Ontwerpresolutie - B9-0348/2023Ontwerpresolutie
B9-0348/2023

ONTWERPRESOLUTIE over de staat van de kmo-Unie

10.7.2023 - (2023/2750(RSP))

naar aanleiding van een verklaring van de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Alex Agius Saliba, Dan Nica
namens de S&D-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0346/2023

Procedure : 2023/2750(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0348/2023
Ingediende teksten :
B9-0348/2023
Debatten :
Stemmingen :
Aangenomen teksten :

B9‑0348/2023

Resolutie van het Europees Parlement over de staat van de kmo-Unie

(2023/2750(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 3, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie waarin naar de interne markt, duurzame ontwikkeling en een sociale markteconomie wordt verwezen,

 gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2020, getiteld “Een kmo-strategie voor een duurzaam en digitaal Europa” (COM(2020)0103),

 gezien Richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties[1] (de richtlijn betalingsachterstand),

 gezien de toespraak over de Staat van de Unie 2022 van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement van 14 september 2022,

 gezien het jaarverslag van de Commissie over Europese kmo’s 2022/2023 van 27 juni 2023,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Europese kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) te maken hebben gehad met aanzienlijke uitdagingen en moeilijkheden vanwege de COVID‑19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, die beide hebben geleid tot verstoringen van de mondiale waardeketens en aanhoudende inflatie;

B. overwegende dat micro-ondernemingen goed zijn voor een aanzienlijk aandeel van de Europese kmo’s en zeer vaak moeilijkheden ondervinden om toegang te krijgen tot financiering en om volledig op de hoogte te zijn van de beschikbare mogelijkheden op Europees en nationaal niveau; overwegende dat deze categorie ondernemingen ook zeer hard werd getroffen door de COVID‑19-crisis, en dat zij, onverminderd de huidige definitie van “kmo”, meer bijstand en meer bevordering verdient;

C. overwegende dat in het jaarverslag over Europese kmo’s 2022/2023 wordt benadrukt dat de inflatiecijfers tot een stijging van de rentevoeten hebben geleid, waardoor de toegang tot overheids- en particuliere financiering is beperkt; overwegende dat in hetzelfde verslag werd aanbevolen dat maatregelen om de negatieve gevolgen van de inflatie te verzachten gericht moeten zijn op een betere toegang tot financiering voor kmo’s; overwegende dat in het verslag wordt benadrukt dat het gebrek aan gekwalificeerde werknemers een obstakel vormt voor kmo’s in de hele EU;

D. overwegende dat de voorzitter van de Commissie tijdens haar toespraak over de Staat van de Unie 2022 aankondigde dat de Commissie een steunpakket voor kmo’s zou voorstellen; overwegende dat zij ook heeft aangekondigd dat de richtlijn betalingsachterstand zou worden herzien omdat het niet rechtvaardig is dat een kwart van de faillissementen in de EU te wijten is aan het feit dat facturen niet op tijd worden betaald;

E. overwegende dat het Europees Parlement, dat de belangen van de Europese burgers vertegenwoordigt, beseft dat kmo’s een cruciale rol spelen bij het bevorderen van economische groei, het scheppen van banen en sociale cohesie;

1. dringt aan op de tijdige goedkeuring van een herziene richtlijn betalingsachterstand, waarmee kmo’s een robuust en voorspelbaar rechtskader wordt geboden om betalingsachterstanden zowel in de relaties tussen bedrijven onderling als tussen bedrijven en overheden aan te pakken, en tegelijkertijd te zorgen voor een evenwichtige aanpak die de contractvrijheid in stand houdt;

2. staat achter de oprichting van een waarnemingspost voor betalingsachterstanden, zoals aangekondigd in de kmo-strategie; dringt er bij de Commissie op aan het wijdverbreide gebruik van digitale instrumenten zoals e-facturering en geautomatiseerde betalingsprocessen te ondersteunen om de transparantie, veiligheid en efficiëntie te vergroten;

3. is ingenomen met de publicatie van het wetgevingspakket beursnotering; onderkent het potentieel van die wet om de toegang tot kapitaal voor kmo’s te vergemakkelijken en hun schaalbaarheid mogelijk te maken; is zich bewust van de mogelijkheid om de kapitaalmarktenunie (KMU) te verdiepen en zodoende investeringen in kmo’s in de hele EU te verhogen, en benadrukt dat in het kader van het KMU-project prioriteit moet worden gegeven aan aandelenfinanciering voor kmo’s;

4. neemt kennis van de goedkeuring door de Commissie van het pakket retailbeleggingen, dat de toegang van kmo’s tot financiering door niet-professionele beleggers kan vergemakkelijken;

5. dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat kmo’s volledig worden betrokken bij de tenuitvoerlegging van het tijdelijke crisis- en transitiekader; verzoekt de Commissie eerlijke concurrentie voor kmo’s te waarborgen en verstoringen op de interne markt als gevolg van tijdelijk versoepelde staatssteunregels te voorkomen; verzoekt de Commissie een mogelijke herziening van de staatssteunregels te beoordelen om na te gaan hoe de belangen van kmo’s worden beschermd;

6. benadrukt dat de toegang van kmo’s tot durfkapitaal moet worden vergemakkelijkt; betreurt het dat er bij de herziening van het meerjarig financieel kader geen voorstel wordt gedaan om het kmo-gedeelte van InvestEU te versterken;

7. benadrukt dat het belangrijk is kmo’s te betrekken bij specifieke programma’s en middelen in het kader van het industrieel plan voor de Green Deal, met name bij de ontwikkeling van nettonultechnologieën;

8. pleit voor verdere stimulansen om de deelname van kmo’s aan de oproepen voor financiering in het kader van Horizon Europa aan te moedigen en ervoor te zorgen dat de subpijler voor kmo’s binnen de Europese Innovatieraad beschikt over de benodigde flexibiliteit om snel middelen vrij te maken en zijn begroting indien nodig te verhogen;

9. spoort de Commissie aan een deel van het voorgestelde platform voor strategische technologieën voor Europa specifiek voor kmo’s te reserveren;

10. wijst er nogmaals op dat investeringen gericht moeten worden op kmo’s om bij te dragen aan de vermindering van sociale ongelijkheden;

11. dringt erop aan vaart te zetten achter de werkzaamheden voor een Europese strategie voor exportkredieten van kmo’s om te zorgen voor een consistent en doeltreffend aanbod van exportkredietgaranties in de hele EU;

12. benadrukt dat ondernemingen, met name kmo’s, die zich in financiële moeilijkheden bevinden, moeten worden ondersteund door adequate financiële en niet-financiële steun te bieden om faillissement te voorkomen; verzoekt de lidstaten de richtlijn preventieve herstructurering ten uitvoer te leggen[2];

13. uit zijn bezorgdheid over de inconsistente toepassing van de kmo-test tijdens effectbeoordelingen door de Commissie; benadrukt dat effectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd voor en na het opstellen van alle wetsontwerpen; dringt erop aan dat de test gedurende het hele wetgevingsproces wordt geactualiseerd; beveelt een alomvattende herziening van de kmo-test aan, waarmee het gebruik van passende instrumenten wordt ingevoerd om de inbreng van kmo’s, de regelmatige herziening van effectbeoordelingen en differentiatie tussen verschillende grootteklassen van kmo’s te vergemakkelijken;

14. dringt aan op de consistente toepassing van het “denk eerst klein”-beginsel bij interne beraadslagingen en op versterking van de mechanismen voor de inbreng van kmo’s, met daarbij een uitleg als hun inbreng buiten beschouwing wordt gelaten, indien dit naar behoren gerechtvaardigd is; ziet het belang in van de raadplegingen van het kmo-panel en betreurt het gebrek aan middelen waardoor het gebruik ervan beperkt is;

15. pleit voor de aanwijzing van één enkel aanspreekpunt binnen de Commissie om duidelijke richtsnoeren en ondersteuning te bieden aan kmo’s; dringt aan op de oprichting van één digitale toegangspoort die fungeert als één loket en alle relevante financiële en niet-financiële steun, formulieren en informatie voor kmo’s consolideert;

16. spoort de lidstaten aan beste praktijken uit te wisselen en aanvullende procedures op nationaal niveau te ontwikkelen, met name ten behoeve van micro- en kleine ondernemingen;

17. steunt de invoering van maatregelen om de deelname van kmo’s aan overheidsopdrachten te vergroten, met inbegrip van vereenvoudigde aanbestedingsprocedures en een groter gebruik van digitale instrumenten voor grensoverschrijdende aanbestedingen;

18. dringt er bij de Commissie op aan te streven naar een ambitieuze aanpak met betrekking tot vereenvoudiging en het “one in, one out”-beginsel toe te passen in de wetgeving; spoort de Commissie en de lidstaten aan de procedures te stroomlijnen en het “eenmaligheidsbeginsel” en het beginsel “standaard digitaal” toe te passen en zo de administratieve processen voor kmo’s te vergemakkelijken;

19. dringt aan op het wegnemen van belemmeringen voor grensoverschrijdende bedrijfsactiviteiten en investeringen binnen de EU om een volwaardige interne markt voor alle economische activiteiten tot stand te brengen;

20. benadrukt dat er vereenvoudigde vereisten en bufferperioden voor kmo’s in wetgevingsvoorstellen moeten worden opgenomen om de naleving te vergemakkelijken; pleit voor systematische samenwerking tussen de Commissie en het Parlement bij het opstellen van secundaire wetgeving, die kan inspelen op de behoeften van kmo’s;

21. benadrukt dat het kmo-perspectief moet worden opgenomen in het pakket btw (belasting over de toegevoegde waarde) in het digitale tijdperk; pleit voor de ontwikkeling van richtsnoeren die zijn afgestemd op kmo’s om hun bescheiden toegang tot de voordelen van de interne markt te ondersteunen;

22. dringt er bij de Commissie op aan een speciaal instrumentarium voor kmo’s te publiceren met maatregelen en instrumenten die de lidstaten ter beschikking staan om kmo’s tijdens de energiecrisis te ondersteunen; spoort de lidstaten aan beste praktijken uit te wisselen, met name met betrekking tot begrotingsbeleid, waarmee de gevolgen van inflatie en verstoringen in waardeketens voor kmo’s worden verzacht;

23. wijst op het belang van scholing, bij- en omscholing van werknemers van kmo’s, met name tijdens het Jaar van de Vaardigheden 2023; dringt aan op de invoering van fiscale stimulansen en belastingaftrek om kmo’s in staat te stellen hun bestand van gekwalificeerde werknemers in stand te houden; onderstreept dat initiatieven zoals het pact voor vaardigheden, digitale stoomcursussen, het netwerk van duurzaamheidsadviseurs en de digitale-innovatiehubs prioriteit moeten geven aan technische bijstand aan kmo’s en opleidingen voor hun werknemers; dringt erop aan dat het Europees Sociaal Fonds Plus, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en de Europese vaardighedenagenda adequaat inspelen op de specifieke behoeften van kmo’s; is van mening dat digitale geletterdheid, geletterdheid op het gebied van overheidsopdrachten, financiële educatie en vaardigheden op het gebied van ketenbeheer cruciaal zijn om het concurrentievermogen van kmo’s te vergroten;

24. wijst erop hoe belangrijk het is de sociale dialoog bij het ontwerpen en het ten uitvoer leggen van kmo-beleid te bevorderen, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten;

25. betreurt het dat er nog steeds een genderkloof bestaat op het gebied van ondernemerschap en toegang tot financiering voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen onder leiding van vrouwen; is ingenomen met het genderbewuste financieringsinitiatief; verzoekt de Commissie de belemmeringen te beoordelen die vrouwen verhinderen hun ondernemerspotentieel volledig aan te spreken en de uitwisseling van beste praktijken te stimuleren, ook met betrekking tot het bevorderen van de vaardigheden en het zelfvertrouwen van vrouwen op dit gebied;

26. benadrukt dat de administratieve lasten moeten worden verminderd en de aanwerving van gekwalificeerde onderdanen van buiten de EU voor kmo’s moet worden vereenvoudigd, onder meer door de mogelijkheid te onderzoeken om het bedrijfsleven of bedrijfsverenigingen in staat te stellen namens hun kmo-leden op te treden als gecertificeerde werkgevers;

27. betreurt het dat het effectieve belastingtarief voor multinationale ondernemingen doorgaans veel lager is dan voor kmo’s[3]; is van mening dat Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie[4] zal helpen de huidige kloof te overbruggen; verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen waarin het gebruik van agressieve fiscale planning wordt gedefinieerd en beperkt om de afwezigheid van een gelijk speelveld tussen multinationale ondernemingen en kmo’s met betrekking tot belastingverplichtingen op te heffen;

28. wijst erop dat kmo’s afhankelijk zijn van grote digitale platforms om toegang te krijgen tot klanten; merkt op dat deze grote digitale platforms vaak kwetsbaar zijn vanwege hun lage effectieve belastingtarief[5]; benadrukt dat fysieke kmo’s zich op het gebied van e-handel in een ongelijke concurrentiepositie bevinden, vooral als gevolg van hogere kosten en beperktere openingstijden; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe een eerlijkere belastingheffing op e-handel kan worden bevorderd die eerlijkere concurrentie voor kmo’s mogelijk zou maken;

29. dringt met klem aan op een grondige beoordeling van de tenuitvoerlegging van de richtlijn herstructurering en insolventie; moedigt de opname van maatregelen ter bevordering van bedrijfsoverdracht in het kmo-pakket aan, zoals het faciliteren van een Europese barometer voor bedrijfsoverdrachten;

30. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

Laatst bijgewerkt op: 12 juli 2023
Juridische mededeling - Privacybeleid