Ontwerpresolutie - B9-0453/2023Ontwerpresolutie
B9-0453/2023

ONTWERPRESOLUTIE over de doeltreffendheid van de EU-sancties tegen Rusland

6.11.2023 - (2023/2905(RSP))

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie
ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement

Pedro Marques, Tonino Picula, Thijs Reuten
namens de S&D-Fractie

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0453/2023

Procedure : 2023/2905(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus :  
B9-0453/2023
Ingediende teksten :
B9-0453/2023
Debatten :
Aangenomen teksten :

B9‑0453/2023

Resolutie van het Europees Parlement over de doeltreffendheid van de EU-sancties tegen Rusland

(2023/2905(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne,

 gezien het Handvest van de Verenigde Naties, en met name artikel 41 inzake maatregelen waaraan geen wapengeweld te pas komt,

 gezien Besluit 2014/145/GBVB van de Raad van 17 maart 2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen[1], en alle daaropvolgende wijzigingen,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de EU sinds februari 2022 een ongekend hoog aantal beperkende maatregelen, of sancties, heeft vastgesteld in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, met als doel de oorlog te beëindigen, het Rusland op economisch, financieel en militair vlak moeilijker te maken de oorlogsinspanningen vol te houden, de territoriale integriteit van Oekraïne en de veiligheid van zijn bevolking te verdedigen en de eerbiediging van het internationaal recht en de beginselen van het VN-Handvest te waarborgen;

B. overwegende dat de Raad de eerste reeks sancties, bestaande uit een verbod om de Russische Federatie, haar regering en haar centrale bank te financieren, op 23 februari 2022 heeft aangenomen als reactie op het besluit van de president van de Russische Federatie van 21 februari 2022 om de afvallige gebieden van de Oekraïense oblasten Donetsk en Loehansk als onafhankelijke entiteiten te erkennen, en het daaruit voortvloeiende besluit om Russische troepen naar deze gebieden te sturen;

C. overwegende dat de Raad sindsdien tien aanvullende sanctiepakketten heeft aangenomen, namelijk op 25 en 28 februari 2022, 15 maart 2022, 8 april 2022, 3 juni 2022, 21 juli 2022, 6 oktober 2022, 16 december 2022, 25 februari 2023 en 23 juni 2023; overwegende dat deze beperkende maatregelen het volgende omvatten: reisverboden en bevriezing van tegoeden voor bijna 1 800 personen en entiteiten; uitvoer- en invoerbeperkingen in verschillende sectoren, waaronder een verbod op de invoer van ruwe olie sinds december 2022 en een verbod op de invoer van geraffineerde aardolieproducten sinds februari 2023, met uitzondering van gezondheidsproducten, farmaceutica, landbouwproducten en levensmiddelen; uitvoerverboden voor goederen voor tweeërlei gebruik en goederen die kunnen bijdragen aan de defensie- en veiligheidsvermogens van Rusland; een verbod op overheidsfinanciering van of financiële bijstand voor de handel met of investeringen in Rusland; een reeks verbodsbepalingen in de luchtvaartsector, waaronder de sluiting van het luchtruim en de luchthavens van de EU voor Russische luchtvaartmaatschappijen; een verbod op een reeks financiële interacties en transacties met Rusland; een verbod op alle transacties met de Russische centrale bank; de uitsluiting van belangrijke Russische banken uit het systeem voor financieel berichtenverkeer Swift; de opschorting van de doorgifte en distributie van bepaalde Russische staatsmedia of door de staat gesteunde media die desinformatie verspreiden; en verscheidene andere pakketten van sectorale economische maatregelen en financiële en handelsverboden;

D. overwegende dat de Raad bovendien in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten beperkende maatregelen heeft opgelegd aan verscheidene personen die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen in de Russische Federatie en op het grondgebied van Oekraïne dat Rusland tijdelijk heeft bezet, alsook diplomatieke sancties heeft opgelegd, zoals de opschorting van de visumversoepelingsovereenkomst tussen de EU en Rusland en de ontzegging van de meestbegunstigingsbehandeling voor Russische producten en diensten op de markten van de EU;

E. overwegende dat de EU ook aanvullende sancties heeft vastgesteld tegen Belarus, als reactie op de betrokkenheid van dat land bij de aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en tegen Iran, in verband met het gebruik van Iraanse drones in de Russische oorlog;

F. overwegende dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in mei 2023 heeft voorgesteld een specifieke horizontale sanctieregeling voor corruptiebestrijding in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) in te stellen en een voorstel heeft ingediend voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige corruptie; overwegende dat aanhoudende illegale geldstromen, waaronder corruptie en witwaspraktijken op hoog niveau, integraal deel uitmaken van Ruslands buitenlands en veiligheidsbeleid en van cruciaal belang zijn voor de financiering van het Russische leger;

G. overwegende dat de EU voorts heeft besloten de schending van beperkende maatregelen toe te voegen aan de lijst van bijzonder ernstige misdrijven, de zogenaamde EU-misdrijven, overeenkomstig artikel 83, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en dat de Commissie een voorstel heeft ingediend voor een richtlijn betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie; overwegende dat deze richtlijn geharmoniseerde minimumvoorschriften inzake schending van beperkende maatregelen van de Unie zou bevatten en ervoor zou zorgen dat er voor ernstige strafbare feiten op dit gebied doeltreffende, afschrikkende en evenredige strafrechtelijke sancties voorhanden zijn; overwegende dat het Parlement de ambitie heeft om de onderhandelingen zo spoedig mogelijk af te ronden;

H. overwegende dat beperkende maatregelen, of sancties, behoren tot de instrumenten die in het kader van het GBVB beschikbaar zijn; overwegende dat zij over het algemeen deel uitmaken van een alomvattende beleidsaanpak die politieke dialoog, multilaterale coördinatie en diplomatieke inspanningen omvat om bepaalde beleidsmaatregelen en activiteiten tegen te gaan, en niet als strafmaatregel mogen worden gepresenteerd;

I. overwegende dat EU-sancties niet gericht zijn tegen een land of een bevolking, maar tegen specifieke beleidsmaatregelen of activiteiten, de middelen om deze uit te voeren en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn, zoals regeringen, entiteiten of personen, en dat zij voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van het internationaal recht, met name wat betreft de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;

J. overwegende dat de niet-aflatende aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, Ruslands kennelijke vermogen om nieuwe munitie, militaire uitrusting en onderdelen aan te kopen en zijn aanhoudende economische, financiële en militaire vermogen om de oorlogsinspanningen vol te houden, vragen oproepen over de doeltreffendheid van de bestaande sancties tegen Rusland, met name wat betreft aanhoudende vrijstellingen en onbedoelde mazen in de wetgeving, het gebrek aan uitvoering of handhaving, omzeiling en de mogelijkheden om de internationale coördinatie te versterken en te verbreden;

1. spreekt nogmaals in de sterkste bewoordingen zijn veroordeling uit over de niet-uitgelokte, illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, alsook over de betrokkenheid van het regime van Loekasjenka in Belarus bij deze oorlog; verzoekt Rusland alle militaire acties in Oekraïne onmiddellijk te staken en alle strijdkrachten, gelieerde troepen en militaire uitrusting volledig en onvoorwaardelijk uit het gehele internationaal erkende grondgebied van Oekraïne terug te trekken, een eind te maken aan de gedwongen deportaties van Oekraïense burgers en alle gevangengenomen en gedeporteerde Oekraïners, met name kinderen, vrij te laten;

2. benadrukt dat de EU-sancties niet gericht zijn tegen Rusland als land of zijn bevolking, maar wel op het beëindigen van de niet-uitgelokte, illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne;

3. onderstreept dat de EU-sancties naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne tot doel hebben de Russische economische en industriële basis, met name het militair-industriële complex, strategisch te verzwakken, teneinde het de Russische Federatie moeilijker te maken de oorlog voort te zetten, de burgerbevolking aan te vallen en de territoriale integriteit van Oekraïne te schenden, alsook om de toegang van Rusland tot militaire technologieën en onderdelen te belemmeren en Russische politieke en economische elites te treffen om hun steun aan het regime te ondermijnen;

4. is verheugd dat de Raad sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne snel strenge sancties heeft vastgesteld, waaruit blijkt dat de acties van Rusland een ernstige schending van het internationaal recht en het VN-Handvest vormen en in strijd zijn met zijn verplichtingen als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad, zoals het handhaven van vrede en veiligheid;

5. spreekt zijn steun uit aan de Raad en de lidstaten voor de elf sanctiepakketten die tot dusver zijn aangenomen, en verzoekt de Raad de zaak te blijven volgen en de doeltreffendheid van de sancties te evalueren en te blijven versterken, met bijzondere aandacht voor de handhaving en maatregelen ter voorkoming van omzeiling; verzoekt alle lidstaten actief bij te dragen tot de handhaving van eenheid inzake sancties en dringt er daarom op aan alle sanctieregelingen in verband met de acties van Rusland tegen Oekraïne systematisch met ten minste twaalf maanden te verlengen; dringt erop aan de sancties tegen Rusland ook op te leggen aan het onwettige regime van Loekasjenka in Belarus, aangezien dat land ernstig medeplichtig is aan de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;

6. merkt op dat het langetermijneffect van de sanctiepakketten van de EU nog niet volledig tot ontplooiing is gekomen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat Rusland zijn oorlogsinspanningen tegen Oekraïne op korte termijn nog kan opvoeren, met name tijdens het komende winterseizoen, en dringt daarom aan op aanvullende beperkende maatregelen, zoals een verlaging van het prijsplafond voor olie, een verbod voor verzekeringsmaatschappijen uit de EU om schepen die Russische olie en gas vervoeren te verzekeren, een volledig verbod op alle invoer van Russische fossiele brandstoffen, met inbegrip van vloeibaar aardgas (LNG) en brandstoffen die via pijpleidingen of vrachtvervoer worden ingevoerd, alsook op de invoer van Russische nucleaire producten, een harmonisatie van de normen voor uitvoercontroles, een verruiming van de financiële sancties, een uitbreiding van de sancties tot metalen en een verbod op de invoer van Russische diamanten;

7. herhaalt zijn oproep om een coherente aanpak van sancties te handhaven, zonder uitzonderingen op grond van sectorale of nationale belangen; benadrukt dat de lidstaten moeten erkennen en aanvaarden dat strenge sancties tegen de Russische Federatie onvermijdelijk negatieve gevolgen hebben voor hun eigen economische situatie;

8. benadrukt dat er voortdurende eenheid, consistentie en doeltreffendheid van de EU-sancties nodig is in het licht van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; verzoekt de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid te blijven bijdragen aan eenheid op lange termijn en grotere doeltreffendheid door ruimschoots gebruik te maken van zijn recht om voorstellen in te dienen;

9. dringt aan op steun voor het werk dat de internationale speciale gezant van de EU voor de uitvoering van EU-sancties verricht ter bestrijding van omzeiling, onder meer door ten volle gebruik te maken van de maatregelen ter voorkoming van omzeiling die zijn vastgesteld in het kader van het elfde sanctiepakket van de EU, om te verhinderen dat aan sancties onderworpen EU-goederen systematisch worden wederuitgevoerd naar Rusland, hetgeen de doeltreffendheid van de EU-sancties ernstig ondermijnt en de internationale inspanningen om een einde te maken aan de oorlog belemmert; dringt er in dit verband bij alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten op aan zich strikt aan te sluiten bij de EU-sancties naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, als teken van hun bereidheid om de verplichtingen van het EU-lidmaatschap op zich te nemen;

10. herhaalt zijn oproep om een rechtsgrondslag vast te stellen voor de confiscatie van Russische overheidstegoeden die op grond van EU-sancties zijn bevroren, ter ondersteuning van het economisch en sociaal herstel en de wederopbouw van Oekraïne; wijst erop dat er een meer geharmoniseerde aanpak en meer transparantie nodig is met betrekking tot de locatie en de totale bedragen van bevroren tegoeden;

11. dringt aan op harmonisatie van de straffen voor ernstige strafbare feiten in verband met schendingen van EU-sancties; onderstreept dat straffen evenredig moeten blijven, maar ook hoog genoeg moeten zijn om een afschrikkend effect te hebben; benadrukt dat schendingen van EU-sancties wegens ernstige nalatigheid als ernstige strafbare feiten moeten worden beschouwd en dat humanitaire hulp niet mag worden beïnvloed door de bepalingen van de voorgestelde richtlijn betreffende de definitie van strafbare feiten en sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie;

12. verzoekt de Raad vaart te zetten achter zijn werkzaamheden om tot een akkoord te komen met het oog op de snelle goedkeuring van de voorgestelde verordening betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige corruptie; verzoekt de Raad in het kader van deze nieuwe regeling snel sancties op te leggen aan natuurlijke personen en rechtspersonen die verantwoordelijk zijn voor corruptie in de context van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en daarmee het Russische regime pogen te ondersteunen;

13. verzoekt de lidstaten hun administratieve capaciteiten te beoordelen en te versterken om te zorgen voor een snelle tenuitvoerlegging en strikte handhaving van EU-sancties; dringt erop aan de oorsprong van ingevoerde fossiele brandstoffen, LNG en geraffineerde fossiele brandstoffen op geharmoniseerde wijze te toetsen om de wederuitvoer van Russische energie naar de EU te voorkomen; is ingenomen met de verduidelijkingen en richtsnoeren die de Commissie aan Europese bedrijven heeft gericht om hen te helpen bij het opsporen en voorkomen van omzeiling; verzoekt de lidstaten grondig te onderzoeken of bedrijven de uitvoerbeperkingen voor in de lijst opgenomen goederen naleven, en afschrikkende sancties op te leggen;

14. verzoekt de Commissie en de lidstaten meer inspanningen te leveren om het brede publiek te informeren over de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland, met name over de doelstelling ervan, en in dit verband gebruik te maken van de ervaring van de speciale gezant om internationale partners, organisaties en belangrijke sectoren ervan te overtuigen dat een stokje moet worden gestoken voor de omzeiling van de inspanningen om de inkomstenstroom droog te leggen die Rusland in staat stelt zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne voort te zetten;

15. verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden samen met de Commissie een uitgebreide evaluatie uit te voeren van de EU-sancties als reactie op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en voorstellen in te dienen over de wijze waarop de voorbereiding, de instandhouding, het toezicht op de uitvoering en de handhaving van EU-sancties en de coördinatie daarvan met trans-Atlantische bondgenoten, G7- en G20-partners, andere gelijkgestemde partners en VN-leden in het algemeen verder kunnen worden verbeterd;

16. verzoekt alle EU-bedrijven bijzondere zorgvuldigheid te betrachten bij de uitvoer van goederen waarvan de uitvoer naar Rusland verboden is; benadrukt dat EU-bedrijven en hun dochterondernemingen waarvan wordt vastgesteld dat zij de beperkende maatregelen van de EU schenden, uitgesloten moeten worden van aanbestedingen en andere vormen van financiering in het kader van de faciliteit voor Oekraïne en andere wederopbouwprogramma’s in Oekraïne;

17. benadrukt dat de beperkte doeltreffendheid van de sancties duidelijk maakt dat er een alomvattender aanpak ten aanzien van Rusland nodig is; dringt er daarom op aan dat de EU-sancties als reactie op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne worden ingebed in een alomvattende politieke en diplomatieke strategie ten aanzien van Rusland, die ook bestaat uit steun voor de Russische oppositie in ballingschap, het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media en journalisten die gekant zijn tegen de oorlog, coördinatie met internationale partners om inmenging van Rusland in democratische processen en internationale conflicten tegen te gaan, en doeltreffende multilaterale samenwerking om de obstructie of het misbruik van multilaterale instellingen of mechanismen door Rusland ongedaan te maken;

18. onderstreept dat zowel de doeltreffendheid van de EU-sancties als het EU-beleid inzake de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne een testcase blijken te zijn voor de doeltreffendheid van het buitenlands beleid van de EU in het algemeen;

19. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, alsmede aan de president, de regering en het parlement van Oekraïne.

 

Laatst bijgewerkt op: 8 november 2023
Juridische mededeling - Privacybeleid