ONTWERPRESOLUTIE over de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 24 en 25 maart 2022, waaronder de recentste ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne, en de sancties van de EU tegen Rusland en hun uitvoering
5.4.2022 - (2022/2560(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Luis Garicano, Barry Andrews, Petras Auštrevičius, Vlad Gheorghe, Bernard Guetta, Ilhan Kyuchyuk, Nathalie Loiseau, Urmas Paet, Frédérique Ries, Ramona Strugariu, Dragoş Tudorache, Hilde Vautmans, Guy Verhofstadt, Stéphanie Yon‑Courtin
namens de Renew-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0197/2022
B9‑0203/2022
Resolutie van het Europees Parlement over de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 24 en 25 maart 2022, waaronder de recentste ontwikkelingen in de oorlog in Oekraïne, en de sancties van de EU tegen Rusland en hun uitvoering
Het Europees Parlement,
– gezien de uitkomst en de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 24 en 25 maart 2022,
– gezien zijn eerdere resoluties over Rusland en Oekraïne, met name die van 16 december 2021 over de situatie aan de Oekraïense grens en in de door Rusland bezette gebieden van Oekraïne[1], en van 1 maart 2022 over de Russische aanval op Oekraïne[2],
– gezien de besluiten van de Raad over sancties en beperkende maatregelen tegen Rusland, waaronder diplomatieke maatregelen, individuele beperkende maatregelen zoals bevriezingen van tegoeden en reisbeperkingen, beperkingen van de economische betrekkingen met de Krim en Sebastopol, alsook met de niet door de regering gecontroleerde gebieden rond Donetsk en Loegansk, economische sancties, beperkingen van de media, en beperkingen van de economische samenwerking,
– gezien de verklaring van de hoge vertegenwoordiger namens de EU van 4 april 2022 over de door Rusland begane gruweldaden in Boetsja en andere Oekraïense steden,
– gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat de eerste EU-sancties tegen de Russische Federatie in maart 2014 zijn opgelegd naar aanleiding van de illegale annexatie van de Krim in 2014, en verder overwegende dat het vierde en meest recente pakket op 15 maart 2022 is vastgesteld in het verlengde van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde Russische invasie van Oekraïne op 24 februari 2022;
B. overwegende dat de door de EU en andere bondgenoten genomen maatregelen onvoldoende zijn gebleken of nog niet goed genoeg worden uitgevoerd om tot de gewenste resultaten te leiden, met name wat betreft de import van olie en gas uit Rusland en de stopzetting van de activiteiten van alle EU-ondernemingen in Rusland; overwegende dat het nog even zal duren voordat de volledige impact van de opgelegde sancties zich zal doen voelen in Rusland; overwegende dat Rusland ook actieve maatregelen neemt om de impact van de sancties te reduceren;
C. overwegende dat de Baltische staten sinds 1 april 2022 geen Russisch gas meer importeren; overwegende dat Polen zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt om tegen 2023 onafhankelijk te worden van gas en olie uit Rusland;
D. overwegende dat de oorlog in Oekraïne een maand na het begin van de Russische aanval nog altijd onschuldige levens eist; overwegende dat de gruweldaden die de Russische troepen begaan een nieuw dieptepunt hebben bereikt met de ontdekking - op zondag 3 april 2022 - van de lichamen van gedode burgers (mannen en vrouwen) in de straten van Boetsja, een stad waar het Oekraïense leger bijna een maand lang geen toegang toe had; overwegende dat deze feiten zonder enige twijfel de oprichting rechtvaardigen van een commissie die onderzoek gaat doen naar alle misdaden die het Russische leger sinds het begin van de oorlog heeft gepleegd;
E. overwegende dat de terugtrekking van de Russische troepen uit de regio-Kiev eens te meer de vernietigingen als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne aan het licht heeft gebracht; overwegende dat de internationale gemeenschap zich geschokt heeft getoond door de vreselijke beelden van de gruweldaden in Boetsja en een aantal andere Oekraïense steden; overwegende dat het ondraagbare lijden van de burgerbevolking van Oekraïne categorisch moet worden veroordeeld, en rechtvaardigt dat nog zwaardere maatregelen tegen de Russische Federatie worden genomen;
F. overwegende dat de niet-uitgelokte Russische invasie van Oekraïne een bedreiging vormt voor de vrede in Europa, alsook voor onze democratie en waarden; overwegende dat deze agressie ook een bedreiging vormt van de lidstaten van de EU, met name die in Midden- en Oost-Europa;
G. overwegende dat de lidstaten van de EU sinds het begin van de oorlog meer dan 23 miljard EUR naar Rusland hebben overgemaakt als betaling voor fossiele brandstoffen;
H. overwegende dat de mazen in het net van economische sancties de doeltreffendheid daarvan ondermijnen en Rusland helpen bij de financiering van zijn invasie van Oekraïne; overwegende dat de Europese Unie derhalve de aan de Russische Federatie opgelegde sancties onmiddellijk en dringend moet aanscherpen; overwegende dat president Poetin en zijn regering er alleen toe kunnen worden gebracht hun agressieve beleid te wijzigen en de oorlog tegen Oekraïne te beëindigen indien een alomvattend pakket sancties wordt vastgesteld die de Russische economie, waaronder de sectoren die de voornaamste bron van inkomsten voor de nationale begroting vormen, daadwerkelijk pijn doen;
I. overwegende dat de belastinginkomsten van Ruslands grootste buitenlandse ondernemingen een aanzienlijk deel van de Russische begroting vertegenwoordigen en naar schatting goed zijn voor een derde van de militaire uitgaven van Rusland; overwegende dat het te verwelkomen valt dat meer dan 500 westerse ondernemingen weigeren nog langer in Rusland actief te zijn of met dat land en zijn burgers samen te werken, of weigeren hun producten en diensten daar aan te bieden; overwegende dat particuliere ondernemingen hun investeringen uit Rusland zouden moeten terugtrekken, hun productie uit Rusland zouden moeten terughalen, en lopende contracten zouden moeten opzeggen;
J. overwegende dat uit wetenschappelijke studies blijkt dat een verbod op de import in de EU van fossiele brandstoffen uit Rusland een beheersbare impact op de economische groei in de EU zou hebben van minder dan 3 % in 2022;
1. is geschokt door en veroordeelt in de sterkst mogelijke bewoordingen de illegale, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire aanval door Rusland op Oekraïne, waarvan een aanzienlijk deel neerkomt op oorlogsmisdaden, alsook de steun van Belarus voor deze agressie; rouwt met de bevolking van Oekraïne om haar vreselijke verlies en lijden;
2. veroordeelt in de sterkst mogelijke bewoordingen de gemelde wreedheden die de Russische troepen hebben begaan in Boetsja en een aantal andere bezette Oekraïense steden, die inmiddels zijn bevrijd; benadrukt dat er geen sprake kan zijn van straffeloosheid voor de daders van dergelijke gruwelijke oorlogsmisdaden en dat de Russische regeringsfunctionarissen en militaire leiders die er verantwoordelijk voor zijn ter verantwoording moeten worden geroepen; steunt alle maatregelen die beogen de verantwoordelijken voor de mensenrechtenschendingen en de schendingen van het internationaal humanitair recht in Oekraïne door Russische troepen ter verantwoording te roepen, met inbegrip van het onderzoek dat de aanklager van het Internationaal Strafhof is gestart naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, alsook het werk van de onderzoekscommissie van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten;
3. onderstreept dat de Europese Unie en haar lidstaten, gezien het feit dat de militaire invasie onverminderd voortduurt, door moeten gaan met het ondersteunen van Oekraïne en de Oekraïense bevolking, onze Unie moeten versterken, een tegenwicht moeten bieden aan Ruslands agressieve optreden, en de kosten en lasten van deze maatregelen moeten delen in een geest van solidariteit en eensgezindheid;
4. benadrukt dat Rusland verantwoordelijk is voor de vernietiging van Oekraïense infrastructuur, met inbegrip van civiele en woongebouwen, alsook voor de aanzienlijke economische verliezen en aantasting van het milieu, en dat Rusland eraan gehouden zal worden de schade als gevolg van zijn agressieve acties te vergoeden;
5. benadrukt dat de Europese Unie de regimes van Poetin en Loekasjenko financieel en economisch verder moeten isoleren; dringt erop aan de reeds besloten sancties en maatregelen onmiddellijk en doeltreffend uit te voeren; onderstreept dat het belangrijk is de reikwijdte van de sancties tegen Russische personen, ondernemingen en banken, waaronder die welke de stichting van Alexei Navalny heeft aangedragen, verder uit te breiden, en dat moet worden voorkomen dat de tot nu toe genomen maatregelen worden omzeild, in concreto door het gebruik van cryptovaluta en onlinetransacties; verzoekt de Commissie en de lidstaten alle Russische en Belarussische financiële instellingen uit te sluiten van SWIFT;
6. verzoekt de Raad sancties op te leggen, inclusief een inreisverbod, de aanhouding en de inbeslagname van de eigendommen en activa van publieke personen die zich in Rusland in het openbaar uitspreken vóór de Russische agressie tegen Oekraïne, waaronder de leidinggevenden en het technisch personeel van publieke en particuliere media die agressieve propaganda verspreiden, zogenaamde politieke deskundigen, influencers, bloggers, kunstenaars en musici die publiekelijk het misdadige optreden van de Russische regering steunen en bijdragen aan de grootschalige betrokkenheid van de Russische bevolking bij het begaan van oorlogsmisdaden;
7. benadrukt dat het niet eerder geziene niveau van de sancties die de EU aan de Russische Federatie heeft opgelegd, dat na het bloedbad in Boetsja waarschijnlijk nog verder zal worden verhoogd, zodanig moet zijn dat er nog ruimte is voor een diplomatieke uitweg uit de oorlog;
8. onderstreept dat alle bezittingen van Russische functionarissen en de aan het regime van Poetin gelieerde oligarchen, hun vertegenwoordigers en stromannen, alsook van deze groepen die in Belarus aan het regime van Loekasjenko gelieerd zijn, in beslag genomen moeten worden en dat hun visa moeten worden ingetrokken, als onderdeel van een volledig en onmiddellijk eind aan het systeem van gouden paspoorten, visa en verblijfsvergunningen; onderstreept dat ook aan een bredere groep van Russische functionarissen, gouverneurs en burgemeesters die het huidige beleid van het regime-Poetin accepteren en ervan profiteren, sancties moeten worden opgelegd; verwelkomt het besluit van meerdere lidstaten om tientallen Russische diplomaten die zich namens de Russische inlichtingendiensten op Europees grondgebied in het geheim met spionage- en andere clandestiene activiteiten bezighielden, uit te wijzen, en roept alle lidstaten op dit voorbeeld te volgen en Russische en Belarussische geheim agenten op te sporen en uit te wijzen uit de EU; verzoekt de Commissie het gebruik van de mogelijkheid voor Russische en Belarussische diplomaten om zonder visum naar de EU te reizen aan een grondige beoordeling te onderwerpen, teneinde achterdeurtjes en misdrijven bloot te leggen, en een voorstel met verbeteringen te presenteren;
9. herhaalt zijn oproep om alle economische banden met het Rusland van Poetin te verbreken, met inbegrip van een verbod op de export van sleuteltechnologieën, alsook andere relevante beperkingen van importen en investeringen; benadrukt dat dit van essentieel belang is om een aanzienlijke impact te hebben op de Russische defensie-industrie en haar vermogen om de oorlog in Oekraïne voort te zetten, waarbij er wel voor moet worden gezorgd dat humanitaire organisaties alsmede alle grondstoffen die noodzakelijk zijn om de ineenstorting van de mondiale voedselmarkten te voorkomen, zoals graan, meststoffen, pesticiden en herbiciden, buiten schot blijven; verzoekt de Commissie en de lidstaten een verbod in te stellen op vrachtverkeer over de weg naar en van Rusland en Belarus, en de toegang van Russische en Belarussische schepen en goederen tot EU-havens aan banden te leggen; verlangt een tijdelijk verbod op de import van olie, kolen en gas uit Rusland, dat moet worden verlengd indien Poetin zijn agressie voortzet, in combinatie met een plan ter waarborging van Europa’s bevoorradingszekerheid op de korte termijn; merkt op dat Ruslands eis om in roebels te worden betaald, neerkomt op contractbreuk;
10. dringt erop aan dat urgent maatregelen worden genomen om zo snel mogelijk een volwassen energie-unie tot stand te brengen en volledige onafhankelijkheid van gas, olie en kolen uit Rusland te bewerkstelligen; juicht het toe dat de Baltische staten erin geslaagd zijn op energiegebied onafhankelijk te worden en gestopt zijn met het importeren van Russisch gas; verzoekt de Commissie en de lidstaten zich meer inspanningen te getroosten om tot een grotere energie-efficiëntie te komen, de voorwaarden te scheppen voor de grootschalige inzet van Europese hernieuwbare-energiebronnen door - onder andere - de obstakels in verband met vergunningen en andere wettelijke hobbels te elimineren, de productie van waterstof te vergroten en de benodigde infrastructuur voor het vervoer daarvan aan te leggen, en een onderling verbonden slim netwerk te voltooien dat voorziet in de daadwerkelijke flexibiliteit aan de vraagzijde die nodig is voor een kostenefficiënte vermindering van het energieverbruik; onderstreept dat investeringen in onderzoek en innovatie onverminderd essentieel zijn om ervoor te zorgen dat Europa toegang houdt tot innovatieve technologieën, die aansluiten op de klimaatdoelstellingen van de Unie, teneinde in meerdere sectoren van de economie, en met name de zogenaamde “hard-to-abate”-sectoren (sectoren waar het energieverbruik moeilijk kan worden verlaagd), tot energie-onafhankelijkheid te komen; verzoekt de Commissie om, middels een ad-hocorgaan, voor zo goed mogelijke coördinatie met de lidstaten te zorgen bij de besluitvorming op nationaal niveau ten aanzien van de energiemix en infrastructuur, alsook op het Europese niveau, ter beoordeling van de consistentie met de doelstellingen van het tot stand brengen van volledige onafhankelijkheid van de EU van Russische fossiele brandstoffen enerzijds, en het realiseren van klimaatneutraliteit tegen uiterlijk 2050 anderzijds;
11. benadrukt dat deze besluiten vergezeld moeten gaan van een geloofwaardig energieplan, inclusief mitigerende maatregelen voor Europese huishoudens en ondernemingen; is van mening dat de kosten en ontberingen waar de Europese burgers, zowel in als buiten onze Unie, mee worden geconfronteerd in volledige solidariteit moeten worden gedeeld;
12. verzoekt de Commissie op korte termijn een voorstel te presenteren voor het versterken van de coördinatie van en het toezicht op de uitvoering van de opgelegde sancties op EU-niveau; verwelkomt de oprichting van de taskforce “Freeze and Seize” door de Commissie, met als mandaat - heel concreet - het handhaven van de sancties tegen Russische oligarchen; verzoekt de lidstaten verslag uit te brengen over de maatregelen die zij genomen hebben voor de uitvoering van deze sancties, en roept de instellingen van de EU op Oekraïne uit te nodigen om deel te nemen aan de werkzaamheden van de taskforce “Freeze and Seize”, en ten aanzien van de besluiten over sancties voor afstemming met Oekraïne te zorgen; verzoekt de Commissie een taskforce op te richten bestaande uit autoriteiten die belast zijn met financieel toezicht, de aanpak van witwaspraktijken, wetshandhaving, justitie, digitale markten en cryptovaluta, voortbouwend op het werk van de bestaande taskforce “Freeze and Seize”;
13. herhaalt dat Russische desinformatie onderdeel uitmaakt van Ruslands oorlogsinspanningen in Oekraïne en dat de sancties van de EU tegen Russische staatsmedia eenvoudig kunnen worden omzeild door gebruik te maken van VPN, satelliet-tv en slimmetelevisiefuncties; verzoekt de Commissie en de lidstaten het verbod op Russische staatspropagandakanalen volledig uit te voeren;
14. dringt erop aan de openbaarmakingsvereisten waar Europese financiële instellingen zich aan moeten houden, uit te breiden, teneinde de bevoegde autoriteiten inzicht te verschaffen in alle door de bovenvermelde Russische en Belarussische burgers aangehouden activa, en dus niet alleen hun deposito’s; brengt in herinnering dat de burgers van de EU het klokkenluidersinstrument van de Commissie kunnen gebruiken voor het - anoniem - melden van schendingen van vroegere, huidige en geplande sancties tegen Russische en Belarussische personen en entiteiten; is van oordeel dat de individuele sanctielijst moet worden uitgebreid met de namen van al diegenen die momenteel profijt trekken van nauwe banden met de Russische c.q. de Belarussische regering, respectievelijk dat in het verleden hebben gedaan;
15. verzoekt de Commissie ten volle gebruik te maken van het kader voor de aanpak van witwaspraktijken en Rusland en Belarus op te nemen op de lijst van hoogrisicojurisdicties als bedoeld in artikel 9 van de vierde antiwitwasrichtlijn[3]; verzoekt de Commissie een voorstel te presenteren voor de oprichting van een speciaal orgaan dat belast gaat zijn met het monitoren van de uitvoering van de financiële sancties en andere beperkende maatregelen van de EU;
16. verzoekt de Commissie een coördinatiemechanisme te ontwikkelen voor de ontneming van de in de jurisdicties van de lidstaten naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne bevroren vermogenbestanddelen, zodat deze middelen kunnen worden gebruikt voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen in de lidstaten, alsook voor de wederopbouw na de oorlog, via het EU-fonds voor de wederopbouw van Oekraïne; is van oordeel dat het sociale gebruik van de bevroren vermogensbestanddelen ten behoeve van Oekraïners deel uitmaakt van de compensatie die Rusland als agressor moet betalen voor de vernietigingen in Oekraïne;
17. verzoekt de Commissie in dit verband een studie te verrichten naar legale manieren - binnen het bestaande wettelijke kader van de EU - om in bepaalde gevallen, zoals niet-uitgelokte militaire agressie, de facto vermogensbestanddelen te ontnemen; verzoekt de lidstaten nationale wetgeving te ontwikkelen houdende een rechtsgrond voor het gebruik van fondsen die in het kader van EU-sancties worden geconfisqueerd, om de slachtoffers van de Russische agressie tegen Oekraïne schadeloos te stellen;
18. verwelkomt het dat een start is gemaakt met de interinstitutionele onderhandelingen over de verordening betreffende markten in cryptoactiva, en dat de ten principale bevoegde commissies op 31 maart 2022 amendementen op de herziene verordening betreffende geldovermakingen[4] hebben aangenomen, en spoort de leden van het Parlement aan deze stemming in de plenaire vergadering te bevestigen, de maatregelen ter bestrijding van witwaspraktijken en terrorismefinanciering aan te scherpen, en voor een sterker regelgevingskader voor cryptovaluta in de EU te zorgen;
19. benadrukt dat Rusland en Belarus van internationale organisaties en evenementen moeten worden uitgesloten, en niet langer in aanmerking moeten komen voor handelsvoordelen, zoals de status van meest begunstigde handelspartner, alsmede de daaraan gerelateerde preferentiële behandeling in het Kader van de Wereldhandelsorganisatie (WTO); verwelkomt het sterke politieke signaal dat de EU, samen met de landen van de G7 en andere gelijkgezinde partners zoals Albanië, Australië, IJsland, Zuid-Korea, Moldavië, Montenegro, Nieuw-Zeeland, Noord-Macedonië en Noorwegen, heeft afgegeven om Rusland met ingang van 15 maart 2022 binnen het kader van de WTO niet langer als meestbegunstigde handelspartner te behandelen;
20. verzoekt de lidstaten en de EU hun capaciteit te vergroten om daadwerkelijk iets te doen aan de straffeloosheid voor diegenen die oorlogsmisdaden hebben gepleegd of daaraan hebben deelgenomen;
21. dringt erop aan ononderbroken voor coördinatie te zorgen met de trans-Atlantische bondgenoten en gelijkgezinde partners, zoals die in de NAVO, de G7, en de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, alsook met de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie, de associatielanden en de kandidaat-lidstaten; onderstreept dat de EU doortastend moet reageren wanneer veronderstelde partners de EU-standpunten niet ondersteunen, en stelt in dit verband bezorgd en met toenemende teleurstelling de standpunten van Servië vast, die zonder twijfel van invloed zullen zijn op de Servische aanvraag van het lidmaatschap van de EU;
22. wijst erop dat het van cruciaal belang is dat de negatieve economische en sociale gevolgen van de oorlog, in het bijzonder de sancties, die de lidstaten hard maar op verschillende manieren zullen treffen, op Europees niveau worden gedeeld; is in dit verband van oordeel dat de EU zo snel mogelijk de bestaande programma’s, begrotingsreserves, cohesiefondsen, en leningen van de faciliteit voor herstel en veerkracht waarvoor nog geen aanvragen zijn ingediend, moet mobiliseren om de negatieve economische en sociale gevolgen van de oorlog op te vangen; verzoekt de Commissie op zo kort mogelijke termijn een voorstel te presenteren houdende herziening van het meerjarig financieel kader, teneinde meer middelen vrij te maken voor onder andere het Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, humanitaire hulp, het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Europees Defensiefonds, en het Uniemechanisme voor civiele bescherming; verzoekt de Commissie daarnaast ook na te denken over manieren waarop de flexibiliteitsinstrumenten aanzienlijk kunnen worden versterkt, teneinde de EU in staat te stellen in te spelen op crisissen;
23. dringt erop aan een fonds voor de strategische autonomie van Europa (SAFE) op te richten en hieraan meerdere miljarden euro’s ter beschikking te stellen, voor investeringen in energie-onafhankelijkheid, defensiecapaciteit, voedselzekerheid en nieuwe partnerschappen voor grondstoffen, alsook om ondernemingen, landbouwers en huishoudens te helpen bij het opvangen van de gevolgen van de oorlog; vindt het van groot belang dat SAFE wordt opgericht volgens de gewone wetgevingsprocedure, dat de werking ervan onder volledig toezicht staat van het Parlement, en dat de Commissie met het beheer van het fonds wordt belast; benadrukt dat het totaalbedrag van de aan het fonds toe te kennen middelen moet worden besloten op basis van een gedegen beoordeling van de kosten en investeringsbehoeften, en ook moet zijn samengesteld uit nieuw te mobiliseren middelen van bestaande programma’s waarvoor in het kader van NextGeneration EU en het meerjarig financieel kader nog geen aanvragen zijn ingediend;
24. stelt voor een Marshall-plan voor Oekraïne te ontwikkelen als EU-instrument voor bijstand en herstel dat, naast de steun die andere internationale partners geven, de Oekraïense economie en burgermaatschappij ondersteunt en helpt bij de wederopbouw van de vernietigde infrastructuur in dat land; steunt het idee van een solidariteitstrustfonds voor Oekraïne en dringt erop aan te zijner tijd een donorconferentie te houden met het oog op het genereren van middelen voor dit fonds;
25. verzoekt de Commissie te waarborgen dat de lidstaten prudent budgettair beleid voeren om te voorkomen dat zich in de huidige economische omstandigheden een staatsschuldcrisis zou voordoen, en zich daarnaast volledig aan het pact voor stabiliteit en groei blijven houden, bijvoorbeeld door de toepassing van de algemene ontsnappingsclausule met nog een jaar te verlengen;
26. verzoekt de Europese Centrale Bank haar monetair beleid te normaliseren, teneinde tegenwicht te bieden aan de inflationaire gevolgen van de hoge energieprijzen, die zich bij de lagere en de middenklassen het hardst doen voelen;
27. geeft aan dat de vaststelling van beperkende maatregelen tegen EU-functionarissen en leden van nationale parlementen door de Russische autoriteiten op 31 maart 2022 als vergelding voor de EU-sancties naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne op niet-transparante wijze is gebeurd, zonder heldere criteria, en met anonimisering van de betroffen personen; onderstreept dat het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft laten weten dat de “overgrote meerderheid van de leden van het Europees Parlement” onder deze sancties zal vallen;
28. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Verenigde Naties, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de president, de regering en het parlement van Oekraïne, de president, de regering en het parlement van de Russische Federatie, en de president, de regering en het parlement van Belarus.
- [1] Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0515.
- [2] PB C 125 van 18.3.2022, blz. 2.
- [3] PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73.
- [4] PB L 141 van 5.6.2015, blz. 1.