1937 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (EU-klokkenluidersrichtlijn) om te zetten in nationaal recht;

17. verzoekt de Sloveense regering de uitspraken van het constitutioneel hof snel en volledig ten uitvoer te leggen; verzoekt de Sloveense regering te zorgen voor voldoende financiering voor de raad voor de rechtspraak en de raad voor rechtsvervolging, het constitutioneel hof en het hooggerechtshof en hun financiële autonomie te eerbiedigen, zodat deze organen voor zelfbestuur en onafhankelijke instellingen onafhankelijk en doeltreffend kunnen functioneren;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, de president, de regering en het parlement van Slovenië en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

 

Laatst bijgewerkt op: 15 december 2021
Juridische mededeling - Privacybeleid