Ontwerpresolutie - B9-0163/2022Ontwerpresolutie
B9-0163/2022

ONTWERPRESOLUTIE over de behoefte aan een dringend EU-actieplan om voedselzekerheid binnen en buiten de EU te waarborgen in het licht van de Russische invasie in Oekraïne

16.3.2022 - (2022/2593(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Ulrike Müller, Søren Gade, Nils Torvalds
namens de Renew-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0160/2022

Procedure : 2022/2593(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0163/2022
Ingediende teksten :
B9-0163/2022
Aangenomen teksten :

B9‑0163/2022

Resolutie van het Europees Parlement over de behoefte aan een dringend EU-actieplan om voedselzekerheid binnen en buiten de EU te waarborgen in het licht van de Russische invasie in Oekraïne

(2022/2593(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Russische Federatie op 24 februari 2022 een niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde invasie van Oekraïne is gestart, waarbij sprake is van een duidelijke schending van het internationaal recht; overwegende dat de voortdurende en afschuwelijke aanvallen op Oekraïense burgers een ernstige inbreuk zijn op het Verdrag van Genève en oorlogsmisdaden vormen;

B. overwegende dat voedselproductie en toegang tot voedsel niet mogen worden gebruikt als geopolitiek wapen;

C. overwegende dat het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) en het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) onder meer tot doel hebben de EU-markt te voorzien van levensmiddelen met een hoge voedingswaarde, de afhankelijkheid van de EU-markt van ingevoerde levensmiddelen te verminderen en ervoor te zorgen dat levensmiddelen tegen redelijke prijzen aan de consument worden geleverd; overwegende dat de COVID-19-pandemie en nu de Russische invasie van Oekraïne het nog duidelijker hebben gemaakt dat de EU haar voedselzekerheid moet versterken en haar afhankelijkheid van basisproducten die worden ingevoerd door één of te weinig leveranciers van buiten de EU moet verminderen;

D. overwegende dat deze situatie en de legitieme sancties die aan Rusland zijn opgelegd, zullen leiden tot een aanzienlijke cumulatieve verstoring van de mondiale landbouw-, visserij- en aquacultuurmarkten, naast de COVID-19-crisis en de recente aanzienlijke stijgingen van de kosten van basisproducten, met name wat betreft de markten voor granen en plantaardige olie, aangezien Oekraïne en Rusland goed zijn voor ongeveer 30 % van de wereldhandel in tarwe, 32 % van die in gerst, 17 % van die in maïs en meer dan 50 % van die in zonnebloemolie en 20 % van de wereldhandel in zonnebloempitten, en wat betreft de toegang tot meststoffen en de basisproducten die nodig zijn voor de productie van meststoffen;

E. overwegende dat de EU in het bijzonder afhankelijk is van Oekraïne voor de levering van maïs, koolzaad, tarwe, zonnebloempitten en zonnebloemkoeken, en dat Rusland ook een belangrijke bron van invoer is van tarwe, raapzaadkoek, zonnebloempitten en zonnebloemkoek, waarvan het merendeel wordt gebruikt als voeder voor de veeteeltsector;

F. overwegende dat verscheidene lidstaten hebben aangegeven dat zij gezien de huidige percentages het risico lopen dat zij tegen Pasen door hun diervoedervoorraden heen zijn;

G. overwegende dat Oekraïne en Rusland nog belangrijkere leveranciers van basisvoedingsmiddelen zijn voor landen in Azië, Afrika en het Midden-Oosten, met name Egypte, dat meer dan 50 % van al zijn graan voor brood invoert, en India, dat bijna twee derde van zijn vraag naar eetbare oliën op de wereldmarkt invoert; overwegende dat prijsstijgingen in deze landen, hoe klein ook, grote gevolgen zullen hebben voor het aanbod van basislevensmiddelen voor de algemene bevolking; benadrukt dat dit niet alleen een voedselzekerheidsprobleem is, maar ook kan leiden tot een sociale crisis in de zuidelijke buurlanden van de EU;

H. overwegende dat de Russische invasie van Oekraïne rechtstreekse gevolgen zal hebben voor de aanhoudende voedselcrises wereldwijd; overwegende dat alleen al meer dan de helft van de tarwe die in het kader van het Wereldvoedselprogramma wordt gebruikt uit Oekraïne afkomstig is;

I. overwegende dat de EU niet alleen sterk afhankelijk is van de invoer van meststoffen uit Rusland, maar dat de afhankelijkheid van de Unie van de invoer van fossiele energie voor de productie van meststoffen en van potas uit Belarus zal leiden tot een aanzienlijke verstoring van de voorziening in een tijd waarin de meststofprijzen het afgelopen jaar met 142 % zijn gestegen en energie en meststoffen 20 % van de productiekosten van landbouwers uitmaken[1]; overwegende dat gas goed is voor 60 % tot 80 % van de productiekosten van de belangrijkste stikstofhoudende meststoffen[2]; overwegende dat de hoge gasprijzen reeds hebben geleid tot de tijdelijke sluiting van bepaalde installaties in de meststoffenindustrie; overwegende dat er reeds gevallen zijn waarin bedrijven die meststoffen produceren, bestellingen van landbouwers hebben afgewezen vanwege een gebrek aan grondstoffen;

J. overwegende dat veel meststoffen afkomstig zijn van organische voedingsbronnen en dat deze producten momenteel niet worden gebruikt ter vervanging van kunstmest; overwegende dat een groter gebruik ervan een oplossing zou kunnen zijn om de afhankelijkheid van de Unie van kunstmest te verminderen en tegelijkertijd de doelstellingen van de Green Deal te verwezenlijken;

K. overwegende dat de brandstofprijzen in de Europese Unie aanzienlijk zijn gestegen en in veel lidstaten een historisch hoog niveau hebben bereikt; overwegende dat voortzetting van deze trend zal leiden tot een onhoudbare economische situatie voor landbouwers en vissers, bijvoorbeeld in het geval van vissersvaartuigen waarvan de inkomsten uit visserijactiviteiten op zee nauwelijks meer kostendekkend zijn;

L. overwegende dat de visserij-, aquacultuur- en verwerkingssectoren in de EU hoogwaardige visserijproducten leveren en een essentiële rol spelen bij het waarborgen van de mondiale voedselzekerheid; overwegende dat de visserijsector lange tijd heeft geholpen Europese consumenten te voorzien van kwaliteitsproducten die aan hoge normen inzake voedselveiligheid en voedingswelzijn voldoen, en dat de sector nu wereldwijd toonaangevend is op het gebied van duurzaamheid;

M. overwegende dat de gevolgen voor de consumentenvoedselprijzen in aanmerking moeten worden genomen in de context van de gevolgen van de COVID-19-pandemie, die reeds vóór het begin van de oorlog tot prijsstijgingen heeft bijgedragen; overwegende dat de voedselprijzen in de EU in januari 2022 4,7 % hoger waren dan in dezelfde maand van het voorgaande jaar[3]; overwegende dat veel lidstaten, en met name Midden- en Oost-Europese landen, te maken hebben met nog hogere stijgingen van de voedselprijzen;

N. overwegende dat Rusland de op vijf na grootste handelspartner van Europa is wat betreft de waarde van de EU-uitvoer van agrovoedingsmiddelen[4]; overwegende dat de handelsverstoringen en de opgelegde sancties verzachtende maatregelen zullen vereisen, waaronder de totstandbrenging van alternatieve markten voor landbouwproducten uit de EU;

O. overwegende dat de Russische invasie van Oekraïne gevolgen heeft voor de arbeidsmarkt, wat de voedselproductie verder kan beïnvloeden;

P. overwegende dat de Commissie op 9 maart 2022 de eerste bijeenkomst heeft gehouden van het onlangs opgerichte Europese mechanisme voor paraatheid en respons op voedselzekerheidscrises (EFSCM) om de voedselzekerheid, de gevolgen van de stijging van de energieprijzen en de prijzen van basisproducten en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne te bespreken; overwegende dat dit mechanisme tot doel heeft de crisisparaatheid te vergroten door de coördinatie te verbeteren en beste praktijken uit te wisselen;

Q. overwegende dat de Commissie en de lidstaten naar aanleiding van de annexatie van de Krim door Rusland en de daaropvolgende sancties verschillende maatregelen hebben genomen om de negatieve gevolgen voor de landbouw-, visserij- en aquacultuurmarkten van de EU tegen te gaan;

1. uit zijn diepe bezorgdheid over de gevolgen die deze verstoring van de landbouw-, visserij- en aquacultuurprocessen zal hebben voor de voedselzekerheid van de Oekraïense bevolking en dringt er bij de Commissie en de internationale gemeenschap op aan alle getroffen regio’s en steden via alle mogelijke fora, zoals de Commissie inzake Wereldvoedselzekerheid, een solide langetermijnprogramma voor humanitaire voedselhulp te bieden en de coördinatie daarvan op zich te nemen, teneinde het gebrek aan Oekraïense voedselproductie en de verstoring van de voedselketen te compenseren;

2. onderstreept dat het belangrijk is een einde te maken aan de door Rusland geïnitieerde oorlog, de vrede te waarborgen en de stabiliteit in Oekraïne te herstellen, zodat de Oekraïense landbouwsector kan herstellen en de voedselzekerheid van het land kan worden gewaarborgd; dringt er bij de EU op aan al het mogelijke in het werk te stellen om het herstel van de Oekraïense landbouw te ondersteunen en om een ononderbroken inzaai in Oekraïne te waarborgen door de verstrekking van schaarse zaden en meststoffen;

3. merkt met grote bezorgdheid op dat een verlenging van deze oorlog zou betekenen dat landen die afhankelijk zijn van de uitvoer van betaalbare tarwe uit Oekraïne de komende maanden met grote tekorten kunnen worden geconfronteerd, met name in ontwikkelingslanden en de minst ontwikkelde partnerlanden die reeds vóór deze nieuwe crisis met acute ondervoeding te kampen hadden; verzoekt de Commissie en de lidstaten actie te ondernemen om deze landen op korte termijn dringend te ondersteunen, door steun te verlenen aan lokale gemeenschappen, autoriteiten en ngo’s om de dringende behoefte aan voedsel te verzachten en de steun aan deze landen te blijven vergroten teneinde grotere voedselschaarste in blootgestelde regio’s te voorkomen, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare gemeenschappen, en teneinde hun voedselvoorzieningsketens op middellange tot lange termijn veerkrachtiger te maken door hun landbouwsector te versterken via de nexusbenadering van het humanitaire en ontwikkelingsbeleid van de EU; verzoekt de internationale gemeenschap, met inbegrip van de lidstaten, informatie uit te wisselen over voorraden, oogsten en de beschikbaarheid van voedsel, om te proberen de leveringsproblemen wereldwijd te compenseren en een wereldwijde voedselcrisis te voorkomen;

4. onderstreept dat landen in de buurt van het conflictgebied, landen met kwetsbare economieën in ontwikkeling en landen die de meerderheid van de Oekraïense vluchtelingen opvangen, het zwaarst zullen worden getroffen door de oorlog in Oekraïne; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze landen te ondersteunen en ervoor te zorgen dat er voldoende voedselvoorraden beschikbaar zijn;

5. benadrukt dat de aanpak van de EU op het gebied van voedselzekerheid dringend moet worden herzien, dat de algehele afhankelijkheid van het EU-voedselsysteem moet worden verminderd, dat de veerkracht van de voedselvoorzieningsketen moet worden vergroot, met name wat betreft de toegang tot basisproducten, en dat de zwakke punten moeten worden aangepakt die zijn blootgelegd door een te grote afhankelijkheid van de invoer van energie, diervoeder en meststoffen van één of te weinig leveranciers en een gebrek aan diversificatie van de toeleveringsketens; merkt op dat er maatregelen moeten worden overwogen in de hele voedselvoorzieningsketen die verder gaan dan het adequate productieniveau, teneinde de gevolgen voor de prijs van grondstoffen en de betaalbaarheid van voedsel aan te pakken;

6. benadrukt dat de doelstellingen van de “van boer tot bord” -strategie en de bredere Green Deal niet mogen worden ondermijnd bij de onmiddellijke stappen om onze veerkracht te vergroten om meer zelfvoorzienend te worden met betrekking tot basisproducten; benadrukt dat maatregelen ter vergroting van de efficiëntie van het gebruik van basisproducten en de beschikbaarheid van duurzamere alternatieven en praktijken en maatregelen om voedselverspilling aan te pakken, zoals uiteengezet in de “van boer tot bord” -strategie en de Green Deal, waardoor de afhankelijkheid van basisproducten zoals schadelijke gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest wordt verminderd, de bouwstenen vormen voor het waarborgen van een robuuste landbouwsector en agrovoedingsketen in de EU op middellange tot lange termijn;

7. wijst er echter op dat de doelstellingen en streefdoelen van de “van boer tot bord”-strategie eerst aan een uitgebreide effectbeoordeling moeten worden onderworpen en dat de medewetgevers bij de uitvoering van de routekaarten die leiden tot de verwezenlijking van de “van boer tot bord”-doelstellingen, de voorwaarden zullen moeten vaststellen om een daling van het landbouwproductieniveau in Europa of het weglekken van emissies te voorkomen; benadrukt dat in het licht van de aanhoudende oorlog in Oekraïne en de verdere druk op de voedselketens van de EU in de landbouw, visserij en aquacultuur, de urgentie om al deze gevolgen te bestuderen is toegenomen, dat de mogelijke gevolgen voor de voedselzekerheid zorgvuldig moeten worden beoordeeld en dat ook opdracht moet worden gegeven tot een alomvattend onderzoek naar de afhankelijkheid van ons voedselsysteem van basisproducten en de bronnen ervan;

8. verzoekt de deskundigengroep van het EFSCM vaart te zetten achter de structurele werkzaamheden met betrekking tot het in kaart brengen van de risico’s en kwetsbaarheid van de voedselvoorzieningsketen van de EU en haar kritieke infrastructuur, en verzoekt om duidelijke en snelle communicatie- en informatiekanalen met betrekking tot de noodplanning om het volledige potentieel van de EU op het gebied van voedselvoorziening en voedselzekerheid te waarborgen en om de afhankelijkheid van de landbouw van de EU van invoer en basisproducten te verminderen, en tegelijkertijd een positieve bijdrage te leveren aan de algemene handelsbalans van de Unie;

9. vraagt de Commissie om onverwijld een gedetailleerd actieplan op te stellen ter waarborging van de voedselzekerheid in de EU, waarbij zo nodig wordt voortgebouwd op de lering die is getrokken uit het in november 2021 ingediende noodplan, en om de tekortkomingen aan te pakken die aan het licht zijn gekomen door een te grote afhankelijkheid van de invoer van energie, diervoeder en meststoffen van één of te weinig leveranciers en een gebrek aan diversificatie van de toeleveringsketens;

10. merkt op dat dit actieplan een kans biedt om vaart te zetten achter de verwezenlijking van de doelstellingen van de Green Deal, die de robuustheid van de voedselvoorzieningsketens van de EU binnen een groene circulaire economie zal versterken en landbouwers, vissers en belanghebbenden in de voedselvoorzieningsketen zal stimuleren om over te stappen op duurzamere, efficiëntere en zelfvoorzienende productiemethoden en -instrumenten door meer gebruik te maken van innovatieve instrumenten, teelttechnologieën en duurzame processen en praktijken, wat allemaal zal helpen om de afhankelijkheid van de EU van ingevoerde basisproducten te verminderen, onder meer door het gebruik van kortetermijninvesteringen om de toepassing van technologieën en praktijken die gericht zijn op de verwezenlijking van de doelstellingen van de “van boer tot bord” -strategie op te schalen;

11. verzoekt de lidstaten maatregelen te nemen en gebruik te maken van de beschikbare instrumenten om hun voedselvoorzieningsketens te versterken; dringt erop aan dat de genomen maatregelen de integriteit van de interne markt niet in gevaar mogen brengen, geen afbreuk mogen doen aan maatregelen om de veerkracht van de voedselvoorzieningsketen in de hele EU te versterken, en de afhankelijkheid van Russische energiebronnen niet mogen vergroten;

12. benadrukt dat het belangrijk is het probleem van voedselverspilling in alle stadia van de keten op korte termijn aan te pakken om de druk op de voedselvoorziening in Europa te verminderen; dringt er nogmaals op aan om de maatregelen te nemen die nodig zijn om de EU-doelstelling van 30 % minder voedselverspilling tegen 2025 en 50 % minder voedselverspilling tegen 2030 te halen, ten opzichte van het referentieniveau van 2014[5];

13. is er bezorgd over dat de huidige situatie sommige producenten zowel financieel als praktisch onder druk zal zetten wat betreft het halen van de bestaande doelstellingen en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen als gevolg van een gebrek aan investeringen, verminderde liquiditeit en onzekerheid op de markt; merkt in dit verband op dat een pragmatische aanpak van controles nodig kan zijn;

14. benadrukt dat er op productieniveau krachtiger maatregelen en stimulansen nodig zullen zijn om veerkracht op te bouwen, bijvoorbeeld door de circulariteit en zelfvoorziening van basisproducten te vergroten zonder de productiecapaciteit en het concurrentievermogen van de landbouw, visserij en aquacultuur in de EU te ondermijnen, door instrumenten zoals de overgang naar precisielandbouw, de ontwikkeling van en versnelde toegang tot markten voor alternatieve eiwitten, organische meststoffen, microbiële bescherming van gewassen en nieuwe genoomtechnieken in overeenstemming met de doelstellingen van de Green Deal, en door toe te staan dat er tijdens dit GLB-overgangsjaar tijdelijk en op de korte termijn meer flexibiliteit met betrekking tot voorwaarden en afwijkingen wordt overwogen, en door de administratieve procedures om deze flexibiliteit te bereiken te versnellen;

15. onderstreept dat het eiwittekort in de EU nog steeds een belangrijk zwak punt is en dringt aan op een intensievere en vastbesloten aanpak om de productie van plantaardige eiwitten in de EU op duurzame wijze te verhogen via strategische GLB-plannen en andere maatregelen;

16. erkent dat er dringend tijdelijke en omkeerbare maatregelen nodig zijn om de EU-productie voor het oogstseizoen 2022 op te voeren teneinde bij te dragen tot de voedselzekerheid in de EU; verzoekt de Commissie, gezien de noodzaak om het onmiddellijke tekort aan eiwithoudende gewassen te verhelpen, de administratieve procedures te versnellen teneinde het mogelijk te maken om tijdens dit GLB-overgangsjaar braakliggend land te gebruiken voor de productie van deze gewassen voor menselijke of dierlijke consumptie, zonder de afhankelijkheid van basisproducten te vergroten; dringt er in dit verband op aan prioriteit te geven aan eiwithoudende gewassen waarvoor geen of zeer weinig pesticiden nodig zijn;

17. merkt op dat, om de afhankelijkheid van kunstmest te verminderen, zo spoedig mogelijk gebruik moet worden gemaakt van alternatieve organische bronnen van voedingsstoffen en circulatie van voedingsstoffen; verzoekt de Commissie wettelijke en praktische belemmeringen voor de verwezenlijking van deze oplossing weg te nemen teneinde de afhankelijkheid van de invoer van meststoffen te verminderen, ten eerste door op korte termijn over te stappen op organische meststoffen en ten tweede door onderzoek en nieuwe innovaties op EU-niveau verder te ondersteunen; verzoekt de Commissie met name de nodige maatregelen te nemen, met inbegrip van wetgevingsmaatregelen, om ter vervanging van kunstmest het gebruik van uit zuiveringsslib en verwerkte mest verkregen organische bemestingsproducten te bevorderen, zolang dit niet indruist tegen de doelstellingen van de “van boer tot bord”-strategie;

18. verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk en haalbaar is aanvullende financiële steun aan te trekken voor de zwaarst getroffen sectoren en dringende maatregelen te nemen om landbouwers te helpen de gevolgen van de sterke stijging van de prijzen van meststoffen op te vangen;

19. benadrukt het onderlinge verband tussen duurzaamheid en toegenomen circulariteit in de landbouw en de verschuiving van de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen, ingevoerde energie en kunststof naar groenere, hernieuwbare alternatieven;

20. onderstreept de noodzaak en de mogelijkheid voor landbouwers in de EU om de EU-productie en hun gebruik van bio-energie zoals biogas en biobrandstoffen, alsook hernieuwbare energie, zoals zonnecellen, te verhogen als middel om de scherpe stijging van de energieprijzen te beperken; merkt op dat dit vanuit een diversificatieperspectief gunstig is voor het klimaat, en dat de productie ervan ook een aanvullende bron van inkomsten voor landbouwers kan opleveren;

21. verzoekt de Commissie de gevolgen voor landbouwers en producenten van het verlies aan markten als gevolg van vergeldingsmaatregelen die Rusland heeft genomen naar aanleiding van door de EU opgelegde sancties, te beperken, maatregelen te overwegen om hen te helpen, met inbegrip van compensatie, en hen bij te staan bij het vinden van alternatieve exportmarkten voor hun producten;

22. verzoekt de Commissie uitzonderlijke maatregelen te nemen voor landbouwproducten die te kampen hebben met marktproblemen, waaronder steun voor particuliere opslag; neemt kennis van zijn voornemen om deze steun beschikbaar te stellen aan de varkensvleessector; dringt er bij de Commissie op aan een mechanisme in het leven te roepen waarmee niet-gouvernementele organisaties en andere instanties toegang kunnen krijgen tot producten uit particuliere opslag om de voedselzekerheid in Oekraïne te helpen waarborgen; is van mening dat dit mechanisme ook kan worden gebruikt via het Fonds voor Europese hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) in lidstaten die vluchtelingen opvangen, om tegemoet te komen aan de dringende behoefte aan extra voedsel;

23. is van mening dat de Europese visserijsector van cruciaal belang is voor de voedselzekerheid in Europa en betreurt dat de situatie van deze sector drastisch is verslechterd als gevolg van de snelle stijging van de mondiale prijzen voor belangrijke grondstoffen voor de sector en met name brandstofprijzen die de pan uit rijzen, waardoor visserijactiviteiten niet langer economisch levensvatbaar zijn; is van mening dat in deze situatie bijstand dringend nodig is, met inbegrip van rechtstreekse steun; wijst erop dat deze steun moet zorgen voor de voortzetting van de activiteiten van de vissersvloten in de EU en, in het verlengde daarvan, voor de voortzetting van de activiteiten verderop in de toeleveringsketen van visserij- en aquacultuurproducten; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze moeilijke situatie voor de visserijsector te erkennen en er in toekomstige acties naar behoren rekening mee te houden; merkt op dat het, om de stijging van de brandstofprijzen aan te pakken, op lange termijn belangrijk is de ontwikkeling en het gebruik van innovatieve, selectieve visserijmethoden en -technieken met een hogere brandstofefficiëntie te stimuleren;

24. verzoekt de Commissie maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de bepalingen inzake staatssteun voor landbouw, visserij en aquacultuur, met inbegrip van de-minimisbepalingen, de lidstaten in staat stellen snel en flexibel steun te verlenen aan marktdeelnemers ter compensatie van de hogere kosten in verband met de oorlog in Oekraïne; benadrukt in dit verband dat de lidstaten binnen hun nationale kader ook bijstand moeten overwegen, zoals het verlagen van de socialezekerheidsbijdragen, het opschorten of verlagen van bepaalde belastingen en het verstrekken van COVID-19-leningen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat staatssteun niet leidt tot een verstoring van de mededinging en dat er een gelijk speelveld tussen de lidstaten wordt gewaarborgd;

25. verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat het nieuwe EFMZVA zo spoedig mogelijk operationeel wordt en verzoekt de Commissie te overwegen maatregelen te nemen om noodhulp in het kader van het fonds ook in tijden van crisis, zoals de oorlog in Oekraïne, mogelijk te maken; dringt erop aan alle resterende middelen uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij beschikbaar te stellen en doet een dringend beroep op de Commissie en de lidstaten om de uitvoering van de reserve voor aanpassing aan de brexit te versnellen om ervoor te zorgen dat de steun sneller de door de brexit getroffen gebieden bereikt;

26. merkt op dat er in de hele voedselvoorzieningsketen maatregelen moeten worden overwogen om ervoor te zorgen dat alle belanghebbenden een rol spelen bij het versterken van de veerkracht van de agro- en aquatische voedingsmiddelensector en dat deze maatregelen moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU-transitie naar klimaatneutraliteit in 2050; is van mening dat, overeenkomstig de snelle uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/633 inzake oneerlijke handelspraktijken, bijzondere aandacht moet worden besteed aan de levensvatbaarheid van de landbouw en aan de belangrijke rol van detailhandelaren bij het bepalen van een eerlijk rendement voor producenten, met name in het licht van de druk als gevolg van de hogere kosten van basisproducten, maar in gelijke mate, van hun verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat voedsel betaalbaar en toegankelijk blijft voor de consument;

27. verzoekt de Commissie en de lidstaten nauwlettend toe te zien op de markten voor landbouw- en aquatische producten, met bijzondere aandacht voor prijsspeculatie, en zo nodig gebruik te maken van de instrumenten waarin Verordening (EU) nr. 1308/2013 voorziet, en tegelijkertijd de integriteit van de eengemaakte markt te waarborgen;

28. herinnert eraan dat verschillende Oekraïense havens aan de Zwarte Zee zijn gesloten, waardoor de internationale handel in voedsel is verstoord, en verzoekt de Commissie en de lidstaten om veilig vervoer en veilige voedselcorridors van en naar Oekraïne mogelijk te maken via alternatieve havens, alsook via vervoer per spoor en over de weg;

29. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

Laatst bijgewerkt op: 21 maart 2022
Juridische mededeling - Privacybeleid