ONTWERPRESOLUTIE over de verachtelijke terroristische aanvallen van Hamas op Israël, Israëls recht om zich te verdedigen in overeenstemming met het humanitair en internationaal recht en de humanitaire situatie in Gaza
16.10.2023 - (2023/2899(RSP))
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement
Margarida Marques, Tonino Picula
namens de S&D-Fractie
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0436/2023
B9‑0445/2023
Resolutie van het Europees Parlement over de verachtelijke terroristische aanvallen van Hamas op Israël, Israëls recht om zich te verdedigen in overeenstemming met het humanitair en internationaal recht en de humanitaire situatie in Gaza
Het Europees Parlement,
– gezien zijn vorige resoluties over het Israëlisch-Palestijnse conflict en het vredesproces in het Midden-Oosten, met name die van 13 december 2022 over de vooruitzichten voor de tweestatenoplossing voor Israël en Palestina[1],
– gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger namens de Europese Unie van 7 en 10 oktober 2023,
– gezien de lijst van personen, groepen en entiteiten die betrokken zijn bij terroristische daden en die onderworpen zijn aan beperkende maatregelen (terroristenlijst) van de Europese Unie,
– gezien de gezamenlijke verklaring van de leiders van Frankrijk, Duitsland, Italië, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van Amerika van 9 oktober 2023,
– gezien de verklaring van de secretaris-generaal van de VN van 10 oktober 2023,
– gezien de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN,
– gezien de Verdragen van Genève van 1949,
– gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,
A. overwegende dat Hamas en andere groepen op 7 oktober 2023 vanuit de Gazastrook meer dan 5 000 raketten hebben afgevuurd op Israël en een reeks terroristische aanslagen hebben gepleegd op Israëlisch grondgebied, waarbij honderden burgers om het leven zijn gekomen, onschuldige mensen zijn verkracht en gefolterd en meer dan 100 Israëlische en buitenlandse burgers, waaronder Europeanen hebben ontvoerd, die naar Gaza zijn gebracht; overwegende dat 7 oktober 2023 de dodelijkste dag was voor Joden sinds de Shoah; overwegende dat Hamas en andere groepen burgergebieden in Israël blijven aanvallen, burgers als menselijk schild gebruiken en ernaar streven de evacuatie van burgers uit conflictgebieden in de Gazastrook te voorkomen;
B. overwegende dat de minister van Defensie van Israël op 9 oktober 2023 een volledige belegering van de Gazastrook heeft aangekondigd, met onder meer een stopzetting van de elektriciteits-, voedsel- en watervoorziening in het gebied; overwegende dat de Israëlische regering 360 000 reservisten heeft opgeroepen, de grootste mobilisatie in het land sinds de Jom Kipoer-oorlog in 1973; overwegende dat de Israëlische strijdkrachten op 13 oktober hebben opgeroepen tot de evacuatie van ongeveer 1,1 miljoen Palestijnen die in Gaza-Stad en in het noorden van de Gazastrook wonen, naar het zuiden van het gebied;
C. overwegende dat volgens de Israëlische autoriteiten op 16 oktober 2023 meer dan 1 300 Israëli’s zijn gedood en ongeveer 4 000 Israëli’s gewond zijn geraakt bij de terroristische aanslagen van Hamas en andere groepen; overwegende dat volgens de plaatselijke Palestijnse autoriteiten meer dan 2 700 Palestijnen zijn gedood en ongeveer 9 500 Palestijnen gewond zijn geraakt bij de Israëlische militaire operaties in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem; overwegende dat meer dan 20 000 Israëli’s zijn geëvacueerd in Noord- en Zuid-Israël, terwijl volgens schattingen van de VN sinds 7 oktober 2023 ongeveer 1 miljoen Palestijnen in de Gazastrook ontheemd zijn;
D. overwegende dat de Europese Unie en het Parlement zich sterk inzetten voor de veiligheid van de staat Israël; overwegende dat zowel Israëli’s als Palestijnen het recht hebben in veiligheid te leven in hun eigen staat;
E. overwegende dat Hamas door de Europese Unie op de lijst van terroristische groepen is geplaatst;
F. overwegende dat de plaatselijke bevolking in de Gazastrook sinds 2007 geconfronteerd wordt met een steeds erger wordende humanitaire crisis als gevolg van het de facto-regime van Hamas en de Israëlische blokkade van het gebied;
G. overwegende dat commissaris Olivér Várhelyi op 9 oktober 2023 op sociale media aankondigingen heeft gedaan over EU-financiering voor de Palestijnen; overwegende dat de Commissie zijn aankondigingen in een officieel persbericht van dezelfde dag heeft tegengesproken;
H. overwegende dat de Europese Unie en het Parlement herhaaldelijk hun steun hebben bevestigd voor de tweestatenoplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict, waarbij twee soevereine en democratische staten zij aan zij leven in vrede en veiligheid, binnen de grenzen van 1967 en met Jeruzalem als hoofdstad van beide staten;
I. overwegende dat er zonder onmiddellijke de-escalatie een groot risico bestaat dat het geweld zich verspreidt naar de ruimere regio van het Midden-Oosten;
J. overwegende dat de Europese Raad op 15 oktober een verklaring heeft aangenomen met het gemeenschappelijk standpunt van de EU over de ontwikkelingen in het Midden-Oosten;
K. overwegende dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, vormgeeft en uitvoert, de Raad Buitenlandse Zaken voorzit en de samenhang van het externe optreden van de EU waarborgt;
1. veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de verachtelijke terroristische aanslagen op Israël door Hamas en andere groepen vanuit de Gazastrook en de ontvoering van Israëlische en buitenlandse burgers, waaronder Europeanen; betuigt zijn krachtige solidariteit met Israël en met degenen die door Hamas en andere groepen zijn ontvoerd, alsmede hun families, en betuigt zijn medeleven met de families van de slachtoffers;
2. dringt aan op een onmiddellijk staakt-het-vuren, beëindiging van het geweld, de-escalatie en volledige naleving van het internationaal humanitair recht; benadrukt dat aanvallen op burgers en civiele infrastructuur een ernstige schending van het internationaal recht vormen;
3. dringt er bij Hamas en andere groepen op aan alle Israëlische en buitenlandse burgers die zij gijzelen in de Gazastrook onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrij te laten, in het bijzonder kinderen, ouderen en zieken, en onmiddellijk toegang te verlenen tot adequate medische zorg aan alle gijzelaars die dergelijke zorg nodig hebben; dringt er bij Hamas en deze andere groepen op aan onmiddellijk te stoppen met het afvuren van raketten op Israël en onmiddellijk een einde te maken aan alle andere terroristische daden tegen Israël; veroordeelt ten stelligste het gebruik van gijzelaars als menselijk schild, wat een ernstige schending van het internationaal recht is; verzoekt de internationale gemeenschap en de Europese Unie alle mogelijke diplomatieke en andere steun in te zetten om de onmiddellijke vrijlating van de gijzelaars te bewerkstelligen;
4. dringt aan op hernieuwde, grotere internationale inspanningen om de terroristische groepen die de Gazastrook domineren, te neutraliseren en te ontwapenen en een einde te maken aan hun smokkel en productie van raketten en wapens en aan de bouw van tunnels vanuit dit gebied naar Israël en Egypte;
5. herinnert eraan dat Israël het recht heeft zich te verdedigen binnen de grenzen van het internationaal recht; verzoekt Israël zich te onthouden van elke handeling die een willekeurige aanval op of collectieve bestraffing van de bevolking in de Gazastrook zou vormen, hetgeen een ernstige schending van het internationaal humanitair recht zou inhouden; herinnert eraan dat een volledige belegering van een gebied waarbij het leven van burgers in gevaar wordt gebracht door hun goederen te ontnemen die essentieel zijn voor hun voortbestaan, verboden is op grond van het internationaal humanitair recht;
6. dringt aan op het openstellen van routes voor het verlenen van humanitaire hulp aan burgers in de Gazastrook en dringt erop aan dat deze permanent open gehouden worden; dringt er bij de internationale gemeenschap op aan haar humanitaire hulp aan de burgerbevolking in het gebied voort te zetten en de hulpverlening op te voeren; herhaalt dat de EU hun humanitaire hulp moet blijven verstrekken; dringt er bij Egypte en Israël op aan samen te werken met de internationale gemeenschap om humanitaire corridors naar de Gazastrook tot stand te brengen; dringt opnieuw aan op beëindiging van de blokkade van de Gazastrook; veroordeelt het feit dat humanitaire hulpverleners en journalisten in de Gazastrook worden vermoord en maakt zich grote zorgen over hun situatie;
7. veroordeelt de raketaanvallen op Israël vanuit Libanon en Syrië; verzoekt Hezbollah en Palestijnse militante groepen in deze landen af te zien van elke daad van agressie tegen Israël; dringt voorts aan op de-escalatie van de spanningen in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever;
8. dringt erop aan dat degenen die verantwoordelijk zijn voor terroristische daden en schendingen van het internationaal recht ter verantwoording worden geroepen;
9. veroordeelt elke mogelijke betrokkenheid van derde landen of partijen bij de ondersteuning van terroristische daden tegen Israël en dringt aan op onmiddellijke stopzetting van elke vorm van steun aan terroristische organisaties; dringt aan op EU-sancties tegen derde landen of partijen waarvan bewezen is dat zij de terroristische aanslagen van Hamas en andere groepen tegen Israël hebben gefaciliteerd; hekelt de verklaringen van het Iraanse regime in de nasleep van deze terroristische aanslagen;
10. hekelt Rusland voor zijn blokkering van de gezamenlijke verklaring van de VN-Veiligheidsraad waarin de terroristische aanslagen van Hamas en andere groepen worden veroordeeld;
11. waarschuwt voor het risico van escalatie van het conflict in de ruimere regio van het Midden-Oosten; roept alle staten en andere actoren in de regio op maximale terughoudendheid aan de dag te leggen en te werken aan een staakt-het-vuren;
12. verzoekt de Commissie EU-financiering te blijven verstrekken aan de Palestijnse Autoriteit, en haar acties en recente communicatie op dit gebied te verduidelijken; herinnert eraan dat de Commissie over sterke waarborgen beschikt om ervoor te zorgen dat deze middelen correct worden gebruikt; herinnert eraan dat de humanitaire hulp van de EU aan de burgerbevolking in de Gazastrook een cruciale reddingslijn is voor veel van de meest kwetsbare Palestijnen en gebaseerd is op de algemene beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit van humanitaire hulp;
13. onderstreept dat het ontbreken van een geloofwaardig vredesproces dat gericht is op het bereiken van tastbare resultaten die leiden tot een via onderhandelingen tot stand gekomen tweestatenoplossing alleen maar kan leiden tot terugkerende golven van geweld tussen Israëli’s en Palestijnen; benadrukt nogmaals dat het belangrijk is om te streven naar een rechtvaardige en duurzame vrede tussen beide partijen, die ertoe leidt dat twee soevereine en democratische staten zij aan zij leven in vrede en veiligheid, binnen de grenzen van 1967 en met Jeruzalem als hoofdstad van beide staten; herhaalt zijn oproep tot beëindiging van de bezetting van de Palestijnse gebieden en tot oprichting van een Palestijnse staat; herinnert eraan dat de Israëlische nederzettingen in Oost-Jeruzalem en op de Westelijke Jordaanoever in strijd zijn met het internationaal recht;
14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de Knesset en de regering van Israël, de Palestijnse Wetgevende Raad en de Palestijnse Autoriteit en het parlement en de regering van Egypte.
- [1] PB C 177 van 17.5.2023, blz. 73.